Daar zit je dan. In Cambridge Massachusetts. Met je zakdoek in je mond gepropt te snikken alsof je leven ervan afhangt.

We gingen dus naar de film in Boston. We aten eerst in een zeer chic visrestaurant. We renden door de Red Line, We manoeuvreerden tussen hoge bergen opgestapelde sneeuw langs voetpaden. We hijgden toen we bijna te laat de filmzaal binnendenderden.

Toen stopte alles en kwam ik tot rust. Diep ging ik. Zo diep. Met Moeke op mijn netvlies keek ik naar een sublieme, ronduit schitterende Julianne Moore. Wat een mooie vrouw. Wat een présence. Wat een …

Ik kon het niet houden. Wat een tsunami kwam er weer uit.

Ik drukte de zakdoek hard tegen mijn mond, probeerde mijn ademhaling te regelen en kronkelde van gène naar rechts waar een lege stoel soelaas bood.

Hij drukte zachtjes mijn hand maar deed ze weer snel weg.

De intensiteit verdween allang. Het was jaren geleden dat hij me zo zag.

Tijdens de aftiteling durfde ik niet te kijken. Hij snufte net zo luid als ik. We stonden recht toen de zaal bijna leeg was. Buitengekomen moest het eruit. Tegen zijn schouder aan huilde ik diep vanuit mijn onderbuik. “Kom op” zei hij.

Plots realiseerde ik me dat liefde kan verdwijnen. En dat dat niet erg is.

Het was goed.

(En ja, Julianne Moore mag van mij een oscar krijgen!!)

Omen Amen

Voortekens … soms geloof ik daarin. Dikwijls merk ik het pas wanneer er weer wat tijd en emoties overgingen. Dan was mijn aandacht te veel naar buiten gericht en te weinig naar binnen.

Vandaag was het zo’n dag dat ik het weer nodig had. Even naarbinnen kijken.

Het ouwe vorige ex-lief nodigde me uit om het andere continent te bezoeken. Boston, ik wou dat het kon.

Niet dus … Misschien vertrek ik morgenvroeg, misschien blijf ik thuis. Dan zijn er allerlei voorbereidingen gedaan. De zoon verblijft bij zijn vader in plaats van bij mij. Toen we dat regelden kwam er weer veel bitterheid en verdriet aan beide kanten naarboven omdat Boston indertijd echt niet kon toen. En nu nog altijd moeilijk ligt, zo bleek het.

Is het een voorteken? Dat het nu ook weer niet lukt?

Op het moment dat ik het me concreet afvraag, schiet mijn hele sociale netwerk in actie. Met de beste bedoeling, ja, dat geloof ik … “Gelukkig zit je nu niet in Frankfurt vast!” “Weet je wel zeker of je vlucht nu veranderd is?” “Weet je wel zeker dat je ook een vlucht Brussel – Frankfurt hebt?” “Kijk online even hoe het met de status van je vlucht gesteld is” “Klik even op de link die ik deelde op je fb-pagina.” “Bel even naar Lufhansa.” “Bel nadien terug of het in orde is.” “Ik zou een koffer nemen in plaats van een tas.” “Zie dat je proper ondergoed hebt in je handbagage” “Neem geen flesjes of tubes mee, dat houden ze toch bij”

Terwijl de ervaring me leerde dat ik dan even gas moet terugnemen, zit ik ook als een gek op fb te posten hoe ver het staat, hang ik een half uur in de wacht bij Lufthansa Brussels, maan ik zoonlief aan om dat verdomde luide geluid van zijn Wii stil te zetten, kijk ik een marathon The Graham Norton show, speel ik Farmville en drink ik latte tegen de sterren op.

Net wanneer ik voel dat ik ga gillen … is er de innerlijke iris die me bij de kraag grijpt en zegt: “ERUIT!”

Ik gooi mezelf de fiets op en trap als een bezetene richting …
tja, richting waar?

Eerst richting de bakker … ik verwen mezelf met een mokka soesje in een papieren zakje. Dat steek ik in mijn bloemetjesfietszak en dan trap ik terug weer aan een gestaag tempo.

Richting Moeke. Ik traan even voor haar graf, ga op het naburige bankje zitten en eet mijn soesje op. Mijn ogen dicht tegen de stralende zon. Luisteren naar de vogels, Luisteren naar de verre eenzame auto die voorbijtuft.

Ik adem. In. uit. In. Uit.

Een last glijdt van me af. Ik piep tussen mijn wimpers en zie een wit konijn aan de rand van de begraafplaats. Het wipt tussen het graf van Moeke en haar buurvrouw door. Terwijl ik mijn adem inhoud, kijkt het even achterom. Waarschijnlijk is het inbeelding maar ik voel hoe we heel kort oogcontact maken. Weg is het.

Was ik even Alice? Neen, het konijn had geen hoed op en stond niet op zijn achterste poten. Ik ben Iris. Bloem.

Ik adem. In. Uit. In. Uit.

Zucht ….

Wanneer ik langzaam richting fiets wandel, komt J.langs. Hij knikt en herkent me even niet. 30 jaar en zoveel rimpels later. Ik glimlach en noem zijn naam. We wandelen beiden verder, langs elkaar heen. Mijn hart roert zich even. Niet voor hem maar voor wie ik voor hem was, wat ik betekende. Ik beantwoordde zijn gevoelens niet en hij weende toen. De eerste jongen die ik zag wenen omdat ik hem afwees. Tevens ook de laatste om die reden want, wat ik toen niet wist, later zou ik degene zijn die zou wenen.

Toch blijf ik glimlachen en voel ik me warm worden.

Ooit werd ik graag gezien. En dat zou eigenlijk nooit meer ophouden. De liefde zou veranderen en ik zou volwassen worden. Met een licht bitter kantje dat af en toe zeer scherp kan zijn. Zoals vandaag.

Het scherp is van de snee. Ik kan weer verder. Dank je J. Dank je Moeke. Dank je, konijn.

En bij die laatste gedachte glimlach ik luider dan ooit.

Passop

Soms worden dingen die je denkt, voelt, schrijft tegen je gebruikt.

Een blog is publiek en bij sommigen algemeen goed.

Dat snoert me de mond.

Dat deed het al eerder.

We zouden afspraken kunnen maken. De anderen erop wijzen dat wat hier zwart op roze staat enkel in mijn hoofd bestaat. Dat ik mag schrijven wat ik wil, denk, voel en meemaak.  Dat ik enkel vanuit mijn eigen gevoel praat en dat iedereen die zich gekwetst voelt door wat ik schrijf me daar altijd op mag wijzen. Dat het hier mijn plek is. Enkel de mijne.

In het huidige klimaat wordt dat plots in discussie gesteld.

Het deed me denken, voelen en schrijven.

Ik hou mijn mond niet meer. Want wat in het groot gebeurt, is in het klein peanuts. Mijn blog is slechts eentje in de grote oceaan van woorden op wordpress. Wat ik schrijf is slechts een waterdruppeltje. Maar vele waterdruppels maken één grote waterplas. En ik zwem daar graag in mee.

Begrijpt u dat? Ook u daar, die mijn woorden tegen me gebruikt in het dagelijkse leven?

Ha Eks

gedicht aan haar die onder mijn oude lakens ligt

mijn oude servies gebruikt

mijn oude leven lijdt

ze is niet nieuw

ze is oud nieuws

met oud haar

oude gewoonten

nieuw zeer

houdt

van oud

en

spreken is zilver

zwijgen is goud

ik verzilver mijn nieuw

gouden goed

goed?

Woensdagavond was ik wat ijdel. Misschien zelfs een beetje verwaand …

Ik keek naar hem en herinnerde me hoe hij zijn armen om me heen sloeg en luidop snikkend zei: Ik zal je zo missen, juf.

Toen was hij 11.

Nu is hij 24 en danst hij. De ziel uit zijn mooie lichaam.

Ik zag het in hem. Toen. En zeker nu.

Wat ben ik soms blij met oudleerlingen.

Steeds hoop ik dat ik een kleine bijdrage was. Tot het groeien en het bloeien en helemaal jezelf zijn. Hopelijk kon ik het voorleven.

Wat ben ik trots …

Alle goeds

Ik hoop dat u merkte dat het jeremiëren en jammeren minderde.

Dat de ex (eindelijk) voorgoed geklasseerd werd in het vakje ‘verleden’.

Dat er geen dag voorbij gaat dat ik niet minstens 1 keer denk: “Dit leven is goed!”

En dat ik zelfs op regelmatige basis voel: “Dit leven is beter.”

Vandaag mocht ik getuige zijn van een prachtig ritueel. Iets dat me blij maakte dat ik koos voor mezelf en de vrede, de rust en de stilte. Mijn leven is niet druk meer, ik heb trouwens geen geld meer om naar restaurants en grote feesten te gaan. Om regelmatig een nieuwe garderobe aan te schaffen en om in de Colruyt elke maand voor 800 euro boodschappen te doen.

Ik woon niet langer in een groot huis met een gigantische tuin waardoor ik mijn buren niet kende. Ik rij met een kleine auto en nog veel meer met de fiets wegens zuiniger en milieuvriendelijker.

Er is geen drukte meer rond vrienden die dan geen vrienden blijken te zijn.Het gemis van wat werkelijk telde was er lang voor de eigenlijke scheiding.

Vanavond stond ik achter een microfoon en somde ik ietwat plechtstatig een lange lijst namen op. Bij elke naam kwam er een familielid naar voor om het kristal met de naam van zijn/haar geliefde in de prachtige sterretjesboom te hangen. Er weerklonk zachte harpmuziek, traanden een paar ogen en er rustte de stilte over de zaal.

Sedert twee maanden begeleid ik mensen bij het afscheid van hun geliefden. Bij het Huis van de Mens vond ik een thuis van fijne mensen die me waarderen en me leren hoe ik anderen kan helpen om dat afscheid mooi en sereen te maken.

Ik traande ook. Bij het horen van de tekst uit het boek “I.M.” van Connie Palmen, bij het fragment uit “Tonio” van A.F. Th. van der Heijden …

Het moment was mooi.

Nadien huilde ik twintig kilometer verdriet over verlies uit mijn systeem. Alles kwam eruit. Moeke, het verleden, mijn gevonden en verloren vriendschappen, compleet melancholisch snotterde ik twee zakdoeken vol. Onhoudbaar, niet te stoppen …

Het deed deugd. Omdat het er weeral even zat. Soms kan ik dat zo hebben. Soms ben ik een bleiter. Nen janker.

5:00 u. Ik zit aan mijn computer. Over drie uur moet ik wakker worden en opstaan maar mijn lijf ligt dus duidelijk voor op schema. Het oefent. Het oefent tranen.

Ik herlees de teksten die ik schreef voor de viering in de kerk. Kerken zijn niet meteen mijn habitat. Ik word meteen mijn puberteit ingesleurd en krijg haast een indigestie van de ‘schijn’heiligheid die ik mocht ervaren met leden van de katholieke kerk.

En toch … deze keer haalde ik mijn beste bijbelkennis naar boven. Ik schrok ervan hoeveel er nog steeds aanwezig is in dit lijf van mij.

Ik doe dat voor haar. Mijn moeke.

Zeer religieus. Zeer gelovig. Met als tweede habitat die kerk waar ik straks zal spreken.

Er kunnen geen twee overtuigingen zijn die zo ver van elkaar liggen. Toch voelde ik me altijd heel verbonden met haar. Haar huis was mijn tweede thuis. Elke dag wanneer ik mijn rolluiken omhoog doe zie ik het.

Dan denk ik aan haar. Niet zoveel als ik de afgelopen week deed. Maar wel elke dag heel even.

Ik zal haar missen en alles wat ze voor me betekende. En ja, ik ken de zinsnede “Bewaar de goede herinneringen, ze zal altijd bij je zijn.” zeer goed.

Maar vandaag heb ik daar even niks aan. Want mijn lijf oefent verdriet. Het oefent tranen.