Bol en beautiful

De bloembollen die ik ooit met liefde in de grond stak, liggen op een dienblad waarmee ik ooit ontbijt op bed bracht. Stomp zegt dat.

Ben ik even stiekem blij met de dode bloemen in de ooit van schoonzus gekregen vaas op de ooit samen gekozen kast,. Stout is dat.

Mooie man in wording

Verwoed wrijft hij zijn handen tegen elkaar. Zijn wangen rood en zijn neus koud van het buiten voetballen. Het lijkt wel weer herfst, zo fris is het. Hij ziet me kijken en zegt: Ik wrijf mijn handen warm, mama.” Ik glimlach: “Dat zie ik, jongen.” Ik draai me om, drink mijn thee en babbel verder met de schoonzus van het nichtje van het achternichtje dat jarig is.

Na een tijdje kijk ik op en zie ik hem nog steeds wrijven. Ik frons: “Wat is er, jongen?”

“Ik wrijf mijn handen warm, dan mag ik de nieuwe baby aaien.”

Mijn hart groeit.

Even minuutjes later staat hij heel stil naast de nieuwe mama die trots haar nieuwe baby vasthoudt. Zijn wijsvinger heel zachtjes en weloverwogen langs het zachte wangetje. Zijn ogen geconcentreerd op het gezichtje.

Ik kijk en blijf kijken. Wat is hij lief, die groeiende puber van me.

Dat wordt een mooie man.

Gewoonwegweggerdanweg

 

Hou u vast!

Donderwolk. De wereld staat op donker en het bliksemt in mijn hart. Migraine of toch iets dat daarop lijkt verpest mijn woensdagnamiddag.

Het was een week vol stress. Tegenslagen zoals ik dat dan noem.

Een werkbundel die ik maakte tijdens de paasvakantie is weg. Gewoonweg weg. Verdwenen van de laptop, niet te vinden op sticks en bijhorende accessoires.

Gevloekt heb ik. Het hele weekend. Dat is niet leuk. Zeker niet wanneer je het werk van iemand anders daarmee ook deed verdwijnen.

Het grote fietsexamen, ook voorbereid in de paasvakantie, moet dringend gecommuniceerd worden. Daarvoor is het noodzakelijk dat ik zo een kaartje teken waarop de ouders weten welke route we volgen.

Gewoonweg de weg tekenen.

Iris begint er niet aan. Iris stelt het uit. Iris is lui.

Het scenario schrijven voor het schoolfeest moest ook in de paasvakantie gebeuren. Nope … iris doet dat drie weken op voorhand. En nu is het nog niet af. A ja, dat moet goed zijn, schitterend, prachtig, boeiend én grappig, met een verhaallijn, een rode draad die af en toe ook zwart wordt. Ik haal me werk op de hals dat eigenlijk niet nodig is.

Repeteren. Voor het optreden van zaterdag. Met een band die nog maar welgeteld twee maanden goed in mekaar zit. Die nog niet helemaal op elkaar is ingespeeld. Een deeltje wel, dat zijn de bassist, de drummer en ik. We kennen mekaar al langer en spelen graag samen. Maar wegens gitaristen die altijd een superego hebben (misschien moet ik even wegduiken voor de tomaten die ik nu toegegooid krijg van bevriende muzikanten… maar neen, momenteel moet niemand me iets in de weg staan.) start ons bandje weer opnieuw.

Slechte repetitie dus. Nummers die dan toch van de playlist moeten geschrapt worden. Voorlopig. Want er is de intentie om nog lang samen verder te gaan. Op drie uur tijd slechts twee nummers goed krijgen. Dat is tandenknarsend frustrerend.

Er moet een nonnenkleed gevonden worden. Voor dat schoolfeest. Want we gaan Sister Act doen met de collega’s. Dat is tof, dat is plezant. Maar waar vind ik dat?

Misschien bij mijn autosleutel die ‘s middags voor het naar huis rijden helemaal weg is. Wegger dan weg. Klas ondersteboven halen. Opgehaald worden door vader met reservesleutel die goedbedoeld tegen me zegt dat ik wat beter op mijn spullen moet letten. Grrrr …

En dan komt er een nonnenkleed. Lieve ietwat onbekende buurvrouw leest facebook en mijn vraag daarop. Om half acht mag ik dat oppikken.

Ik ken de buurvrouw al sedert mijn jeugd maar niet zo heel goed wegens leeftijdsverschil en andere interesses en karakter.

Ze ontvangt me vriendelijk en nodigt me binnen uit. De woonkamer is heel groot, met een mooi salon en eettafel. De tuin is netjes geknipt en afgegraasd. Er is orde.

Een dochter ligt in de zetel en knikt me toe. Terwijl we praten, hoor ik links achter me het bovenstaande nummer naderen. Raar? Ja, ik vind het een beetje raar. Het is een nummer om te spelen op foute feestjes.

Een meisje komt binnen. Ze is groot, net zo groot als ik. Erg mager. Ik denk dat ze zowat achttien jaar is. Ze heeft een tablet vast en kijkt me aan. Nadat ik hallo zeg, loopt ze verder rond de tafel om me van rechts weer te naderen. Ze raakt mijn arm aan. Ik lach naar haar.

” Wat kijk je?” Ze zwijgt en toont me haar tablet. Haar moeder verklaart: ” K3 en Ketnet. Dat vindt ze leuk.”

Ik lach met haar mee. ” Dat nummer zing ik wel eens,” zeg ik tegen het meisje. Dan grinnikt ze en raakt me weer even aan. Ze zet K3 op.

 

Terwijl ik de buurvrouw bedank en nogmaals de dochters groet, stijgt een rode blos naar mijn wangen.

Ik stap in mijn wagen en blijf even zitten.

Plots begin ik te tranen. Wat een onzin. Al dat gemekker van mezelf.

Count your blessings … en die heb ik vele. Ik weet het wel … ik mag al wel eens zeuren en klagen. Maar helemaal over mijn toeren gaan omwille van slechte organisatie …

Ik ben blij. Mijn zoon is gezond en ik ben dat ook. Mijn ouders zijn ook nog prima op de been. Ik heb vele vrienden die me graag zien en graag bij me zijn. Ik heb een leuke klas met schitterende pubers …

Daar is de zon. Van achter een druilend wolkje en wat gemiezer onderweg.

Daar is de zon. Niet meer weg!

Quand c’est? Voor wanneer ist?

Haar ogen vullen zich met tranen. Het komt wat onverwacht. Ik leg mijn hand op haar arm en dan omhelst ze me.

Wat onwennig beantwoord ik haar omhelzing.

“Zou je dat willen doen?” “Echt?”

Ik knik van ‘natuurlijk’.

“Na de examens”.

Ik knik van ‘heel goed’.

“Wat fijn dat ik je hier tegenkwam”.

Ik knik van ‘idem’.

We gaan onze eigen weg en ik slik even heel hard terwijl ik omdraai.Het kom weer zo veel op mijn weg. Misschien is het een teken, misschien gewoon toeval.

Na de examens ga ik een nakend afscheid voorbereiden. het zal de eerste keer zijn dat er nog geen overledene is …

Ik weet niet goed hoe ik me daarbij moet voelen. Er is altijd dat verlangen in mij om mee te dragen, te steunen, te troosten. Er is ook de hypergevoelige iris die met het minste geringste weent.

Dood, sterven, afscheid …het komt veel op mijn weg. Misschien toch een teken?

 

“She might’ve let you hold her hand in school
But I’m a show you how to graduate”

“See anybody could be good to you,
You need a bad girl to blow your mind”

De woorden wandelen uit zijn mond alsof ze er vanzelf in terecht kwamen.Ik  zing wat fonetisch mee. Hij kent de totale tekst met de nodige handgebaren en uitdrukkingen.Tekst kennen = tekst begrijpen. Mijn wenkbrauwen gaan twee centimeter hoger en hij lacht met mijn gezicht.

We hernemen het couplet uit volle borst. Eén hand aan het stuur, één hand wat arrogant trendy girly-achtig in de lucht.

We rijden onze straat in maar ik rij voorbij ons huis. Bij zijn verbaasde blik zeg ik: “A ja, éérst …”Hij maakt de zin voor me af: “moet het liedje gedaan zijn.”

We krijgen de slappe lach en ik stop toch maar eventjes aan de kant. Even alles veilig stellen.

Giechelend draai ik terug de weg op en rij richting thuis.

Hij geeft me een dikke zoen en zegt: “Gekke mama!”

Ik heb een toffe zoon!

 

 

Friendschip

 

1:53:22

De Iphone verraadt het babbeluur. Bijna TWEE uur!!

Ik kan het nog. Lang bellen. Semmelen. Sjauwelen.

En wat voelt het, lekker ouderwets, heerlijk aan.

Onze twintigjarige vriendschap kende een onderbreking van ongeveer vijf jaar. Roddelende, manipulatieve mensen wringen soms de nek om. Het zorgde voor verwijdering en leegte. Radiostilte in het kwadraat.

Gelukkig waren we niet gestikt, slechts bewusteloos. En zaten we al snel terug op dezelfde golflengte.

Toch blijft het soms een beetje ‘lopen op eierschalen’. We dansen niet meer om elkaar heen, maar het juiste ritme vraagt af en toe nog wat ruimte.

We checken effe af. En creëren we nadien weer verder.

Want zij schrijft fantastisch goed en ik kan zingen.🙂