Ponering – ponatie

 

Soms zeg ik het gewoon. Rechtuit. Recht toe recht aan. Mensen schrikken er niet meer van. Of ik merk het tenminste niet meer op.

Etaleren wil ik niet. Medelijden ook niet. Maar af en toe is het noodzakelijke info voor mijn medemens. Zeker in mijn leeftijdscategorie. Terwijl vrienden gaan voor het appartement aan zee of in Spanje, het verwarmde zwembad in de tuin van de pastoriewoning, The Jane of het Pomphuis … kies ik ervoor om cadeautjes te kopen in tweedehandswinkels (heerlijk vintage), kledij in de solden aan te schaffen, zo weinig mogelijk ‘uit’eten te gaan maar zelf iets in elkaar te flansen en in eigen huis restaurantje spelen.

Ja ja … ik weet het wel. Wie het kleine niet eert, en bla bla bla …

Ik heb veel lieve vrienden die daar enorm rekening mee houden en dat zonder iets te zeggen of te laten merken. Rijke vriendin ‘schenkt’ me een vakantie op hun boot, andere gegoede vriendin trakteert me voor mijn verjaardag op een etentje enzovoort enzovoort. Dat was aanvankelijk moeilijk. Trots enzo. Fierheid tot in de kleine tenen enzo.

Maar ik leerde te slikken en dank je wel te zeggen. Ik nam het aan. Het blijft moeilijk maar ik doe het. Het is ook lief zijn en graag zien. Ik deel altijd mijn levenswijsheid en die heb ik nu eenmaal dikwijls in de aanbieding. (Hopelijk lees je hier een groot deel ironie bij. Dat is toch wel wat de bedoeling).

De laatste tijd word ik echter zwaar geconfronteerd met rijke jongeren. Dat is anders.

Dat mensen van mijn leeftijd meer geld hebben is normaal: zij hebben geen twee huwelijken, twee scheidingen en drie levens achter de rug. Zij zijn nu al bijna 25 jaar samen/getrouwd met een afbetaalde hypotheek en studerende kinderen. Natuurlijk kan ik mezelf niet met hen vergelijken. Mijn pad was anders en ik zit nu daar waar ik moet zitten.

Het is echter nogal heavy wanneer je uit eten gaat met je 22 jaar jongere metekind en vriend en zij trakteren jou op een etentje in een peperduur Antwerps restaurant. Aperitief, voorgerecht én hoofdgerecht. Je ziet hallucinante bedragen de revue passeren en je rekent uit hoeveel schoenen je zou kunnen kopen voor die som.

Ik lachte het wat weg. Mijn mopjes zijn ook een goede munteenheid. Betalen daarmee is mogelijk. Maar toch … het deed wat zeer. Het leek me even de omgekeerde wereld. ‘Ik’ zou moeten trakteren in dure restaurants, niet zij ….

En terwijl ik vroeger verkondigde dat geld voor mij niet belangrijk was, lijkt het dat nu toch te worden. Aangezien mijn metekind ver weg woont, leek een reisje er naartoe me wel leuk. Maar nu word ik geconfronteerd met de ‘duurte’ van de nabijgelegen hotels en zie ik dat leuke reisje aan mij voorbij gaan.

Zaag ik? Zeur ik? Bent u het beu? Mijn gezever over geld en consoorten? Ik zou dat begrijpen. Dat kan.

Daarom zeg ik het tegenwoordig gewoon. Rechtuit. Recht toe recht aan. Mensen schrikken er niet meer van. Of ik merk het tenminste niet meer op.

“Ik ben een alleenstaande moeder.” Met een wat verontschuldigende glimlach erbij. Maar mijn hoofd rechtop. Dat ene zinnetje maakt de andere duidelijk dat ik er duurder uitzie dan ik ben. Dat ik niet te besteden heb wat mijn leeftijd of kledij doet vermoeden. Dat ik andere prioriteiten heb en dat dat voor mij soms moeilijk is.

Volgens mij wordt het te weinig gezegd. Rechtuit. Recht toe recht aan. Dus doe ik dat hierbij.

Ik ben alleenstaande moeder. En wij, alleenstaande moeders, spenderen ons geld navenant. Vwalla! Lap!

Advertisements

De prix

Jaagt de titel u schrik aan? Niet als je het fout leest, waarschijnlijk.

Gisteren kreeg ik een schok. In de fitness. Niet van een fout toestel of op hol geslagen weegschaal maar van de realiteit. De eenzaamheid die mensen soms voelen.

Ongeveer een jaar geleden kwam er een hele leuke coach als groentje naast mijn toestel staan. Mooie jongen, leuke glimlach, vlotte babbel. De levenslust spatte er af. Grappige opmerkingen, ook wel ondeugend af en toe. Dat heb ik graag, dat vind ik fijn.

Zo’n coach is een motivatie om uw lichaam tot nieuwe grenzen te brengen. Hij moedigde aan en liet mijn buikspieren vooral trainen wegens hard lachen en niet meer bijkomen.

En plots was hij verdwenen. Weg. Foetsie. Ribbedebie. Als in: “Die zien we nooit meer te-rug”.

Ik dacht nog wel eens aan hem. Zijn charme liet een impact achter. En hij liet blijkbaar ook vanalles achter waarvan de opvolgende coaches met hun ogen draaiden en zeiden dat het een dikke miserie was. J. bleek administratief niet zo’n krak te zijn.

Nu is het wel een rage in mijn fitnessclub. Het weggaan, het ribbedebiën… De meesten blijven een maand of vier en maken dan weer een carrièreswitch. Coach-zijn is niet echt een gewilde baan.

Dat was gisterenavond het gespreksonderwerp toen ik de longen uit mijn lijf fietste. De nieuwe coach is net zo zelfverzekerd maar iets minder charmant.

Plots kwamen we op J. Hoe goed hij dat wel deed en hoe leuk en tof hij wel was.

“Tja,”zei de nieuwe coach, “je begrijpt niet goed waarom hij heeft gedaan.”

Ik dacht aan administratieve blunders, misschien zelfs aan wat fraude of gelddrukkerij. Dus ik antwoordde stoer: “Ja, ik heb gehoord dat het niet zo’n succes was maar ik weet niet zozeer wat hij juist deed.”

En toen kwam de klap, de hamer, de bijl, het zwaard.

J. stapte uit het leven, zoals ze dat zo mooi zeggen. Hij maakte er een eind aan zoals de nieuwe coach dat zei.

Ik was woordeloos. Helemaal ondersteboven. Slikte en slikte.

En huilde de hele weg naar huis.

Wat een eenzaamheid. Wat een verdriet.

Had ik…? Kon ik …? Als ik maar had gekeken naar wat er achter het opgewekte masker was. Misschien … dan ….

Waarom betaalt iemand de prijs?

Ik weet het niet. Ik weet het niet.

 

 

Liegenier

Er gaan een drietal mensen op deze wereld smalend lachen bij de volgende bewering, maar voor mij is het waar: ik kan niet liegen.

Wanneer ik het toch doe, lig ik er wakker van. Krijg ik buikpijn. Zit mijn nek vast.

Een leugentje om bestwil als in ‘ik bereidde een verrassingsfeestje voor en verklap het niet’, lukt nog net. Neen, dat is ook gelogen. Daar geniet ik omvangrijk en uitgebreid van. Voorpret kan bij mij weken, maanden duren.

Neen, het gaat over de grote leugens in het leven. “Ja, papa, ik was gisteren om half 1 thuis”. NOT! “Ja mama, ik vind jouw zelfgemaakte vest echt heel cool”. NOT (op zeventienjarige leeftijd). “Ja mevrouw, ik maakte mijn taak gisteren echt wel af”. NOT (want ik deed stiekem spelletjes i.p.v. huiswerk te maken).

Ik word er helemaal confuus van als ik moet liegen. Om allerlei redenen kan dat zijn. Om de andere niet te kwetsen, te beschermen tegen de waarheid en vooral … dat ze niet boos op me worden. Want daar ga ik van kronkelen. En sedert een aantal jaren is het echt een trauma … mensen die hun stem verheffen, met deuren slaan of ijzig zwijgen en je ogen-blikgewijs de grond in boren … die doen mijn tenen krullen.

Dan dúrf ik de waarheid niet zeggen. Uit angst. Uit lafheid. Uit zwakte.

Kinderen doen dat ook. Bij roepende, boze, ijzige, eisende ouders. Dan gaan ze dingen verzinnen, mooier maken of doen verdwijnen.

De laatste jaren gedraag ik me niet meer zo kinderachtig. Er zijn geen kille, woedende, misprijzende ogen en stemmen in mijn buurt. Je zou zeggen dat de waarheid zeggen dan toch gemakkelijker wordt.

Tja, dan moet je eens als het ware in de tuin van je ouders wonen. En af en toe mannelijk gezelschap in huis hebben. Of late feestjes doen. Of nachtelijke limoncello-afspraakjes hebben. Of repetitie waarbij één van de muzikanten een nieuwe auto kocht. (Wie was dat gisterenavond? Ha, kocht hij een nieuwe wagen?! Oh, we dachten al …)

Laat dat puntje puntje puntje nu net iets zijn waarover ik dan soms lieg. Euh … de waarheid verzwijg, verdraai, verBloem …

Yep. Boem Bloem!

Buik intrekken en borsten vooruit

“Dag knappe dame”, zegt hij heel charmant. Groot en slank met hipsterbaard. Mijn type dus. “Jij kwam de kamer binnen en het stond hier in vuur en vlam.”

Melig? Yep. Er wat over? Yep. Raak? Ook yep.

Er mag nog eens met mij geflirt worden. Er mogen al eens wat flemerijen mijn richting uitkomen. Zeker wanneer het van een knappe kunstenaar met flegma komt. (Zie hoe flemerij en flegma in elkaar floeien).

Hij is knap. En heel aantrekkelijk. Legt nonchalant zijn arm om me heen en zijn hand in mijn zij. “Kijk, wij zouden goed passen!”. Ik lach en voel hoe mijn wangen rood worden. Ik ben het flirten niet meer gewend.

Klein en mager staat de vriend te glunderen. Dat heeft hij weer mooi voor mekaar. Bloem met rode wangen en zijn ego gestreeld. Want die lange knappe kunstenaar maakt geen kans. Dat weet hij.

Hij weet dat ik geen zin meer heb in buik intrekken en borsten vooruit. Liever lekker onderuit gezakt in de zetel het einde van “Blind getrouwd” bekijken. Elkaar beloven dat we tegen niemand zeggen dat we het zagen. Overschakelen naar Canvas en mijn sokken uittrekken om ze op zijn schoot te leggen. Met een dubbele kin en onopgemaakte ogen hangen en cola drinken.

Soms mis ik het om me op te tutten en te verleiden. De hoge hakken en de smokey eyes. De smalle rok met de strakke blouse. De grote ringen en oorbellen. Het dure parfum en gestifte lippen. Het ‘gewoon’ zijn en ouder worden nam het leven wat over.

Het lijkt alsof het dan wat glansloos wordt. Ik. Zelf.

Tot de knappe kunstenaar komt en me lakt met flemerij. Ik glim. Gloed en glooi en glitter. En ga alleen naar huis. Kruip in mijn oude roze badjas en glinster van de nachtcrème. Glamour op vintagewijze. Slaap lekker!

 

 

Omen Amen

Voortekens … soms geloof ik daarin. Dikwijls merk ik het pas wanneer er weer wat tijd en emoties overgingen. Dan was mijn aandacht te veel naar buiten gericht en te weinig naar binnen.

Vandaag was het zo’n dag dat ik het weer nodig had. Even naarbinnen kijken.

Het ouwe vorige ex-lief nodigde me uit om het andere continent te bezoeken. Boston, ik wou dat het kon.

Niet dus … Misschien vertrek ik morgenvroeg, misschien blijf ik thuis. Dan zijn er allerlei voorbereidingen gedaan. De zoon verblijft bij zijn vader in plaats van bij mij. Toen we dat regelden kwam er weer veel bitterheid en verdriet aan beide kanten naarboven omdat Boston indertijd echt niet kon toen. En nu nog altijd moeilijk ligt, zo bleek het.

Is het een voorteken? Dat het nu ook weer niet lukt?

Op het moment dat ik het me concreet afvraag, schiet mijn hele sociale netwerk in actie. Met de beste bedoeling, ja, dat geloof ik … “Gelukkig zit je nu niet in Frankfurt vast!” “Weet je wel zeker of je vlucht nu veranderd is?” “Weet je wel zeker dat je ook een vlucht Brussel – Frankfurt hebt?” “Kijk online even hoe het met de status van je vlucht gesteld is” “Klik even op de link die ik deelde op je fb-pagina.” “Bel even naar Lufhansa.” “Bel nadien terug of het in orde is.” “Ik zou een koffer nemen in plaats van een tas.” “Zie dat je proper ondergoed hebt in je handbagage” “Neem geen flesjes of tubes mee, dat houden ze toch bij”

Terwijl de ervaring me leerde dat ik dan even gas moet terugnemen, zit ik ook als een gek op fb te posten hoe ver het staat, hang ik een half uur in de wacht bij Lufthansa Brussels, maan ik zoonlief aan om dat verdomde luide geluid van zijn Wii stil te zetten, kijk ik een marathon The Graham Norton show, speel ik Farmville en drink ik latte tegen de sterren op.

Net wanneer ik voel dat ik ga gillen … is er de innerlijke iris die me bij de kraag grijpt en zegt: “ERUIT!”

Ik gooi mezelf de fiets op en trap als een bezetene richting …
tja, richting waar?

Eerst richting de bakker … ik verwen mezelf met een mokka soesje in een papieren zakje. Dat steek ik in mijn bloemetjesfietszak en dan trap ik terug weer aan een gestaag tempo.

Richting Moeke. Ik traan even voor haar graf, ga op het naburige bankje zitten en eet mijn soesje op. Mijn ogen dicht tegen de stralende zon. Luisteren naar de vogels, Luisteren naar de verre eenzame auto die voorbijtuft.

Ik adem. In. uit. In. Uit.

Een last glijdt van me af. Ik piep tussen mijn wimpers en zie een wit konijn aan de rand van de begraafplaats. Het wipt tussen het graf van Moeke en haar buurvrouw door. Terwijl ik mijn adem inhoud, kijkt het even achterom. Waarschijnlijk is het inbeelding maar ik voel hoe we heel kort oogcontact maken. Weg is het.

Was ik even Alice? Neen, het konijn had geen hoed op en stond niet op zijn achterste poten. Ik ben Iris. Bloem.

Ik adem. In. Uit. In. Uit.

Zucht ….

Wanneer ik langzaam richting fiets wandel, komt J.langs. Hij knikt en herkent me even niet. 30 jaar en zoveel rimpels later. Ik glimlach en noem zijn naam. We wandelen beiden verder, langs elkaar heen. Mijn hart roert zich even. Niet voor hem maar voor wie ik voor hem was, wat ik betekende. Ik beantwoordde zijn gevoelens niet en hij weende toen. De eerste jongen die ik zag wenen omdat ik hem afwees. Tevens ook de laatste om die reden want, wat ik toen niet wist, later zou ik degene zijn die zou wenen.

Toch blijf ik glimlachen en voel ik me warm worden.

Ooit werd ik graag gezien. En dat zou eigenlijk nooit meer ophouden. De liefde zou veranderen en ik zou volwassen worden. Met een licht bitter kantje dat af en toe zeer scherp kan zijn. Zoals vandaag.

Het scherp is van de snee. Ik kan weer verder. Dank je J. Dank je Moeke. Dank je, konijn.

En bij die laatste gedachte glimlach ik luider dan ooit.