Vanalles ‘twee’ deze week. Behalve van het werk. Dat is in een oneindig kwadraat vermeerderd.
Door-lichting. Een chagrijnige inspecteur uit TeutereWeutere komt zijn lasten en lusten botvieren op mijn lokaal (dat elke dag ontwaakt in Doedadisweggistan), mijn wasbak (waarin mijn ‘voorbeeldfunctie’ volledig te wensen overlaat), mijn prikborden (die niet voldoen aan het ‘leerdecorum’), mijn administratie (die de ontplofte bunker van Hitler lijkt) en mijn cooperatief leren (waddisda?).
Mijn hart dat tegen 200 per uur bonst, mijn twijfel na 17 jaar lesgeven (ik word een oude doos) en vooral mijn ongelooflijk ongeloof van WIEGAATNUINSPECTERENINJUNIWANNEERHETEXAMENSZIJN
ENIKEENKLASOORLOGVOLTESTOSTERONENOESTROGEENTEHANTERENHEB???
Komaan mensen, wie doet dat nu een leerkracht aan?
Een tweede dag met een tweede kans. Toch nog steeds verzonken. Planeet “Bloemisteneinderaad”.
Met mijn autosleutel de broodautomaat willen dichtdoen. Sleutel in de richting van de schuif, drukken en wachten tot het twee keer knippert. Dan pas beseffen dat zo’n automaat dat automatisch doet. Dat knippert niet. Dat klikt niet. Dat sluit simpelweg. Zonder sleutel.
Mijlenver zijn ze. In een ander land ofzo maar vooral op een andere planeet. De planeet “Bloemisverzonken”. In gedachten. Gezonken.
Met een knal knal ik tegen de grote ijzeren haak van mijn grote houten poort. G*v*d*mme. Zeer zeer. Pijner dan pijn.
Een extra lang sleutelbeen is mijn deel. Nu nog de sleutel naar mijn gedachten zoeken. Frank De Winne zal mijn redder zijn. Hij is ruimtereizen gewoon.
Een rollercoaster gaat omhoog. Snel en adembenemend. Het getik doet je verlangen, met een bang hart maar een euforisch zuchten dat zijn weerga niet kent.
Hij daalt even snel en even spectaculair. Het is op dat moment dat je maag opspringt, draait en kriebels geeft. Het bevrijdende gevoel van gewichtloosheid dat zweeft en zwiert.
Wanneer je volledig onderaan bent, moet je buigen. (of breken) Je hoofd en knieën ontmoeten elkaar automatisch. Je geeft toe aan de zwaartekracht. Je lichaam doet pijn, protesteert even maar maakt zich al klaar voor de volgende ‘loop’.
Het is dat je op de duur zo misselijk wordt en soms enkel nog verlangt naar de begane grond.
Leven op adrenaline. Laat in bed, vroeg eruit. Dromen, denken en verlangen. Lopen op alles wat maar enigszins naar geluk ruikt. Zon, wolken, de maan, water. Ik waan me farao. Zelfs een fakir verbleekt bij mijn enthousiasme. Laten we eens wild doen. Pas op, want ik heb mijn laarzen aan. (Al lijkt het hierna alsof ik vrij hersenloos ben, NOT)
Soms dwalen zijn ogen. Dertig centimeter lager dan ik ze graag zie. Of naar links en dan weer naar rechts.
Dan borrelt het. In het gerechtelijk circuit bestaat daar een term voor: onweerstaanbare drang. Of zoiets. Die komt dan dubbel. De zijne en de mijne.
Wanneer het gaat om een onbekende deerne, glimlach ik even en denk er het mijne van. Het is pas wanneer het bij mijn zuster of mijn immer complexenverwekkende maatje 36 vriendin gebeurt, dat ik een kat word klaar voor ‘the fight of the night’.
Met enige minachting beveel ik hen om hun fake boobies of natuurlijk geschapen C-cup te verbergen achter een victoriaanse blouse. Mijn nagels ontmoeten hun ogen en mijn tanden blikkeren hun lieve glimlach weg. Ik gooi met modder en veeg het koude woeste zweet uit mijn ogen. Hijgend gaan mijn eigen muggenbeten op en neer terwijl ik mijn benen van één meter zestig Famke Jansen-gewijs rond hun nek zwier en een einde maak aan hun vampige verleidingskunsten.
Dit alles terwijl ik de glazen cava sierlijk rondbreng op mijn nieuwe oranje schoenen mét Marlies Dekkers als ultieme wapen.
Zijn ogen blijven dwalen. Gezonde mannen noemt men dat.Woest en spinnijdig word ik ervan.
Boven alles wetende dat ik deze vrouwen doodgraag zie en hen in het werkelijke leven steun als een elastisch korset.
Mijn enige verweer is absoluut géén bezwaar maken tegen de hand van echtgenoot van vriendin die ietwat langer op mijn rug rust. In volle genade genieten van een arm om mijn schouder die daar in normale toestand nooit ligt. En dan mijn ogen laten dwalen. Op zoek naar de zijne.
Al knipogend weten: hij blijft nummer één. Laat hem maar kijken. Ik mag er aan komen.
Dus dames, opgelet! Hij is van mij.
O ja … wanneer gaan we nog eens iets drinken? Kunnen we in alle rust en stilte zeuren over het feit dat onze mannen zo graag die ogen laten dwalen. En o, zag je die nieuwe buurman al? Hij fitnesst op dinsdagavond. Ik geloof dat ik me een abonnement aanschaf. Gaan jullie mee?
Ik ben geen hardwerkende schooljuf van bijna 39. En ook geen brave echtgenote en moeder. Geen muurbloempje met een grote mond en een klein hartje.
Neen, ik ben een vrouw van veertig mét lef en pit. Een bakkes, een grote bek. Ik beschik over doortastende humor, scherpzinnigheid tot in Tokio. Ik ben werelwijs en wereldwijd bekend. Ik observeer en noteer. Niets ontgaat mij. Ik giet alles in schrandere waarnemingen, doorspekt met licht cynisme maar altijd mét een hart.
Ik ben niet Bloem. Ik ben Saskia Noort. That’s me. In disguise.
Hoe komt dat toch? Dat gebiggel altijd? Als ik hem hoor of zie en vooral voel. Wanneer hij mijn hart binnenwandelt, als de eigenaar ervan. Want dat is van hem, van hem niet alleen maar vooral.
En dat loslaten me zo verscheurt, waardoor hij soms met mij vecht. Zonder het te weten nog, want hij is maar zes en verder ben ik geen moeder mét puber.
Ga, mijn jongen, zoek je weg. De woorden doen dramatisch automatisch het water opwellen, dat gebiggel altijd. Want in mijn buik blijft hij, ook vooral en altijd. Mijn hele lijf hoort hem toe. Mijn armen om te koesteren, mijn schouders om te huilen, mijn borst om te schuilen, mijn hoofd om te botsen, mijn benen om te rennen achter hem, voor hem.
Mijn MoederHart dat vol MoederSmart hem wil houden. Altijd en voor eeuwig.
Mijn keel die dichtgestrot knijpt op mijn gemoed. Graag-zien, het heeft een waterigblauw kantje, een randje dat hij reist, dat me meer kwetsbaar maakt dan een mens gezond mag zijn.
Gelukkig is daar die andere man, die mijn Kleenex-leverancier is op momenten als dit. Die zijn lijf aan mij geeft, ook om te schuilen en te huilen. Vandaag doen we dat weer samen. Vandaag zijn wij al zes jaar mama en papa. Het doet deugd. Het blijft dodelijk eng. Maar we stralen. Net zoals zes jaar geleden.