Na twee avonden laat in bed na leuke gesprekken overgoten met de nodige witte wijn, weet ik dat een dag van introspectie en rust nodig is om mijn batterijen op te laden.
Fietsen doet de truc. Al van toen ik klein was, heb ik dat af en toe nodig.
Langzaam, traag en genietend. Dat is mijn fietsritme. Geen tour de Westmalle of een moutainbike-tempo.

Ik moet wel traag want ik kijk dan zodanig om me heen dat oplettendheid af en toe wel vereist is om te voldoen aan de veiligheidsnormen.
Aangezien ik sedert een jaar (ja, lieve mensen, ik woon al een jaar in mijn eigen huisje!) terug in mijn geboortedorp woon, fiets ik af en toe over reeds gebaande paden.
Het is heerlijk maar tegelijkertijd soms confronterend hoe ik sneller ouder word dan mijn dorp.
Veel nieuwbouw, meer speelpleinen en zelfs af en toe een vers aangelegde straat.

Maar de bomen, de weiden … ze zijn nog wat ze waren pakweg 30 jaar geleden.
Ik herinner me de bomen van de kasteeldreef. Ze werden omgehakt toen ik in het zesde leerjaar zat.
Dan keek ik uit het klasraam op de eerste verdieping en zag ik hoe die grote enorme oude eiken vielen. Op de trouwfoto van mijn ouders kan ik nog zien hoe hoog ze waren.
Mijn gedachten dwaalden dikwijls af in de klas. Mijn juf van het zesde leerjaar was zo saai dat ik eigenlijk weinig anders deed dan dagdromen. Het zien sterven van die bomen was toen indrukwekkend.
In de maand dat ik mijn Vormsel deed (mei 1982) werden er nieuwe, jongere bomen aangeplant. Het was een belachelijk zicht. Dun, schriel, iel. Geen waardige opvolgers.
De dreef bleef jaren lang leeg en groots.

Vandaag fietste ik weer in de richting van mijn oude school. Het is daar zeer idyllisch, met wijd uitgestrekte landerijen die nog steeds bezit zijn van de ondertussen verarmde adelijke familie die in de conciergewoning van hun kasteel woont. Je kan er goed ‘wolken zien’. Ik hou van leegte, vergezichten. Een boswandeling is minder aan me besteed dan een strandwandeling. Het nietige gevoel dat je krijgt bij het aanschouwen van iets dat eeuwen trotseert … het maakt me klein maar tevens ook zeer gelukkig.

Er is een ander soort stilte. Geen stilte die me duidelijk maakt dat mijn oren ondertussen nog harder suizen dan ooit. Maar een stilte die me vult.
Op het kerkhof (dat ook altijd een vast onderdeel van mijn fietstochten was en is) zag ik een klein blauw vogeltje waarvan ik zelfs wist dat het een koolmees is. Mijn ritme vertraagde en ik keek. Voor ik het wist werd het een hele zwerm die vol genoegen een gesprek voerde zonder op mij te letten.

Toen ik me omdraaide zag ik de dreef met haar bomen. Ze waren groter. Een heel stuk groter dan toen ik ze geplant zag worden, sedert dit jaar dertig jaar geleden. Nadat ik nog wat beter keek, merkte ik dat al die landerijen en bomen en weiden en natuur ook verouderd waren. Een beetje (veel) minder dan ik. Maar toch …

Ontroering sprong in mijn ogen. De immensiteit ervan greep me bij de keel.
Hier ben ik dan.
Dertig jaar later en het lijkt alsof ik terug bij af ben. Weer bij ‘Start’.
Toch voelt het jasje nu anders.
Ik ben ouder. Een beetje wijzer.
Maar oneindig veel gelukkiger dan toen.
Dikwijls huil ik nog wel eens. Omdat ik me mislukt voel. Omdat ik hem mis.
Maar de frequentie ervan neemt af en omdat ik mijn eigen strengste rechter ben, kan ik er ook voor kiezen om mild te zijn.
Dus ik mild mezelf.
En fiets verder.
Dag verleden!

Advertisements

6 thoughts on “

zegt u het maar!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s