‘s Ochtends kijk ik door de venster van mijn klas. Ik zie recht op de parking alwaar ouders hun kinderen afzetten, droppen of dumpen. Het hangt een beetje van de ouders af welk systeem het meest van toepassing is.

Zoonlief wordt door zijn papa steeds netjes afgeleverd. Tot aan de deur van het gebouw waar zijn boekentas gesmeten wordt (bij zoonlief geen gradaties maar een voluit gesmijt), met een zoen, een knuffel. Ik zie dat … ik zag dat … toen ik nog op uitkijk stond.

Nog snel even een glimp van zijn kalende kop, zijn stevige pas en zijn armen die in het ritme meezwaaien. Even een oprechte liefdevolle glimlach zien verschijnen op zijn gezicht. Een glimlach die ik al even niet meer krijg. Daardoor heeft hij er in overvloed voor zoonlief. Zijn gezicht wordt dan mooier. Dat werd het altijd.

Gewoonlijk ging ik dan buiten. De donderwolk kwam er dan altijd wel weer maar toch heeft hij nu een herkennende glimlach gevonden. Zo van: hej moeder van mijn kind, ik ken u en ooit had ik een passionele relatie met u maar ge hebt mij zodanig gekwetst dat ik nooit of van mijn lange leven nog vertrouwen in u heb. Of zoiets. Ik interpreteer natuurlijk maar wat. Dat doet een mens wanneer communicatie op een laag pitje staat.

Vanmorgen keek ik door de vensters van mijn klas. Een glimp van een kalende kop met een heftig huppelend, rennend jongetje ernaast. Een collega sprak me aan. Mijn maag kromp een beetje, een wee gevoel van missen … ik heb naar haar geluisterd. Een half oor vol hoorapparaat was in haar richting gewend. Ik heb haar niet gehoord. Mijn gedachten gingen … ‘ik mis hem”hij is al weg’.

Het was zo …. hij was al weg. Zoonlief vloog rond mijn nek. Toen werd ik warm vanbinnen.

Zijn vader zal altijd één van de liefdes van mijn leven zijn en blijven … zoonlief blijft DE man in mijn leven. Hij is de enige man die me nog altijd met huid en haar wil knuffelen en zoenen.

Ik ben vreemdsoortig dankbaar voor een beetje liefde en warmte. Het vult me niet … bijlange niet. Hej, ik blijf een quasi bodemloos vat wat dat betreft. Maar ik groei. Wat scheef, wat krom … maar wel terug de hoogte in.

Yessssssssss …

Advertisement