Happiemie

Een recept voor instant happines is de Happinez. Elk jaar rond februari krijg ik van mezelf een abonnement kadoo. Yolo!

Het verbreedt mijn kijk op de wereld. Ik durf al eens groen te stemmen maar ben zeker niet veg-. Zowel niet anistisch als etarisch. Duur. Dat is het ook. Ik droom van zonnepanelen en een eigen windturbine. Maar voorlopig blijft het beperkt tot (gesubsidieerd) goed isoleren en het recycleren.

Minimalisme is niet aan me besteed. Hoewel …. sedert deze week sieren slechts drie kaarsenhouders en maar vier kaartjes mijn schouwmantel. Dat is opgeruimd genoeg. De rest van de woonkamer ligt erbij alsof het pas boekenverkoop was maar toch ben ik fier op die schouw.

Het zegt me wel iets. Dat gebalanceerde, evenwichtige leven. Bewust van natuur en leven. Respectvol omgaan met de aarde en wat die heeft en geeft. Waar zou ik beginnen?

Het spijt me maar ik lust toch zo graag vlees en moet de groenten altijd verstoppen in de puree of achter de aardappelen. Mijn kleerkast kan me soms ook een instantgevoel van geluk geven. Zeker wanneer ik een prachtig kleedje met 10 procent korting kan kopen. Misschien is dat wel mijn invalshoek. Dol op kleren en schoenen en tassen.

Daarom dus even reclame maken voor mijn nieuwste ontdekking: alchemist-fashion.com. Mooi, mooi, mooi. En in sale is het best te doen.

Zo draag ik toch iets bij. Everybody happy! Niet?!

 

Advertisements

Kenuzelve

En dan ben ik vooral gechoqueerd door het feit dat Penelope een plastieken flesje zomaar weggooit …

Toen ik vijf jaar was, had ik mijn eerste grote kledingrel met mijn moeder. Ik wilde een rood met witte bollen tirolerjurkje en zij vond het maar niks. Naar het schijnt heb ik de hele winkel op stelten gezet voor dat kleedje. Nu was (en is) mijn moeder niet het type dat toegeeft aan kinderlijke driftbuien maar mijn grootmoeder deed een goed woordje en dus kreeg ik het kleedje.
Tegen de zuster van de derde kleuterklas vertelde ik over de ‘rel’ en zo kon ik ‘s avonds trots en waarschijnlijk een beetje grijnzend vertellen dat ‘ons zuster het een heel mooi kleedje vond.’
Met andere woorden, ik had een goede nonnensmaak in die dagen.

De kledingconflicten verbeterden er niet op. New wave was niet aan mijn moeder besteed en opvallende jurken en oorbellen nog minder. Ik heb van haar maar 1 keer een klap gekregen en dat was dan waarschijnlijk nog van het schrikken. Ik liet op mijn vijftiende mijn haar scheren waarbij er van mijn ruglange communiehaar enkel nog een nekvlechtje met een kraal overschoot. Ze herkende me zelfs niet meer toen ik de keuken binnenstapte.

U ziet het: mijn moeder en ik hebben de nodige woelige modebaren overleefd.
Tegenwoordig laat ze me al wat doen. Zolang het niet te kort is of echt verschrikkelijk zwijgt ze. Wat ik zeer aangenaam vind. Ondanks haar zwijgen weet ik best goed hoe ze erover denkt.

Enkel een aantal weken geleden kon ze het toch niet laten. Ik vroeg haar op een miezerige zaterdagnamiddag of ze mij wilde vergezellen naar een vintagewinkel. Ik vertelde haar dat ik een kleed nodig had om op 13 en 20 juni op te treden. Dat kleed had ik gezien op de fb-pagina van mijn (sedert een aantal maanden) favoriete winkel.

Bij het zien van de etalage was ze zelfs redelijk enthousiast. “Echt iets voor jou” klonk het. Mijn moeder kent mij. Absoluut!
Ze zocht mee, ze keek mee, ze beoordeelde, ze vergeleek … Het was echt een fijn moment.

Toen ging ik passen.
De jurk zat wat strak.
(Verdriet doet me snoepen en zo ‘won’ ik bijna 7 kilo op twee maanden tijd)
Een maat groter dan maar.
De jurk paste als gegoten.
Tot ik betaalde en we buiten gingen.
“Amai, Iris, das een maatje dat je nog nooit had, hee”.

Yep. Mijn moeder!

Stilte na de storm

Het is stil hier. Stil in dit huis van ooit-teveel-woorden. Rust op de klippen waartegen elke boot zich te  pletter vaart. Kalmte over woeli(ge)baren. En nog meer van het metaforenfront.

Er was een storm. Zwaar en hevig. Vernietigend en intens.

Natuurlijk heeft dat dan weer te maken met graag-zien en gezien worden. Liefde lijkt telkens een onevenwicht in mijn leven. Het hart is daar en het hoofd is hier en zelden kruisen of ontmoeten ze elkaar.

Dat gaat over mannen die moedig en met baarden zijn. Jan, Piet, Joris en Korneel hebben baarden … ja, die hebben baarden. In hun keel al even, op hun gezicht niet altijd of nog maar net.

Mannen… ik ben daar niet goed in.

Laat me babbelen, luisteren, troosten, lachen, meeleven en nog meer van het zeemzoeterige waterfront…

http://www.youtube.com/watch?v=vxXfu-Kbtbc

Dat lukt me wel, dat kan ik best. Daarin breng ik het tot een goed einde.

Maar met mannen?? Geen goede einden  hier. Nog wat losse eindjes, ja. Wat draadjes met haakjes die je zo venijnig laten terugkomen op wat je al eerder besloot.

Soms zeg ik tegen vriendinnen: “Ik hoef geen man meer. Het is allemaal veel te ingewikkeld. Te gecompliceerd.”
Dan kijken ze me aan en schieten ze bijna allemaal onmiddelijk in de lach. “Jij? Geen man? Hahahaha!”

Daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Ik hou te veel van de mannelijke kant van ons ras. Geef mij maar een grappig, gewiekst, humoristisch, gevoelig en romantisch exemplaar. Laat mij maar kijken naar baarden en beaderde  handen. En dan zwijg ik nog over al de rest wat fijn is aan ‘de man’.

Och, het lukt me niet. Echt niet. En dan zeggen ze: “Het overkomt je nog wel. Dat komt best in orde met jou.”

Flauwekul vind ik dat. Ik ben ook in orde zonder man. Ik hoef niet meer nog meer in orde te komen.

Maar er mag me wel eens iets overkomen. Iets dat ik aankan. Iets dat ik wil. Iets dat me blij maakt.
Iets leuks. Iets grappigs. Iets verfrissend verrassend.

Misschien heb ik wel nood aan een clownijsje?

Aflaten

Chantage …. ik ben daar niet voor. Dat is teken van een slecht karakter, vind ik.
Aflaten daarentegen … ik doe dat regelmatig.

Vandaag ook weer wat af(ge)laten: Als ik dit voor mekaar krijg, snoep ik niet meer tot het einde van het schooljaar.
Ik ben dikwijls een ‘sjansard’ zoals ze dat in schoon Vlaamsch zeggen. Ik krijg de gekste dingen gedaan zonder veel inspanning. Met veel spanning weliswaar maar dat is slechts voor de binnenkant. Aan de buitenkant blijf ik altijd cool, calm and collected (yeah right) maar van binnen sterf ik duizend doden.
Met wat charme (zonder opscheppen) geraak ik altijd wel ergens 🙂
Mijn goed karma maakt alles altijd ok.
En ik vertrouw daar te veel op.

Zoveel dat ik in soms in nesten geraak … en het dan moet doen met omkoperij.
“Als het in orde komt, dan ruim ik in het vervolg alles op zonder treuzelen.”
“Dan ga ik aan mijn conditie werken, dan ga ik meer met de bus naar het werk, dan zal ik … dan beloof ik …”
Om één of andere rare reden, geraak ik er meestal mee weg.
Dat is fijn. Dan hoef ik niet af te gaan of toe te geven dat ik te laat ben met mijn planning, voorbereiding. En kan ik tevens iets doen aan mijn zwakke conditie of snoepgedrag.
Het komt op één of andere manier wel in orde.

Euh …? Altijd?
Nope, vandaag dus niet.
Verstrooid en verward laat ik het allemaal in het honderd lopen.
Overheidsinstanties die hun best doen met te helpen, er een halve dag werk in steken om dan uiteindelijk met spijtige stem te moeten melden: Sorry mevrouw, maar ik kreeg het niet meer voor mekaar.

Dan stampvoet ik ingebeeld de tegels uit de vloer.
Ik klapper met de deuren en bries als een hengst op speed.
Ik ben verschrikkelijk boos.
Vooral op mezelf.
Want met charme alleen kan je praktische fouten (zoals het afspreken van datum; uur en plaats van welbepaalde belangrijke zaken) niet herstellen.
Dju toch.
Djuuuuuuu toch!!!!