En dan krijg je de vraag of je op een gemeentelijke verkiezingslijst wil gaan staan.

Als kind wilde ik minister worden.

Ik maak zo graag een verschil.

Maar politiek??? Ik denk niet dat ik dat kan.

Ofwel?

Advertisements

Buik intrekken en borsten vooruit

“Dag knappe dame”, zegt hij heel charmant. Groot en slank met hipsterbaard. Mijn type dus. “Jij kwam de kamer binnen en het stond hier in vuur en vlam.”

Melig? Yep. Er wat over? Yep. Raak? Ook yep.

Er mag nog eens met mij geflirt worden. Er mogen al eens wat flemerijen mijn richting uitkomen. Zeker wanneer het van een knappe kunstenaar met flegma komt. (Zie hoe flemerij en flegma in elkaar floeien).

Hij is knap. En heel aantrekkelijk. Legt nonchalant zijn arm om me heen en zijn hand in mijn zij. “Kijk, wij zouden goed passen!”. Ik lach en voel hoe mijn wangen rood worden. Ik ben het flirten niet meer gewend.

Klein en mager staat de vriend te glunderen. Dat heeft hij weer mooi voor mekaar. Bloem met rode wangen en zijn ego gestreeld. Want die lange knappe kunstenaar maakt geen kans. Dat weet hij.

Hij weet dat ik geen zin meer heb in buik intrekken en borsten vooruit. Liever lekker onderuit gezakt in de zetel het einde van “Blind getrouwd” bekijken. Elkaar beloven dat we tegen niemand zeggen dat we het zagen. Overschakelen naar Canvas en mijn sokken uittrekken om ze op zijn schoot te leggen. Met een dubbele kin en onopgemaakte ogen hangen en cola drinken.

Soms mis ik het om me op te tutten en te verleiden. De hoge hakken en de smokey eyes. De smalle rok met de strakke blouse. De grote ringen en oorbellen. Het dure parfum en gestifte lippen. Het ‘gewoon’ zijn en ouder worden nam het leven wat over.

Het lijkt alsof het dan wat glansloos wordt. Ik. Zelf.

Tot de knappe kunstenaar komt en me lakt met flemerij. Ik glim. Gloed en glooi en glitter. En ga alleen naar huis. Kruip in mijn oude roze badjas en glinster van de nachtcrème. Glamour op vintagewijze. Slaap lekker!

 

 

Happiemie

Een recept voor instant happines is de Happinez. Elk jaar rond februari krijg ik van mezelf een abonnement kadoo. Yolo!

Het verbreedt mijn kijk op de wereld. Ik durf al eens groen te stemmen maar ben zeker niet veg-. Zowel niet anistisch als etarisch. Duur. Dat is het ook. Ik droom van zonnepanelen en een eigen windturbine. Maar voorlopig blijft het beperkt tot (gesubsidieerd) goed isoleren en het recycleren.

Minimalisme is niet aan me besteed. Hoewel …. sedert deze week sieren slechts drie kaarsenhouders en maar vier kaartjes mijn schouwmantel. Dat is opgeruimd genoeg. De rest van de woonkamer ligt erbij alsof het pas boekenverkoop was maar toch ben ik fier op die schouw.

Het zegt me wel iets. Dat gebalanceerde, evenwichtige leven. Bewust van natuur en leven. Respectvol omgaan met de aarde en wat die heeft en geeft. Waar zou ik beginnen?

Het spijt me maar ik lust toch zo graag vlees en moet de groenten altijd verstoppen in de puree of achter de aardappelen. Mijn kleerkast kan me soms ook een instantgevoel van geluk geven. Zeker wanneer ik een prachtig kleedje met 10 procent korting kan kopen. Misschien is dat wel mijn invalshoek. Dol op kleren en schoenen en tassen.

Daarom dus even reclame maken voor mijn nieuwste ontdekking: alchemist-fashion.com. Mooi, mooi, mooi. En in sale is het best te doen.

Zo draag ik toch iets bij. Everybody happy! Niet?!

 

Open ogen … zwaar in het hart

Daar loop je dan. Tegen 8 kilometer per uur doorkruis je Beiroet. Af en toe stop je. Kijk je rond. Vervallen huizen, leegstaande appartementen, kapotte stoep, gebroken weg.

De impressies komen binnen op racesnelheid. Ik slik. Ik kijk. Ik beef. Ik zie.

27858612_10156294614485362_5363931385530710617_n

We betreden een Palestijns vluchtelingenkamp. Niets is zoals ik het van tv ken. Kinderen fietsen in smalle straatjes en vrouwen koken met het raam open waardoor ik zie dat er heel weinig plaats is in het kleine gepleisterde huisje dat deel lijkt uit te maken van een gigantische aan elkaar gebouwde stenen stad.

Ik glimlach naar ieder die ik zie. Enkel de kinderen beantwoorden mijn lach. De volwassenen kijken ernstig, soms wat verwijtend lijkt het mij. Wat komt die lange blanke vrouw hier doen, lijken ze te denken. Dat ik vergezeld word door een kleine Nederlander met de wereld in zijn vizier is een niet te matchen combinatie.

Hij vertelt honderduit. Over hoe de Palestijnen naar hier gevlucht zijn. Over hoe Syrische vluchtelingen worden uitgebuit en aangenomen voor de meest vieze, rotte klusjes. Hoe ieder die het zich kan permitteren een housemaid heeft. Ik zie die van de overburen drie grote Perzische tapijten om de twee dagen over het balkon hangen en uitkloppen alsof ze haar Nemesis zijn. Haar ras is me niet helemaal duidelijk maar ze is donkerder dan de andere mensen op straat.

Wanneer we in een Hesbollah-wijk lopen, zie ik grote posters van jongens en mannen met indrukwekkende geweren en dan wordt het zwaar in mijn hart. Ik zie kogelgaten in huizen, restanten van de burgeroorlog. We lopen voorbij een wapenwinkel, waar een kanjer van een geweer trots de etalage siert. Rillingen lopen over mijn rug en ik vermijd oogcontact en neem stiekem foto’s.

28217367_10156301513295362_887124759_o

Arabisch is een onbegrijpelijke taal. Sjoekran leer ik … het betekent dankjewel. Een belangrijk woord is dat. Ik gebruik het veel. Terwijl de ober mijn sjiek Frans ontbijt brengt, terwijl ik tussen de Diorwinkel en Michael Kors een blingblinghandtas koop waarvan mijn moeder achterover zal vallen. Terwijl ik neen schud naar de donker getinte mannen die me een taxi of rit willen aanbieden. Wanneer ik betaal aan de kassa van een supermarkt die net als thuis Dove shampoo en Oreal conditioner verkoopt.

Mijn voeten doen pijn. Een grote stad verkennen met een marathonloper is een ongekend uitdagend parcours. Zeker wanneer het een oud lief is, waar je toch nog steeds aan wil tonen dat het lijf waarop hij acht jaar geleden verliefd werd in goede staat bleef … Wat niet waar is en wat hij dan ook meteen merkt.

Ik voel me oud en Vlaams en rijk en anders.

In Beiroet verloor ik niet mijn hart. Maar het werd wel geraakt. De indrukken blijven binnenkomen en zullen waarschijnlijk nog een hele tijd nazinderen.

Mijn wereldverbeterende aard werd een hele tijd geleden ondergesneeuwd door levensverbeterende noden. Maar hij zit er nog. Ik ontmoette hem weer in Libanon.

 

Het is erover

Kwis in schoolrefter. Ronde 8. Triviale zaken.

Vraag: Welke huwelijksverjaardag vier je bij 12 jaar?

Voor ik het besef, zeg ik met hoogstironische stem: Ik zou het niet weten. Zo ver geraakte ik geen van beide keren.

Stilte valt tussen al het geroezemoes van de andere ploegen. Even wordt ze pijnlijk maar snel onderbroken door vader van beste vriend van zoonlief. “Ik denk een houten verjaardag” Zijn stem bibbert een beetje maar hervindt snel zijn zijn kracht.

Moeder van beste vriend van zoonlief bevestigt: “Ja, dat denk ik ook.”

Het is zover. Ik kan er grappen over maken. Het is erover.

 

On-rede-lijk

De bel gaat. Hard. Lang. Luid.

Ik schiet uit mijn bed. Half 8. O jee!

Snel mijn badjas aan en op mijn blote voeten naar de deur. Ik weet al wie er voor staat. De dakmeneer. Met een grote vrachtwagen en werkman.

Terwijl ik de trap afdonder, mompel ik een aantal woorden en zinnen waar de dakmeneer van zou gaan blozen.En dat doet hij effectief ook wanneer ik in mijn prachtige (ahum) pas-uit-bed-look de deur openruk.

Ik ben daar niet goed in. Verbouwen en toestanden. Ik wil het altijd meteen af. Niet dat gedoe van bespreken, vergelijken, weer bespreken, beslissen, laten uitvoeren. Niet de hele rimram van niet thuis zijn in uw eigen huis, van koffie met of zonder melk, van opruimen want ‘je moet toch een goede eerste indruk maken’. Jakkes!

Is dat ongeduld of gewoonweg werk-allergisch ?

Ik weet het niet goed.

Wat ik wel weet is dat ik deze week al uren aan het schrijven ben aan de afscheidsdienst voor de moeder van de vader van het beste vriendje van de zoon. (Kan u nog volgen?)

Ik zit drie uur bij de familie te luisteren naar de verhalen over hun moeder, vrouw, schoonmoeder … Ik merk hoe de mensen lachen door hun tranen heen.

Ik schrijf en mail. Mail en schrijf. Spreek af en voer uit. Ik doe dat graag. Dat geeft mij voldoening. Dat ik iets kan betekenen voor mensen op een moeilijk moment in hun leven. Daar steek ik tijd in. Daar laat ik mijn huis-werk voor staan.

Het is niet dat ik belangrijk ben. Neen, versta me niet verkeerd. Ik wil gewoonweg mensen mee dragen en steunen in hun verdriet over het plotse afscheid. Als ik er voor kan zorgen, dat de last wat lichter wordt … dan doe ik dat graag.

Ik wil graag het dak boven hun hoofd zijn, de melk in hun koffie …

Zou de dakmeneer misschien wel op dezelfde manier denken over zijn dak-maken? Wie weet?!

(Geheel tussen haakjes en terzijde … de vader belde tijdens zijn legerdienst met de moeder en zette dan dit liedje op … romantiek op zeventig .. das schoon!)