Het is erover

Kwis in schoolrefter. Ronde 8. Triviale zaken.

Vraag: Welke huwelijksverjaardag vier je bij 12 jaar?

Voor ik het besef, zeg ik met hoogstironische stem: Ik zou het niet weten. Zo ver geraakte ik geen van beide keren.

Stilte valt tussen al het geroezemoes van de andere ploegen. Even wordt ze pijnlijk maar snel onderbroken door vader van beste vriend van zoonlief. “Ik denk een houten verjaardag” Zijn stem bibbert een beetje maar hervindt snel zijn zijn kracht.

Moeder van beste vriend van zoonlief bevestigt: “Ja, dat denk ik ook.”

Het is zover. Ik kan er grappen over maken. Het is erover.

 

Advertisements

On-rede-lijk

De bel gaat. Hard. Lang. Luid.

Ik schiet uit mijn bed. Half 8. O jee!

Snel mijn badjas aan en op mijn blote voeten naar de deur. Ik weet al wie er voor staat. De dakmeneer. Met een grote vrachtwagen en werkman.

Terwijl ik de trap afdonder, mompel ik een aantal woorden en zinnen waar de dakmeneer van zou gaan blozen.En dat doet hij effectief ook wanneer ik in mijn prachtige (ahum) pas-uit-bed-look de deur openruk.

Ik ben daar niet goed in. Verbouwen en toestanden. Ik wil het altijd meteen af. Niet dat gedoe van bespreken, vergelijken, weer bespreken, beslissen, laten uitvoeren. Niet de hele rimram van niet thuis zijn in uw eigen huis, van koffie met of zonder melk, van opruimen want ‘je moet toch een goede eerste indruk maken’. Jakkes!

Is dat ongeduld of gewoonweg werk-allergisch ?

Ik weet het niet goed.

Wat ik wel weet is dat ik deze week al uren aan het schrijven ben aan de afscheidsdienst voor de moeder van de vader van het beste vriendje van de zoon. (Kan u nog volgen?)

Ik zit drie uur bij de familie te luisteren naar de verhalen over hun moeder, vrouw, schoonmoeder … Ik merk hoe de mensen lachen door hun tranen heen.

Ik schrijf en mail. Mail en schrijf. Spreek af en voer uit. Ik doe dat graag. Dat geeft mij voldoening. Dat ik iets kan betekenen voor mensen op een moeilijk moment in hun leven. Daar steek ik tijd in. Daar laat ik mijn huis-werk voor staan.

Het is niet dat ik belangrijk ben. Neen, versta me niet verkeerd. Ik wil gewoonweg mensen mee dragen en steunen in hun verdriet over het plotse afscheid. Als ik er voor kan zorgen, dat de last wat lichter wordt … dan doe ik dat graag.

Ik wil graag het dak boven hun hoofd zijn, de melk in hun koffie …

Zou de dakmeneer misschien wel op dezelfde manier denken over zijn dak-maken? Wie weet?!

(Geheel tussen haakjes en terzijde … de vader belde tijdens zijn legerdienst met de moeder en zette dan dit liedje op … romantiek op zeventig .. das schoon!)

Moe-der

Als een jongetje loopt hij door mijn huis. Deze bijna vijftigjarige grijze man die net onder mijn arm kan lopen. Hij zucht. En zucht. Heel diep.

Dat kan hij goed. Als een kind dat huiswerk moet maken of zijn kamer moet opruimen. Alleen gaat het bij hem om graag leven en blij kunnen zijn. Dat vindt hij moeilijk.

Hij glimlacht wanneer ik naar hem kijk. Een mooie grimas. Hij kan het niet laten om even over mijn hoofd te strelen. Ik glimlach terug. Er komt een teder gevoel in mij naar boven. Omdat ik hem wil beschermen tegen de grote boze buitenwereld. Omdat ik bang ben dat men hem pijn doet of kwetst. Dat moedergevoel is allesomvattend groot.

Hij maakt zich klaar voor de uitstap. Naar de grote stad. Kunst bekijken ofzo. Dat doet hij graag. Dat maakt hem blij. Ik supporter bij dat klaarmaken. Ga, lief, ga.

Mijn schouders trekken op. Mijn maag zet uit. Mijn borst ademt kort en ondiep. Ik vergat dat ik er moe van zou worden. Erg moe. Moe-der dan moe.

Een vijftigjarig kind is niet altijd gemakkelijk om te dragen. Dat weegt door.

Wat doe je met een aanbod grote liefde?

Wat doe je met moe-heid?

Loslaten, zeggen de boekjes. Laat dat nu net iets zijn dat ik heel moeilijk vind. Waar ik heel moe van word.

Ik loop door het huis. Ik zucht. En zucht. Heel diep.

Omen Amen

Voortekens … soms geloof ik daarin. Dikwijls merk ik het pas wanneer er weer wat tijd en emoties overgingen. Dan was mijn aandacht te veel naar buiten gericht en te weinig naar binnen.

Vandaag was het zo’n dag dat ik het weer nodig had. Even naarbinnen kijken.

Het ouwe vorige ex-lief nodigde me uit om het andere continent te bezoeken. Boston, ik wou dat het kon.

Niet dus … Misschien vertrek ik morgenvroeg, misschien blijf ik thuis. Dan zijn er allerlei voorbereidingen gedaan. De zoon verblijft bij zijn vader in plaats van bij mij. Toen we dat regelden kwam er weer veel bitterheid en verdriet aan beide kanten naarboven omdat Boston indertijd echt niet kon toen. En nu nog altijd moeilijk ligt, zo bleek het.

Is het een voorteken? Dat het nu ook weer niet lukt?

Op het moment dat ik het me concreet afvraag, schiet mijn hele sociale netwerk in actie. Met de beste bedoeling, ja, dat geloof ik … “Gelukkig zit je nu niet in Frankfurt vast!” “Weet je wel zeker of je vlucht nu veranderd is?” “Weet je wel zeker dat je ook een vlucht Brussel – Frankfurt hebt?” “Kijk online even hoe het met de status van je vlucht gesteld is” “Klik even op de link die ik deelde op je fb-pagina.” “Bel even naar Lufhansa.” “Bel nadien terug of het in orde is.” “Ik zou een koffer nemen in plaats van een tas.” “Zie dat je proper ondergoed hebt in je handbagage” “Neem geen flesjes of tubes mee, dat houden ze toch bij”

Terwijl de ervaring me leerde dat ik dan even gas moet terugnemen, zit ik ook als een gek op fb te posten hoe ver het staat, hang ik een half uur in de wacht bij Lufthansa Brussels, maan ik zoonlief aan om dat verdomde luide geluid van zijn Wii stil te zetten, kijk ik een marathon The Graham Norton show, speel ik Farmville en drink ik latte tegen de sterren op.

Net wanneer ik voel dat ik ga gillen … is er de innerlijke iris die me bij de kraag grijpt en zegt: “ERUIT!”

Ik gooi mezelf de fiets op en trap als een bezetene richting …
tja, richting waar?

Eerst richting de bakker … ik verwen mezelf met een mokka soesje in een papieren zakje. Dat steek ik in mijn bloemetjesfietszak en dan trap ik terug weer aan een gestaag tempo.

Richting Moeke. Ik traan even voor haar graf, ga op het naburige bankje zitten en eet mijn soesje op. Mijn ogen dicht tegen de stralende zon. Luisteren naar de vogels, Luisteren naar de verre eenzame auto die voorbijtuft.

Ik adem. In. uit. In. Uit.

Een last glijdt van me af. Ik piep tussen mijn wimpers en zie een wit konijn aan de rand van de begraafplaats. Het wipt tussen het graf van Moeke en haar buurvrouw door. Terwijl ik mijn adem inhoud, kijkt het even achterom. Waarschijnlijk is het inbeelding maar ik voel hoe we heel kort oogcontact maken. Weg is het.

Was ik even Alice? Neen, het konijn had geen hoed op en stond niet op zijn achterste poten. Ik ben Iris. Bloem.

Ik adem. In. Uit. In. Uit.

Zucht ….

Wanneer ik langzaam richting fiets wandel, komt J.langs. Hij knikt en herkent me even niet. 30 jaar en zoveel rimpels later. Ik glimlach en noem zijn naam. We wandelen beiden verder, langs elkaar heen. Mijn hart roert zich even. Niet voor hem maar voor wie ik voor hem was, wat ik betekende. Ik beantwoordde zijn gevoelens niet en hij weende toen. De eerste jongen die ik zag wenen omdat ik hem afwees. Tevens ook de laatste om die reden want, wat ik toen niet wist, later zou ik degene zijn die zou wenen.

Toch blijf ik glimlachen en voel ik me warm worden.

Ooit werd ik graag gezien. En dat zou eigenlijk nooit meer ophouden. De liefde zou veranderen en ik zou volwassen worden. Met een licht bitter kantje dat af en toe zeer scherp kan zijn. Zoals vandaag.

Het scherp is van de snee. Ik kan weer verder. Dank je J. Dank je Moeke. Dank je, konijn.

En bij die laatste gedachte glimlach ik luider dan ooit.

Lang geleden

En plots ben ik boos. Om roddels, om pejoratieve opmerkingen, om kinderlijk gedrag, op dictatoriale beslissingen …

Ik word niet graag behandeld als een kleuter, als iemand die van kwade wil is, als iemand die automatisch dwarsligt.

Dat ben ik niet. Dat ben ik echtentechtig niet.

Het verhaal van honing of stroop of azijn?

Jakkes.

Vandaag ben ik boos.

En mijn ultieme boosbrullaatmemetrustnummer is dat van Anouk.

NAH!

Begin van het schooljaar

De dagen rijgen zich rustig aan elkaar. De zon schijnt. De regen valt. Ik werk. Verbeter dat werk en werk opnieuw. Vriendinnetjes zijn jarig en krijgen een cadootje. Kindjes worden geboren en jammer genoeg sterft de moeder van een nieuwe fijne vriend. De leerlingen zijn fijn om mee te werken. De kat spint. Zoonlief maakt af en toe graag zijn huiswerk. Ik verzeil op een onverwacht zonnig terras met net genoeg cava om een licht hoofd te krijgen. Ik glimlach en krijg een lach terug.

Het leven is goed. Zo simpel kan dat zijn.

Soms hangen de woorden dan wat langer in mijn ziel en keel en hart. Ze kwamen er net uit.

Een gulp geluk. Ik gun het u.