Soms voelt ge dat
de bocht
waarin mensen rondom
rijden
een ommetje nemen
de botsing uitstellen
want wat zwart en ongeweten
wordt gezegd
en gezien
doet rennen
vluchten
en vergeten
Lafaards!
Soms voelt ge dat
de bocht
waarin mensen rondom
rijden
een ommetje nemen
de botsing uitstellen
want wat zwart en ongeweten
wordt gezegd
en gezien
doet rennen
vluchten
en vergeten
Lafaards!

Volgende week weer …
“Laat me met rust, maar laat me niet alleen”
Uit “An” van Kristien Hemmerechts
Het is onmogelijk, aangezien ik sedert vorig jaar officieel ontdoopt ben … maar als het kon zou ik denken dat ik me deze week zeer gezegend voel.
Met mijn maatje op een terras Kirr Cava drinken om te klinken op grote plannen. Ontsproten aan iets wat bitter is maar dat we beiden kennen en verzoeten met hoe we groeien en bloeien.
We gaan allebei op stap. Naar iets nieuws, iets beter, iets groter dan onszelf. Zij op haar manier, ik op de mijne.
Maar wel samen. In hart en zielen.
Soms vind ik de woorden niet.
Dan zoek ik me te pletter. Maar ze zijn allemaal verloren gelopen. Ergens tussen mijn hart, mijn ziel en mijn mond.
Af en toe is het daar een doolhof. De uitgang van dat labyrint is dan helemaal zoek. Een mens, een Bloem, loopt en zoekt zich te pletter. Mijn spirituele weg is weg. Mijn kern onbereikbaar. Dan ren ik, schuil ik voor de Minotaurus die me zal opvreten.
Iemand die dan mijn hoofd kan lezen en zijn hand uitsteekt zou mijn Ariadne kunnen zijn. Vandaag zoek ik dus weer even naar De Naam van Bloem.
Met twee liedjes in één stuk. Twee liedjes uit één stuk. Van mensen die me in stukken van één kunnen krijgen. Misschien moet ik gaan puzzelen. Labyrinten zijn me té veel.
Belofte maakt schuld. Zoals men dat zegt.
Mmm, ik zeg: Belofte maakt dikke boete.
En ik moet haar een superboete. Al maanden durf ik nimmer reageren op haar blog. Ik durf zelfs haar mailtje niet te beantwoorden.
Want iets beloven maakt effectief schuld.
Ik beloofde haar om reclame te maken op mijn blog. Mét banner. Daar zit hem het knijpende schoentje. Want in mijn ongelooflijk prachtige wordpress-blog kan ik absoluut geen banners proppen. Ik kan dat niet. Dat lukt niet. Ik weet niet hoe dat moet.
Goed voornemen 1: Manlief even lastig vallen daarmee. Deed ik niet. Manlief zat in het buitenland en nadien was ik zo blij hem terug te zien dat ik heel dat bannergedoe vergat.
Goed voornemen 2: Indien we dan toch niet kunnen banneren, zullen we misschien eens bloggen? Yep, dat gaan we doen. Seffens, straks, morgen, overmorgen, in’t weekend … euh … wanneer ook al weer?
Goed voornemen 3: Mijn excuses aanbieden en zeggen dat het er niet van gekomen is. Me dan toch voornemen om het toch te doen. In de vakantie ofzo?
Goed voornemen 4: ‘t Is vakantie en dus zullen we er eens aan beginnen, niet? Met schoorvoetend metaal in mijn voetbekleding bekijk ik het dan toch eens grondig. ‘t Was voor mij in mei. Ik liet haar deftig in de steek.
Sorry …
Nu zit ik dus met de overtreffende trap van schamen op mijn wangen: schaambordeaux.
Ik ben een kieken. Soms.
“You’re dressed to kill and guess who’s dying?”
Nieuw perk bij Bloem. Het zinnetjesBloemBed.
Zoals ik zei: ik heb een verzameling. Ik wil ze graag met u delen. Zullen we ook ruilen bij dubbele exemplaren?
Reden van publicatie …
- mooi gebekt
- goed gevonden
- origineel
- doet me lachen, denken, huilen, genieten
Belangrijkste reden: ik zou willen dat ik het zelf had gevonden. (Beetje groen maar ook wel roze van genot)
Tussen de bubbels door, kijk ik haar aan. Hoe ze kijkt naar haar jongens en steeds bezorgd zorgt voor de mannen in haar leven. Hoe ze lacht, hoe ze huilt. Ze is me vertrouwder dan mijn eigen zus. Ze kent mij. Ze weet mij.
Ik zag haar zonder rimpels met meisjeshaar en meisjeskleren. Ik sliep met haar in één bed en ontdekte toen dat mijn handen en voeten soms nogal afdwalen. (tot grote ergernis) Ze was aanwezig op elk belangrijk moment in mijn leven. Kleuterschool, lagere school, secundair én normaalschool. Relatie, huwelijk, scheiding, met man, zonder man. Met job, zonder job. We zijn zo verschillend en toch houden we van elkaar. Zielsveel en intens.
Het is als een antidosis tegen depressie. Een viagra voor de ziel.
Dit jaar zullen we bijna 35 jaar vriendinnen zijn. Of zoiets. Want getallen, tijd en feiten zijn niet zo belangrijk bij ons. Woorden ook niet altijd. Ik zeg niet dat ik haar graag zie, dat ik niet zonder haar kan, dat ze zo ontzettend belangrijk is. Mijn maatje. Wiens zoon het beste maatje van de mijne is. Ik zeg het niet omdat ze het wéét. Zoals ze het altijd weet met mij.
Mijn leven is heerlijk. Mét haar!
Het bundeltje verdwijnt haast in mijn mannengrote handen. Kleine rapporten van kleine tijden. Tussen de lijnen is de opluchting naar het einde toe zo zichtbaar. (Iris moet leren zich te beheersen. Iris moet minder babbelen. Iris mag de rol van de leerkracht niet overnemen. Ik wens Iris veel succes in het volgende schooljaar)
Een kinderpasje. Mijn communiefoto’s.
Ik bekijk haar iets verbaasder dan bedoeld. Ze glimlacht. Verontschuldigend? Vastberaden?
Ik was aan het rommelen. Ik dacht dat je die wel wilde bewaren.
Mijn hamsterende moeder (de appel en de boom, weet u) ruimt op. Mijn overbeschermende, superbezorgde, angstige, ik-laat-je-nooit-gaan-want-dan-komt-het-misschien-niet-goed-met-jou-moeder heeft mij in een zakje gestoken en teruggeven.
Na 39 jaar laat ze me los. Wat een levenslange strijd was, lost zichzelf op in een zolderrommelpartij.
Het blijft even stil in mij. Vreemde gewaarwording van pijn. Scheutend. Niks overwinningsroes. Geen victorie. Gek. Heel gek.
We glimlachen dan even. Ze begint te vertellen. Over vroeger en mijn rampzalige schooltijd. Over hoe ze spijt heeft, dat ze het niet meer voor me heeft opgenomen. Dat ze ook wrong en plooide. Dat het boetseren van Iris geen sinecure was en eigenlijk onmogelijk. Dat ze het niet zag. En dat ze trots is op wie ik nu ben. Nog steeds bang, nog steeds mijn geluk wantrouwend. Maar dat ze haar best doet.
Ik praat terug. Dat ik het herken. Dat ik ook moeder ben nu. Dat ik haar fouten niet zal maken maar waarschijnlijk wel andere. Dat ik hoop op mijn 62ste zo’n heerlijke grootmoeder te zijn. Dat ik blij ben met haar. Omdat ze blij is met mij.
We tranen. We lachen. We lijken zo op elkaar.
Mijn mama is de beste. Zegt zoonlief.
Ik zeg het vandaag ook. Hier en nu. Tegen u.
Ervaringsdeskundige. Dat ben ik. Relatie-expert niet. Verre van. Ik kijk, observeer. En soms … oordeel ik. In stilte. Nooit luidop.
Want mensenkennis ontbreekt me totaal wanneer mijn hart en ziel meedoet. Dan gooi en smijt en geef ik mij. Ook totaal.
Als puber werd ik intens verdrietig van dit nummer. Het hele itsy bitsy spider-gebeuren mag van mij worden gewist, maar van de eerste momenten van dit lied kon ik vurig down worden.
In elke relatie sluipt wat sleur. Wanneer zeg je dat het genoeg is? Wanneer bijt je door en vind je de pot goud aan het einde van de regenboog?
Om me heen zie ik mensen verdergaan in een relatie waarvan ik vind dat ze óp is. Terwijl er ook voorbeelden zijn van die pot goud. Jaren samen en soms zelfs apart zoeken om dan uiteindelijk iets prachtig en uniek te creëeren waarvan ik, als buitenstaander, innig geniet.
Mensen die samenblijven, voor de kinderen, het geld, de gewoonte, uit angst, uit schrik. Mensen die scheiden omwille van passie, nieuwe verliefdheden, vrijheidsdrang. In beide strekkingen ervaar ik opluchting én spijt. Kiezen is verliezen. Kent u een groter maar waarder cliché?
Ooit koos ik en koos ik opnieuw. En nog eens. Een keertje fout, een keertje heel fout en toen goed. En nu nog beter. Wat ik leerde is dat je alle dagen moet kiezen. Niet met inspanning en arbeidsvreugde. Met wringen en wrijven. Met zweet, bloed en tranen.
Maar zacht en teder, met volle goesting. Niet té veel moeite. Af en toe eens hard werken, zoeken en dan wel tranen. Ja … das nodig. Maar meestal liefst genieten en koesteren. Eens kijken, eens strelen en zeggen: ‘t Is goed.
Want niets blijft hetzelfde. We spelen allemaal een spel.
Ik hoop te winnen. Samen met hem.