“Voor de toekomst die je krijgt, heb je al betaald.”

Mijn doosje vol wijsheid vertelt me vandaag dat ik waarschijnlijk een rottoekomst krijg. Mogelijkerwijs ook niet. Wanneer ik de eerste veertig jaren van mijn leven bekijk, vind ik dat de volgende iets makkelijker mogen worden. Ik heb al betaald voor de ellende.

Het doosje klinkt bitter.Ik ook. Gelaten. Toch ook wat profetisch en vermanend.

Kort door de bocht met hevige gedachtensprong en geïnteresseerde vraag: Wat ben jij? Een ‘de fles is halfvol’ of ‘de fles is halfleeg’-type?

Hoewel ik er een bloedhekel aan heb in mijn omgeving, ben ik zelf eerder het laatste type. Dus misschien ook wel een beetje hypocriet? Ik?

Volgens mijn omgeving wel.

Maar dat is dan weer een halflege opmerking.

En jij? Wat ben jij?

Ode aan de vriendschap

Bloed-en vezelmensen noem ik hen. Zij die Iris nemen en meenemen, dragen en houden. Mijn vrienden. Een woord dat niet veel meer waard is. Netlog, facebook en elk bestaand sociaal netwerk degenereerden het. Fb geeft me driehonderd vierenzestig ‘vrienden’. Netlog iets minder.In de glans van mijn blogperiode kreeg ik dagelijks bijna 1000 mensen over de vloer. Vrienden? Mmm, ik denk  het niet.

The inner circle is not that taken.

Ze komen en ze gaan. Als golven in mijn leven. Tien jaar is een goed gemiddelde. Volgens statistieken. Dan is het weer tijd om andere mensen te leren kennen en in je hart te sluiten. De stukjes nemen ze mee. Herinneringen, bitterzoete momenten bewaar ik. Ze vervagen, verbleken of geraken gekleurd door de emoties van dat moment.

Er is altijd wel gemis. Waar zouden ze zijn? Hoe zou het gaan?

Even omkijken, glimlachen en dan weer verder gaan. Met de rugzak vol souvenirs. Na een tijd maak ik mijn rugzak leeg. Hij wordt te zwaar. Ik kies, twijfel, beslis en twijfel weer. Wat neem ik mee? Wat laat ik achter?

Er is daar dat ene doosje. Het zit al bijna 35 jaar in mijn rugzak. Oude dozen, noemen ze ons. Veertigers met momento’s.

Het is een houten doosje. Er staat met stift ‘Inge’ op. Die naam werd meerdere malen doorstreept. Met heftige dikke strepen waaruit duidelijk kwaadheid en gekwetsheid spreekt. Nadien kwam de naam er weer op. In roze deze keer of glitterfluo. Later met vulpen wat helemaal vlekken gaf. Er staan hartjes en zonnetjes naast. Holly Hobbie stickers kleven netjes aan de zijkant. Het doosje zit vol, zo lijkt het. Vreemd genoeg kan er altijd nog meer bij. Kaartjes van verre landen, een haarspeld, een turnmaillot, foto’s van reisjes samen, een Antwerps handje, veel zakdoeken, een speech, roze kaartjes, een fles Zizi Coin Coin … het doosje herbergt een heel leven.

Het zegt niet half wat ik voor haar voel. Ik weet soms ook niet zo goed wat zij voor mij voelt. Echte vriendschap blijft dikwijls onuitgesproken. Dat gaat gepaard met knuffels, met blikken, met onverwachte open deuren en armen, met slapende zonen en lachende mannen, met brillen en rimpels, met stiltes die luider spreken dan woorden.

Zij is de enige die me al zo lang kent. Mijn  hele leven eigenlijk al. Ze kwam en ze ging. Ze zag en overwon. Altijd is ze daar. Op de achtergrond soms. Wanneer ik weer verliefd word op een nieuwe vriendschap, die de hele wereld betekent en alles overneemt. Meestal treedt ze me bij in ellende en miserie. Zoals nu.

Zelden was iemand zo lief eerlijk tegen mij. Zij is de enige die perfect tegen me kan zeggen dat ik een lomp kieken ben en soms een trut en soms een egoist en soms een onnadenkende puber. Want zij verzacht het altijd met de woorden: Ik zie u graag en ik ben er voor u.

Het geeft me momenteel meer steun dan driehonderd vierenzestig facebookvriendschappen ooit in real life zullen kunnen geven.

Inge, ik zie u graag en ik ben er voor u.

En dat zal ik u vanavond eens in real life zeggen. Misschien best voor de fles cava leeg is … want dan krijgen we altijd de slappe lach, worden we alleen maar oude dozen met rimpels en cellulitis (Ik heb dat trouwens niet, had ik u dat al verteld?).

Zij is de enige tegen wie ik oprecht kan zeggen: Tot de dood ons scheidt. In goede en kwade dagen. In ziekte en gezondheid. In armoede en rijkdom.

“De rede is de slaaf van de passie.”

Hij glimlacht. Tenminste, dat denk ik. Het kan niet anders. Een glimlach dus. Wat bitter. Wat zuur. Maar een instemmende, alwetende. gelaten glimlach.

“Groot gelijk, doosje vol wijsheid”, denkt hij: “Ze laat zich al maanden vangen aan die passie. Ze loopt zo haar ongeluk in. Ze denkt niet helder meer. Haar zicht is vertroebeld. Haar glimlach gebeiteld. Niets is nog echt. Alles lijkt fake. Haar verstand laat haar in de steek. Ze schijnt een puber te zijn. Een dom, dwaas, verliefd meisje.”

Misschien heeft Hij gelijk. De wereld denkt dat Hij gelijk heeft.

Ik droom. Word overspoeld door passie. Woorden, schrijven, zinnen …

Woorden schrijven zinnen. Het geeft zin. Al maakt  het geen zin voor anderen.

Hartstochtelijke uitnodiging: Wees welkom in mijn wereld. Kijk eens goed … het gaat verder dan wat je ziet.

Wat eens zo vertrouwd was, voelt nu zo vreemd.

Het is niet meer Hij en ik tegen de wereld. We grijpen elk een stuk van die wereld en vlijen ons erin alsof het ‘thuis’ is. De nieuwe basis waarin we strijden.

We beschouwen elkaar als overwinnaar en onszelf als verliezer. De rest supportert. Voor of tegen. Met of zonder. Maar altijd kiezen ze een kant. Het maakt fundamenten nog losser, minder stevig. Eens zal het huis instorten. Dan liggen we eronder. Puinruimen. Terug opbouwen. Hopelijk iets meer gefundeerd dan.

Ik weet wel zeker … dan zullen we als één blok boven ons kind hangen. Mijn handen op Zijn schouders, de Zijne in mijn nek. Hoofden tegen elkaar, ruggen breed. Want wanneer de boel instort, mag Zoonlief niets overkomen. Want dat blijft onze wereld. Van ons tweetjes. Dan mogen supporters zeggen wat ze willen. Dan is het nog steeds Hij en ik tegen de wereld.Wij.

En dat voelt goed.

Dressed to kill

Sedert gisterenavond weet ik hoe het moet.

Je plaatst je ene hand onder de kin van het beoogde slachtoffer. De andere klem je stevig om de nekpartij. Dan geef je, liefst zo onverwacht mogelijk, een korte loeiharde ‘snok’ waarbij je je handen in klokwijzerzin beweegt.

Morsdood! I can assure you that.

Wat ook mogelijk is: Dan heb je een veertigjarige die een kort kreetje slaakt (as if …) en de slappe lach krijgt.

I luuuuuuve Bart. Mijn nieuwe kinesist. Hij is de enige man die me ooit gekraakt heeft. (Zeg ik nu stoer met het mes nog in mijn rug)

Zelfportret

Schenk me geen vergiffenis
Ik heb geen zonden
Ik ben mijn waarheid
Nu en voor altijd

Als ik mijn rug strek
Is het niet om je te zien
Maar om te pijn weg te laten lopen
Die er tijdens de dag is ingeslopen

Verwijt me niets,
Ik heb geen fouten gemaakt
Ik ben mezelf
Nu en voor altijd

gedicht van Mystic

Omdat het mijn woorden zouden kunnen zijn maar het dus niet zijn. Maar wel zouden kunnen.

Het is goed om niet alles te onthouden. Sommige zaken kun je beter vergeten.

Ze kwam op bezoek. Mijn maatje. Mateke.

Niets zo leuk als een verjaarsgeschenk twee weken nadat je jarig was.

Een rond doosje van handgeschept en in de zon gedroogd papier. Gemaakt van de moerbeiboom. Een oude, taaie kasteelboom met de lekkerste bessen die er zijn. Enige transfer drong zich op. Ik werd oud, ben taai, kan zoet en lekker zijn. En sedert een aantal maanden krijg ik de titel ‘prinses op de erwt’. Wat verwend, lichtgevoelig, rusteloos …

Het doos bevatte kleine opgerolde papiertjes. Mijn telneiging werd onderdrukt. Ik nam het pincet in handen en trok er heel voorzichtig eentje uit. “Wees positief” stond er.

Na een watergesprek met de nodige be- en aanmoediging van haar kant was dat een prima raad. We kregen de slappe lach en ik gaf mijn belofte: elke keer bij tegenslag of verdriet zou ik een kaartje trekken.

Wat bemoedigende woorden zijn nooit weg. Ik ben er weg van. Het doosje vol wijsheid.

Geketend

Een voetbalgebeuren dat wijst op een onrecht dat al jaren en jaren bezig is. Dan doe ik grrrr en brrr.

Terwijl ik mezelf ondertussen vastketen en geen afscheid kan nemen. Het moest allemaal zo moeilijk maar niet zijn.

Geef het op … geef het op, meisje.