Sedert maart draag ik een (h)oorapparaat. Zo’n ding met een gigantische bak achter uw oren waardoor de hele wereld op de hoogte is van het feit dat uw gehoorbeen aan het verkalken is en ge, bijgevolg, andere hulpmiddelen dan een hand achter uw oor moet gebruiken.

Het is een vreselijk iets. Voor men het goed kreeg afgesteld was ik welgeteld een half jaar verder. Gepiep in mijn oren wanneer ik mijn hoofd draaide, ruis wanneer ik op de fiets zat, ge kunt het zo gek niet noemen of ik had er last van.
Na verloop van tijd zei zoonlief bij het knuffelen: O ja, andere kant hee mama?
Omdat hij anders op een fluitconcert van jewelste werd getrakteerd.

Het is ook niets voor mij. Toen ik nog brilde (in a galaxy far far away) was ik het ding constant kwijt, stopte ik het in mijn jaszak en ging er dan op zitten, brak het montuur omdat ik er mee aan het frunniken was …
kortom, externe hulpmiddelen aan mijn lijf (bril, beugel, steunzolen en nu dus hoorapparaat): ze raken kwijt, stuk, gemolesteerd …

En dat kost dus stukken van mensen!
Terwijl de samenleving daar amper iets van terugbetaalt. Nu vraag ik u: dat is toch godgeklaagd! Praten en werken en leven met iemand die niet steeds “Wat zeg je?” antwoordt, die op vergaderingen kan volgen waarover het gaat, die ook kan converseren terwijl ze naast een ruisende dampkap staat of die zich in bed niet moet omdraaien wanneer er iets gezegd wordt omdat ze ‘op haar goede oor’ ligt … Dat is toch een bijdrage aan de maatschappij? Dat kan toch alleen maar ieder lid van de nabije (werk)omgeving ten goede komen?
Niet?

Wat zegt u? Kan u dat nog eens herhalen?

00:53: That’s me!

Als een echte kerel wil ik vijanden hebben …

Haar eerste boek vond ik totaal overroepen. Het was een cadeau van een leerling die het jaar in mijn klas wel erg de moeite vond … tijdens de vakantie las ik het en legde ik het weg. Voorgoed de kast in.
Toen kwam er toch dat verhaal dat me totaal onderuit haalde. Het verhaal van het verlies van de liefde van haar leven. Ik deed het boek een tijdje geleden cadeau aan iemand van wie ik dacht dat ie de liefde van mijn leven was. Niet dus.
Nu schreef ze weer een boek over verlies. Nogmaals een verlies van liefde. Liefde van het leven.

Wanneer ze in interviews over zichzelf, haar leven en haar visies vertelt, vind ik haar soms bot, cru en zelfs onbeschoft. Ik lijk op haar. Ik durf alleen niet zo bot, cru en onbeschoft zijn.
Dat bewonder ik in haar, dat zeggen wat je denkt op de manier waarop je het denkt zonder bang te zijn dat je de wereld kwetst.

Door je mond te houden, kwets je dikwijls harder en dieper. Merkte ik.

Ik voel me ronddraaien in rouw. Afscheid nemen is iets waar ik een bloedhekel aan heb. Ik ben het beu. Om telkens afscheid te moeten nemen van de liefdes van mijn leven. Ze leven nog … maar ik ben soms erg dood vanbinnen.
Iemand nog zien rondlopen, ademen, praten en dingen delen met anderen … het is een vreemde vorm van begrafenis. Er is een afscheid maar geen dode. En we drinken vooral geen koffie samen.

Ze zegt dat ze een jaar kon zwelgen in haar verdriet.
Als je dat achteraf leest is dat allemaal schoon en wel.

Wat doe je met: “Ze leefden lang en gelukkig.” … geen kat die daarover ooit een verhaal schrijft.

Ik lees haar boek niet. Nu nog niet. Misschien binnen een jaar of 10 … wanneer mijn rouw voorbij zal zijn.
Ondertussen scheur ik bij de dokter in de wachtzaal het interview uit een tijdschrift. Het hangt aan mijn reuzengroot keukenprikbord…
“Als een echte kerel wil ik vijanden hebben” zegt ze.

En dan drinkt ze er nog eentje. Connie, je bent een echte vent!

Kots …

Heel raar, heel raar … hoe rustiger ik word, hoe meer ik verwerk, hoe meer tranen er komen.
Tijdens een kinderloze week huil ik alle avonden een uurtje of anderhalf. Luidop, zoals die Afrikaanse vrouwen. Armen rondom mezelf, hoofd achterover en janken tegen de maan. Of was dat weerwolfstijl?
Afijn …
het stroomt weer even hier.
Het voelt vreselijk wanneer het gebeurt. Eergisteren heb ik zelfs euh … de ziel uit mijn lijf gekotst omdat het snikken me helemaal onderuit haalde. (En ook wel omdat ik een beetje grieperig was.)

Wanneer de bron wat opdroogt, en de wallen onder mijn ogen levenslang gebeiteld lijken, voel ik me heel wat beter. Het lijkt alsof alle ongelukkigheid van de laatste jaren zijn weg naar buiten vindt. Ik kots het dus letterlijk uit …

Voor dit een kotsende blog wordt die u met genoegen uitspuugt …

het gaat beter met me.
Dat bedoelde ik dus.

Bizraar

Soms vraag ik me af wat ik moet doen om normaal te zijn. Niet dat het een grote ambitie van me is (absoluuuuut niet).
Ook de definitie van het woord wil ik misschien even nuanceren.

Ik bedenk me vandaag of het normaal is dat we, wanneer we bij de notaris naar de akte moeten luisteren, elkaars hand vasthouden onder tafel. Als steun, morele support? Of gewoonweg om niet keihard in huilen uit te barsten?

Is het normaal dat Hij nog steeds de papieren voor me regelt? (O ja, ik moest dus een bewijs van woonst en nationaliteit hebben. Wist ik niet. Of las ik niet goed in de mail van de notaris.) Hij neemt vrijaf in de voormiddag om de papieren tegen de namiddag in orde te hebben. Hij rijdt ongeveer een veertigtal kilometer om dan naar huis te komen en een tweetal uren later weer diezelfde veertig kilometer gaan doen.

Eten normale koppels na het tekenen van de scheidingsakte bij elkaar? Gezellig, met frietjes en curryworst voor de zoon. Drinken ze dan een glaasje wijn of bubbels om te toasten op de prachtigheid van hun kind en de schoonheid van hun jaren?

Doen normale mensen dat????

Weet je… ik wil niet normaal zijn. Het voelt fijn om Hem nog steeds in mijn buurt te hebben, om op hem te kunnen rekenen. Dat voelt zo fijn. Ik zie hem nog altijd graag…
Waarbij de meesten hun wenkbrauwen fronsen en de onvermijdelijke vraag stellen: Waarom scheiden jullie dan?

Om het met Willy Sommers te zeggen: het water is veel te diep…. en we zijn beiden allang verdronken.

Normaal? Neen, zene!

De eerste

En daar is hij dan. Die eerste kinderloze zondagavond dat je, tegen de gewoonte in, op restaurant met fijne vrienden doorbrengt. Er wordt gelachen, gepraat. Je ziet hen zo pril verliefd zijn en geniet in hun plaats want je houdt van beiden. Ze knuffelen je wanneer je op je gepimpte fiets stapt en wensen je fijne nacht.

Het laatste woord dat je luidop sprak voor deze avond.
Een fijne avond. Met een fijn gevoel.

Ik fiets door de natte straten onder een donkere hemel naar huis. Voel de kilte op mijn gezicht maar geniet van mijn heerlijke wollen wanten en sjaal en jas. Ik lach wanneer de kat me al spinnend versmacht.
De warmwaterkruik verwarmt mijn kille bed. Adele doet me zingen, ondertussen een tasje thee citroen slurpend.

 

 

En toch …

sms ik dan.

Naar hem.

Die nog steeds in mijn hart zit, leeft …

Ik haat mezelf. Verwens mijn zwakte.

Maar mildheid ligt te wachten op het hoofdkussen.

Ik mag zwak zijn. Want daardoor word ik sterker.

Slaap lekker aan iedereen die me wil  horen. Een dikke knuffel voor jou en je geliefden. Knuffels zijn er niet genoeg meer.

 

Navelstaarderij?

Vandaag opende ik Bloglines. Dat moet euh … 1136 berichten geleden zijn. Ik lees niet meer. Ik staar wat naar mijn navel en gulp de hartzeer er wat uit. Hier. Hier waar u af en toe langskomt en heel lief even meekijkt naar mijn Bloemige navel.

Scheiden in de winter is geen goed idee. Een mens moet dat in de zomer doen (yeah, right!). Dan schijnt de zon en hebt ge sproeten in plaats van huilwallen die nimmer verdwijnen.

Tikt u even op mijn vingers wanneer ze weer richting navelstaarderij gaan? Lief zijn, hee :)

Mijn verleden is het niet, mijn heden ook niet altijd en mijn toekomst hopelijk wel …

Mijn fiets is het al: roze versierd! Ik kijk door de roosheid heen naar mijn gekke zelf.

Ik heb een gepimpte fiets. Jihaaa :)