Hij is geen wuiver. Die zoon van mij.

Even zijn hand omhoog, het stuur grijpen en hardvoetig zich een weg banen door de donkere ochtendlucht. Niet meer omkijken maar rechtstreeks hart en hoofd richting examens.

Ik knijp mijn vestje dicht rondom mijn hals. Het is koud. Binnen voel ik warm. Ik word er wat weemoedig van. Hem nakijken tot zijn coole fluowinterjas een kleine oranje stip wordt die de hoek omslaat. Nog even blijven staan. Het moment voelen, zuchten en dan weer binnengaan.

Hij keek niet meer achterom. Hij is geen wuiver. Die zoon van mij.

Dat is goed. Hij moet te dikwijls afscheid nemen om een wuifgewoonte aan te kweken.

Maar wel gek. Zowel zijn vader als ik zijn hartstochtelijke wuivers. Handjes omhoog. Glimlachen en blijven zwaaien. Aantonen dat je het fijn vond om bij de andere te zijn. Laten merken dat je hem zal missen. Dat je verlangt naar een weerzien. Dat afscheid nemen altijd gepaard gaat met een beetje sterven.

Gisterenavond reed ik weg. Ik lachte en stak mijn hand door de ruit van mijn wagen. Gewuifd tot aan het einde van de straat. Terwijl ik weet dat hij op de rug van zijn vader allang binnen is.

Tranen voelen opkomen. Weten dat het weekend weer te lang zal duren. Dat ik hem pas weer zie op maandag wanneer hij uit school komt en snel even zijn moeder komt knuffelen voor hij naar zijn vader fietst.

Het is fijn wanneer hij bij me is. Ik mis hem altijd zo. Ik verlang naar het weerzien. Ik sterf elke week een beetje.

Ik ben een wuiver.

Paying it forward

Groen en blauw en geel word ik er van. Motivating toestanden enzo.

What doesn’t kill you makes you stronger. En consoorten.

Dan vraag ik me telkens af: O, dus als je er ‘dood’ van gaat, ben je dan¬†zwakker?

Mensen die niet meer rechtkomen na een slag, ik ken ze. Soms ben ik ze.

Zaterdagochtend:

Ik lig in de stoel met mijn voeten omhoog en mijn zicht naar het plafond. Ik vertel, ze luistert. En andersom. Al bijna 25 jaar doen we dat. De stoel is voor mij, de wax is voor haar. Ze doet me pijn maar ik voel me achteraf altijd fantastisch wanneer ik in de spiegel kijk. We deelden al veel lief en leed. Ze kent mijn leven als geen ander.

En toch zijn we geen vrienden. Ik huil niet wanneer ik bij haar ben. Ik lach veel. Een lach die borrelt van diep down under.

Ze vertelt:

Vriend van 52. Kanker. Klant van 50. Kanker. Andere klant van 48. Kanker. Palliatief. Chemo.

Het woord valt veel de laatste tijd. Lagere school vriendinnetje van lang lang geleden. Helemaal vol. Met kanker. Niet meer te genezen. Kind van 13 en 15. Gescheiden. Alleen.

Wat doe je dan? Het is en blijft mijn grootste angst. Ooit ernstig ziek worden en alleen zijn.

We praten:

Wat zeg je dan? vraagt ze. Wat schrijf je dan?

Dan, met monkelende lach: Wil jij nog eens iets schrijven?

Ik lach weer. Natuurlijk wil ik dat.

De tekst die ik maak is op zijn Bloems. Maar iets minder bombastisch. Ook steeds van diep down under. Ze is blij.

En wanneer ik buiten ga, ben ik de ook blije bezitter van 20 staaltjes. Shiseido. Voor de rijpere vrouw.

Zo doen we dat. Zij waxt. Ik schrijf. Ik koop een creempje. Zij geeft me veel staaltjes.

What you give, is what you get. Of zoiets.

Ze zegt het zo schoon …

Bravoure, het is me niet vreemd. Kin omhoog, glimlach vastgebeiteld. Bonzend hart dat bijna pijn doet.

Mijn ratio staat niet altijd in hetzelfde netwerk als mijn ziel. Ik weet het zo goed. Tijd heelt. En dat is ook echtentechtig zo!

Geloof me … tijd heelt.

En toch …

Het ontbreekt me aan geduld. Ik wil graag NU alles in orde hebben. NU onverschillig worden voor wat me al jaren kwelt en pijn doet.

En het mindert …

Geloof me … het mindert.

Maar af en toe is er een lied, een lach, een grap, een ogenblik en ik word meteen gekatapulteerd naar een tijd die toen mooi en zorgeloos. was. Een tijd die nu niet meer is en nooit meer zal zijn.

Adele zegt het zo schoon.

Dat wat zij zegt dus …

Geloof me … ik heel.

Racine … geworteld

Het is belachelijk.

Het is niet nodig.

Ik zag spoken. Ik overdreef …

Kan een mens zichzelf zoveel angst aan praten?

Er komen nog steeds tranen wanneer de boodschap moet gezegd en het nog niet is.

Als het dan gebeurt, is er een schrap-zetting van jewelste.

Die helpt.

Die schermt.

Maar het hart bonst zich een baan tot in mijn hoofd.

Gelukkig dat mijn ziel niet meer meedoet.

Die is heler dan hij, in alle angst, ooit was.

De wortels zitten er nog.

De kleine wortelharen groeien nog maar worden minder gevoed dan vroeger.

Ooit …

Hoe ik toch nog veel ‘ja’zeg …

terwijl die eeuwige ja zich allang liet verJAgen.

Hoe ik toch nog glimlach

en meeJA ga in de JA.

Hoe een ‘doemme’ zich opdringt

en verwijt weer de kop opsteekt.

Ik ben nu eenmaal een sucker for love

een kneus, een sukkel …

Mijn eens gezegde niet meer eensgezinde JA

Even glim ik ‘ja’ en voel ik diep in de onderbuik de ‘neen’ leven,

wortels hechten zich aan mijn

zielsverwante ‘neen’ ..

Deze week gaf ik een andere ‘ja’

aan een waardevolle JA-ger

die met mildheid

mijn hart zonder pijl erdoor

cupidogewijs

doet bonzen.

De ene ‘ja’ is de andere niet

meer.

Flash …

Plots voel ik weer hoe ik boos kan worden.

Hoe hij me voor blok zet, geen rekening houdt met mijn plannen of agenda. Zelfs integendeel, mijn agenda regelt in mijn plaats. En boos dat ik daar van word.

Maar ik zeg telkens ‘ja’ en ‘ok’ en ‘geen probleem’.

Dat is dan mijn eigen schuld zeker?

Praaivesie

“Hallo iris, ik zit hier met jouw dak voor me en ik merk dat je leien hebt”

Mijn wenkbrauwen gaan even de noordelijke richting uit. Euh… met mijn dak voor je zitten???

Wanneer ik verder luister, verneem ik dat het gaat over mijn groepsinschrijving voor zonnepanelen. Sedert ik in september via een groepsinschrijving bij de huidige goedkoopste energieleverancier belandde, interesseert het me wel, die groepsaankopen.

Voor de lol schreef ik me in voor zonnepanelen. Ik kan dat namelijk helemaal niet betalen. (Dat is waar het woordje lol is toegevoegd). Ik wou gewoon eens weten hoeveel het me mogelijkerwijze zou kosten.

“Ik weet niet hoe oud uw woning is maar leien van voor 1995 zijn waarschijnlijk asbesthoudend.”

Ik knik en maak een aanmoedigend geluid. Ze heeft een sympathieke stem en vervolgt vlot.

“Ik zal u een mailtje sturen en dan kan u me het exacte verbruik mailen.”

Na een ‘dankuvoordeinformatie’ leg ik op en neem ik mijn boek weer op.

Even later valt het ‘frankje’. Via googlemaps zoeken ze dus mijn adres op en kunnen ze mijn huis bekijken. Aan de hand van die beelden zien ze dat ik een leien dak heb, dat ik een halfopen bebouwing bezit enzovoort …

Het voelt een beetje eng. Hoewel ik natuurlijk al lang en breed merkte dat mijn leven op het internet nog weinig geheimen lijkt te bevatten … toch voelt dit weer een beetje raar aan.

Raar?Raar!