Praaivesie

“Hallo iris, ik zit hier met jouw dak voor me en ik merk dat je leien hebt”

Mijn wenkbrauwen gaan even de noordelijke richting uit. Euh… met mijn dak voor je zitten???

Wanneer ik verder luister, verneem ik dat het gaat over mijn groepsinschrijving voor zonnepanelen. Sedert ik in september via een groepsinschrijving bij de huidige goedkoopste energieleverancier belandde, interesseert het me wel, die groepsaankopen.

Voor de lol schreef ik me in voor zonnepanelen. Ik kan dat namelijk helemaal niet betalen. (Dat is waar het woordje lol is toegevoegd). Ik wou gewoon eens weten hoeveel het me mogelijkerwijze zou kosten.

“Ik weet niet hoe oud uw woning is maar leien van voor 1995 zijn waarschijnlijk asbesthoudend.”

Ik knik en maak een aanmoedigend geluid. Ze heeft een sympathieke stem en vervolgt vlot.

“Ik zal u een mailtje sturen en dan kan u me het exacte verbruik mailen.”

Na een ‘dankuvoordeinformatie’ leg ik op en neem ik mijn boek weer op.

Even later valt het ‘frankje’. Via googlemaps zoeken ze dus mijn adres op en kunnen ze mijn huis bekijken. Aan de hand van die beelden zien ze dat ik een leien dak heb, dat ik een halfopen bebouwing bezit enzovoort …

Het voelt een beetje eng. Hoewel ik natuurlijk al lang en breed merkte dat mijn leven op het internet nog weinig geheimen lijkt te bevatten … toch voelt dit weer een beetje raar aan.

Raar?Raar!

Moe-der

Als een jongetje loopt hij door mijn huis. Deze bijna vijftigjarige grijze man die net onder mijn arm kan lopen. Hij zucht. En zucht. Heel diep.

Dat kan hij goed. Als een kind dat huiswerk moet maken of zijn kamer moet opruimen. Alleen gaat het bij hem om graag leven en blij kunnen zijn. Dat vindt hij moeilijk.

Hij glimlacht wanneer ik naar hem kijk. Een mooie grimas. Hij kan het niet laten om even over mijn hoofd te strelen. Ik glimlach terug. Er komt een teder gevoel in mij naar boven. Omdat ik hem wil beschermen tegen de grote boze buitenwereld. Omdat ik bang ben dat men hem pijn doet of kwetst. Dat moedergevoel is allesomvattend groot.

Hij maakt zich klaar voor de uitstap. Naar de grote stad. Kunst bekijken ofzo. Dat doet hij graag. Dat maakt hem blij. Ik supporter bij dat klaarmaken. Ga, lief, ga.

Mijn schouders trekken op. Mijn maag zet uit. Mijn borst ademt kort en ondiep. Ik vergat dat ik er moe van zou worden. Erg moe. Moe-der dan moe.

Een vijftigjarig kind is niet altijd gemakkelijk om te dragen. Dat weegt door.

Wat doe je met een aanbod grote liefde?

Wat doe je met moe-heid?

Loslaten, zeggen de boekjes. Laat dat nu net iets zijn dat ik heel moeilijk vind. Waar ik heel moe van word.

Ik loop door het huis. Ik zucht. En zucht. Heel diep.

Fee-niks

vinmezelfwelmooi

wanneer de spiegelglimlach vraagt wie de mooiste van het land is

van het irisland

ben ik wel de mooiste

en de liefste

en de slimste

sedert een hele tijd

ook van het andere land

is er een spiegel met glimlach

minder wankel

minder broos

minder breekbaar

want woorden geven me vleugels

en ik vlieg

Daar zit je dan. In Cambridge Massachusetts. Met je zakdoek in je mond gepropt te snikken alsof je leven ervan afhangt.

We gingen dus naar de film in Boston. We aten eerst in een zeer chic visrestaurant. We renden door de Red Line, We manoeuvreerden tussen hoge bergen opgestapelde sneeuw langs voetpaden. We hijgden toen we bijna te laat de filmzaal binnendenderden.

Toen stopte alles en kwam ik tot rust. Diep ging ik. Zo diep. Met Moeke op mijn netvlies keek ik naar een sublieme, ronduit schitterende Julianne Moore. Wat een mooie vrouw. Wat een présence. Wat een …

Ik kon het niet houden. Wat een tsunami kwam er weer uit.

Ik drukte de zakdoek hard tegen mijn mond, probeerde mijn ademhaling te regelen en kronkelde van gène naar rechts waar een lege stoel soelaas bood.

Hij drukte zachtjes mijn hand maar deed ze weer snel weg.

De intensiteit verdween allang. Het was jaren geleden dat hij me zo zag.

Tijdens de aftiteling durfde ik niet te kijken. Hij snufte net zo luid als ik. We stonden recht toen de zaal bijna leeg was. Buitengekomen moest het eruit. Tegen zijn schouder aan huilde ik diep vanuit mijn onderbuik. “Kom op” zei hij.

Plots realiseerde ik me dat liefde kan verdwijnen. En dat dat niet erg is.

Het was goed.

(En ja, Julianne Moore mag van mij een oscar krijgen!!)

Omen Amen

Voortekens … soms geloof ik daarin. Dikwijls merk ik het pas wanneer er weer wat tijd en emoties overgingen. Dan was mijn aandacht te veel naar buiten gericht en te weinig naar binnen.

Vandaag was het zo’n dag dat ik het weer nodig had. Even naarbinnen kijken.

Het ouwe vorige ex-lief nodigde me uit om het andere continent te bezoeken. Boston, ik wou dat het kon.

Niet dus … Misschien vertrek ik morgenvroeg, misschien blijf ik thuis. Dan zijn er allerlei voorbereidingen gedaan. De zoon verblijft bij zijn vader in plaats van bij mij. Toen we dat regelden kwam er weer veel bitterheid en verdriet aan beide kanten naarboven omdat Boston indertijd echt niet kon toen. En nu nog altijd moeilijk ligt, zo bleek het.

Is het een voorteken? Dat het nu ook weer niet lukt?

Op het moment dat ik het me concreet afvraag, schiet mijn hele sociale netwerk in actie. Met de beste bedoeling, ja, dat geloof ik … “Gelukkig zit je nu niet in Frankfurt vast!” “Weet je wel zeker of je vlucht nu veranderd is?” “Weet je wel zeker dat je ook een vlucht Brussel – Frankfurt hebt?” “Kijk online even hoe het met de status van je vlucht gesteld is” “Klik even op de link die ik deelde op je fb-pagina.” “Bel even naar Lufhansa.” “Bel nadien terug of het in orde is.” “Ik zou een koffer nemen in plaats van een tas.” “Zie dat je proper ondergoed hebt in je handbagage” “Neem geen flesjes of tubes mee, dat houden ze toch bij”

Terwijl de ervaring me leerde dat ik dan even gas moet terugnemen, zit ik ook als een gek op fb te posten hoe ver het staat, hang ik een half uur in de wacht bij Lufthansa Brussels, maan ik zoonlief aan om dat verdomde luide geluid van zijn Wii stil te zetten, kijk ik een marathon The Graham Norton show, speel ik Farmville en drink ik latte tegen de sterren op.

Net wanneer ik voel dat ik ga gillen … is er de innerlijke iris die me bij de kraag grijpt en zegt: “ERUIT!”

Ik gooi mezelf de fiets op en trap als een bezetene richting …
tja, richting waar?

Eerst richting de bakker … ik verwen mezelf met een mokka soesje in een papieren zakje. Dat steek ik in mijn bloemetjesfietszak en dan trap ik terug weer aan een gestaag tempo.

Richting Moeke. Ik traan even voor haar graf, ga op het naburige bankje zitten en eet mijn soesje op. Mijn ogen dicht tegen de stralende zon. Luisteren naar de vogels, Luisteren naar de verre eenzame auto die voorbijtuft.

Ik adem. In. uit. In. Uit.

Een last glijdt van me af. Ik piep tussen mijn wimpers en zie een wit konijn aan de rand van de begraafplaats. Het wipt tussen het graf van Moeke en haar buurvrouw door. Terwijl ik mijn adem inhoud, kijkt het even achterom. Waarschijnlijk is het inbeelding maar ik voel hoe we heel kort oogcontact maken. Weg is het.

Was ik even Alice? Neen, het konijn had geen hoed op en stond niet op zijn achterste poten. Ik ben Iris. Bloem.

Ik adem. In. Uit. In. Uit.

Zucht ….

Wanneer ik langzaam richting fiets wandel, komt J.langs. Hij knikt en herkent me even niet. 30 jaar en zoveel rimpels later. Ik glimlach en noem zijn naam. We wandelen beiden verder, langs elkaar heen. Mijn hart roert zich even. Niet voor hem maar voor wie ik voor hem was, wat ik betekende. Ik beantwoordde zijn gevoelens niet en hij weende toen. De eerste jongen die ik zag wenen omdat ik hem afwees. Tevens ook de laatste om die reden want, wat ik toen niet wist, later zou ik degene zijn die zou wenen.

Toch blijf ik glimlachen en voel ik me warm worden.

Ooit werd ik graag gezien. En dat zou eigenlijk nooit meer ophouden. De liefde zou veranderen en ik zou volwassen worden. Met een licht bitter kantje dat af en toe zeer scherp kan zijn. Zoals vandaag.

Het scherp is van de snee. Ik kan weer verder. Dank je J. Dank je Moeke. Dank je, konijn.

En bij die laatste gedachte glimlach ik luider dan ooit.

Passop

Soms worden dingen die je denkt, voelt, schrijft tegen je gebruikt.

Een blog is publiek en bij sommigen algemeen goed.

Dat snoert me de mond.

Dat deed het al eerder.

We zouden afspraken kunnen maken. De anderen erop wijzen dat wat hier zwart op roze staat enkel in mijn hoofd bestaat. Dat ik mag schrijven wat ik wil, denk, voel en meemaak.  Dat ik enkel vanuit mijn eigen gevoel praat en dat iedereen die zich gekwetst voelt door wat ik schrijf me daar altijd op mag wijzen. Dat het hier mijn plek is. Enkel de mijne.

In het huidige klimaat wordt dat plots in discussie gesteld.

Het deed me denken, voelen en schrijven.

Ik hou mijn mond niet meer. Want wat in het groot gebeurt, is in het klein peanuts. Mijn blog is slechts eentje in de grote oceaan van woorden op wordpress. Wat ik schrijf is slechts een waterdruppeltje. Maar vele waterdruppels maken één grote waterplas. En ik zwem daar graag in mee.

Begrijpt u dat? Ook u daar, die mijn woorden tegen me gebruikt in het dagelijkse leven?

Ha Eks

gedicht aan haar die onder mijn oude lakens ligt

mijn oude servies gebruikt

mijn oude leven lijdt

ze is niet nieuw

ze is oud nieuws

met oud haar

oude gewoonten

nieuw zeer

houdt

van oud

en

spreken is zilver

zwijgen is goud

ik verzilver mijn nieuw

gouden goed

goed?