Ik wil niet wachten …

 

 

En zo zit ik dus al bijna twee maanden thuis. Correctie: lig ik thuis. Dat is in het begin ontzettend leuk. Geen verbeterwerk, geen planning maken, geen leerlijnen uitstippelen voor kinderen die onder het M-decreet vallen, geen toezichten, geen vermoeidheid of pijn…

In januari koos ik ervoor om mijn huis te ontmesten. U leest dat goed. Ont-mes-ten. Mijn woning is een paradijs voor mensen die nostalgie en weemoed hoog in het vaandel dragen. Elke dag rommelde ik een half uurtje in elke kamer. Dat het na een maand zo goed als voor mekaar is zegt iets over de grootte van mijn woonst.

Marie Kondo-gewijs baande ik me een weg tussen oude souvenirs en het verleden. Ik ontdeed me van nodeloze spullen en ging te werk volgens het motto: word ik er gelukkig van en/of heb ik het nodig? In die volgorde, ja. Want sehnsucht en craving poets je er niet zo maar uit.

Het is een heerlijk gevoel. Rondkijken en weten dat er zelfs tot ín de kasten orde is. In mijn leven is dat een unicum. Ik geef mezelf een pluim. In de orde van lido en Riodansers. Met pompons en benen in de lucht.

Nu is het dus februari. Ik verveel me. Ik kijk voor de tigste keer naar Dawson’s Creek en erger me voor de zoveelste keer aan die Joey die niet voor Pacey kiest. Ze mag hem altijd eens bij me langs sturen hoewel ik vorige vrijdag leerde dat hij een hele stoute man is in The Affair. Waarvoor ik me misschien toch Netflix moet aanschaffen.

Ik verdiep me in House Rules seizoen drie. Waarvan ik al lang weet wie er gewonnen is.

Nieuwe series roetsjen voorbij mijn afstandsbediening. en ik verveel me. O wat verveel ik me.

De mogelijkheden zijn niet legio. Ik heb nog steeds erg veel pijn. Terwijl de dokter zegt dat de zenuw is hersteld en dat er geen druk meer is op de hernia. Een uur op een stoel zorgt ervoor dat ik twee uur moet platliggen. Echt platliggen waarbij tv kijken of lezen zeer moeilijk is.

Zou ik gaan voor een derde opinie? Of leg ik me er bij neer (letterlijk) dat dit de toekomst is? We beginnen aan maand acht… En ik ben het beu. Zo beu! BAH!

Advertisements

Sedert een paar maanden kan ik u exact vertellen wat een pijn een beschadigde zenuw veroorzaakt. De cortisonespuit die me terug wat rechter en fitter had moeten maken werd rechtstreeks in de zenuw geïnjecteerd waardoor die nu kapot is.

Herstellende, gelukkig! Maar toch zeer pijnlijk met stukjes zeer erbij.

Ik kan dus letterlijk zeggen dat er iets op mijn zenuw(en) werkt. Nu ja … werken is er eigenlijk ook niet bij. Vorig weekend was het één uur examens verbeteren, twee uur liggen… in dat ritme, aan dat tempo.

Terwijl de nieuwe dokter me veertien dagen ziekenverlof wilde voorschrijven, pretendeerde ik onmisbaar te zijn en vocht ik mezelf de klas in. Waar ik natuurlijk roemloos ten onder ging en zelfs eindigde in vervroegde thuiskomst zonder lauwerkrans maar mét een medaille voor onmiskenbaar overschatten van mijn kunnen.

En nu zit ik dus thuis. Net cortisonespuit nummer twee van de nieuwe dokter gehad en rechter en fitter dan ik in maanden was. En moe … onvoorstelbaar moe …

Twaalf uur geslapen deze nacht. Zonder pijn. Mogelijkheid tot omdraaien zonder luidkeels au en oei te zeggen. Niet meer vloekend en kreunend en steunend rechtop komen. Het deed deugd. Tranentrekkend deugd.

Er is ruimte voor boos. Boos op dokter en chirurg nummer één. Blijven beweren dat de zenuw misschien wel een ‘kleine kietel’ gekregen heeft maar zeggen dat het wel in orde komt. “En dan zien we mekaar terug na mijn verlof in januari”.

Ik d.a.c.h.t. het niet …

En nu de vraag na dit lange betoog: wat doet u? Gaat u naar de ombudsdienst van het ziekenhuis of denkt u zoals ik “Ach, het zal wel een menselijke fout zijn”. Terwijl ik nu info krijg dat cortisone rechtstreeks in de zenuw kan zorgen voor verlamming.

Watdoetu?

 

 

En plotseling ben je het dan: chronisch patiënt. Het klinkt dramatischer dan ik het wil laten uitschijnen. Maar vier maanden voortdurende rugpijn heeft geen goede invloed op je humeur en inschattingsvermogen.

Ik kan niet meer lang wandelen, lang zitten, lang staan, lang liggen. Ondanks de clichés over het onderwijs betekent dit dat ik kinderen aan mijn bureau vraag om hen te helpen, Krom staan is een absolute no go. Dat is het ook bij het afwassen, poetsen, bed opdekken, aankleden, boodschappen tillen (in de auto én uit de koffer) enzovoort enzovoort.

Ik kan niet meer dansen. Mijn gemoed schiet vol terwijl ik dit opschrijf. Ik kan niet meer dansen.

Waarschijnlijk maak ik het dus dramatischer dan het is

Pijn is een slechte raadgever. En terwijl ik de laatste jaren expert werd in het omgaan met zielspijn is fysieke pijn mij tot nu redelijk onbekend gebleven.

Ik voel hoe ik wegglijd in zelfmedelijden en gekreun en gesteun. Tegelijkertijd wil ik me sterker houden dan ik ben. Wanneer er stoelen worden klaargezet voor het grote feest in school schuifel ik nog even met de leerlingen mee. Na twee minuten moet ik me gewonnen geven.

Ik maak er grapjes over. “Het beste is eraf!” “Oud worden, hee” “Ik oefen voor de heks van Hans en Grietje”.

Maar vanbinnen zinkt de moed me stilaan in de schoenen. Platte schoenen maar dat wist u al.

Mijn leuke jonge kinesist geeft het op. “Hier moet je verder mee gaan. Dit is niet goed”.

Mijn osteopaat zegt dat ik nog nooit zo voelde. In die meer dan tien jaar dat zij me driemaandelijks onder handen neemt.

Mijn huisdokter schrijft een voorschrift voor het hospitaal. Rugschool heet dat.

En school … tja … dat is wel mijn ding natuurlijk.

Behalve wanneer ik tijdens de wiskundeles op de gang schuifel en volledig onderuit ga.

En nu weet ik weer waarom ik zo’n bloedhekel heb aan van die motiverende zinnen . What doesn’t kill you, makes you stronger.

B****sh***t. No f****g way.

Of meer van dat motiverende.

Vulkaan

En plots barst ik uit. De lava stroomt in giftige gulpen. Geen overlevenden lijkt het wel…

Toch slaag ik erin om het gesprek in betere banen te leiden. Omdat gedane zaken geen keer nemen. Omdat het heden en de toekomst belangrijker zijn dan het verleden.

Het voelde alleen zo heerlijk om dat te laten stromen. Om even stoom af te laten. Om even de klep van de snelkoker te tillen en 120 graden irritatie te laten ontsnappen.

Dat ik nadien tril en beef, nam ik er ook even  graag bij. Want ik ben niet bang meer. En niet meer bang zijn, geeft ongekende kracht. BOE!

 

Lang geleden

En plots ben ik boos. Om roddels, om pejoratieve opmerkingen, om kinderlijk gedrag, op dictatoriale beslissingen …

Ik word niet graag behandeld als een kleuter, als iemand die van kwade wil is, als iemand die automatisch dwarsligt.

Dat ben ik niet. Dat ben ik echtentechtig niet.

Het verhaal van honing of stroop of azijn?

Jakkes.

Vandaag ben ik boos.

En mijn ultieme boosbrullaatmemetrustnummer is dat van Anouk.

NAH!

Geweld(ig) huishoudelijk

De laatste dagen komt het weer veel op mijn weg.
Geweld.
De onrechtvaardigheid ervan.
Vooral het volkomen machteloos gevoel dat je hebt wanneer het je overkomt.

Ik begrijp dat niet. Dat een man zoiets kan doen.
Ik begrijp dat echt niet.

Ik begrijp wel de vrouwen die bij zo’n man blijven.
Die denken dat het maar éénmalig is. Dat het wel overgaat.
Hij meent het niet zo. Vanbinnen is hij een goede man.

En het ergste verontschuldigende argument: Het is mijn eigen schuld. Ik verdien dit. Ik begrijp hem wel …

De afgelopen dagen word ik weer helemaal door elkaar geschud.
Mannen die er vanbuiten heel aantrekkelijk, slim, gevoelig, betrokken en boeiend uitzien, kunnen zodanig veel geweld gebruiken dat een vrouw erdoor verandert voor de rest van haar leven.

Het is wraakroepend. Het brengt iets slechts in mij naarboven. Ik blijf achter met een wrange nasmaak in mijn mond …

Ik begrijp het niet. Ik begrijp het echt niet.