Tis goed. Dat het goed is.

Zoonlief bleef logeren. Hij (en ik schreef dus ECHT bijna het woord ‘manlief’!!! Force of habit!!!) had een uitstapje en geen babysit. Ik ben de mama en had geen uitstap. Dus zoonlief bleef logeren in zijn eigen huisje. 

We fietsten. Naar het graf van mijn vake. De zon kleurde de avondwolken speculaas-roze. (Die kleur bestaat! Uitgevonden door Bloem)

Hij speelde Star Wars op het kerkhof. We kwamen tot het compromis dat hij niet zou schieten (want dat mag niet op een kerkhof van de mama) maar wel zijn geweer mocht vasthouden. Ik haalde water, nam mijn borstel en poetste mijn vake weer op. Hij was altijd een fiere man. 

We fietsten weer. Zoonlief bravoureus, ik genietend van zijn bravoure. Ja, soms lijkt het kind toch op mij.

We lachten. We riepen. We giechelden en maakten grapjes.

Het opstaan was vlotter dan normaal. Hij ging bereidwillig naar de badkamer en poetste zelfs zijn tanden zonder dat ik moest morren. We ontbeten. Toen ging de telefoon.

Of ik het zag zitten een zieke collega te vervangen tijdens de open klasdag. No problem voor Bloem. Ook met bravoure natuurlijk.

Ik gaf les, ik praatte tegen een groep ouders, realiseerde me dat sommige ouders op de duur meer vrienden zijn en genoot met volle teugen. 

Ik werd moe. Toch wat te bravoureus geweest. Maar ik genoot.

Hij kwam ook kijken. Naar onze zoon natuurlijk. We zaten samen op de speelplaats in de zon en keken naar ons kind. Ik werkte (had dus toezicht), hij werkte niet (had een verlofdag). 

We kussen elkaar terug. Aanvankelijk een zoen die eindigde en begon ergens ter hoogte van het oor. Tegenwoordig een zoen zoals ik mijn vrienden geeft. Met 1 arm om zijn nek en pal op zijn wang. We kijken terug naar elkaar. In de ogen, niet ernaast. Dankzij veilige onderwerpen (zoonlief, een film, een concert, het weer en de vakantieregeling) is het terug fijn.

Ik geraakte in een drive. En voelde hoe overdrive naderde. Ik geniet van lesgeven. Ik vind dat zo fijn. 

Ik werkte terug. Met een glimlach op mijn gezicht. Een glimlach die uitstraalde naar mijn omgeving. Ik was in staat meer zon dan Bloem te zijn.

Ik smste. Hij antwoordde. Ik antwoordde. Hij smste.

Een terras in ZIJN tuin. Met witte wijn en krakkemikkelige tuinstoelen (want ik nam de tuinset mee). Met schaapjeswolken waar we met zijn twee naar keken. Met heel veel vertrouwdheid en toch ook weer niet. Ik keek naar zijn profiel. Hoe dat tegenwoordig altijd naar zijn Iphone gericht staat. Zijn populariteit steeg, denk ik. Ik herkende die karakteristieke neus en kin die ik zo mooi vond. Zijn sproeten stonden als vanouds. Zijn brede nagels op de spitse vingers dansten over het toetsenbord van dat ding dat goede gesprekken zo intens kan storen. 

En ik keek niet meer met gekwetstheid en verdriet. Ik keek. Ik zag hem, zoals ik hem, nu zondag, 15 jaar geleden ontmoette. Hij is een beetje te mollig, een beetje te kaal. Hij is een beetje stil, een beetje heel zwijgzaam. Hij is ouder maar absoluut niet grijzer.

Toen kwam de kriebel. De kriebel die ik jaren geleden verloor. Die verdween in mijn intense eenzaamheid. Daar was ie plots. Dat gevoel dat altijd begint in mijn keel, even vibreert achter mijn ogen om dan te eindigen ter hoogte van mijn onderbuik. Een kriebel die ik slechts 1 keer elders mocht ervaren. Maar nooit zo gebed in warmte en verlangen. Een unieke kriebel. 

Ik draaide me om en keek weer naar de wolken. Nipte van het glas wijn en wasemde een beetje aan. 

Hij merkte het nog steeds niet. Die machinerie van hem doet zijn job nog altijd goed. Aandacht afleiden van Bloem, van iris. Nu is dat niet erg meer. Nu betekent dat geen pijn meer. Nu is dat ‘hij’. Die eenzaat, die kluizenaar die ik zo graag het sociale beest wilde maken dat hij uiteindelijk niet bleek te zijn. Die man die nog steeds al mijn passie kan oproepen, die nog steeds iets met me doet wanneer ik hem ontmoet op mijn werk of in mijn veranda.

We praatten. Over rancuneuze mensen, over frustratie van vroeger. Niet over ons. Maar over hen. Wat ze met me deden.

Vergeet dat niet, zegt hij. Onthoud dat. 

Ik schater en zeg: Jij kent me! 

Hij weet dat ik meteen weer graag ga zien wanneer iemand lief tegen me is. Vriendelijk. 

Men mag me nog zo intens kwetsen, ik vergeet wanneer ik warmte ontvang. Of iets dat erop lijkt. (Vergeven is een andere zaak. Maar dat wist u al)

Hij glimlacht wanneer ik zeg: Ik onthou het hoor. Ik onthou het. 

Even is er bitterheid. Want zijn advies slaat natuurlijk ook op ons. Hij onthoudt. Ook heel goed. Maar dan wuif ik dat weg en kijken we weer samen naar de schaapjeswolken die een stralende zon herbergen. 

 ‘s Avonds rijd ik alleen naar huis, na nog een intens gesprek met mijn baas. Het was een goede dag. Een mooie dag. Eentje om in te kaderen.

En het feit dat ik die nacht wakker gelegen heb en gejankt als een kind omwille van een nieuwtje dat ik eigenlijk best niet vernam. Iets dat raakte aan dat stuk dat ik nog niet verwerkte in deze scheiding.

Dat feit wens ik te negeren. Het was een goeie dag. Een fijne dag. Het was een irisdag.

 

 

Advertisements

8 thoughts on “Tis goed. Dat het goed is.

  1. Goed dat je je zo concentreert op al dat positieve!! Je gaat er duidelijk goed op vooruit! Houden zo! 😉 Dat lezen wij graag 🙂

    • O maar dat gebeurt bij ons ook zo. Als het in essentie erop aankomt, kan hij mij niet uitstaan en ik hem soms ook niet. Ik ben zeer dikwijls boos en verontwaardigd over wat hij doet of zegt (denk dat het andersom ook zo is) maar ik heb niet meer het recht dat te zeggen. Dat is het meest frustrerende af en toe … Sterke voor jou!

zegt u het maar!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s