“She might’ve let you hold her hand in school
But I’m a show you how to graduate”

“See anybody could be good to you,
You need a bad girl to blow your mind”

De woorden wandelen uit zijn mond alsof ze er vanzelf in terecht kwamen.Ik  zing wat fonetisch mee. Hij kent de totale tekst met de nodige handgebaren en uitdrukkingen.Tekst kennen = tekst begrijpen. Mijn wenkbrauwen gaan twee centimeter hoger en hij lacht met mijn gezicht.

We hernemen het couplet uit volle borst. Eén hand aan het stuur, één hand wat arrogant trendy girly-achtig in de lucht.

We rijden onze straat in maar ik rij voorbij ons huis. Bij zijn verbaasde blik zeg ik: “A ja, éérst …”Hij maakt de zin voor me af: “moet het liedje gedaan zijn.”

We krijgen de slappe lach en ik stop toch maar eventjes aan de kant. Even alles veilig stellen.

Giechelend draai ik terug de weg op en rij richting thuis.

Hij geeft me een dikke zoen en zegt: “Gekke mama!”

Ik heb een toffe zoon!

 

 

Friendschip

 

1:53:22

De Iphone verraadt het babbeluur. Bijna TWEE uur!!

Ik kan het nog. Lang bellen. Semmelen. Sjauwelen.

En wat voelt het, lekker ouderwets, heerlijk aan.

Onze twintigjarige vriendschap kende een onderbreking van ongeveer vijf jaar. Roddelende, manipulatieve mensen wringen soms de nek om. Het zorgde voor verwijdering en leegte. Radiostilte in het kwadraat.

Gelukkig waren we niet gestikt, slechts bewusteloos. En zaten we al snel terug op dezelfde golflengte.

Toch blijft het soms een beetje ‘lopen op eierschalen’. We dansen niet meer om elkaar heen, maar het juiste ritme vraagt af en toe nog wat ruimte.

We checken effe af. En creëren we nadien weer verder.

Want zij schrijft fantastisch goed en ik kan zingen.:)

 

Teken van de tijd

En dan gaat Prince dood.

En dan gebeurt wat ge al vijf jaar vermijdt: liedjes. Liedjes van Princen en prinsessen. Van het mooiste meisje van de wereld (waarbij hij zijn neus tegen uw hals vlijde). Van de eeuwwisseling (die een bron van ergernis bleef wegens te veel overuren en te weinig tijd voor iets anders) Van lachen en onnozel doen. (Met het kussen in de rug). Van passie en felheid.

Liedjes die zelfs zoonlief wegdraait in de auto. “Dat wil je niet meer horen, hee mama?” zei hij toen hij acht was. Nu verpinkt hij niets meer en draait alleen nog.

Ik wentel het allemaal weg: Bryan Ferry, Phil Collins, Prince … Het is eeuwen geleden dat hun deuntjes mijn hart beroerden.

Gelukkig zijn die mannen oud (en nu dood dus). Nieuwe nummers brachten ze al eeuwen niet meer uit. (Volgens de die-hards waarschijnlijk wel, maar ik zou het zelf niet weten.)

Het is een onderhuidse fistel. Dat gevoel. Het blijft een mysterie. Net als zijn purpere hoogheid zelve.

En dan leest het vriendje de titel en zegt: Er is een tang voor teken, hee…

Ik glimlach en verwonder me.

Even anders kijken en dan …

Dan gebeurt het niet meer.

 

ver-slaaf-ing

45 ongelezen berichten op facebook. Mijn phone vertelt me dat met het gemak van een dealer.

Ik noem mezelf soms wel eens the queen of facebook. Niet omdat er adellijk bloed door mijn aderen stroomt. Ook niet omdat ik koninklijke ambities heb. En het is zelfs geen zwaar geval van megalomanitis.

Facebook is mijn dikke vriendin. Ik post alle dagen. Minstens vijf updates. Minstens 1 foto. Af en toe een evenement. En reageren doe ik ook.

Je kan spreken van een verslaving. Ja, ik geef dat toe.

Deze week bespreken we in de klas wat een verslaving is. We praten over alcohol, tabak, computer en drugs. De politieagent van dienst komt over de wettelijke zaken vertellen. Ervaringsdeskundige praat over de emotionele, relationele, financiële kant …

“Ik ga NOOIT roken of drinken of drugs doen, juf!”

Ik bekijk dat soms een beetje meewarig. Van een aantal kinderen kan ik in het zesde leerjaar al zeggen dat ze  hun goede voornemens een paar jaar later in de prullenmand laten verdwijnen. Jammer genoeg kwam een aantal van mijn voorspellingen uit.

Leerling van bijna 14 is al zwaar verslaafd. Met politie en inbreken en alles erop en eraan. Ik troost de moeder terwijl ze haar verhaal doet. Het breekt mijn hart.

Wat een groot verdriet. Wat een ellende.Ik wist het al wel maar heb het toen slechts zijdelings vermeld. Ik voel me schuldig. En mede-verantwoordelijk.

“Ik ga NOOIT drugs doen, juf!”

We ondertekenen met de hele klas een “voornemen van de eerste rookvrije generatie”. Ik vertel hen dat ze me mogen komen bezoeken als ze op hun zeventiende nog steeds niet rookten. Juf Iris trakteert met een dame blanche. En dikke duimen.

“Ik ga NOOIT drinken, juf, dat is vies.”

Terwijl er eentje luidkeels haar handen opsteekt wanneer ik haar uitdaag om een week niet op facebook te zitten.

“Dat kan ik niet, juf, dat kan ik echt niet.”

Ik steun en doe mee. Vijf dagen niet op fb. Pffff …

Liefde van vroeger ..

Het voordeel van zes jaar uit elkaar zijn is dat ik nu echt kan zeggen dat ik over hem ben. Dat heeft me toch wel zeker vijf jaar gekost. Daar heb ik hard aan gewerkt. En hij heeft (onbedoeld) een heleboel dingen gedaan waardoor het nóg minder moeilijk werd.

Het nadeel is dat ik nu veel objectiever kan terugkijken naar die relatie, dat leven. En dat ik dan toch weer even heel subjectief in mijn emotie wordt gedrukt.

Door het blogje van begin deze week kwam ik weer terecht bij Martika.

Ik was het vergeten. Helemaal uit mijn hoofd en hart verdwenen. Door alle zwartigheid van scheiden en niet meer samen zijn overspoelt.

Dit was één van de nummers die we op zondagmiddag samen zongen in de woonkamer. Hij aan de piano en ik natuurlijk luidkeels kwelen. Mijn hand op zijn schouder, mijn blik op zijn handen.

Ik geloof nu weer terug dat hij me toen graag gezien heeft. Dat kon ik lezen in zijn ogen wanneer ik zong. Ik was het vergeten maar ik weet het nu weer. Hij hield van mij.

Wat nadien kwam was pure haat en wreedheid. Ik werd letterlijk en figuurlijk helemaal dooreengeschud. Tot mijn hoofd en mijn benen niet meer bij elkaar hoorden. Zo hard dat ik niet meer wist waar boven of onder was. Ook dat durf ik nu al te vertellen. Het zal voor altijd littekens nalaten. Ik ben er een beetje stuk door.

Maar dit liedje is een hoogtepunt van de liefde van mijn leven. Die hij altijd wel zal blijven. En voor hem ben ik dat ook. Het doet me deugd dat te kunnen zeggen en denken en voelen.

Zo’n liefde komt maar één keer. Wat nadien komt, is ook liefde. Een andere soort. Zachter en milder. Geruster en trager. Veiliger ook. Geen reden tot angst voor kwetsuren of rammelingen. Minder heftig en intens. Maar ook mooi. Ook de moeite waard.

Maar nooit meer hetzelfde.

En voor het eerst sinds die tijd kan ik zeggen: Gelukkig maar!

 

On-rede-lijk

De bel gaat. Hard. Lang. Luid.

Ik schiet uit mijn bed. Half 8. O jee!

Snel mijn badjas aan en op mijn blote voeten naar de deur. Ik weet al wie er voor staat. De dakmeneer. Met een grote vrachtwagen en werkman.

Terwijl ik de trap afdonder, mompel ik een aantal woorden en zinnen waar de dakmeneer van zou gaan blozen.En dat doet hij effectief ook wanneer ik in mijn prachtige (ahum) pas-uit-bed-look de deur openruk.

Ik ben daar niet goed in. Verbouwen en toestanden. Ik wil het altijd meteen af. Niet dat gedoe van bespreken, vergelijken, weer bespreken, beslissen, laten uitvoeren. Niet de hele rimram van niet thuis zijn in uw eigen huis, van koffie met of zonder melk, van opruimen want ‘je moet toch een goede eerste indruk maken’. Jakkes!

Is dat ongeduld of gewoonweg werk-allergisch ?

Ik weet het niet goed.

Wat ik wel weet is dat ik deze week al uren aan het schrijven ben aan de afscheidsdienst voor de moeder van de vader van het beste vriendje van de zoon. (Kan u nog volgen?)

Ik zit drie uur bij de familie te luisteren naar de verhalen over hun moeder, vrouw, schoonmoeder … Ik merk hoe de mensen lachen door hun tranen heen.

Ik schrijf en mail. Mail en schrijf. Spreek af en voer uit. Ik doe dat graag. Dat geeft mij voldoening. Dat ik iets kan betekenen voor mensen op een moeilijk moment in hun leven. Daar steek ik tijd in. Daar laat ik mijn huis-werk voor staan.

Het is niet dat ik belangrijk ben. Neen, versta me niet verkeerd. Ik wil gewoonweg mensen mee dragen en steunen in hun verdriet over het plotse afscheid. Als ik er voor kan zorgen, dat de last wat lichter wordt … dan doe ik dat graag.

Ik wil graag het dak boven hun hoofd zijn, de melk in hun koffie …

Zou de dakmeneer misschien wel op dezelfde manier denken over zijn dak-maken? Wie weet?!

(Geheel tussen haakjes en terzijde … de vader belde tijdens zijn legerdienst met de moeder en zette dan dit liedje op … romantiek op zeventig .. das schoon!)

Ver-dom-me

Mijn huis werd gebouwd in 1977. Door mijn grootvader, vader en nonkel.

Het staat als een huis dus. Stevig en sterk.

Het was heerlijk toen ik het mocht kopen van mijn grootouders. Een huis waar de familie altijd in woonde, werd nu het mijne. Ik was fier. En gelukkig. Een ware buitenkans was het.

Het gevolg van die koop (alleenstaand en moeder) was dat ik de buikriem regelmatig moest aansnoeren. Na jaren een leventje van prinses op de erwt werd het een harde levensles. Nog maar eens fier zijn toen bleek dat ik het kon. Ik haalde het. Er is veel goedkoop en gratis. Ook leuke dingen.

Vorige winter werd het me echter duidelijk. Je hebt nu eenmaal veel geld nodig wil je je oude huis een beetje opknappen.En men moet eerst gaan voor niet-zichtbare restauraties.

Ik liet de zoldervloer isoleren.

Toen ik de papieren voor de premie wilde invullen, bleek dat mijn dak te licht geïsoleerd was. Geen recht op premie toen. Verdomme!

Nadat ik voor de -tigste keer de lades uit mijn keuken liet vallen (ik stond letterlijk met het frontje in mijn handen terwijl de schuif er nog inzat), kregen mijn ouders medelijden met me en mocht ik van hen een keuken kiezen. Een echte grotemensenkeuken met duurzame lades en toestellen. Zelfs een afwasmachine mocht erbij. (Wat ik zalig vind na vijf jaar afwassen).

Ik kreeg zelfs een korting van 3000 euro als ik instemde met een reclamebord voor mijn deur en een melding in het reclameblaadje en website. Enkel mijn familienaam zou gebruikt worden en geen foto’s van mezelf of mijn huis.

Waw! Waw! Waw!

De eerste barstjes in het glimmende imago van mijn keukenbouwer kwamen er toen de binnenhuisarchitect langskwam. Hij was het reclamebordje vergeten (wat ik op zich niet erg vind) maar hij ging de afwerking ook met mdf doen. Normaal gezien geloof ik alles wat men mij wijsmaakt maar gelukkig was mijn papa ook in de buurt. Om een lang verhaal korte te maken (alsof dat nu nog kan): papa was niet akkoord met binnenhuisarchitect.

Nieuw gesprek met de leuke Nederlandse verkoper. Alles werd geregeld.

De werken gingen verder. Ik ging voor de totaalaanpak. Nieuwe electriciteit, nieuwe vloer, nieuwe ramen en deur, nieuwe tegels … nieuw nieuw nieuw. Als in “gebouwd in 2016”.

Het verliep vlotter dan verwacht maar toch kampeer ik al sinds januari in mijn woonkamer.

Vandaag krijg ik de mailding dat mijn keuken pas midden juni zal komen.

Ik vergat namelijk mijn voorschot te betalen.

Kan dat? Kan dat? Kan dat?

Ja … dat kan.

Verdomme toch!