Onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

De onschuld raak je kwijt.

Dat merk ik wanneer ik over hem zit en luister naar wat hij vertelt.

Vooral naar hoe hij het vertelt, hoe zijn mond beweegt, hoe hij gebaart en gesticuleert.

Ik ben het kwijt.

Dat jeugdige enthousiasme, dat ongelooflijke geloof in passie en hartstocht.

Hij vertelt over zijn job, wat het met hem doet, hoe hij zich daarin smijt.

HIj vertelt over zijn relatie. Af en toe zie ik een glimp volwassenheid maar meestal blijft het bij het jonge dat hij uitstraalt en ook wel is.

Ik glimlach. Volgewassen en moederlijk.

Het steekt een beetje. Ik ben afgunstig op zijn naïviteit. Op zijn ‘Alleskannogennietsmoet’-houding.

Ik vertel over mezelf. Over mijn job. Over mijn relaties. Het steekt af bij het zijne. Twee huwelijken maken me nog geen Liz Taylor maar toch …. er is nog weinig jeugdig geloof in de liefde bij mij te vinden.

“Je klinkt bitter”, zegt hij op een bepaald moment. Ik stop met praten, herhaal mijn woorden en luister naar mezelf. Ik knik. Ja, ik klink bitter. Erg bitter. Mijn maag keert. Ik wilde nooit bitter of cynisch worden. Ik sta al jaren bekend om mijn oeverloze enthousiasme, mijn energie, mijn drang.

Maar het is getemperd. Door het leven. De lessen die ik leerde, waren hard en soms wel bitter of cynisch. Sarcasme houdt een geslagen en gebroken mens dikwijls overeind. Soms is het mijn muur.

Ik schrik ervan. Dan glimlach ik en laat ik de mildheid komen. Meteen springen er tranen tevoorschijn. Ik vertel hem. Over Hem. Over Ons. Over de zoon en de liefde en het verlies.

Daar schrikt hij een beetje van. Ik lach om zijn jeugd. Stel hem gerust door de tranen weg te duwen en een grapje te maken. Mijn immens verdriet is nog te groot om gedeeld te worden met iemand die ik niet zo goed ken.

Vandaag voelde ik me een beetje oud. Ouder dan die jonge, gekke man waarmee ik ging dineren.

Het is een beetje jammer. Een beetje verdrietig. Een beetje spijtig.

Vandaag voelde ik me een beetje veel verloren. En hoewel hij zocht, wil ik nog niet gevonden worden.

In de auto huil ik. Andrew Gold doet me herinneren aan hoe ik zo ontzettend verliefd werd in ’98. Op de liefde van mijn leven. De man van mijn dromen. De relatie die uiteindelijk een nachtmerrie werd. Hoe ik hem mis en tegelijkertijd ook niet mis. Hij was zoetheid die bitterheid werd.

Dan huil ik omdat ik voel dat het overgaat. Ik ween om het verdriet dat minder verdriet wordt. Alsof ik afscheid moet nemen van de rouw. Dat is goed. En tegelijk weer een bevestiging van mijn huidige staat van relatie.

Soms word ik gezocht. Dat voelt wel fijn aan maar ik wil nog helemaal niet gevonden worden. Laat me nog maar wat dwalen in het niemandsland van liefloze vrouwen. Laat me maar wat fladderen. Als een mot rond een vuur. Tot ik me brand en verbrand. Dan zal ik fenix-gewijs wel herrijzen. Niet als nieuw. Maar ook niet als oud. Want ik moet het toegeven … zo oud ben ik nog niet.

 

Advertisements

One thought on “Onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

zegt u het maar!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s