De prix

Jaagt de titel u schrik aan? Niet als je het fout leest, waarschijnlijk.

Gisteren kreeg ik een schok. In de fitness. Niet van een fout toestel of op hol geslagen weegschaal maar van de realiteit. De eenzaamheid die mensen soms voelen.

Ongeveer een jaar geleden kwam er een hele leuke coach als groentje naast mijn toestel staan. Mooie jongen, leuke glimlach, vlotte babbel. De levenslust spatte er af. Grappige opmerkingen, ook wel ondeugend af en toe. Dat heb ik graag, dat vind ik fijn.

Zo’n coach is een motivatie om uw lichaam tot nieuwe grenzen te brengen. Hij moedigde aan en liet mijn buikspieren vooral trainen wegens hard lachen en niet meer bijkomen.

En plots was hij verdwenen. Weg. Foetsie. Ribbedebie. Als in: “Die zien we nooit meer te-rug”.

Ik dacht nog wel eens aan hem. Zijn charme liet een impact achter. En hij liet blijkbaar ook vanalles achter waarvan de opvolgende coaches met hun ogen draaiden en zeiden dat het een dikke miserie was. J. bleek administratief niet zo’n krak te zijn.

Nu is het wel een rage in mijn fitnessclub. Het weggaan, het ribbedebiën… De meesten blijven een maand of vier en maken dan weer een carrièreswitch. Coach-zijn is niet echt een gewilde baan.

Dat was gisterenavond het gespreksonderwerp toen ik de longen uit mijn lijf fietste. De nieuwe coach is net zo zelfverzekerd maar iets minder charmant.

Plots kwamen we op J. Hoe goed hij dat wel deed en hoe leuk en tof hij wel was.

“Tja,”zei de nieuwe coach, “je begrijpt niet goed waarom hij heeft gedaan.”

Ik dacht aan administratieve blunders, misschien zelfs aan wat fraude of gelddrukkerij. Dus ik antwoordde stoer: “Ja, ik heb gehoord dat het niet zo’n succes was maar ik weet niet zozeer wat hij juist deed.”

En toen kwam de klap, de hamer, de bijl, het zwaard.

J. stapte uit het leven, zoals ze dat zo mooi zeggen. Hij maakte er een eind aan zoals de nieuwe coach dat zei.

Ik was woordeloos. Helemaal ondersteboven. Slikte en slikte.

En huilde de hele weg naar huis.

Wat een eenzaamheid. Wat een verdriet.

Had ik…? Kon ik …? Als ik maar had gekeken naar wat er achter het opgewekte masker was. Misschien … dan ….

Waarom betaalt iemand de prijs?

Ik weet het niet. Ik weet het niet.

 

 

Advertisements

Echt-ig

Het schrijven van levensverhalen brengt me dikwijls heel dichtbij iemand’s eigenheid. Niemand is puurder dan wanneer er verdriet of woede is. Deze week ontmoette ik dochter en partner van een vrij jonge vrouw. Kanker. En alles wat er maar mis kan gaan.

Zeer aangrijpend levensverhaal. Zonder in details te treden (ik ondertekende een zwijgplichtig papier) … ik was onder de indruk van hoeveel pech een mens kan hebben in zijn leven.

Even de kleinere mens in mij laten spreken: het helpt me om me te realiseren dat ik het zo slecht nog niet heb. Dat mijn eigen levensverhaal nog niet zo ziel-ig is. Dat ik best reden heb om geluk-kig te zijn.

Voordat ik ging lezen, ontmoette ik hen nog kort. Ze gaf me een kaartje. Een bedankkaartje. Het gaf me een krop in mijn keel. Dat ben ik niet gewend. Als vrijwilliger beoog ik geen zware bedankingen of lofbetuiging. Hun ogen bij het afscheid zeggen dikwijls genoeg.

Dan voel ik dus hoe iemand diep van binnen is. Je hebt verschillende reacties: ogen die neerslaan, een omhelzing, sterke handdruk, slap handje, tranen, strakheid, drama, …

Dat is mooi om zien.

Ook ik kan dan slechts alleen mezelf zijn. Dan voel ik hoe ik zacht word, wat week en tegelijk heel sterk en ondersteunend. Met mijn lengte toren ik dikwijls boven hen uit (verdriet maakt echt kleiner) en dan kan ik me voorover buigen en hen een kneepje, hand of omhelzing geven.

Zonder neerbuigend of arrogant te willen doen …

het geeft me dan zo’n goed gevoel. Dat ik mensen kan helpen in hun verdriet.

Ik merkte in mijn eigen leven … : geluk deel je zo gemakkelijk met anderen. In verdriet sta je dikwijls alleen. Iedereen verwerkt een overlijden op zijn eigen manier. Ik zie hoe het mensen uit elkaar drijft en hoe het mensen verbindt.

Ik ben zo blij dat ik een schakel mag zijn.

Slotsom na deze verbale tsunami en van de hak op de tak springend relaas: Wat doe ik mijn vrijwilligerswerk graag!

Ziel-ig

Alleen ziek zijn is zielig. Mijn lakens moeten verschoond worden omdat ik zweet alsof ik in een heet bad lig. Dat ik trouwens ook voor mezelf moeten laten vollopen. Zonder eucalyptus want dat vergat ik in huis te halen en er is niemand die dat instant voor me doet.

Kreunend en steunend hijs ik me een losse kledij (want een jeans is zo pijnlijk met een pijnlijke buik) en rij ik auto-gewijs naar de de Albert Heijn voor broodjes want morgen wil ik echt wel terug gaan werken.

Lang leve de online doktersafspraken die een telefoontje overbodig maken. Lang leve de online agenda’s die ervoor zorgen dat mijn collega’s weten wat ik van plan was met mijn leerlingen vandaag. Voor wie ik me ook onmisbaar voel want ocharme de dutskes.

Wat voel ik me zielig. Ik wil een kopje warme thee met citroen dat ik niet zelf moet maken. Ik wil een hand die mijn rug streelt en me langzaam in slaap wiegt. Ik wil warmte die niet afkomstig is van een warmwaterkruik mét neppelsje (lees dat woord eens tien keer na elkaar).

Gelukkig is er Alicja met haar prachtige programma. Ideaal om te kijken met koortsig hoofd en zakdoekenneus. De kat spint zich tegen mijn buik en knort me de gezelligheid in. Ik ontspan. Ik word ziek. Ik ben het al.

 

On-rede-lijk

De bel gaat. Hard. Lang. Luid.

Ik schiet uit mijn bed. Half 8. O jee!

Snel mijn badjas aan en op mijn blote voeten naar de deur. Ik weet al wie er voor staat. De dakmeneer. Met een grote vrachtwagen en werkman.

Terwijl ik de trap afdonder, mompel ik een aantal woorden en zinnen waar de dakmeneer van zou gaan blozen.En dat doet hij effectief ook wanneer ik in mijn prachtige (ahum) pas-uit-bed-look de deur openruk.

Ik ben daar niet goed in. Verbouwen en toestanden. Ik wil het altijd meteen af. Niet dat gedoe van bespreken, vergelijken, weer bespreken, beslissen, laten uitvoeren. Niet de hele rimram van niet thuis zijn in uw eigen huis, van koffie met of zonder melk, van opruimen want ‘je moet toch een goede eerste indruk maken’. Jakkes!

Is dat ongeduld of gewoonweg werk-allergisch ?

Ik weet het niet goed.

Wat ik wel weet is dat ik deze week al uren aan het schrijven ben aan de afscheidsdienst voor de moeder van de vader van het beste vriendje van de zoon. (Kan u nog volgen?)

Ik zit drie uur bij de familie te luisteren naar de verhalen over hun moeder, vrouw, schoonmoeder … Ik merk hoe de mensen lachen door hun tranen heen.

Ik schrijf en mail. Mail en schrijf. Spreek af en voer uit. Ik doe dat graag. Dat geeft mij voldoening. Dat ik iets kan betekenen voor mensen op een moeilijk moment in hun leven. Daar steek ik tijd in. Daar laat ik mijn huis-werk voor staan.

Het is niet dat ik belangrijk ben. Neen, versta me niet verkeerd. Ik wil gewoonweg mensen mee dragen en steunen in hun verdriet over het plotse afscheid. Als ik er voor kan zorgen, dat de last wat lichter wordt … dan doe ik dat graag.

Ik wil graag het dak boven hun hoofd zijn, de melk in hun koffie …

Zou de dakmeneer misschien wel op dezelfde manier denken over zijn dak-maken? Wie weet?!

(Geheel tussen haakjes en terzijde … de vader belde tijdens zijn legerdienst met de moeder en zette dan dit liedje op … romantiek op zeventig .. das schoon!)

Daar zit je dan. In Cambridge Massachusetts. Met je zakdoek in je mond gepropt te snikken alsof je leven ervan afhangt.

We gingen dus naar de film in Boston. We aten eerst in een zeer chic visrestaurant. We renden door de Red Line, We manoeuvreerden tussen hoge bergen opgestapelde sneeuw langs voetpaden. We hijgden toen we bijna te laat de filmzaal binnendenderden.

Toen stopte alles en kwam ik tot rust. Diep ging ik. Zo diep. Met Moeke op mijn netvlies keek ik naar een sublieme, ronduit schitterende Julianne Moore. Wat een mooie vrouw. Wat een présence. Wat een …

Ik kon het niet houden. Wat een tsunami kwam er weer uit.

Ik drukte de zakdoek hard tegen mijn mond, probeerde mijn ademhaling te regelen en kronkelde van gène naar rechts waar een lege stoel soelaas bood.

Hij drukte zachtjes mijn hand maar deed ze weer snel weg.

De intensiteit verdween allang. Het was jaren geleden dat hij me zo zag.

Tijdens de aftiteling durfde ik niet te kijken. Hij snufte net zo luid als ik. We stonden recht toen de zaal bijna leeg was. Buitengekomen moest het eruit. Tegen zijn schouder aan huilde ik diep vanuit mijn onderbuik. “Kom op” zei hij.

Plots realiseerde ik me dat liefde kan verdwijnen. En dat dat niet erg is.

Het was goed.

(En ja, Julianne Moore mag van mij een oscar krijgen!!)