Met veel ge-fool, to fall in love.

Er is een voor en een na. Voor de klap en na de klap.

Dat zie ik aan zijn ogen. Op de foto’s op facebook.

Een paar maanden geleden merkten we dat we in hetzelfde schuitje zitten. Het contact was verwaterd, het ritme ietwat verstoord. Maar na het ontdekken van dat schuitje, haalden we de banden iets nauwer aan. Want soms kan scheiden ook verblijden.

Dus mocht ik te gast zijn in zijn gigantische voorlopige woning, met 200 schilderijen tegen de muren, met trapjes en hoekjes en kantjes die schreeuwden om ontdekt te worden. We vonden notities op de deur van een klein kastje. Er stond op “eerste tandje Peter 19/04/1950”.

Hij praatte over het museum dat zijn huis zou worden, ik praatte over de kunstherberg die mijn huis tegenwoordig is. We dronken, we toasten.

“Ik mis hem” zei hij. Ik beaamde dat het gemis zo verschrikkelijk groot kan zijn. “Ik ben zo kwaad op hem” vertelde hij. Eveneens een instemmend gemompel van mijn kant. “Ik hou nog van hem” en toen schoten de tranen in onze ogen.

Ogen die een voor en een na tonen. Voor is sprankelend, levendig, blij en  grappend. Na lijkt sprankelend, levendig, blij en grappend. Wanneer een (glim)lach je ogen niet bereikt, is hij niet echt. Dan lach je om je omgeving gerust te stellen. Om weer geen vragen te krijgen “hoeistnumeddu”. Om vooral de pijn maar niet te moeten voelen. De pijn van gemis, woede en liefde.

We kookten samen, ik ontdekte Melody Gardot. (Mensen mensen, wat een stem, wat een uitstraling. Wat een geschiedenis. Een beetje herkenning, een beetje bewondering.)

We aten. Lekker. En dronken onze derde fles.

Niet goed. Niet goed. Dat weet ik.

Maar terwijl ik vroeger dronken van liefde kon worden, is de enige roes die ik heden nog bereik alcoholisch gekleurd. We zongen, dansten op Will Tura. We lachten maar huilden vooral. Samen zaten we op de grond, naast elkaar, onze rug tegen de muur. We klonken op hoe sterk we toch wel worden van al dat afzien. Hoeveel goede echte oprechte vrienden we allebei bezitten.

We eindigden met onze hoofden dicht tegen elkaar. Tranen vermengden zich. We kregen de slappe lach. Twee volwassen mensen die zich als voorhistorische pubers gedragen. Gedrag waar je niet trots op kan zijn maar dat soms zo zalig heerlijk fijn is. Lachen werd huilen, janken werd gieren, gieren werd snikken en snikken werd glimlachen.

En toen zag ik weer eventjes ‘voor’. Sprankelend, bruisend, naief en blij. Hij met zijn gekende ironie, ik weer met mijn verdwenen zachtheid en geloof in het schone en goede.

Zijn wijsheid was weldra in de kan. Drie flessen van het zoete vocht is voor ieder te veel. Ook voor een fuifnummer en feestjesbeest als hij. En vroeger ik.

Ik stak hem in bed. Verdween in de nacht. En huilde, lachte en zong tot ik thuis was.

We missen onze man. Hij de zijne, ik de mijne.

Dju toch.

Advertisements

One thought on “Met veel ge-fool, to fall in love.

  1. Sommige vrienden hoef je niet continue te zien om te weten wat je aan elkaar hebt, bij andere verwatert het al als je elkaar een paar dagen niet hebt gezien.
    Ik weet niet of het ene meer waarde heeft dan het andere, het is gewoon anders.
    Het is fijn dat je een goeie kameraad hebt 🙂

zegt u het maar!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s