Hemelse vreugde, intens verdriet …

De laatste weken vliegen de indrukken weer op me af. Elke week een uitvaart doen vraagt toch meer dan ik had verwacht. Ondertussen dan ook nog een klas klaarstomen voor ingebruikname geeft een wankelheid die me bekend is maar nog steeds gevreesd wordt.

Op mijn achtste las ik voor de eerste de uitdrukking “Himmelhoch jauchend, zum Tode Betrübt” in een boekje geschreven door Irmgard Smits. Zij werd meteen mijn idool omdat ze op zeer jonge leeftijd al boeken schreef. Een droom uit mijn kindertijd dus om er ooit één te schrijven.

Vele jaren later volgde ik een workshop bij Rudi Soetewey waarbij ik snel doorhad dat de discipline die een schrijver nodig heeft mij ontbrak. Gedichten en blogs werden meer mijn ding.

En levensverhalen dus. Uitvaarten. Waarvoor ik telkens sterf (dat vertelde ik al) en denk dat ik er toch niets van terecht zal brengen. Jongens, wat kan het me aanvallen ….

Ook komen er weer veel berichten uit het verleden van allerlei fronten. Het lijkt altijd wel of het universum dat afspreekt: ‘We zullen Iris nog eens confronteren met de fouten uit het verleden’…

Ik bezoek een ‘beurs‘ in Antwerpen en ben flabbergasted door de jongheid, frisheid, prilheid van de aanwezigen. Het duwt en duwt me. Stuwt en stuwt me. Ik vind mijzelf en mijn pitch. Ik schrijf een e-boek waarin ik daadkrachtig en zelfverzekerd mijn ‘pitch’ formuleer en voel weer een enorme wolk van mensen die me steunen, dragen en sturen.

Ik ga op en neer als een jojo. Op één dag, in één uur kan mijn stemming omslaan van hemelse vreugde naar intens verdriet.

Na een lange zware dag gaat de zon onder op de autostrade tussen Antwerpen en mijn ontploft huis en komen de tranen weer doordat Sarah het nummer zingt dat op mijn eigen uitvaartplaylist staat. Wat een drama, wat een leed, wat een zwaarmoedigheid. Maar het lost wel iets op.

Doodmoe gooi ik mezelf op de zetel nadat ik thee met citroen zet en de kaarsjes aansteek. Wat een rollercoaster. Soms word ik moe van mezelf te zijn. Ik aarzel even tussen twijfel en zekerheid, tussen drama en gegrond zijn. Die gedachten die me zo aanvallen (je kan het niet, je bent niet goed genoeg, je bakt er niks van) wuif ik weg nadat ik de vraag krijg om op een boekvoorstelling te lezen.

Want er was iemand in diezelfde cursus die wél een boek schreef. Een boek dat ik proeflas een paar jaar geleden … een boek dat nu wordt uitgegeven door een echte uitgeverij. Wat waw is en prachtig en fantastisch. En ik mag dus op het persmoment lezen. Hemelse vreugde vliegt over het intens verdriet.

Wanneer ik naar het rustig water verlang, komen de baren automatisch.

Wat hou ik van de golven. Dank je wel Goethe.

Van goede wil ….

Misschien moet ik het wat nuanceren. Dat jaar zonder kleren moet eigenlijk zijn: het jaar zonder NIEUWE kleren. Of hoe een belofte aan jezelf soms in je gezicht ontploft.

Ik geef het toe: blote billen, plat op de buik, het hoofd gebogen: ik ben DOL op kleren kopen. Vooral schoenen, jassen en handtassen. Heerlijk is dat. Wandelen door een winkelwandelstraat, online snuisteren … Zalig, zalig, zalig.

Moet er iets gecompenseerd worden? Is het chocolade voor mijn brein? Tja, dat kan misschien wel maar daar geef ik niet om. Een vrouw moet iets. Een vrouw wil iets.

Kleren in mijn geval. (En plots gaat het door mijn hoofd: Krijg toch allemaal de klere. Maar dat is totaal niet van toepassing op wat ik hier wil zeggen.)

Aangezien ik van mening ben dat je niet alleen principes in je hoofd moet hebben maar er ook naar moet leven, maakte ik met mezelf de afspraak dat ik in 2022 geen kleren zou kopen. Dat las u misschien al elders hier.

Toen ik twee weken geleden in Antwerpen rondliep bleek dat de Meir dan een vrij gevaarlijke plek is. En dat de kleine boetiekjes me deden watertanden en me op mijn honger lieten zitten.

Doorbijten Iris, volhouden, tanden op elkaar en DOEN!

En toen ontdekte ik Vinted. Ja, ja, ik ben een laatbloeier. Ik kom een beetje achterna. Het was een echte ontdekking. Goedkoop, tweedehands. Ik maakte een uitglijer. In mijn hoofd: tweedehands is ok. Dat is al gemaakt. Dat is alleen maar slecht voor het milieu als het wordt weggegooid. Daar help je zelfs mee. Ja, ja, want zo red je een kledingstuk van het vuilbelt. Al het water dat werd gebruikt om dat te maken, is al verspild. Als jij die jurk of broek koopt, krijgt het een tweede leven. Goed toch? (Ja, ja die marketing van Vinted deed het helemaal goed).

Dus ik bestelde een jurk …. een paar schoenen …. een rok … nog een jurk … en was in totaal misschien 50 euro kwijt. Super toch! Goedkoop! Tweedehands! NIET NIEUW!

U begrijpt mijn verbijstering toen die dingen thuis werden geleverd. Want daar zitten dus WEL nieuwe dingen tussen. En zelfs van SCHEIN en PRIMARK.

Ik voelde een zware misselijkheid opkomen. In 2014 heb ik me gezworen nooit bij primark te kopen. Rank a brand zegt dat dat niet ok is. En bij Shein staat er: We avoid!

We avoid! IRIS! We avoid!!!! Neen dus! Ondergetekende trapte met twee maten éénenveertig in de achterdeuren die bij Vinted gebruikt worden. Want ze waren niet alleen van het verkeerde merk. Behalve de schoenen was alles NIEUW! NIEUW! Dus dat water is vergoten om mijn lijf en billen te sieren. En ja, dat mag versierd worden, liefst helemaal zelfs. Maar dus N.I.E.T. met van die flutmerken die niet eco-vriendelijk en mensenrechtenrespecterend zijn. DJU toch! DJU toch! KIEKEN!

Dus sussen we ons geweten maar met muziek die me terug brengt naar toen ik 18 en wereldverbeteraar was. Of misschien ben ik dat laatste nog steeds? Ja, ja, ja … ik wil nog steeds de wereld beter maken. Maar zoals het gezegde dat zegt: Begin bij jezelf. Bij deze dus…. bye bye vinted! Bye bye!

amai mijn hart …

Op mijn zeventiende werd er voor het eerst geopperd om medicijnen voor mijn hart te nemen. Hartritmestoornissen en benauwheden kwamen dikwijls voor en konden me plots overvallen. Soms dacht ik echt dat ik zou sterven…

De dokters probeerden allerlei geneesmiddelen en er werd lange tijd gezocht naar de juiste dosis. Niet gemakkelijk is dat. Ook niet voor mijn omgeving. Ik herinner me hoe een toenmalig lief sakkerde dat ik niet wist hoe moeilijk het was om samen te leven met een hartpatiënt. Wat voor miserie het allemaal was … En dat terwijl ik superhard mijn best deed om mee te lopen in het dagelijkse leven zonder dat mijn medemens last kon hebben van die aanvallen die opkwamen zonder enige voorspelbaarheid.

Ik wilde graag leven zonder medicamenten, zonder therapie, zonder maandelijkse of halfjaarlijkse controles. Uiteindelijk konden de anderen ook leven zonder hulpmiddelen. Waarom ik dan niet?

Sedert 2010 ben ik officieel hartpatiënt dus. Ik moet echt elke dag iets nemen om ervoor te zorgen dat ik geen hartstilstand ofzo krijg. Het woord defribillator is gevallen maar ik verzet me er nog wel tegen. Daarom dat ik regelmatig beslis om te stoppen. Geen pillen meer. Geen rommel in mijn lijf. Ik moet eerlijk toegeven dat dit op veel protest van mijn geliefden stuit. Ze dringen er echt op aan dat ik volhoud met alles.

En toch .. ik zou nog steeds graag geen medicijnen in mijn badkamer zien staan.

Euh ….

Voelde je iets opborrelen? Zo van: is die nu helemaal gek geworden? Als je iets aan je hart hebt, neem je daar toch medicijnen voor en ga je regelmatig naar de dokter!!! Je beslist niet op eigen houtje om op te houden met wat je helpt. Je omgeving zal nooit aandringen op zoiets ….

Voelde je dat? Dacht je dat? Vervang nu ‘hart’ en ‘hartpatiënt’ door ‘diabetes’, ‘hoge bloeddruk’, ‘ziekte van Crohn’ enzovoort. Noem me gelijk welke fysieke ziekte en iedereen is het erover eens dat je je daarvoor laat behandelen, controleren en dat je goed voor jezelf zorgt door medicijnen te nemen.

En verander nu dat woord door depressie, burn-out, … en plots worden de kaarten gedraaid. Dan is het blijkbaar wel belangrijk dat je medicijnen afbouwt of minder neemt of helemaal niet meer neemt … Het is ‘sterk’ wanneer iemand uit het dal krabbelt, het is ‘moedig’ wanneer iemand de medicijnen in de vuilbak gooit, je werkt pas hard aan jezelf als je ervoor zorgt dat niemand van je ‘ziekte’ afweet, dat je ziet dat je alles blijft doen zonder falen, zonder vallen …

Aan een hartpatiënt wordt ook niet gevraagd om een toertje van 3 kilometer te lopen … Aan mij werd regelmatig gevraagd of ik ging afbouwen … als je begrijpt wat ik bedoel. Mijn enige hartconditie is dat het regelmatig werd gebroken. Maar dat telt niet … of wel misschien?

Begrip … begrijp … begrepen … (horen, zien en praten!)

(naar aanleiding van het verhaal van Selah Sue. Straffe madame. In beide richtingen)

KomopiRis

Het verleden haalt me in, herhaalt zich, doet me struikelen.

Het verleden … ik kan dat goed. Mijn huis puilt uit van kaartjes, bloemen, strikjes, brieven, foto’s, prullen en allerlei spullen die me steeds herinneren aan iets … iets dat toen mooi, lief, fijn, warm, goed enzoverder was. Het zorgt ervoor dat ik veel stof verzamel. Stof tot nadenken. Stof dat opdwarrelt in het zonlicht en me verast euh … verrast.

Per jaar staat er een herinneringsdoos stof te verzamelen op mijn kleine zolder. Ik zit dit jaar aan mijn veertigste doos …

Mijn ouders hebben ook zo’n zolder. Maar dan in het groot. Deze vakantie krijg ik wekelijks een kartonnen doos waarin oude dagboeken zitten, klasagenda’s volgestickerd met plaatjes van Doe Maar en BondzonderNaam. Oude foto’s van mezelf in jongere en magerdere jaren, kiekjes met mijn eerste lief waarop ik ernstig en zeer verliefd in zijn ogen staar. Mijn moeder is van mening dat ze het ons ‘later’niet kan aandoen om die zolder leeg te maken. Ik verdenk haar er stiekem van dat ze alle geheimen laat verdwijnen. En stel me voor hoe zoonlief later mijn zolder ontruimt …

O jee, als ik daar aan denk … Mijn geheimen zouden eigenlijk geheim moeten blijven. Het zijn immers de mijne …

Het ergste is dat ik zo’n neiging niet enkel heb met spullen maar zelfs met planten … De grote buxusplant die mijn vava zorgvuldig verzorgde staat in de voortuin. Zijn bim-bam-klok bim bamt al jaren in mijn rode keuken.

Soms is dat vermoeiend, het verleden. Het klopt regelmatig aan de deur en ik heb niet altijd even veel zin om open te doen.

Vandaag viel het me op dat de buxus van vava echt kapot is. En de klok doet het al een half jaar niet meer. Ze hangt nu slechts als decoratie wat te hangen met zwartgekleurde koperen klepels. Mooi is ze niet, maar ik zag ze zo graag. Ook de struik die ik nog meenam vlak na de scheiding is stuk. De hittegolf zal zeker zijn deel gehad hebben in het definitieve vernietigingsproces maar ik herinner me dat er geen groene blaadjes kwamen in de nieuwe lente.

Misschien is het tijd om hen weg te doen. Misschien zegt mijn verleden wel dat het genoeg is geweest. Misschien moet ik me ontdoen van alle ballast.

En misschien, heel misschien moet ik mijn veertig herinneringsdozen nu al weg doen … zodat zoonlief later geen blog moet schrijven over de geheimen van het lange leven van zijn moeder. Misschien?

woordenvaniRis

Wanneer ik gecontacteerd word om te schrijven voor een afscheid, ervaar ik toch altijd wat kriebels. Ga ik het kunnen, vindt de familie dat ik bij hen pas, voel ik welke woorden juist uitdrukken wat zij voelen?

Het is een bepaalde vorm van spanning en soms wat onzekerheid. Er komt ook wat schroom bij kijken. Ik mag aanwezig zijn op een zeer tekenend, belangrijk moment in hun leven. Ze vertrouwen mij hun diepste gevoelens toe. En daarmee ga ik graag omzichtig aan het werk.

Toch heeft het ook te maken met mijn eigen twijfel. Ik ben daar eerlijk in. Het is niet omdat ik een vlotte pen kan hebben en zonder bedeesdheid spreek voor een publiek, dat ik geen zenuwen heb wanneer het eenmaal zo ver is. Het zorgt er soms zelfs voor dat ik denk: Misschien doe ik dit beter niet.

Maar na het gesprek van vandaag voelde ik het weer. De reden dat ik dit zo graag doe. De warmte die ik ervaar als ik terug naar huis rijd … de woorden springen over elkaar heen in mijn hoofd en mijn hart, de glimlach op mijn gezicht is zonnig en oprecht … Ja, dit is mijn ding, mijn flow, mijn … hoe je het ook noemt … Ik ben spreker bij afscheid. Hoe langer hoe meer. En dat is zo fijn!

Viva La Vida!

Het brengt me telkens voor drie seconden naar het verleden. Toen we met ons drieën naar muziekdocu’s keken en droomden om ontdekt te worden. En eigenlijk gewoon wat aanknoeiden in het te kleine repetitiekot waar ik steeds met mijn rug tegen de muur zat omdat het vol instrumenten stond en een zangeres niet echt gepland was.

Nadien vond ik weinig mensen waarmee ik over muziek praatte. Zoals ik erover wil praten, bedoel ik dan. Over gitaarriffs of drumsolo’s, over baslijnen en harmonie. Over studiowerk en songwriting. Waarbij we dan de videoband terugspoelden om het nóg een keer te beluisteren.

Ik besefte pas vijftien jaar later, toen ik in een echte studio stond, dat het allemaal ernstiger is dan je in zo’n docuserie ziet. De stress zette druk op mijn stem. Als leadzangerin was dat niet zo’n goed moment. Mijn hart bonste uit mijn keel, of misschien wel erin waardoor mijn stem niet zo stevig was als op andere ogenblikken. Realitycheck: ik werd nooit ontdekt. (giechel)

Het is in die oude woonkamer met de lelijke stoffen zetels dat het zaadje werd geplant. Waardoor ik een Bloem werd en besefte dat zingen een belangrijk onderdeel van mijn persoon is. Of was. Want niets is zo moeilijk als een band vinden waarbij iedereen in dezelfde richting denkt. Na een bandje of vier besef ik dat communicatie enorm belangrijk is. En respect. En humor. En eerlijkheid. Jup … vier dingen waarover ik meermaals struikelde. En hard viel. En weer opstond.

Vandaag geniet ik van de docu over Coldplay. Niet meteen een fan aan deze kant maar ik erken de ongelooflijke muzikaliteit van die band. Het is prachtig hoe ze over elkaar spreken en verwoorden dat ze een band van vijf man zijn. Hun manager hoort er gewoon bij.

Ik geniet. Muziek maken… ik mis het. Ik mis het zo. Lang leve het zingen. Lang leve het leven.

Er was niemand in huis. Tot zoonlief thuiskwam en met een grote verbazing merkte dat de luchter op de grond lag. De grote tienarmige kristallen luchter die ik erfde van mijn tante Maria. Iris-gepimpt met paarse en rode glazen druppels die in de verste verte niet in de buurt van echt kristal komen.

Hij hangt daar ondertussen al tien jaar. Boven mijn werkplek slash eetkamertafel. Te verstoffen en toch te blinken in al zijn uniekheid.

Het symbool van mijn eerste alleenvanmij-huis, van mijn villa Kakelbonthuis waar geen enkele deur aan twee kanten dezelfde kleur heeft, van mijn eigen ikknalgraag-drang. Symbool van Iris dus.

Je kan hieruit afleiden dat ik misschien toch voor het geluk geboren ben. Het zouden zware ziekenhuiskosten worden indien ik daar zat te werken. Kristal snijdt als een mes door je heen. De littekens zouden zich vermenigvuldigen op dat tweeënvijftigjarige lijf van mij.

Vandaag zit ik terug op mijn plekje en kijk ik toe hoe mijn papa en zoonlief de zware luchter omhoog hijsen. Met het nodige gemopper … het binnensmonds gemompel wordt luider naarmate ze zich versterkt voelen door hun gezamenlijke mening. Kristallen luchters passen in een kasteel, niet in een klein huis met beperkte grond.

Ik ben dat al gewend, dat gemopper. De dag dat mijn vader en ik elkaar begrijpen op interieurgebied wordt de nieuwe nationale feestdag. Als in … euh … nooit!

Vergenoegd kijk ik omhoog. Daar hangt hij weer. Dat vrijheidssymbool van mij. Wat gehavend maar mits een beetje kunst- en vliegwerk redelijk in orde. Net zoals ikzelf. Wat gammel met een glans van sleet erop. Nog steeds mooi, nog steeds glanzend op voorwaarde dat het licht juist is. Met uitgesproken condities wat zorg en onderhoud betreft.

Niemand ziet dat die ene druppel aan de achtste arm een stukje kwijt is. En dat de grote bol onderaan er niet meer hangt. Hij sneuvelde in de val maar krijgt een tweede leven op mijn tafel naast mijn computer. Door het zonlicht regenboogt hij zich op mijn papier. ‘Instant happiness’ zou een motivatiecoach zeggen.

Ik noem het ‘een dag uit het leven van Bloemiris’. Het geurt, groeit en kleurt. Amen.

*meligemodusaan* Wat is het fijn haar te zien. Live, intecht en techt. Ik bewonder haar. Zij is een durver. Wat zij onderneemt in haar leven … dan ben ik peanuts! Ze neemt me dikwijls mee in haar avonturen: zeilen met de boot, naar Zuid-Afrika reizen, links rijden met een linkse auto, een vzw oprichten, …. Mijn zoon zou zeggen: G. is een tank!

Ze is weer even in het land. We profiteren ervan om mekaar te zien en een dikke knuffel te geven. We babbelen honderduit. Elkaar in het echt zien is zo fijn. Veel fijner dan whatsappen of facetimen. Lang leve de technologie dat het kan. Ik geef het toe. Dertig jaar geleden hadden we het moeten doen met brieven en misschien 1 telefoontje per maand. Maar toch, maar toch …

Doordat ik het vandedakenschreeuwerigetype ben, schrijf ik dikwijls over hoe graag ik ze allemaal zie. Mijn friendjes. Blij dat ik ze heb. Blij dat ze er zijn. *meligemodusuit*

woordenvaniRis

Met kleine tere vleugels

zacht als zijde

nieuw als bloesem

wat aarzelend

wat weifelend

fladder je ons leven in.

De zon strooit haar stralen.

De vogels vergezellen je op je tocht.

Ons vlinderkind

Dankbaar omdat je kwam.

Intens verdrietig omdat je gaat.

Er is een groot gemis.

Omarmd door de troostende kracht

van immense liefde.

#vlinderkind #sprekerbijafscheid #woordenvaniRis #afscheid #persoonlijkafscheid