In de wolken

Ze lachen. Met seks. Met moeilijke komende orgasmes. De zaal schaterlacht. Ik kijk en denk.
Ik glimlach en zwijg luidop.
De eerste decorwissel komt.
Met muziek van Boudewijn De Groot voel ik hoe ik het niet meer hou.
Ik slik. Slik. En slik van jewelste.
De tranen komen. Biggelen. Verdwijnen via mijn nek tussen mijn borsten.
Ik zet me schrap.

“Wat wilt ge van mij?”
” Ik wil u zien.”

Ze zoenen. Ze vrijen. Ze spreken en spelen.
“Laat mij u graag zien.”

En terwijl hij die zin uitspreekt, voel ik hoe de dam breekt. Ik huil.
Zo mooi is dat.
Na veertig jaar verlangen toch weer eraan beginnen.
Zo triest is dat.
Ook dan de toekomst niet zien.
Zij blijft denken aan haar soulmate, aan haar geliefde.
Ze slaagt er niet in om iemand opnieuw graag te zien.
Zo schoon is dat.

Mijn gezelschap is in een andere wereld. Dolverliefd en in de ban van het verdere verloop van die avond.
Hopend. Liefdevol.
Terwijl ik slik en hun eenzaamheid ken en herken.
Het licht dimt.
Het applaus zwelt aan.
Ik kan het niet tegenhouden.
Ik klap mijn handen blauw terwijl mijn tranen blijven vloeien.
Zo schoon. Zo schoon.

Dat is niet wat ik denk wanneer ik in de spiegel op het toilet kijk.
Geen zakdoek gehad, dus mijn handen hangen vol snot en gesnuif.
Ik was ze. Zorgvuldig en met gebogen hoofd.
Ik zie er vreselijk uit.
Dat is eigenlijk ook een beetje hoe ik me voel.

Na het afscheid duik ik in mijn handtas.
Vijftien euro en de tekst is de mijne.
Geen penny in mijn tas te vinden. Slechts wat oude franken.
Mijn frank valt.

Dit was schoon.
Dit was puur.

Dank U Chris Lomme, Dank U Jo De Meyere.
Ge zijt schoon.
Verdomd! Zo schoon!

zijtgezot?

- Ga je mee?
- NEEN!

Het antwoord komt meteen, helder, duidelijk, klaar en niet voor discussie vatbaar.
NEEN.
Ik ga niet naar een Frank Boeijen concert.
Zijt ge zot?
Ik kan geen noot van die man horen zonder dat ik huil, jank, snotter, ween, grien, schrei, snik …
Dat is al jaren zo geweest.
Maar sedert mei 2010 vermijd ik alles wat naar Frank ruikt …

Waarbij ik me nu bedenk dat het tegen dan drie jaar geleden zal zijn dat we nog samen naar een concert luisterden…
Mag een mens na drie jaar nog dat immense, intense verdriet voelen? Mag dat?

Het ontmoedigt me. Dat ik met momenten nog zo’n pijn voel. Dat ik soms nog moeite heb met loslaten, afscheid nemen.
Mensen begrijpen dat niet, herkennen dat niet, vinden dat raar.

Ik zie hoe goed hij het doet. Ik hoor van allerlei kanten dat hij echt verder staat dan ik, dat hij me losliet, niet meer van me houdt, niet meer aan me denkt.
Ik stel hem geen vragen meer, vertel hem niets meer.
Terwijl ik toch in mijn hoofd en mijn hart nog met hem bezig ben.
Ik schaam me er niet meer voor.
Ik mag dat.
Want ik heb een loslaatprobleem.

Ik hou vast. Ik hou heel erg vast.
Tot ik niets anders meer kan …
En dan …

Houdten

Twee jaar geleden zag ik haar voor het eerst. Ze liet me niet onberoerd.
Terwijl er mensen verontwaardigd opstonden en de zaal verlieten, viel mijn mond open en ging mijn hart sneller kloppen. Wat een kracht, wat een waarheid.

Experimenteel theater. Zo werd ze genoemd.
Dat niet iedereen haar smaakt, zag ik gisteren. De Bourla was bijna leeg. Veel jonge mensen en af en toe iemand van mijn leeftijd of ouder. Maar dan altijd bohémien of kunstenaarsachtig.
Al van bij de opkomst was ik me bewust van mijn zware ademhaling. Twee mensen naast elkaar. In goedkope jogging. Met zeer afgemeten bewegingen.
Ze begon te spreken. Schijnbaar onsamenhangende woorden en zinnen. Elke zin begon met ‘dankjewel’ … wat volgde was een gulp van dankbaarheid om allerlei gevoelens.
Meteen zat ze binnen. Binnen in en onder mijn huid.
Toen trokken ze hun goedkope jogging uit en smeten die in een indrukwekkende koffiemolen ofzo. De kleren kwamen er gesnipperd uit.
Toen waren ze naakt.

Het bevreemdde me even. Twee naakte mensen die over en onder en in en met elkaar rollebollen, dartelen, vrijen …
Het zicht is me onbekend. Ik zie dat soms op tv maar niet zoals daar, op het podium.
Open. Bloot. Ongeremd. Ongegeneerd.
Fier rechtop.

Speciaal was het.
Na een korte tijd was ik helemaal gewend aan hun lichamen. Het leken wel kostuums. Ze acteerden.
De muziek was prachtig en machtig imposant.

Het duurde slechts een uurtje.
(Waarschijnlijk is optreden in je blootje na een poosje best koud)

Het bekleefde en beklijfde me. De hele avond hingen ze nog in mijn haar, mijn neus, mijn porieën. Op de bus naar huis zat ik buiten te kijken.
Ik bedacht me hoe fijn het moet zijn wanneer je de schaamte voorbij bent en je je lijf durft tonen. Hoe ouder ik word, hoe vrijer ik me voel. Terwijl ik heus mager was tot mijn 33ste. En eigenlijk wel goede maten had.
Op mijn 42ste ben ik niet dik maar ook niet dun. Kan je aan mijn handen zien dat ik boven de 30 ben. Merk je aan de lijnen in mijn gezicht, rond mijn mond dat ik veel lach en huil.
Mijn lichaam heeft littekens. Zowel letterlijk als figuurlijk.
Soms heb ik niet genoeg respect voor mijn lijf. Ik pleegde jaren roofbouw en draag daar nog steeds de gevolgen van.

Ik weet wat goed is voor mijn lijf. Het kost me alleen dikwijls moeite om te luisteren naar de signalen.
En dat het signalen kan geven zag ik gisteren wel. Mooi! Heel mooi!

Zisgoe! Ziskeigoe! En hij ook.

Gisteren zag ik voor de tweede keer hun “Toch bedankt”.
Minder intiem en meer theater deze keer.

Ik zie haar dan staan … en herinner me ‘onze’ eerste stappen in deze wereld.
Ergens haakte ik af. Door vanalles en nog wat. Vooral het nog wat veegden we van tafel.

Ik zeg het haar eerlijk na afloop: Ik ben jaloers, Dominique. Zo jaloers als ik u daar zie staan.
Ze lacht en geeft me een zoen.
Ze weet mijn dromen want ze droomde die ook.
Dat zij ze realiseerde, heeft met doorzettingsvermogen en tegelijk noodzaak te maken. Ik herken het ‘moeten’, het ‘willen’… Ooit realiseer ik het ook.
Ik ben er in ieder geval druk mee bezig. En zij?

Zij en hij staan ergens in de volgende maanden in mijn woonkamer.
Ze zingen. Ze spelen. Ze raken. Ze voelen.

En u? U gaat dat komen zien. Niet?
Ja toch?

Als het …., … moet je sporten?

In december 2009 speelde ik het laatste stuk. “Het temmen van een feeks” naar het welbekende verhaal van William.
Het was de laatste keer dat ik op scene stond. De laatste keer dat ik me met heel mijn lijf in de strijd gooide.
Het werd een strijd. Het stuk was bijna therapie … het drong door tot in de diepste vezels van mijn toenmalige zeer magere lijf. 8 kilo viel ik af tijdens repetitieproces en spel.
Niet in het minste door mijn tegenspeler die ook doordrong tot in diezelfde vezels. Niet vanwege een verliefdheidje (voor de dirty minds onder u) maar vanwege de uitermate andere liefde voor gedichten. Hij reduceerde elke poging in die richting van mijn kant tot het sentimentalisme, het uberromantische truttekesgenre.
Hard was hij. Letterlijk en figuurlijk. Hij zwierde me van de ene kant van het podium naar de andere. Vol blauwe plekken stond ik toen.

Het was toen dat ik een punt zette achter twijfel en kommer. Dat ik aan de noodrem trok.
Niet hard genoeg bleek achteraf. Het ging van kwaad naar erger.

Onlangs zei ik het lidmaatschap van mijn toneelkring op. Geen theater meer voor mij. Enkel het pure leven.

Het lijkt alsof ook dat zo moest zijn.
Een aanbieding gleed mijn mailbox in.
Nu ja … het was meer iets van: “Gij en ik. Acteren. Filmke. Nu.”

Ik glimlachte. Het was lang geleden dat we samen ‘toneelspeelden’. De laatste keer liep dus niet zo goed af.
Is het dan wel verstandig om terug in een rol te kruipen? Vlak nadat ik zodanig zeker besloot om het niet meer te doen?
Kan ik het nog wel?
Onzekerheid troef

En toch …
het kriebelt.
Al is het een onnozel filmke voor een politieke partij waar ik me best achter kan scharen, zetten, plaatsen, denken.
Zou ik?
Zou ik niet?

Ze zeggen altijd: Als het kriebelt, moet je …

maar mijn gekriebel bedriegt me al jaren aan een stuk.
Wat het oplossen van jeuk blijkt te zijn, is dikwijls een vlucht of een drogreden van geluk.
Zou ik?
Of zou ik niet?

Als het kriebelt, moet je …

Theaterseizoen 2012-2013 bekijken.
Enthousiast worden.
Zin krijgen.
Goesting voelen groeien.

Agenda bekijken.
Zoon is hier. Zoon is daar.
Even maalstroom.
Nooit meer theater met drie.
Slik.
Slikken.
Doorbijten na beelden in het hoofd.
Beelden van niet jij en hij.
Wij is nu twee.
Toch boeken.

Kriebel overleeft maalstroom.

Grote woorden zijn soms eenzaam ….

Dat zei Frank, terwijl hij met een gitaar op de rand van het podium zat. Ik nipte van mijn glas witte wijn (dat ik onder mijn sjaal meesmokkelde uit de foyer), legde mijn hand terug in de zijne en huilde verder. Een concert dat wel de kroniek van onze relatie leek.

Frank begon. Ik ook. Gelukkig had ik drie zakdoeken bij.

Frank zong verder. Ik huilde verder.

Frank bewoog, bevrijdde, ontroerde, maakte elke emotie in me los. Ik lachte, weende, juichte, applaudisseerde. En miste. Mijn maatje. Mijn lief. Mijn vriend. Hem. Alle mensen die ik verloor.

Onze handen vonden elkaar automatisch. Zoals altijd wanneer we muziek ademen. Om de beurten janken. Met onze hoofden tegen elkaar luisteren naar een man die we mateloos bewonderen.

Ik mis de muziek. Een leemte die me hol maakt. Uitholt.

Want ook dat raakte ik kwijt. Ontnam ik Hem. Door te voelen wat ik voelde. Te doen wat ik deed. Elke passie ging verloren in de grote eenzaamheid van Bloem.

Nu denk ik: had ik maar gepraat. Had ik het maar gezegd. Ook tegen al die mensen die me nu veroordelen. Mijn schouders zijn breed, sterk. Forse dame van 1 meter 80. En maar denken dat ik het alleen kan dragen.

Uiteindelijk zocht ik geluk. Enkel dat.

In Kronenburg park?

Neen, het Jubileumpark te Brussel zal het dan waarschijnlijk zijn. Hopelijk jubel ik ooit weer.

Tem, temmer, getemd …

Vanavond poets ik mijn tanden voor de derde keer, was ik onder mijn oksels, verspuit een halve bus deo en smeer ik mijn armen in met geurige bodylotion. Ik trek proper ondergoed aan, neem twee t-shirten mee en kauwgom.

Vanavond word ik weer geslagen, gegrepen, geschud, bijna verkracht en gekust …

De repetities zijn bezig. “Het temmen van een feeks”

Shakespeare is niet mijn beste vriend deze drie maanden. Waarom moet er in godsnaam zoveel gevochten en gevrijd worden? Waarom moet ik me de longen uit mijn lijf schreeuwen? Waarom moet ik vanaf scène 8 in mijn onderkleed op het podium staan?

Net als Netiquette bestaat er ook zoiets als spelliquette? Met heel andere woorden: ge poetst uw handen en uw tanden en maakt uw lijf zo aanraakbaar mogelijk. Ik kom namelijk veel te dicht in de buurt van mannen wiens lichaam me vreemd is. Toch wordt er verlangd dat ik hen kus en streel, slaag en beveel alsof ze mijn meest natte droom zijn.

Toneelspelen … tja, het is een hobby!