Ik hou van jou

Gesprek tussen mijn moeder en haar kleinzoon, mijn kind.

Lekker knus onder de dekens, hoofden tegen elkaar, zijn handen in haar haren, haar handen op zijn rug.

Bomma: Hoe was het vandaag op school, zoeteke?

Zoonlief: Goed.

Bomma: Wat heb je allemaal gedaan?

Zoonlief: Gespeeld.

Bomma: Met wie heb je gespeeld?

Zoonlief: Met mijn vrienden.

Bomma: Wat fijn. Nu is het tijd om te gaan slapen, zoeteke.

Zoonlief heft zijn gezicht op en kijkt ietwat gepanikeerd. (Slapen is geen hobby van mijn kind): Ik wil mijn mama en papa.

Bomma: Die zijn er nu niet hee zoeteke. Die moesten vanavond weg.

Zoonlief: Maar ik mis mijn mama en papa.

Bomma: Das normaal, zoeteke. Morgen zie je ze weer.

Het blijft even stil. Zoonlief kijkt bedenkelijk en zegt dan heel serieus: Ik kan niet leven zonder mijn mama en papa.

Bomma slikt iets weg en streelt zijn hoofdje.

Mijn kind is zes. En lijkt op zijn moeder.

Onder een douche
heeft het aantal tranen geen belang
zij lopen er toevallig bij
en versnellen zelfs niet de draaikolk bij de afvoer

met regen hebben zij gemeen
dat koude rillingen
zich als een refrein
vastzetten tussen de schouders

achter een gordijn van X kubieke water per seconde
verbergt een zoute tong
het geheim van een jongensachtig verdriet.

Eddy Van Vliet

Beu ben ik het. Dat slechte weer, die kou, die duisternis.
Er is verlangen naar licht en zon, warmte en hitte.
Het moet maar eens uit zijn met de winter.
Lang leve de lente, de zomer en alles wat naar cava en terrasjes ruikt.

Verlangen jullie ook zo?

Gisteren nam mijn knuffelbeer zijn gsm (met nummerweergave)op met de woorden: Ik heb het recht om op te pakken…
Mijn geschater reikte tot een 40tal kilometer verder.
De afvragingen kwamen vanzelf. Even een twijfelend “vertel ik te veel over mijn nieuwe job?” Toen een wijfelend “Zou dat enig effect hebben?” Daarna een lichtelijk zelfverzekerd “Ze vinden het blijkbaar toch wel beklijvend!”

De energie stroomt tenhuize zotte iris. Ik zoek naar ideeën, ervaringen en groei en bloei tot een grote, sterke Bloem.
En u mag daarvan meegenieten (of krabben tegen de jeuk die ik u bezorg).
Want ik heb het recht om u lastig te vallen met mijn overtuiging. En u heeft het recht zich daar niks van aan te trekken.
Maar diep van binnen hoop ik u te inspireren. Is het niet tot daden, dan wel tot woorden of gedachten.

Mmm, volgens mij had ik missionaris moeten worden.
Kuuuuuuuuuussssen!

Vanmorgen doken zoon en ik in het witte landschap dat ons huis omringde. Zacht en sereen. Tot we aan de baan kwamen waar dampende, stomende, slechtgehumeurde auto’s stonden te wachten op hun bijdrage aan de opwarming van de aarde.
Onverrichterzake omgekeerd en toen maar de slee genomen om naar school te gaan. Koud. Nat. En heeeeeeerlijk.
Een zalige wandeling terug deze middag zorgde voor grote honger en het werd ontzettend gezellig in onze keuken en ons huis. Iets of wat te gezellig … Bijna te laat voor de tekenles.

Hierbij ik raad u allen aan om nooit maar dan ook nooit met grote blauwe moonboots in allerijl een parking af te stormen met dan ook nog een grote koffer vol tekenspullen in uw handen.
Ge valt op uw gezicht voor ge weet.
Nu is mijn gezicht me nogal lief, vandaar dat ik het heb beschermd.
Gevolg: ontvelde knokkels aan mijn linkerhand, bloedende muis aan mijn rechterhand, blauwe opgezwollen linkerknie en roodbloedende rechterknie (waarbij ik nog altijd twijfel of ik het niet zou laten hechten bij de dokter).
Maar o wee, o jee en ach … mijn keigrave, nieuwe, heerlijkzittende, coole knalrode ribfluwelen broek heeft een groot GAT op de rechterknie.
Hierbij vraag ik een minuut stilte. Ik ben in diepe rouw.
Zo’n broek vind ik nooit nog!

Dan stap ik over die drempel … en kom ik waar alles vertrouwd én nieuw is.
Dan begint het te kriebelen en krijg ik goesting.
Dan praat ik, denk ik, vrees ik en verlang ik …

vind ik dit.


En weet ik …
‘t is goed.