It’s my party …

Blijkbaar word ik verondersteld officieel over te zijn. Over hem. Over mijn leven met Hem.
Bij een aantal mensen mag ik nog wel eens heel wijfelend, twijfelend, mijn verdriet uitspreken maar de meesten rollen inwendig met hun ogen en zeggen: Bloem, Hij gaat verder met zijn leven. Doe jij dat ook.

Ja, dat Hij over me heen is, was al wel langer duidelijk. Dat hij verdergaat met zijn leven, wist ik ook al wel. Dat hij niet veel meer met me inzit, laat hij regelmatig merken. Dat ik niet meer degene ben met wie hij het goed voorheeft … Dat ik het laatste van zijn zorgen ben … Dat het niet meer uitmaakt wat ik zeg of denk … Dat roddels over me eerder geloofd worden dan de feiten die ik stel …

Ja, ja ja jaaaaa , ik weeeeeeeeet het.

Maar!
Dat maakt niets uit aan mijn verdriet.
Okee … ik zijg niet alle dagen huilend ter aarde neder, maar het gebeurt regelmatig dat ik hem nog incalculeer in mijn leven.
Het was ooit erg intens, erg mooi. De liefde van mijn leven noemde ik hem.

Sedert deze week weet ik dat het dus over moet zijn. Amen. En Uit!

Ondanks het feit dat ik snel ben, in woord en gedachten, in doen en laten … ben ik enorm traag wat betreft het verwerken van emoties.
De vorige keer heeft wel 3 tot 5 jaar geduurd voor ik niet meer dagelijks aan mijn ex dacht.
En dat was dan nog geen eens de liefde van mijn leven.

Pfff … ik word nu al moe als ik er aan denk.
Zullen we mekaar nog eens spreken in 2014 of 2016?

Of neen, willen al die criticasters me met rust laten en hun mond houden?
Als het u stoort dat ik rauw rouw, hoepel op!
En steek uw hand in uw eigen boezem … nah!
Of ergens waar de zon niet schijnt. U weet wel …

Advertisements

Punt van zien

Vandaag las ik/ontdekte ik LeesMij. Leuke schrijfstijl. Frisse ideetjes.

Tot ik het gelinkte artikel las.

Dat was even slikken.

Anderszijds is het wel een ‘oogopener’. Zo zien mensen een scheiding dus. Zo bekijkt de buitenwereld een relatie die misloopt. Zelfs mensen die heel dicht stonden/staan zien niet wat er echt gebeurd.

Daar kies je natuurlijk een stuk zelf voor. Ik heb nooit mijn verdriet gedeeld met anderen. Zelfs mijn allerbeste vriendin was niet op de hoogte van wat ik voelde. Hoe eenzaam ik soms was. Hoe ik soms schreeuwde in mijn woestijn. Hoe ik soms ploegde op mijn noordpool. Hoe ik soms riep en tierde en brulde en jankte. Hoe ik soms apathisch werd en bijna catatonisch.

Ik koos ervoor om dat niet te delen. Ik schaamde mij. Omdat ik niet in staat was geluk en liefde te geven of te krijgen. Omdat ik onmogelijk de relatie kon rechthouden en vond dat het mijn schuld was dat ik me ongelukkig voelde.

Alvorens iedereen (ahum) in de verdediging schiet en zegt: maar ik begrijp wat je deed, je bent ook maar mens, je zocht wat je niet kreeg …en nog meer van die (sorry) zever in pakskes: ik maakte keuzes. Ik alleen. Goede en foute keuzes. Mijn verantwoordelijkheid. Ik draag de gevolgen.

Wat ik wel ongelooflijk beu ben, is dat ik de grote schuld van de scheiding krijg. Want dat is wat een buitenwereld toch doet. Ik deed de stap die leidde tot het uit elkaar gaan. Zeggen ze. Denken ze.

Dat dacht ik een hele lange tijd ook. Ik was de trut, de del, de … (er zijn nog lelijkere woorden gebruikt). Dat geloofde ik dus. ‘Ze’ hadden gelijk.

Niet dus. Niemand weet wat er tussen vier muren in een relatie gebeurt. Wij waren een mooi koppel. Ik was dolverliefd op hem en hij was de kalme rustigheid zelve. Wat een humor tussen die twee mensen. Wat een warmte, wat een liefde.

Dat was dus zo. Ik heb zielsveel van hem gehouden. En hij ook van mij. Wie anders durft te beweren mag in het rijtje van de veroordelers komen staan. Nog steeds hou ik van hem. Hij niet meer van mij. Iedereen begrijpt zijn standpunt. De meesten vinden mijn gevoelens misplaatst of raar. Wat een meningen, wat een oordelen.

Wij zijn beiden schuldig aan deze scheiding. Trouwens … schuldig is een zwaar woord. Want we worden al genoeg berecht en gestraft voor dit alles. Ons kind draagt zijn leven lang de gevolgen mee. Wij zijn degenen die er aan kapot gingen/gaan. Wij zien af, hebben verdriet, huilen, janken, roepen, tieren en brullen. Wij zoeken naar vervanging voor elkaar. Wij sluiten ons af en kruipen in ons hoekje. Wij doen krampachtige pogingen om een nieuw sociaal leven op te bouwen. Dat zijn WIJ.

Vroeger was het WIJ tegen de wereld. Nu lijkt het soms de wereld tegen ons.

Ik klink verbitterd. Ja …. Want ik mis wat we vroeger hadden. En zoals hij zegt, terwijl ik huil: Dat komt nooit meer terug.

En terwijl ik de hele tijd op zoek was naar hem, kwam ik plots mezelf tegen. In al mijn vormen. Met al mijn zwakheden en fouten. Met al mijn passie en enthousiasme dat al lang ondergesneeuwd was. Ik vond mezelf in mijn zoektocht naar hem, naar ons. Dat is het enige positieve dat ik hieruit meeneem. Maar laat dat nu net de moeite zijn. Jezelf tegenkomen is pijnlijk  en helend tegelijk.

Ik gooi mijn oude huid af, laat aarzelend mijn nieuwe vel koesteren door een zwakke zon. Ik verloor alles wat me lief was door te zoeken naar hoe hij me liefhad. Ik vond het niet. Ik zag het niet.

Aan elk verhaal zijn er twee kanten. Je kiest meestal de kant die je hoort. De andere kant wordt dan niet beluisterd of genegeerd.

Voor sommigen ben ik sympathieker dan hij, voor anderen is het andersom.

Stop daarmee! Hij was/is de liefste, grappigste, meest boeiende man die ik ooit tegenkwam. Maar het ging allemaal zoveel pijn doen dat ik het niet volhield. Dat is mijn verhaal. Mijn waarheid. Daar heb ik recht op.

(Dit alles is geschreven in een poging om ook mezelf ervan te overtuigen. Want in mijn zwakheid durf ik mijn strengste rechter te zijn. Gelukkig omring ik me met een jury die mild en helpend is. Gelukkig.)

Als een echte kerel wil ik vijanden hebben …

Haar eerste boek vond ik totaal overroepen. Het was een cadeau van een leerling die het jaar in mijn klas wel erg de moeite vond … tijdens de vakantie las ik het en legde ik het weg. Voorgoed de kast in.
Toen kwam er toch dat verhaal dat me totaal onderuit haalde. Het verhaal van het verlies van de liefde van haar leven. Ik deed het boek een tijdje geleden cadeau aan iemand van wie ik dacht dat ie de liefde van mijn leven was. Niet dus.
Nu schreef ze weer een boek over verlies. Nogmaals een verlies van liefde. Liefde van het leven.

Wanneer ze in interviews over zichzelf, haar leven en haar visies vertelt, vind ik haar soms bot, cru en zelfs onbeschoft. Ik lijk op haar. Ik durf alleen niet zo bot, cru en onbeschoft zijn.
Dat bewonder ik in haar, dat zeggen wat je denkt op de manier waarop je het denkt zonder bang te zijn dat je de wereld kwetst.

Door je mond te houden, kwets je dikwijls harder en dieper. Merkte ik.

Ik voel me ronddraaien in rouw. Afscheid nemen is iets waar ik een bloedhekel aan heb. Ik ben het beu. Om telkens afscheid te moeten nemen van de liefdes van mijn leven. Ze leven nog … maar ik ben soms erg dood vanbinnen.
Iemand nog zien rondlopen, ademen, praten en dingen delen met anderen … het is een vreemde vorm van begrafenis. Er is een afscheid maar geen dode. En we drinken vooral geen koffie samen.

Ze zegt dat ze een jaar kon zwelgen in haar verdriet.
Als je dat achteraf leest is dat allemaal schoon en wel.

Wat doe je met: “Ze leefden lang en gelukkig.” … geen kat die daarover ooit een verhaal schrijft.

Ik lees haar boek niet. Nu nog niet. Misschien binnen een jaar of 10 … wanneer mijn rouw voorbij zal zijn.
Ondertussen scheur ik bij de dokter in de wachtzaal het interview uit een tijdschrift. Het hangt aan mijn reuzengroot keukenprikbord…
“Als een echte kerel wil ik vijanden hebben” zegt ze.

En dan drinkt ze er nog eentje. Connie, je bent een echte vent!

Stop

Er is te veel geduwd, te veel getrokken, te veel aangehaald, te veel afgestoten.

Sommige wonden helen nooit. Of laten zo’n smerig litteken na dat je het verstopt zodanig dat het niet zichtbaar is voor de omgeving.

Mijn wonden en littekens kwamen het laatste jaar serieus aan bod. Ik onderging als het ware plastische chirurgie. Het resultaat bevalt me. Contentement over genomen beslissingen is er ook. Zelfs een glans zelfliefde gloort aan de einder.

Maar waar is die einder?

Vandaag heb ik het gevoel dat ik naar de pot goud aan het einde van de regenboog zoek. Ik kom maar niet dichterbij. Rennen. Rennen en rennen. Mijn hechtingen schieten los, hebben nood aan zalf-ing. De heling ging in de goede richting. Heling van verdovende middelen leek het wel. De pijn wat zachter, de vreugde wat minder … maar dat is buiten de waard(e) van mijn hart gerekend. Dat stomme, overgevoelige, supersentimentele hart van mij. Boosheid. Yep. Boos op het hart.

Want nog steeds kan hij me van mijn stuk brengen. Zou ik over de grond kruipen om hem te smeken met me te praten, me vast te houden, me graag te zien. Nog steeds doet hij me glimlachen. Streelt mijn hand automatisch zijn hoofd, zijn hand wanneer hij binnenkomt. Nog steeds.

Het moet stoppen. Mijn kwetsures zijn te diep, de zijne trouwens ook. Het moet stoppen. Pffffffffff …

Dus gaan we sentimenteel doen? Yep, dat doen we!

Mannen! Ik kan niet met. Ik kan niet zonder. Maar voorlopig toch heel erg zonder.

Zever in pakskes …

Wat is dat hier toch allemaal? Hier sta ik, met mijn bollekeszakdoek en mijn roze riek in aanslag. ‘t Is hier van mij en niet van u. Van mijn erf, zeg ik u!

Neen, niet gij die mij graag leest en lieve reacties geeft. En ook niet gij, die geen reacties geeft maar mij in het dagelijkse leven omhelst en verwarmt. En gij moogt blijven, gij met de glimlach en de supporter-cheerleader-pompons in de lucht. En oooo jaaaa, gij moogt zeker blijven met uw knuffels en uw lievigheid. Omhels me maar!

Want dat is wel een gezever hier hee. Waarom zou ik me laten doen door een stelletje erfbedervers die iets slecht met mij van zin zijn? Ja, gij daar … die me nekt en klein wil krijgen.
Waarom? Dat weet ik niet. Zal ik waarschijnlijk nooit echt weten.
Ge moogt weten dat ik er kapot van was, dat het me zo pijn deed dat ik bijna terug in mijn oude patroon van emotionele afhankelijkheid verviel.
Maar ik sta er weer.
“Wees als riet, buig maar breek niet!”
En dat is wat ik ga doen.
Het is hier van mij. Dit is mijn plek.
Hier blijf ik wonen.
Nu ik weet dat ze meelezen … kan ik nog steeds mezelf zijn. Ze raken me. Tot in het diepste van mijn kern. Ze nemen mijn hart, mijn ziel, rukken hem uit mijn lichaam en stampen erop, spugen …

Want er is een kant van hen die ik niet kende, wat ze zeiden was niet waar, de spelletjes die ze speelden, zullen ze winnen.
Maar ik zet de regen in brand, het water stroomt over mijn gezicht en ik verbrand, word as.
Ik zal herrijzen. Als feniks vermomd zal ik beter worden. Ik geloof erin.
Ik ben riet. Ik buig maar ik breek niet (meer)

Dus ik blijf hier, dit is mijn plek!
Dikke kussen aan alle lieve mensen die lieve mailtjes stuurden. U bent lief! Mijn lief!

Vandaag geen woorden van mij. Geen Bloemige depressie.

Maar een fuck-you with an attidude-air van Sara.

Dit is wat ik wil zeggen tegen de wereld. Nu en hier …

Keep drinking coffee, stare me down across the table
While I look outside
So many things I’d say if only I were able
But I just keep quiet and count the cars that pass by

You’ve got opinions, man
We’re all entitled to ‘em, but I never asked
So let me thank you for your time, and try not to waste anymore of mine
And get out of here fast

I hate to break it to you babe, but I’m not drowning
There’s no one here to save

Who cares if you disagree?
You are not me
Who made you king of anything?
So you dare tell me who to be?
Who died and made you king of anything?

You sound so innocent, all full of good intent
Swear you know best
But you expect me to jump up on board with you
And ride off into your delusional sunset

I’m not the one who’s lost with no direction
But you’ll never see
You’re so busy making maps with my name on them in all caps
You got the talking down, just not the listening

And who cares if you disagree?
You are not me
Who made you king of anything?
So you dare tell me who to be?
Who died and made you king of anything?

All my life I’ve tried to make everybody happy
While I just hurt and hide
Waiting for someone to tell me it’s my turn to decide

Who cares if you disagree?
You are not me
Who made you king of anything?
So you dare tell me who to be?
Who died and made you king of anything?