Virtual reality

Het zal in 2005 of 2006 geweest zijn dat ik Uw Moeder en Tante Annie ontmoette. In real life zoals dat toen heette. Nu waarschijnlijk ook nog wel …

Het was in een tijd dat ik blogde als een TGV. Ik woonde blogawards bij, zakte door met allerlei high-class bloggers en nestelde mij met graagte in het rijtje van “blogsters die door mensen gekend zijn.”
Ik leefde aan een snelheid die duizelingwekkend was voor mijn naasten en geliefden. Het voelde heerlijk, het was fantastisch.
Internet kan zo schoon zijn.

Uiteindelijk bleek het een vlucht te zijn. Wegrennen van iets dat u tegenhoudt, dat u remt, dat van u een zwartkijker maakt met een zelfvertrouwen ter grootte van een dwerggrondel is soms gemakkelijker dan in de orkaan te gaan staan. (Weliswaar zonder graan, maar toch …). Ik verwachtte enkel dat ik weggeblazen zou worden, zonder mededogen verpletterd …

Dat gebeurde ook want uiteindelijk vindt een orkaan u toch altijd als hij daar goesting in heeft.
Ik verdween van de aardbodem. Ik werd weggekatapulteerd uit de virtuele en reƫle wereld.
Tien maanden van mijn leven stapte ik eruit. Met als enige bezigheid “The life of Bloem”. Analyse onder het toeziend oog van allerlei -peuten, -logen en -tisten.
Ik kan u verzekeren dat “in nood kent men zijn vrienden” een waarheid als een koe is. Ik werd opgenomen in een warmte die ongezien was. Echte vrienden werden onderscheiden van de minder goede. Gelukkig waren er dat slechts enkele. Het mes in mijn rug werd met bedachtzaamheid geplant, koel en weloverwogen. De bezorgdheid van zoveel lieve mensen werd mijn schild, mijn pantser.
Omdat ik mijn eigen schild liet zakken. Het werd te zwaar om te tillen. Zij deden het voor mij.

Een tijd stilstaan kan deugd doen, noodzakelijk zijn.
Je wereld verandert erdoor.
Net zoals mijn realiteit veranderde ook de virtualiteit. De high-class bloggers bleven niet hangen, de sneltrein werd een boemmeltje.
Terwijl ik vroeger altijd dacht dat het beste nog moest komen, dat het ooit ooit ooit wel allemaal goed zou komen, leerde ik om in het hier en nu te leven. Zemelachtig gezwets, esotherisch gezever? Yes, totally!
Maar zo’n goed motto!

Om hier nu even een bocht van veel graden te maken: Appelogen zette vandaag volgend filmpje op het net.

Paul Miller (die voor mij een nobele onbekende was tot op heden) ging er ook even uit. Virtueel weliswaar. Back to basics. Zelfonderzoek en alles erop en eraan.

Je zou denken dat hij gelukkiger zou worden, zijn heil zou vinden in het echte, ware, pure leven. Net zoals ik dat voelde tijdens mijn sabbatjaar. Niet echt dus.

Uiteindelijk is zo’n sabbatjaar slechts de aanloop naar een uitbarsting van creativiteit, goedvoelen, thuiskomen. Te lang stilstaan zorgt voor opstopping, constipatie in de hoogste graad. Dat merk ik wanneer ik worstel met wat nog steeds pijn doet, wanneer ik tot in den treure Candy Crush speel, op de momenten dat ik verlamd en neergeslagen in mijn zetel zak. Actie is het enige dat helpt. Contact, gesprekken, chatten, ontmoeten. Het helpt.

 

Het afgelopen jaar leerde ik veel mensen kennen. Leuke, lieve, toffe, grappige mensen. Waar ik ze vond? Op het internet en intecht. Mijn orkaan ging liggen, werd een windje dat af en toe probeert me van mijn sokken te blazen. Soms lukt hem dat nog. Meestal ga ik dan even liggen en sta ik nadien weer op.

Leest u tussen de regels ook dat het goed met me gaat?

 

 

Goeienacht … slaap zacht …

23.41 u.
Vorig jaar lag ik in zijn armen en hield hij me nog stevig vast. Kon ik tegen zijn schouder mompelen:”Ik ben bang. Ik ga dat niet kunnen.”
Dan lachte hij een klein beetje: “Wedden dat morgen alles ok is?”
Dan knikte ik en sprak ik tegen zijn schouder:”Tuurlijk, ik weet dat wel, ik wou het je gewoon nog eens horen zeggen.”
Toen viel ik in slaap met zijn arm om me heen en mijn arm om zijn borst.
Groot, sterk en breed.

23.42u.
Ik lig alleen in mijn bed. Een boek houdt me gezelschap. Gedachten dwalen en malen.
Wat ben ik weer nerveus. Zal ik het wel kunnen? Zullen ze me wel tof vinden?
Weet ik het allemaal nog?
Ik verlang naar een stem, een schouder …
Iemand die me zegt: “Wedden dat morgen alles ok is?”
Dan val ik in slaap. Met mijn armen om mijn kussen, mijn benen verstrengeld.

Morgenvroeg ben ik alleen. Doe ik het alleen…
Ik ga dat kunnen …

Nieuw begin

Soms ben ik eenzaam. Meestal ben ik alleen.

Vandaag geniet ik daarvan. Dat is niet altijd zo. Zeker in tijden van hoofdpijn, griep, tegenslag, vertwijfeling … heb ik het liefst iemand in de buurt die mijn hoofd vasthoudt en zijn armen om me heen slaat.

Vandaag dus niet. Ik rommel wat rond. Maak een verslag van de vergadering. (Waarbij ik volledig op mijn interne geheugen vertrouw aangezien ik, op zijn iris’, het verslag dat ik vrijdag maakte tijdens diezelfde vergadering volledig NIET gesaved heb …). Seffens ga ik met mezelf iets uit eten. Ik overweeg het toch.

Ik luister naar muziek. Regel mijn afspraken voor deze week en de komende maand. Kijk na wel materiaal ik morgen nodig heb.
Ik zit op mijn eigen gemak heen en weer te hollen in mijn gedachten. Chaos. That’s me!

Ik geniet.
Laat dat nieuwe schooljaar maar komen!

Den arbeider

“Die van tonderwijs hebben toch schoon dagen, zoveel vakantie…. “
Dan gaan mijn haren rechtop staan.
Heb ik zin om te roepen: Kom dan ook in tonderwijs?!

Stel je voor dat ik zou zeggen: Die mannen van ‘t stad leunen de hele dag op hun schup. Of “Die mannen in de prive scheppen nogal poen, om nog maar te zwijgen van de gemiddelde zelfstandige.”

Om met de woorden van een vriendin te spreken: Tis toch godgeklaagd. Ne mens krijgt er een floeren geraaktheid van.

Ik begin dus stilaan terug aan mijn onderwijscapaciteiten te werken.
Ik heb er zin in.
Lang geleden dat ik dat kon zeggen.
Ik heb er zin in.

Twee jaar geleden startte ik met een fantastisch klasje dat ik, jammer genoeg, in de steek liet na twee maanden. Het was allemaal op. Idealen, goesting, bevlogenheid … alles was op.
Er was zelfs geen Bloem meer.
Een sabbathjaar hielp me om stilaan terug te komen.
Nog een jaar van klusjesjuf (allerlei soorten tonderwijs door mekaar) zorgde ervoor dat de waardering terugkwam.

En nu? Nu begin ik terug in het zesde leerjaar.
Ik ben best zenuwachtig… Het is echt wel hard werken, hoor! (Hoort ge dat, klagers over tonderwijs?!)
Na een tijdje uit de roulatie … doe ik weer mee.

Ik heb er zin in. Yeah!

Haar armen om me heen verrassen me. Het voelt een beetje raar en een beetje fijn.

Soms kan ik zo overlopen van liefde en warmte. Dan moet ik gewoonweg iemand knuffelen. Dat wordt niet altijd erg in dank aangenomen. Stel je voor: de postbode wordt aan mijn boezem gedrukt, de meneer van de krantenwinkel krijgt spontaan een zoen …
Niet altijd zo’n goed idee dus

Zonet zei ik haar: Ik stroom over van liefde en ik wil je zeggen dat ik jou fantastisch vind.

Ze lachtte luidop en knuffelde me.
Dat had ik niet verwacht.
Maar het deed wel deugd.
Ik heb een toffe collega. Wij maken altijd de brug.

Closure

Vandaag sluit ik het ‘avontuur’ dat ik op 8 november 2010 begon af. Niet dat het werk voorbij is, verre van, maar de intensiteit wil ik nu verminderen.

Tijd om terug IN het leven te stappen, om moeder te zijn voor mijn zoon, om te werken aan mijn toekomst, om terug mijn job met hart en ziel te doen, om te functioneren als volwaardig lid van de maatschappij.

Hoewel ik bij dat laatste erg moet grinniken. Je kan me moeilijk een vooraanstaand lid van deze samenleving noemen. Recalcitrant is een geliefd woord al sedert ik het voor de eerste keer hoorde in een zeemzoeterig liefdeslied bij Kinderen voor Kinderen.

Het is met weemoed in het hart dat ik afscheid neem van mijn medereizigers. Wat is de reis naar je kern geplaveid met mooie mensen. Mensen die, net als jij, de weg verloren, kwijt zijn. Totally lost. (En das erger dan het gelijknamige programma!)

Mensen die als een gekwetst vogeltje in de hoek zitten, als een geslagen hond blijven liggen op de grond, als een rat in het nauw van zich afbijten. (En neen, dit is geen fabel. Zelfs geen fabeltjeskrant)

Of misschien toch wel? Zeg ik hier “Dag lieve kijkbuiskindertjes” en poneer ik ook even de woorden “Oogjes dicht, snaveltjes toe”.

Die laatste was een motto van het verleden. Niet kijken, niet zien, niet spreken, niets zeggen. Als een aap zonder kop. Of was dat dan weer een kip? Ik was soms een kieken, jawel.

Afijn …

het is voorbij. Niet die mooie zomer, want die zag ik nog niet echt. Maar mijn “journey of life”, dus.

Het blijft een werk van lange adem. Het fijne is dat ik zelf terug kan ademen, dat ik weer ‘goesting’ heb.

Ondanks alle pijn en verdriet (immens en wezenloos verdriet) dat me lamlegde en dat me tevens ook nog wacht, heb ik zin.

En dat is goed. Dat is zo ongelooflijk goed! Yesssss. ( Met armen in de lucht)

Om het verhaal helemaal in stijl (steil) af te sluiten, zeg ik dus JA tegen het leven. (Lang leve Wim Sonneveld)

 

Utropisch

Zweten doe ik. Angstzweet, zenuwzweet. Een zweed is er niks tegen. (Haha, flauwe grap, i know!)

Het is 17:53 en voor de eerste keer in mijn leven ben ik zwaar afgewezen. Op werkvlak. De teleurstelling is zo groot dat ik u daar even mee lastig val.

Als een dead (wo)man walking wandel ik terug richting tonderwijs. De moeders onder u houden hun hart vast. O, neen, weer zo’n uitgebluste moede juf. No worries. Ik doe mijn best. Mijn uiterste.

Maar een nieuwe job was zo schoon geweest.

Het is 17:56 en ze belden nog steeds niet. Het zal dus een no go worden. Morgen misschien?