Terwijl ik mezelf vorig jaar rond deze tijd dit jaar rond deze tijd wel als middelpunt zag van een knal-verrassingsfeestje met een vierhondertal genodigden (ja, in mijn dromen ben ik enorm populair), zit ik vanvond heel stilletjes wat te kijken en te typen. Geen feesje, zelfs niet op feesjesboek waar ik vandaag niet aanwezig wil zijn.

Iris denkt. Iris wikt en iris weegt. Gelukkig WORD ik niet gewogen want dan zou het helemaal uit balans zijn. De kilo’s vliegen eraan en das geen schoon zicht.

Voor de eerste keer in mijn leven zal ik geen verjaardagsfeestje geven. Mijn bloed en vezel-mensen stellen zich zwaar vragen: Geen feestje? Iris? Geen feestje? O jee …

Een tiental jaren geleden dacht ik mijn leven een wending te kunnen geven en feestjesorganisator te worden. Knalfuiven heb ik georganiseerd, ceremonies geregeld van hier tot Peking. Mijn lust en mijn leven is dat: speciale cadeautjes zoeken, rituelen maken, teksten schrijven … yep, het gaat me goed af.

Al jaren,eeuwen verlang ik naar een feestje voor mezelf. Zo eentje waarbij iedereen ‘surprise’ roept en jijzelf dan in tranen uitbarst als je ziet dat die long lost friend ook is komen opdagen en er heel veel cadeautjes op de tafel liggen. Zo’n feestje met slingers en ballonnen en toeters en bellen. Zo’n feestje dus …

niet dus. Niemand in mijn omgeving heeft die intentie. En vandaag ik nog het minst van al.

Vandaag blijf ik thuis. En ik denk. Ik wik en ik weeg.

Pssssttt …. bloem moest iris niet zijn en omgekeerd als er niet toch iets in petto ligt.

Morgenavond komen een 8tal mensjes een glas cava drinken en een stukje chocoladetaart eten.

Twee vriendjes en zes vriendinnetjes en mijn lieve zus verklaren zich bereid om een hele avond in mijn gezelschap door te brengen en lief te zijn voor mij. Wat ik toch zo nodig heb de laatste tijd.

Op mijn veertigste verjaardag wil ik mijn tijd spenderen met mensen die me niet veroordelen, die voor me kiezen. Niet onvoorwaardelijk, want dat doen mensen nooit. Maar wel gaan voor het totaalpakket. All in, full monty, total deal.(package)

zij hebben de stukken van iris bijeen geraapt en wat gelijmd. Al is het enkel maar door er te zijn, door te willen luisteren, door hun armen om me heen te slaan of me een frisgewassen, pasgestreken zakdoek te geven. (ja, ik heb vriendinnen die hun zakdoeken strijken!)

Zij gaan mee in mijn stomme film wanneer ik alleen maar beeld en geen woorden meer heb. Ze geven me praktische raad, adviseren me bij domme beslissingen om mijn verstand te gebruiken en glimlachen meewarig wanneer ik dat volledig in de wind sla.

Afijn … mijn zelfgekozen bloed en vezelmensen dus. Mijn kern. Mijn buddies.

Waarbij ik me nu de bedenking maak …. misschien zou ik een carriere als troostbuddie kunnen beginnen. Zo iemand die een verdrietig iemand begeleidt van begin tot het bittere einde. Lijkt me ook nog wel een carrieremove. Voor later. Wanneer ik groot en volwassen ben. Oud en verstandig.

Veertig dus?

Vier(nie)tig

Mijn omgeving valt op zijn ‘gat’, hun kin ligt daarbij in de buurt.

“Iris is jarig en geeft GEEN feestje.”

Ja, u leest dat goed. Het grootste fuifbeest, nummer en varken allertijden kruipt in haar bed op haar verjaardag en stuurt een schietgebedje richting weergoden. Donder en bliksem, regen en hagel …

Weer-spiegel. Wat ik voel.

Dit jaar is er niet te veel te vieren in dit huishouden. De laatste weken komt het wat op zijn plooien, dat huishouden. Maar we hebben dan ook serieus huisgehouden. Vwalla …

Nooit gedacht een statistiek te vertegenwoordigen of doorsnee te zijn … edoch, ik vrees dat een midlifecrisis vat heeft op mijn gaan en gangen. Iedereen herkent van kilometers afstand mijn bulderende ik-verstop-mij-voor-u- lach. Het is van mij, blijf eraf. Net zoals dat handje dat ik in de jaren 80 met moed en volharding op mijn parkajas droeg. Ik maak een statement. Het statement van ‘het leven is sjit maar ik blijf er wel mee lachen’.

En nu kruip ik dus in mijn bed. Tot en met vrijdag. Dan kan ik officieel zeggen dat ik ‘gisteren 39 plus 1′ werd.

Amen.

Maten, makkers, maats

22 waren we …

Ze kwam me vertellen dat ze zwanger was. Onverwacht. Niet voorzien. Hallucinant leek het ons. Net afgestudeerd. Uitgaan was het belangrijkste aan ons hoofd. Niemand was er al getrouwd. Niemand woonde samen. Een vast lief, ja dat wel … maar zeker nog geen kinderen.

Ze trouwde. Met haar vast lief. Liefde, dat was er wel. En het kindje. De baby. Die we niet durfden vastpakken. Je zou het zo eens moeten laten vallen!

Wij bleven uitgaan. Zij zat thuis. Met hem. In een grotemensenhuis, met een grotemensenleven.

23 waren we …

Ik had hem gevraagd. Om te trouwen. Volgend jaar. Wanneer ik 24 werd. Na 7 jaar mocht dat wel eens. (Gouden raad van tante iris: nooit feministisch zijn in huwelijksaanzoeken. Laat hen het maar vragen. Als je het zelf vraagt, loopt het mis. Zeg dat ik het gezegd heb. Na twee keer kan ik u verzekeren dat het zo is.)

Juli 1994 zou het zover zijn. Net na mijn 24ste verjaardag. Dromen van een bombastisch kleed met een bombastisch feest en een bombastische ceremonie. Bombastische vrouwen als ik hebben dat graag. Laat ons barok wezen want dat geeft kleur aan het leven.

Daar was 22 januari 1994. Een donker telefoontje in de vroege morgen. “Iris, hij is dood.”

Meteen klaarwakker. Dwaas beseffend dat er iets mis was.

Een ongeluk. Op reis in het buitenland. Hij op slag dood. Zij geschud en gekneusd. De baby tussen achterbank en zetel gevallen en als bij een wonder volkomen ongedeerd.

Repatriëring. Helse ambulancerit van ongeveer 500 km. Pijnstillers, Temesta in overvloed. Begrafenis. Baby die leert lopen, lacht, babbelt … zonder papa. Zonder man.

Eerste jaar werken. Huwelijk voorbereiden. Elke dinsdag en donderdagavond langsgaan. Woensdagnamiddag met de baby naar de speeltuin. Zaterdagavond op sleeptouw en toch terug uitgaan. Huilen. Veel huilen. Ontzettend veel huilen.

Plots was ze weg. Na drie jaar intens rouwproces ging ze haar eigen baan. Verweesd bleef ik achter. Mijn beurt om te rouwen.

En nu … na 16 jaar is ze daar weer.

Lang leve facebook!

Rijdende conversatie

- Mamaaa, papaaaa, … bestaan vickinghelmen nog?

- Euh ja, jongen, al worden die niet zoveel meer gebruikt.

- Dan wil ik later vicking worden. Die maken wapens en vechten.

- Wil jij dan vechten, jongen?

- Neen, ik ga een fabriek maken. Van helikopters met vickinghelmen.

- Das goed, jongen.

- Kunnen we dan ons huis niet wat groter maken, zodat dat een fabriek wordt?

Hij en ik tegelijk:

- Ik wil niet in een fabriek wonen.

- Maar later dan, wanneer jullie in een bejaardentehuis zitten.

Een moment van perplexiteit. Geproest. Ingehouden adem. Tranen van het lachen. Zoonlief heeft het al helemaal voor mekaar!

Baas worden van een helikopterfabriek en zijn ouders dan effe dumpen in het tehuis.

- O ja, als ze dan niet meer weten wie de baas is, kunnen ze dat zien aan mijn helm, hee mama.

- Das goed, jongen. Heel goed.

Goddelijke creatie

10 jaar, 10 maanden, 10 weken, 10 dagen ….

Ik proef het even in mijn mond. Nope …. klinkt niet goddelijk, allesomvattend en vooral oplossingsgericht als 7 jaar, 7 maanden, 7 weken en 7 dagen.

Het zal mijn katholieke achtergrond zijn die dat laatste net iets meer, net iets beter laat klinken.

De tien is een limiet die ik me gesteld heb. Na 10 jaar krijgt mijn leven altijd een bocht van 180 graden. Na 10 maanden is een schooljaar voorbij en kan ik beslissen of deze klas mijn lievelingsgroep allertijden wordt of niet. Na 10 weken kan je rustig beginnen ademen wanneer je zwanger bent. (ik toch) en na 10 dagen ….?

Over tien dagen word ik veertig. Het lijkt wel alsof ik mezelf de tijd geef om tegen dan mijn wereld te herschapen.

Als God het kon in 7 dagen, dan moet ik het toch kunnen in 10?

Het leven is als een afwasmachine …

Je kan altijd dingen verplaatsen, veranderen, verbeteren, verwijderen.

Het is niet omdat je het 1 keer daar gezet hebt, gedaan hebt, gevoeld hebt, dat je het niet anders kan doen/maken/leven.

Bedenking bij het inladen wanneer ik me erger aan te veel afwas en te weinig plaats. Wedden dat onze moeders en grootmoeder iets heel anders dachten tijdens de afwas? Of misschien niet?

Perkustnie

Ook datgene waarin Hij en ik soulmates waren, is verdwenen. In rook maar vooral met veel vuur opgebrand aan de passie.

Het voelt als een amputatie. Bij Hem nog erger dan bij mij, misschien. Hoewel … een officiele instantie zei me: Niet invullen, geen scenario’s schrijven maar vanuit het IK praten. Ik vind … ik denk … ik voel.

Dus ik ken de gradatie van zijn gemis niet maar ‘ik geloof’ dat het een concentratiekamplitteken zal achterlaten. Evenals op mijn lijf dat fysieke ontwenningsverschijnselen toont.

Muziek. Ik ademde het. Wat te veel, te intens. De zuurstof ontbrak. Verdween. Een stoflong is er niks tegen. Gehoest. Geproest. Met de diepe bas van een hond met tering.

In stilte leven. In stilte autorijden. In stilte werken. Daar waar vroeger het hoofd headbangen een nieuwe dimensie gaf, is er nu slechts kin-borstcontact dat zelfs Ellen Degeneres depressief zou maken. De zon helpt een beetje. Een heel klein beetje. Verliefd zijn doet ook wel iets. Verliefd op leven (das lang geleden), op mijn nieuwe felgekleurde handtas, op mijn vriendjes en vriendinnetjes die me zo enorm steunen en zo ontzettend lief voor me zijn, op mijn zoon die het mooiste, liefste, knapste, meest fantastische kind is van de hele wereld (en mij de idem moeder vindt, waarbij ik gemakshalve vergeet dat ik de enige moeder ben die hij heeft en hij dus verondersteld wordt van mij de mooiste, liefste, knapste, meest fantastische moeder ter wereld te vinden), verliefd op Hem zal ik ook altijd blijven (al word ik verondersteld van dat niet meer te zijn), verliefd op de nieuwe mensen in mijn leven, die me niet kennen van vroeger maar waarmee het zo klikt dat hetme  gelukkig maakt van hier tot Peking….

Sedert een paar dagen betrap ik er mezelf op dat het stuur terug dienst doet als drum. Ook zing ik weer. Soms wat aarzelend maar de tranen springen in mijn ogen wanneer ik mezelf volume hoor geven. Wat een puur en puur genot.

Een indicatie van Bloemverwelking: als ik niet meer zing, ben ik aan het sterven.

Dus hierbij duik ik mijn tuin in en deun ik wat wijfelend en twijfelend … stilletjes met een kleine heupbeweging. Zacht en teder, wat ironisch en liefdevol.

Knip met mijn vingers (vol aarde en onkruid) en buig me over ranonkels en bloembollen.

Ik zing. U ook?