Buik intrekken en borsten vooruit

“Dag knappe dame”, zegt hij heel charmant. Groot en slank met hipsterbaard. Mijn type dus. “Jij kwam de kamer binnen en het stond hier in vuur en vlam.”

Melig? Yep. Er wat over? Yep. Raak? Ook yep.

Er mag nog eens met mij geflirt worden. Er mogen al eens wat flemerijen mijn richting uitkomen. Zeker wanneer het van een knappe kunstenaar met flegma komt. (Zie hoe flemerij en flegma in elkaar floeien).

Hij is knap. En heel aantrekkelijk. Legt nonchalant zijn arm om me heen en zijn hand in mijn zij. “Kijk, wij zouden goed passen!”. Ik lach en voel hoe mijn wangen rood worden. Ik ben het flirten niet meer gewend.

Klein en mager staat de vriend te glunderen. Dat heeft hij weer mooi voor mekaar. Bloem met rode wangen en zijn ego gestreeld. Want die lange knappe kunstenaar maakt geen kans. Dat weet hij.

Hij weet dat ik geen zin meer heb in buik intrekken en borsten vooruit. Liever lekker onderuit gezakt in de zetel het einde van “Blind getrouwd” bekijken. Elkaar beloven dat we tegen niemand zeggen dat we het zagen. Overschakelen naar Canvas en mijn sokken uittrekken om ze op zijn schoot te leggen. Met een dubbele kin en onopgemaakte ogen hangen en cola drinken.

Soms mis ik het om me op te tutten en te verleiden. De hoge hakken en de smokey eyes. De smalle rok met de strakke blouse. De grote ringen en oorbellen. Het dure parfum en gestifte lippen. Het ‘gewoon’ zijn en ouder worden nam het leven wat over.

Het lijkt alsof het dan wat glansloos wordt. Ik. Zelf.

Tot de knappe kunstenaar komt en me lakt met flemerij. Ik glim. Gloed en glooi en glitter. En ga alleen naar huis. Kruip in mijn oude roze badjas en glinster van de nachtcrème. Glamour op vintagewijze. Slaap lekker!

 

 

Advertisements

Ver-trouw-d

Een beetje geïrriteerd loop ik op het perron. Het is zes jaar geleden dat ik dit station bezocht en ik herken niets meer. Breda is ver van vertrouwd geworden.

De telefoon. Hij vraagt me waar ik ben. Ik zie waar hij is.

Na zes jaar is zijn gestalte me nog altijd bekend.

Daar is ie weer. Mijn Hollandse tuinkabouter. Deze keer definitief op het vasteland.

En verliefd.

Even kriebelt het. Hij was mijn laatste grote liefde. De liefde die alles ondersteboven draaide. Inclusief mijzelf. Hij heeft me verpest voor de liefde.

Wanneer hij vertelt over zijn nieuw lief met de Russische naam die, vertaald, hetzelfde is als mijn naam, lachen we. Dat zoiets kan. Hij is eindelijk samen met een iris. Alleen ben ik het niet, deze keer.Hij toont me een foto. Heel klein, fijn en blond. Ze is mooi. Ze lacht lief.Ik zie hoe hij naar haar kijkt. Wat fijn, zeg ik. Wat fijn voor jou.

Hij bloost en kijkt even weg.

Ik bal mijn vuisten en maak een overtuigd YES-gebaar. Hij twijfelt.

“Eindelijk een iris die wint.Het is dan wel niet ‘ik’ maar iris wint! Go Iris go!”

Hij slaat zijn hoofd achterover en lacht luid.

We lachen ons tranen.

Van veel plezier en een beetje heimwee.

Ik dan toch.

Daar zit je dan. In Cambridge Massachusetts. Met je zakdoek in je mond gepropt te snikken alsof je leven ervan afhangt.

We gingen dus naar de film in Boston. We aten eerst in een zeer chic visrestaurant. We renden door de Red Line, We manoeuvreerden tussen hoge bergen opgestapelde sneeuw langs voetpaden. We hijgden toen we bijna te laat de filmzaal binnendenderden.

Toen stopte alles en kwam ik tot rust. Diep ging ik. Zo diep. Met Moeke op mijn netvlies keek ik naar een sublieme, ronduit schitterende Julianne Moore. Wat een mooie vrouw. Wat een présence. Wat een …

Ik kon het niet houden. Wat een tsunami kwam er weer uit.

Ik drukte de zakdoek hard tegen mijn mond, probeerde mijn ademhaling te regelen en kronkelde van gène naar rechts waar een lege stoel soelaas bood.

Hij drukte zachtjes mijn hand maar deed ze weer snel weg.

De intensiteit verdween allang. Het was jaren geleden dat hij me zo zag.

Tijdens de aftiteling durfde ik niet te kijken. Hij snufte net zo luid als ik. We stonden recht toen de zaal bijna leeg was. Buitengekomen moest het eruit. Tegen zijn schouder aan huilde ik diep vanuit mijn onderbuik. “Kom op” zei hij.

Plots realiseerde ik me dat liefde kan verdwijnen. En dat dat niet erg is.

Het was goed.

(En ja, Julianne Moore mag van mij een oscar krijgen!!)

Geweld(ig) huishoudelijk

De laatste dagen komt het weer veel op mijn weg.
Geweld.
De onrechtvaardigheid ervan.
Vooral het volkomen machteloos gevoel dat je hebt wanneer het je overkomt.

Ik begrijp dat niet. Dat een man zoiets kan doen.
Ik begrijp dat echt niet.

Ik begrijp wel de vrouwen die bij zo’n man blijven.
Die denken dat het maar éénmalig is. Dat het wel overgaat.
Hij meent het niet zo. Vanbinnen is hij een goede man.

En het ergste verontschuldigende argument: Het is mijn eigen schuld. Ik verdien dit. Ik begrijp hem wel …

De afgelopen dagen word ik weer helemaal door elkaar geschud.
Mannen die er vanbuiten heel aantrekkelijk, slim, gevoelig, betrokken en boeiend uitzien, kunnen zodanig veel geweld gebruiken dat een vrouw erdoor verandert voor de rest van haar leven.

Het is wraakroepend. Het brengt iets slechts in mij naarboven. Ik blijf achter met een wrange nasmaak in mijn mond …

Ik begrijp het niet. Ik begrijp het echt niet.

Met een ietwat ijl gevoel in mijn hoofd loop ik door de donkere straat. De sterren verlichten mijn wandelpad. Mijn huis licht op in de verte.
Ik draag een oude foto van mijn overgrootouders met daarop een pak wafels. Het ene een gift van mijn vader, het andere van mijn moeder.
Ik glimlach tegen de zwarte nacht.
Mijn lach van zonet buldert nog na in mijn oren.

Drie cava’s. Tot groot protest van mijn moeder en even groot jolijt van mijn vader. Drie cava’s. Ze zorgden voor een hartuitstorting van jewelste. Een lach en een traan.
Mijn mama en papa. Beiden altijd zo ongerust over mijn welzijn. Ze luisterden. Voorzichtig om me niet te laten toeklappen.
Ik ben de dochter die het minst vertelt over haar innerlijke zieleroerselen.
Ik ben ook het zorgenkind thuis.
Ze luisterden.
Vertelden over hun eigen relatiemoeilijkheden die in de jaren 80 gesitueerd werden en niet meteen van het allerergste soort waren.

Mijn ouders.
Het zijn beste vrienden. Vanaf hun geboorte. Op alle familiefoto’s staan ze naast elkaar. Zij met een pop. Hij met een schop in zijn hand. Je ziet hoe hij toen al naar haar keek. Zijn enige nicht die later zijn vrouw zou worden.
Het is geen gemakkelijk voorbeeld.
Zeker na twee mislukte huwelijken en eens zoveel mankgelopen relaties blijven ze een voorbeeld dat me aantrekt en afstoot.

Deze avond waren we weer mama, papa en dochter. Met een kwinkslag. Met liefde.

Ze helen mijn wonden. Ze maken me heel.


Laat me even melig doen.
Ik ben er aan toe.

Vals en tijn

Veertien februari. Ongeveer 12 jaar lang was het een dag waar ik erg naar uit keek. Ik genoot van briefjes in brooddozen, krabbeltjes op de ontbijttafel en kadootjes onder het hoofdkussen. Romantisch type. Ikke dus.

Sedert 2010 vier ik niets meer. Geen reden meer. Geen noodzaak.
Ik heb ongeveer drie jaar lang die dag laten voorbij gaan met enkel de ex in gedachten. Wat gesnotter en gesnuif. Veel zakdoeken en chats met andere single vriendinnen op facebook.Zielig type. Ikke dus.

Vandaag brengt de ex zoonlief terug naar huis. Misschien gaat hij nadien wel wat romantisch doen? Ik weet het niet en zal het nooit uit zijn mond horen. De ex heeft mij al een heel lange tijd geleden afgeschreven. Als een afschrijving met slijtage. Als een …
ach, ik kan er nog zoveel over zeuren en huilen als ik wil, het komt nooit meer goed.
En dat terwijl mijn motto altijd geweest is: Alles komt altijd goed.

Vandaag zou ik veertien februari weer kunnen vieren. Omdat er iemand is die me graag ziet. Zoals ik ben. Met lijmlittekens en slijtage.
En toch …
het gaat nog niet. Ik wil er liefst niets over horen. Al dat rodehartjesgedoe…
Ik wil nog niet.
Want dan schrijf ik de ex ook af. En ik was altijd al slecht in economie.

Voor mij is er nog altijd die restwaarde. Die weegt nog te hard door.
Dus vier ik niets.
En kijk ik naar Percy Jackson and the sea of monsters met zoonlief. Nog steeds de belangrijkste man in mijn leven. En dat is wel voor altijd!