Net wanneer mijn wereld weer even op zijn grondvesten davert, kom ik, geheel onverwachts moederziel alleen, terecht bij de Ark Van Zarren. Een toevluchtsoord werd het. Opgewacht worden door een engel met blonde haren op prachtige hoge hakken doet deugd aan de ziel.

Terwijl mijn lijf aanvoelde als één grote open wonde kreeg ik een verzachtende helende rondleiding en werd ik ondergedompeld in de warmte die de Ark zelfs zonder hittegolf verspreidt. Haar handen zwierven rond en streelden het gemoed.

Verse bloemen op en naast het bed, een flesje water, prachtige kussens en lakens, twee chocolaatjes en een ei in de tuin. Een ei dat me zachtjes deed schommelen terwijl ik mijn boek op schoot legde en eigenlijk vooral voor me uit staarde.

Ik voelde me alleen op de wereld, met een hoog Remigehalte. Of het einde goed gaat zijn, kan ik nog niet vertellen. Ik weet alleen wel dat mijn verhaal niet gedaan is …

Bij het met zorg bereide ontbijt de volgende ochtend kom ik te weten waarom een engel de Ark van Zarren in goede banen leidt. Zo’n ark heeft dat namelijk nodig. Voor ik het weet word ik meegenomen in een wereld die me heerlijk lijkt om te vertoeven. Herkenbaar en toch nieuw. Mooi en zacht. Moeilijk ook … maar dat is te dragen wanneer engelen in de buurt zijn. Met een overdaad aan geschenken én een gezond lunchpakket ga ik verder op mijn pad. Dat pad dat ik niet had verwacht alleen te doen. Maar ik kan het. Ook al doet het pijn. Zo veel pijn.

Als ik nadien in de wagen Matt Simons hoor, komen de verlossende tranen. Koksijde wenkt. Ik slik en rijd. Ik wandel en zweet.

En wanneer ik op een bankje in de schaduw het lunchpakket verorber, voel ik even wat kracht doorsijpelen. Speltpannekoeken lijken dat te doen. Weer iets nieuws ontdekt. Net zoals al dat andere …. Dank je Elsje.

Advertisements

Ponering – ponatie

 

Soms zeg ik het gewoon. Rechtuit. Recht toe recht aan. Mensen schrikken er niet meer van. Of ik merk het tenminste niet meer op.

Etaleren wil ik niet. Medelijden ook niet. Maar af en toe is het noodzakelijke info voor mijn medemens. Zeker in mijn leeftijdscategorie. Terwijl vrienden gaan voor het appartement aan zee of in Spanje, het verwarmde zwembad in de tuin van de pastoriewoning, The Jane of het Pomphuis … kies ik ervoor om cadeautjes te kopen in tweedehandswinkels (heerlijk vintage), kledij in de solden aan te schaffen, zo weinig mogelijk ‘uit’eten te gaan maar zelf iets in elkaar te flansen en in eigen huis restaurantje spelen.

Ja ja … ik weet het wel. Wie het kleine niet eert, en bla bla bla …

Ik heb veel lieve vrienden die daar enorm rekening mee houden en dat zonder iets te zeggen of te laten merken. Rijke vriendin ‘schenkt’ me een vakantie in hun Spaans vakantiehuis, andere gegoede vriendin trakteert me voor mijn verjaardag op een etentje enzovoort enzovoort. Dat was aanvankelijk moeilijk. Trots enzo. Fierheid tot in de kleine tenen enzo.

Maar ik leerde te slikken en dank je wel te zeggen. Ik nam het aan. Het blijft moeilijk maar ik doe het. Het is ook lief zijn en graag zien. Ik deel altijd mijn levenswijsheid en die heb ik nu eenmaal dikwijls in de aanbieding. (Hopelijk lees je hier een groot deel ironie bij. Dat is toch wel wat de bedoeling).

De laatste tijd word ik echter zwaar geconfronteerd met rijke jongeren. Dat is anders.

Dat mensen van mijn leeftijd meer geld hebben is normaal: zij hebben geen twee huwelijken, twee scheidingen en drie levens achter de rug. Zij zijn nu al bijna 25 jaar samen/getrouwd met een afbetaalde hypotheek en studerende kinderen. Natuurlijk kan ik mezelf niet met hen vergelijken. Mijn pad was anders en ik zit nu daar waar ik moet zitten.

Het is echter nogal heavy wanneer je uit eten gaat met je 22 jaar jongere metekind en vriend en zij trakteren jou op een etentje in een peperduur Antwerps restaurant. Aperitief, voorgerecht én hoofdgerecht. Je ziet hallucinante bedragen de revue passeren en je rekent uit hoeveel schoenen je zou kunnen kopen voor die som.

Ik lachte het wat weg. Mijn mopjes zijn ook een goede munteenheid. Betalen daarmee is mogelijk. Maar toch … het deed wat zeer. Het leek me even de omgekeerde wereld. ‘Ik’ zou moeten trakteren in dure restaurants, niet zij ….

En terwijl ik vroeger verkondigde dat geld voor mij niet belangrijk was, lijkt het dat nu toch te worden. Aangezien mijn metekind ver weg woont, leek een reisje er naartoe me wel leuk. Maar nu word ik geconfronteerd met de ‘duurte’ van de nabijgelegen hotels en zie ik dat leuke reisje aan mij voorbij gaan.

Zaag ik? Zeur ik? Bent u het beu? Mijn gezever over geld en consoorten? Ik zou dat begrijpen. Dat kan.

Daarom zeg ik het tegenwoordig gewoon. Rechtuit. Recht toe recht aan. Mensen schrikken er niet meer van. Of ik merk het tenminste niet meer op.

“Ik ben een alleenstaande moeder.” Met een wat verontschuldigende glimlach erbij. Maar mijn hoofd rechtop. Dat ene zinnetje maakt de andere duidelijk dat ik er duurder uitzie dan ik ben. Dat ik niet te besteden heb wat mijn leeftijd of kledij doet vermoeden. Dat ik andere prioriteiten heb en dat dat voor mij soms moeilijk is.

Volgens mij wordt het te weinig gezegd. Rechtuit. Recht toe recht aan. Dus doe ik dat hierbij.

Ik ben alleenstaande moeder. En wij, alleenstaande moeders, spenderen ons geld navenant. Vwalla! Lap!

De prix

Jaagt de titel u schrik aan? Niet als je het fout leest, waarschijnlijk.

Gisteren kreeg ik een schok. In de fitness. Niet van een fout toestel of op hol geslagen weegschaal maar van de realiteit. De eenzaamheid die mensen soms voelen.

Ongeveer een jaar geleden kwam er een hele leuke coach als groentje naast mijn toestel staan. Mooie jongen, leuke glimlach, vlotte babbel. De levenslust spatte er af. Grappige opmerkingen, ook wel ondeugend af en toe. Dat heb ik graag, dat vind ik fijn.

Zo’n coach is een motivatie om uw lichaam tot nieuwe grenzen te brengen. Hij moedigde aan en liet mijn buikspieren vooral trainen wegens hard lachen en niet meer bijkomen.

En plots was hij verdwenen. Weg. Foetsie. Ribbedebie. Als in: “Die zien we nooit meer te-rug”.

Ik dacht nog wel eens aan hem. Zijn charme liet een impact achter. En hij liet blijkbaar ook vanalles achter waarvan de opvolgende coaches met hun ogen draaiden en zeiden dat het een dikke miserie was. J. bleek administratief niet zo’n krak te zijn.

Nu is het wel een rage in mijn fitnessclub. Het weggaan, het ribbedebiën… De meesten blijven een maand of vier en maken dan weer een carrièreswitch. Coach-zijn is niet echt een gewilde baan.

Dat was gisterenavond het gespreksonderwerp toen ik de longen uit mijn lijf fietste. De nieuwe coach is net zo zelfverzekerd maar iets minder charmant.

Plots kwamen we op J. Hoe goed hij dat wel deed en hoe leuk en tof hij wel was.

“Tja,”zei de nieuwe coach, “je begrijpt niet goed waarom hij heeft gedaan.”

Ik dacht aan administratieve blunders, misschien zelfs aan wat fraude of gelddrukkerij. Dus ik antwoordde stoer: “Ja, ik heb gehoord dat het niet zo’n succes was maar ik weet niet zozeer wat hij juist deed.”

En toen kwam de klap, de hamer, de bijl, het zwaard.

J. stapte uit het leven, zoals ze dat zo mooi zeggen. Hij maakte er een eind aan zoals de nieuwe coach dat zei.

Ik was woordeloos. Helemaal ondersteboven. Slikte en slikte.

En huilde de hele weg naar huis.

Wat een eenzaamheid. Wat een verdriet.

Had ik…? Kon ik …? Als ik maar had gekeken naar wat er achter het opgewekte masker was. Misschien … dan ….

Waarom betaalt iemand de prijs?

Ik weet het niet. Ik weet het niet.

 

 

Liegenier

Er gaan een drietal mensen op deze wereld smalend lachen bij de volgende bewering, maar voor mij is het waar: ik kan niet liegen.

Wanneer ik het toch doe, lig ik er wakker van. Krijg ik buikpijn. Zit mijn nek vast.

Een leugentje om bestwil als in ‘ik bereidde een verrassingsfeestje voor en verklap het niet’, lukt nog net. Neen, dat is ook gelogen. Daar geniet ik omvangrijk en uitgebreid van. Voorpret kan bij mij weken, maanden duren.

Neen, het gaat over de grote leugens in het leven. “Ja, papa, ik was gisteren om half 1 thuis”. NOT! “Ja mama, ik vind jouw zelfgemaakte vest echt heel cool”. NOT (op zeventienjarige leeftijd). “Ja mevrouw, ik maakte mijn taak gisteren echt wel af”. NOT (want ik deed stiekem spelletjes i.p.v. huiswerk te maken).

Ik word er helemaal confuus van als ik moet liegen. Om allerlei redenen kan dat zijn. Om de andere niet te kwetsen, te beschermen tegen de waarheid en vooral … dat ze niet boos op me worden. Want daar ga ik van kronkelen. En sedert een aantal jaren is het echt een trauma … mensen die hun stem verheffen, met deuren slaan of ijzig zwijgen en je ogen-blikgewijs de grond in boren … die doen mijn tenen krullen.

Dan dúrf ik de waarheid niet zeggen. Uit angst. Uit lafheid. Uit zwakte.

Kinderen doen dat ook. Bij roepende, boze, ijzige, eisende ouders. Dan gaan ze dingen verzinnen, mooier maken of doen verdwijnen.

De laatste jaren gedraag ik me niet meer zo kinderachtig. Er zijn geen kille, woedende, misprijzende ogen en stemmen in mijn buurt. Je zou zeggen dat de waarheid zeggen dan toch gemakkelijker wordt.

Tja, dan moet je eens als het ware in de tuin van je ouders wonen. En af en toe mannelijk gezelschap in huis hebben. Of late feestjes doen. Of nachtelijke limoncello-afspraakjes hebben. Of repetitie waarbij één van de muzikanten een nieuwe auto kocht. (Wie was dat gisterenavond? Ha, kocht hij een nieuwe wagen?! Oh, we dachten al …)

Laat dat puntje puntje puntje nu net iets zijn waarover ik dan soms lieg. Euh … de waarheid verzwijg, verdraai, verBloem …

Yep. Boem Bloem!

Buik intrekken en borsten vooruit

“Dag knappe dame”, zegt hij heel charmant. Groot en slank met hipsterbaard. Mijn type dus. “Jij kwam de kamer binnen en het stond hier in vuur en vlam.”

Melig? Yep. Er wat over? Yep. Raak? Ook yep.

Er mag nog eens met mij geflirt worden. Er mogen al eens wat flemerijen mijn richting uitkomen. Zeker wanneer het van een knappe kunstenaar met flegma komt. (Zie hoe flemerij en flegma in elkaar floeien).

Hij is knap. En heel aantrekkelijk. Legt nonchalant zijn arm om me heen en zijn hand in mijn zij. “Kijk, wij zouden goed passen!”. Ik lach en voel hoe mijn wangen rood worden. Ik ben het flirten niet meer gewend.

Klein en mager staat de vriend te glunderen. Dat heeft hij weer mooi voor mekaar. Bloem met rode wangen en zijn ego gestreeld. Want die lange knappe kunstenaar maakt geen kans. Dat weet hij.

Hij weet dat ik geen zin meer heb in buik intrekken en borsten vooruit. Liever lekker onderuit gezakt in de zetel het einde van “Blind getrouwd” bekijken. Elkaar beloven dat we tegen niemand zeggen dat we het zagen. Overschakelen naar Canvas en mijn sokken uittrekken om ze op zijn schoot te leggen. Met een dubbele kin en onopgemaakte ogen hangen en cola drinken.

Soms mis ik het om me op te tutten en te verleiden. De hoge hakken en de smokey eyes. De smalle rok met de strakke blouse. De grote ringen en oorbellen. Het dure parfum en gestifte lippen. Het ‘gewoon’ zijn en ouder worden nam het leven wat over.

Het lijkt alsof het dan wat glansloos wordt. Ik. Zelf.

Tot de knappe kunstenaar komt en me lakt met flemerij. Ik glim. Gloed en glooi en glitter. En ga alleen naar huis. Kruip in mijn oude roze badjas en glinster van de nachtcrème. Glamour op vintagewijze. Slaap lekker!