Ziel-ig

Alleen ziek zijn is zielig. Mijn lakens moeten verschoond worden omdat ik zweet alsof ik in een heet bad lig. Dat ik trouwens ook voor mezelf moeten laten vollopen. Zonder eucalyptus want dat vergat ik in huis te halen en er is niemand die dat instant voor me doet.

Kreunend en steunend hijs ik me een losse kledij (want een jeans is zo pijnlijk met een pijnlijke buik) en rij ik auto-gewijs naar de de Albert Heijn voor broodjes want morgen wil ik echt wel terug gaan werken.

Lang leve de online doktersafspraken die een telefoontje overbodig maken. Lang leve de online agenda’s die ervoor zorgen dat mijn collega’s weten wat ik van plan was met mijn leerlingen vandaag. Voor wie ik me ook onmisbaar voel want ocharme de dutskes.

Wat voel ik me zielig. Ik wil een kopje warme thee met citroen dat ik niet zelf moet maken. Ik wil een hand die mijn rug streelt en me langzaam in slaap wiegt. Ik wil warmte die niet afkomstig is van een warmwaterkruik mét neppelsje (lees dat woord eens tien keer na elkaar).

Gelukkig is er Alicja met haar prachtige programma. Ideaal om te kijken met koortsig hoofd en zakdoekenneus. De kat spint zich tegen mijn buik en knort me de gezelligheid in. Ik ontspan. Ik word ziek. Ik ben het al.

 

Advertisements

The rhythm is gonna get you.

” Tussen 10 en 12″, zegt ze. Inwendig frons ik even. Terwijl zoonlief in de lagere school bij zijn toenmalige vriendje nog minstens een hele dag (na logeerpartij) bleef hangen, is het ritme in het middelbaar duidelijk anders.

Ik lach hartelijk en knik. “Das goed”. Weer wat bij geleerd.

Zoonlief gaat quizzen met zijn huidige beste vriend. Dat duurt tot 12  uur. Zoonlief blijft bijgevolg slapen. Hijzelf denkt dat hij nog wat kan hangen bij zijn vriend. Ik weet dat hij tussen tien en twaalf moet ‘hangen’ met zijn moeder. Zelfs schoenen gaan kopen, tot overmaat van ramp.

Ik stel me zoonlief’s gezicht voor terwijl ik hem straks ga halen. Dat gaat niet goed zijn.

Ai! Dat ritme moeten we nog leren.

De wissel

Vrijdagavond. Eerste avond van eerste schooldag. Zoonlief is een tevreden puber die honderduit vertelt over zijn nieuwe klas. Niet meteen zijn gewoonte. Mijn kind kan in rij staan voor de oscar voor meest gesloten persoon. Na ondergetekende.

Om 8 uur kom ik terug het huis binnen. Na een leuk gesprek met veel gelach bij zijn vader. Ook qua humor zitten we nog steeds op dezelfde lijn.

Het huis is proper. Wegens nieuwe schooljaar kwamen mijn ouders weer poetsen. Wat ik heerlijk vind. Zo proper en opgeruimd krijg ik het nooit.

Ik schenk mezelf een laatste glas gekregen champagne in. De fles was aangebroken bij het bezoek van het nichtje met kindje. Wat weer veel te lang geleden was en dus des te fijner.

De kat kruipt op schoot. Ik steek de ‘gezellige’ lichtjes aan. Ik geniet van ‘Maigret’, een nieuwe reeks op canvas. Mister Bean in betere doen. Wat een goed acteur is hij.

Ik ga een beetje te laat maar nog net op vrijdag naar bed en val in slaap bij mijn favoriete meditatie-app Stop Breathe Think.

Bij het vanzelf wakker worden realiseer ik me dat een fijne nachtrust goud waard is.

Ik scharrel wat rond en besluit om de Happinez uit te lezen met een latte in de veranda in de zetel die ik erfde van mijn grootmoeder met het voetenbankje van mijn grootvader.

Optimistisch besluit ik dat het mooie kleedje aan de kleerkast me nog wel zal passen na een vadsige zomer vol wijn en aperitiefhapjes.

Het past.

Wat een evenwichtig gevoel. Wat een rust en vrede. Wat een heerlijkheid.

En dan krijg ik een cadeautje.

Van de kat. Die moest ook wat heerlijkheid. BAH!21191940_10155811774375362_1404218133304369116_n

“Wij staan hier te knuffelen op straat, mama!”

Hij zegt het met een mengeling van humor en gène.

“Knuffelen op straat, dat kunnen wij hee zoon!”

En dan gooi ik er quasi-stoer nog een Engelse zin achter met cool handgebaar. “We’re into that”. Ik zwaai met mijn armen. Mijn handen maken een stoere stopbeweging. Enkel duim, wijsvinger en pink in de lucht.

Lachend doet hij me na en zegt “Yes”.

En dan geeft hij me met zijn linkerhand drie klopjes op de schouder.

Laat  nu net dat gebaar mijn stoere, cool, ik-ben-een-hippe-moeder-gevoel als een plumpudding in elkaar zakken.

(Zoonlief werd aan de oprit afgezet door zijn net zo knuffelige grootouders. En ik kon niet wachten tot we binnen waren om hem te omhelzen)

Lady of the house speaking

Terwijl ze me verder martelt, bekijk ik haar jonge gezicht met de prachtige mooie ogen. Ze smeert en blijft smeren en ik frons en blijf fronsen. Reden om misschien ook nog een gelaatsverzorging bij te boeken?

Afijn … ze vertelt hoe ze geen tijd hebben om naar de zee te gaan want de ‘kuis’ is blijven liggen. Nu ja, geeft ze als tegenargument, er wordt elke dag wel eens gestofzuigd en gedweild en natuurlijk ga je ook alle dagen met een natte vod over de kasten. Maar écht poetsen, dat is al wel een tijdje geleden.

Mijn mond valt figuurlijk open. (Letterlijk mag dat niet want dan loopt hij vol hars).

Ik mompel heel voorzichtig dat ik het toch wel een hele prestatie vind, dat poetsritme van hen. In alle talen zwijg ik over het mijne, dat meer wekelijks, maandelijks en voor sommige items zelfs jaarlijks is. Er wordt in mijn huis niets maar dan ook niets dagelijks gepoetst. (Ja, echt hoor!)

Ik besluit de verantwoordelijkheid op mij te nemen: “Weet je, lieve L., het weer is zo stralend en als je zoveel poetst kan dat met gemak nog een dag of 3 langer blijven liggen. Ik zou naar de zee gaan!”

Ze glimlacht wat twijfelend, dat mooie jonge meisje met de stralende poppenogen. Heel plichtsbewust en georganiseerd is zij. Het remt haar soms af in dit enige leven dat we hebben.

Ik knipoog terwijl ik afreken. “Naar zee, hee!” zeg ik met een waar Popeye-accent.

En met haar zachte “Ik doe mijn best!”, dartel ik naar buiten.

Zou ze?

(In) hoever(re) ben ik hoorbaar?

Bloem smijt zich. Duidelijk en aanwezig. Luid en overtuigd.

Op 1 oktober zing ik.

Ik mocht een geheel eigen concept maken (ontwikkelen klinkt zo hoogdravend). Dus dat wordt drama en wolkjes in één geut en gulp. Ik zocht nummers die me passen als een handschoen en schreef en las teksten die be – ont – roeren. Kiezen mocht ik.

Doen we graag. Vinden we fijn. Leuk. Uitdagend. Hemels en dartelend.

Pragmatische vraag: Hebben mijn buren daar last van? Luidkeels vanachter de computer meezingen terwijl de raam openstaat. Dat is er om vragen, waarschijnlijk?!

Misschien moet ik eens wat testpubliek beneden in mijn tuin zetten?