Tsunami

De vloedgolf uit zijn ziel overspoelt me. Werpt me keihard het verleden in.

Mijn hand op zijn schouder, mijn hart in zijn hoofd. Hij praat.

Wringt zijn hoofd in zijn trillende handen.Vecht tegen tranen die genadeloos en niet te weerhouden over zijn wangen rollen. Ontwijkt mijn ogen en verontschuldigt zich. Te veel. Alles is te veel.

Een volwassen man die huilt …

Mijn gedachten dwalen richting Michael. Misschien is het allemaal wel niet waar. Wat over hem gezegd wordt. Maar gisteren zag ik … dat bepaalde zaken ongestraft blijven voor de dader, maar nooit voor het slachtoffer. Die krijgen altijd levenslang.

Ik rilde.

22 jaar geleden klopte Zeventien aan mijn deur.

Mét een boodschap. Een bittere.

Liefde is effectief voor mooie meisjes. Jongens houden van  blond met lange benen. Intelligentie is niet nodig. Humor is overbodig. Adrem zijn is vervelend.

Het kruipt in uw systeem. Uw poriën raken verstopt. Door acné, natuurlijk, want je bent zeventien. Maar ook door het verlangen naar een Valentijnkaart van die éne, onbereikbare jongen, dat vanzelfsprekend smeer dat mooie mensen in de ogen van anderen kunnen druppelen. Het wordt smerig om uzelf zo te vernederen dat weerwraak nog de enige drang is die u voortdrijft.

Op mijn negendertigste word ik al wel gekozen om mee te doen met basketbal, mag ik in een ploeg zitten, is het mogelijk dat een ‘ugly duckling girl’ als ik een cheer-leider is.

Maar wanneer Sarah zingt, sluipt de weemoed binnen en voel ik weer dat ongelooflijk wanhopig overgeschoten gevoel van Zeventien.

Zin in iets liefs …, iets lekkers, … iets zacht, … iets donzig, … iets teder, … iets broos.

Spinnen in zijn oksel, kronkelen tegen zijn heup, krullen rond zijn borst. Kopjes geven en natte kusjes blazen. In verkleinwoorden denken en spreken. Wat flauw doen, wat snotteren en snuffen.

Gillen omdat het kietelt. Zijn handen.

Hopen dat ik snel een paar dagen ouder ben.

Ik sla mijn 39ste over. Tot overmorgen.

U2bed

“Sorry, ik wil er natuurlijk geen youtubeblog van maken.”

“Nogmaals een filmpje, ik beloof dat het niet te dikwijls voorkomt.”

Een openingszin die erger is dan “Zag ik u hier al eens?” of  “Kom jij hier dikwijls?’

Dat is geen manier om mensen aan te spreken of voor u te winnen.

Je bent wie je bent en doet wat je doet. Mijn blog is een wandelende/levende (voor zover dat lukt met een blog) reclame voor youtube. Muziek kan zoveel onderlijnen, onderstrepen, benadrukken, verduidelijken en meerdere werkwoorden tegelijk.

In sentiment, in ironie, in lach en in tranen.

Sorry, maar ik ben Bloem en muziek is mijn Pokon.

Wilt u mij eens poken?

Ketnet. Zaterdagochtend. Zoonlief kijkt naar een interview met mij volkomen onbekende rapper.

- Kijk mama, dat is een dikke Afrikaan.

Ik protesteer voor de vorm. “We zeggen niet zo luid dat iemand dik is. Dat is niet fijn voor die meneer.”

- Hij hoort het toch niet, mama.

Ik zwijg. Logica in zijn simpelste vorm.

Enne … misschien mag ik al heel blij zijn dat het woord “neger” niet gebruikte?

I’m back

Dat klieven werkt prima. Voor lijf en leden, hart en ziel: een waar genot. Zeker wanneer ik naar huis rijd met speculaasgebakken wolken en Steve Winwood in mijn oren.

Ik ben er weer. Ik ben terug. Geen gejank meer (zoals een lieve blogger het zeer correct uitsprak). We huilen hier alleen nog met de wolven, de volle maan, de kudde … We janken enkel nog met schone liedjes die langer duren dan een mens kan verdragen. We huppelen niet meer achteraan maar glijden probleemloos in de trekkersrol. We trekken. We klieven. We leven.

In een koninklijke bui zeg ik ‘we’. Maar het gaat enkel over mij. Bloem bloeit.

Boem Bloem!

Ooit liep ik rond met zo’n jas en zo’n bril. Ja, ik ben bijna 40 .

Facts of life

Sommige dingen zijn realiteit.

Sommigen zijn dromen.

Soms zitten dromen in uw realiteit.

Dikwijls worden ze daardoor een nachtmerrie.

Soms maak ik de som van alle delen en schrik van de intensiteit.

Mijn streven: een realistische dromer of dromerige realist worden.

Ik zit op een nachthengst. Vandaag.