Los-laten

Wij zijn van het groen. De zoon wat minder dan ik en ik wat minder dan mijn moeder maar we zijn van het groen.

Met de fiets naar school slash werk. In het begin wat onwennig, veilig achter mijn rug, nu al heel stoer vooraan. Hij gaat de wielerterroristen niet uit de weg. Soms zelfs met gevaar voor eigen leven.

Mijn teer moederhart smelt als ik hem zo stoer zie rijden. Met zijn fietshelm op. Zijn boekentas die ik niet meer mag dragen want dan “maak je mij belachelijk, mama”. We rijden over het fietspad, door het bos, langs zandweggetjes. Ik probeer een gesprek gaande te houden en hij zwijgt zeer luid. Mijn zoon is van het binnenvetten. Net als ik. 

Soms roept hij me iets toe en dan moet ik twee keer vragen: “Wat zeg je?” want een geopereerd oor hoort goed maar dat andere wordt ook weer hoe langer hoe dover. Hij herhaalt het zonder verpinken. Stoïcijns kan hij zijn. Dat heeft hij niet van mij maar van die andere helft in hem.

Af en toe versnelt hij en kijkt dan bezorgd achterom of ‘zijn moedertje’ hem nog volgt. Ik zeg dan altijd heel vrolijk: “Ik ben er!” waarop hij dan weer erg stoïcijns “Ok” zegt en gestadig doorfietst.

Het is heerlijk dat samenrijden. Ik voel me dan zo verbonden met hem.   We hebben een taal die niet uitgesproken moet worden. Ik zie aan de aarzeling van zijn voet of het draaien van zijn hoofd wat hij wil zeggen. 

Het is liefde. Dat samenfietsen. Dat pure dat moeders hebben.

Wanneer we dan bijna op de bestemming arriveren, roept hij: “Ik ga al hee mama!” en ik antwoord dan elke dag hetzelfde:”Doe maar, jongen!”. Hij staat dan even recht en trapt wat harder. Ik zie hem spurten, ik zie hoe hij zich van mij verwijdert. Dat voelt dan even pijnlijk. Hem loslaten doet bijna fysiek pijn. 

Hij wordt kleiner en kleiner tot hij afdraait en de fietsenstalling binnenrijdt. Even is hij totaal weg, ik zie hem niet meer. Ik vertrouw erop dat hij zijn fiets wegzet, het slot sluit en zijn fietshelm afzet om naar de klas te gaan. Als ik geluk heb, staat hij er nog en krijg ik nog snel een zoen. Maar soms is hij al verdwenen en voel ik hoe ik stiekem wat ongerust word. Het zal toch allemaal wel goed gaan?

Kleine angst is dat. De grote angst manifesteerde zich al een tijd geleden. Op vrijdag nemen we afscheid en weet ik een hele week niet wat er met hem gebeurt, wie hij ontmoet en van welke invloed dat is op hem.

UIteindelijk komen we toch samen op hetzelfde punt. De fietsenstalling, de schoolgang of de speelplaats. Dan spreken we weer snel onze eigen taal. Met een knipoog of een handgroet. Dan weet ik dat we voor altijd verbonden zullen zijn. 

Wanneer voor mij het eindpunt daar is, zal hij me zoenen of groeten. Dan vinden we mekaar weer. Voor het laatste afscheid. Dat voor altijd.

Advertisements

10 thoughts on “Los-laten

  1. Dat loslaten is moeilijk. Mij overviel het al toen mijn oudste kind geboren was, was ik ineens in paniek in het moederhuis; Help dat kind groeit nu een dag met de keer van mij weg. En zie, het is al 29 jaar geleden, ze is al 9 jaar het huis uit en mijn zoon woont in het verre Canada. Pijnlijk, k kan t je verzekeren.

zegt u het maar!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s