Zeer interessant. Uw mening graag?!

Esther Perel.

Advertisements

Soms, heel soms, wil ik een man die de melk en de waterflessen uit de autokoffer haalt en ze machogewijs naar de kelder draagt. Die dan daarna de boodschappen mee in de kast laadt en me een lekker tasje thee zet omdat ik zo flink ben gaan winkelen.

Soms. Heel soms.

Vandaag dus.

Buik intrekken en borsten vooruit

“Dag knappe dame”, zegt hij heel charmant. Groot en slank met hipsterbaard. Mijn type dus. “Jij kwam de kamer binnen en het stond hier in vuur en vlam.”

Melig? Yep. Er wat over? Yep. Raak? Ook yep.

Er mag nog eens met mij geflirt worden. Er mogen al eens wat flemerijen mijn richting uitkomen. Zeker wanneer het van een knappe kunstenaar met flegma komt. (Zie hoe flemerij en flegma in elkaar floeien).

Hij is knap. En heel aantrekkelijk. Legt nonchalant zijn arm om me heen en zijn hand in mijn zij. “Kijk, wij zouden goed passen!”. Ik lach en voel hoe mijn wangen rood worden. Ik ben het flirten niet meer gewend.

Klein en mager staat de vriend te glunderen. Dat heeft hij weer mooi voor mekaar. Bloem met rode wangen en zijn ego gestreeld. Want die lange knappe kunstenaar maakt geen kans. Dat weet hij.

Hij weet dat ik geen zin meer heb in buik intrekken en borsten vooruit. Liever lekker onderuit gezakt in de zetel het einde van “Blind getrouwd” bekijken. Elkaar beloven dat we tegen niemand zeggen dat we het zagen. Overschakelen naar Canvas en mijn sokken uittrekken om ze op zijn schoot te leggen. Met een dubbele kin en onopgemaakte ogen hangen en cola drinken.

Soms mis ik het om me op te tutten en te verleiden. De hoge hakken en de smokey eyes. De smalle rok met de strakke blouse. De grote ringen en oorbellen. Het dure parfum en gestifte lippen. Het ‘gewoon’ zijn en ouder worden nam het leven wat over.

Het lijkt alsof het dan wat glansloos wordt. Ik. Zelf.

Tot de knappe kunstenaar komt en me lakt met flemerij. Ik glim. Gloed en glooi en glitter. En ga alleen naar huis. Kruip in mijn oude roze badjas en glinster van de nachtcrème. Glamour op vintagewijze. Slaap lekker!

 

 

Ver-trouw-d

Een beetje geïrriteerd loop ik op het perron. Het is zes jaar geleden dat ik dit station bezocht en ik herken niets meer. Breda is ver van vertrouwd geworden.

De telefoon. Hij vraagt me waar ik ben. Ik zie waar hij is.

Na zes jaar is zijn gestalte me nog altijd bekend.

Daar is ie weer. Mijn Hollandse tuinkabouter. Deze keer definitief op het vasteland.

En verliefd.

Even kriebelt het. Hij was mijn laatste grote liefde. De liefde die alles ondersteboven draaide. Inclusief mijzelf. Hij heeft me verpest voor de liefde.

Wanneer hij vertelt over zijn nieuw lief met de Russische naam die, vertaald, hetzelfde is als mijn naam, lachen we. Dat zoiets kan. Hij is eindelijk samen met een iris. Alleen ben ik het niet, deze keer.Hij toont me een foto. Heel klein, fijn en blond. Ze is mooi. Ze lacht lief.Ik zie hoe hij naar haar kijkt. Wat fijn, zeg ik. Wat fijn voor jou.

Hij bloost en kijkt even weg.

Ik bal mijn vuisten en maak een overtuigd YES-gebaar. Hij twijfelt.

“Eindelijk een iris die wint.Het is dan wel niet ‘ik’ maar iris wint! Go Iris go!”

Hij slaat zijn hoofd achterover en lacht luid.

We lachen ons tranen.

Van veel plezier en een beetje heimwee.

Ik dan toch.

Daar zit je dan. In Cambridge Massachusetts. Met je zakdoek in je mond gepropt te snikken alsof je leven ervan afhangt.

We gingen dus naar de film in Boston. We aten eerst in een zeer chic visrestaurant. We renden door de Red Line, We manoeuvreerden tussen hoge bergen opgestapelde sneeuw langs voetpaden. We hijgden toen we bijna te laat de filmzaal binnendenderden.

Toen stopte alles en kwam ik tot rust. Diep ging ik. Zo diep. Met Moeke op mijn netvlies keek ik naar een sublieme, ronduit schitterende Julianne Moore. Wat een mooie vrouw. Wat een présence. Wat een …

Ik kon het niet houden. Wat een tsunami kwam er weer uit.

Ik drukte de zakdoek hard tegen mijn mond, probeerde mijn ademhaling te regelen en kronkelde van gène naar rechts waar een lege stoel soelaas bood.

Hij drukte zachtjes mijn hand maar deed ze weer snel weg.

De intensiteit verdween allang. Het was jaren geleden dat hij me zo zag.

Tijdens de aftiteling durfde ik niet te kijken. Hij snufte net zo luid als ik. We stonden recht toen de zaal bijna leeg was. Buitengekomen moest het eruit. Tegen zijn schouder aan huilde ik diep vanuit mijn onderbuik. “Kom op” zei hij.

Plots realiseerde ik me dat liefde kan verdwijnen. En dat dat niet erg is.

Het was goed.

(En ja, Julianne Moore mag van mij een oscar krijgen!!)

Geweld(ig) huishoudelijk

De laatste dagen komt het weer veel op mijn weg.
Geweld.
De onrechtvaardigheid ervan.
Vooral het volkomen machteloos gevoel dat je hebt wanneer het je overkomt.

Ik begrijp dat niet. Dat een man zoiets kan doen.
Ik begrijp dat echt niet.

Ik begrijp wel de vrouwen die bij zo’n man blijven.
Die denken dat het maar éénmalig is. Dat het wel overgaat.
Hij meent het niet zo. Vanbinnen is hij een goede man.

En het ergste verontschuldigende argument: Het is mijn eigen schuld. Ik verdien dit. Ik begrijp hem wel …

De afgelopen dagen word ik weer helemaal door elkaar geschud.
Mannen die er vanbuiten heel aantrekkelijk, slim, gevoelig, betrokken en boeiend uitzien, kunnen zodanig veel geweld gebruiken dat een vrouw erdoor verandert voor de rest van haar leven.

Het is wraakroepend. Het brengt iets slechts in mij naarboven. Ik blijf achter met een wrange nasmaak in mijn mond …

Ik begrijp het niet. Ik begrijp het echt niet.