Happy

De laatste weken voel ik me opgelucht. Bevrijd. Nieuw. Levend. Dat heeft niet te maken met mijn lijf. Dat protesteert nog steeds. De pijnstillers stapelen zich op en zorgen voor een minderpijnlijk bestaan.

Dit gaat over mijn hart. Mijn hoofd. Mijn buik. Mijn ziel.

Dat ik van mijn huwelijken niet meteen een succes kon maken is algemeen bekend. Dat heeft lang gewogen. Zwaar. Diep. Heavy. Not happy dus.

Ik zwelg soms. In narigheid en navelstaarderij.

Deze zomer was het weer zover. X-mangewijs kan ik een gat boren in mijn navel terwijl ik staar. Een onderdompeling werd het weer. Zo eentje waarvan je longen bijna barsten.  Waarbij je je ogen openspert en snakt naar verluchting. Waarbij je denkt ‘dit lukt nooit meer’. Heerlijk is het dan om boven water te komen en met diepe gulzige teugen zuurstof te krijgen.

Op verschillende manieren. In verscheidene situaties.

Gisterenavond realiseerde ik me een heerlijke waar-heid. Mijn vriendschapsrelaties zijn levenslang en durend. Dat geluk heb ik. Wanneer het me niet goed af gaat, schieten de vrienden in actie en zijn ze mijn zwembandjes in het diepe zwarte water dat kolkt. Daar kan geen ‘liefdesleven’ tegenop. Ze zijn er. Ze zijn d.a.a.r.

Ook wanneer ik, zoals gisteren dus, doordram over bepaalde gebeurtenissen. We lachen en we zijn ironisch, we bevestigen en ontkennen elkaar. We porren, we duwen, we strelen, we aaien … we maken mekaar en onszelf beter.

Ook wanneer ik om kwart voor elf al vraag of het goed is dat we naar huis gaan. Lang zitten op een caféstoel is pijnlijk en het strekken van de benen gaat moeilijk met die lange van mij. Ze knikt en lacht. Doet haar jas aan. We kibbelen even over de rekening. We rijden richting huis. En babbelen nog minstens drie kwartier in het duister van de auto en de nacht.

Waarna ik me met een pijnlijke rug op de zetel plof en ook minstens drie kwartier met een wasmand vol kussens onder de benen ontspan.

Ik zie ze graag. In goede en slechte tijden, in ziekte en gezondheid, in armoede en rijkdom.

 

 

 

Advertisements

Open ogen … zwaar in het hart

Daar loop je dan. Tegen 8 kilometer per uur doorkruis je Beiroet. Af en toe stop je. Kijk je rond. Vervallen huizen, leegstaande appartementen, kapotte stoep, gebroken weg.

De impressies komen binnen op racesnelheid. Ik slik. Ik kijk. Ik beef. Ik zie.

27858612_10156294614485362_5363931385530710617_n

We betreden een Palestijns vluchtelingenkamp. Niets is zoals ik het van tv ken. Kinderen fietsen in smalle straatjes en vrouwen koken met het raam open waardoor ik zie dat er heel weinig plaats is in het kleine gepleisterde huisje dat deel lijkt uit te maken van een gigantische aan elkaar gebouwde stenen stad.

Ik glimlach naar ieder die ik zie. Enkel de kinderen beantwoorden mijn lach. De volwassenen kijken ernstig, soms wat verwijtend lijkt het mij. Wat komt die lange blanke vrouw hier doen, lijken ze te denken. Dat ik vergezeld word door een kleine Nederlander met de wereld in zijn vizier is een niet te matchen combinatie.

Hij vertelt honderduit. Over hoe de Palestijnen naar hier gevlucht zijn. Over hoe Syrische vluchtelingen worden uitgebuit en aangenomen voor de meest vieze, rotte klusjes. Hoe ieder die het zich kan permitteren een housemaid heeft. Ik zie die van de overburen drie grote Perzische tapijten om de twee dagen over het balkon hangen en uitkloppen alsof ze haar Nemesis zijn. Haar ras is me niet helemaal duidelijk maar ze is donkerder dan de andere mensen op straat.

Wanneer we in een Hesbollah-wijk lopen, zie ik grote posters van jongens en mannen met indrukwekkende geweren en dan wordt het zwaar in mijn hart. Ik zie kogelgaten in huizen, restanten van de burgeroorlog. We lopen voorbij een wapenwinkel, waar een kanjer van een geweer trots de etalage siert. Rillingen lopen over mijn rug en ik vermijd oogcontact en neem stiekem foto’s.

28217367_10156301513295362_887124759_o

Arabisch is een onbegrijpelijke taal. Sjoekran leer ik … het betekent dankjewel. Een belangrijk woord is dat. Ik gebruik het veel. Terwijl de ober mijn sjiek Frans ontbijt brengt, terwijl ik tussen de Diorwinkel en Michael Kors een blingblinghandtas koop waarvan mijn moeder achterover zal vallen. Terwijl ik neen schud naar de donker getinte mannen die me een taxi of rit willen aanbieden. Wanneer ik betaal aan de kassa van een supermarkt die net als thuis Dove shampoo en Oreal conditioner verkoopt.

Mijn voeten doen pijn. Een grote stad verkennen met een marathonloper is een ongekend uitdagend parcours. Zeker wanneer het een oud lief is, waar je toch nog steeds aan wil tonen dat het lijf waarop hij acht jaar geleden verliefd werd in goede staat bleef … Wat niet waar is en wat hij dan ook meteen merkt.

Ik voel me oud en Vlaams en rijk en anders.

In Beiroet verloor ik niet mijn hart. Maar het werd wel geraakt. De indrukken blijven binnenkomen en zullen waarschijnlijk nog een hele tijd nazinderen.

Mijn wereldverbeterende aard werd een hele tijd geleden ondergesneeuwd door levensverbeterende noden. Maar hij zit er nog. Ik ontmoette hem weer in Libanon.

 

Van de doorzetting?

Discipline? Wilskracht? Orde?

Moest men dat ooit in de solden verkopen, ik bevoorraadde mezelf onmiddellijk met een ton of tien.
Het is mij vreemd.
Ik ben niet goed georganiseerd, gemanaged, geregeld, aangelegd en ingericht.
Ik ben van ‘de chaos’.

Dat heeft zijn voor- en nadelen, natuurlijk!
Als we het positief formuleren, ben ik inventief, spontaan, ongekunsteld, ongeremd, creatief en immer enthousiast.
Gebruiken we de bewoordingen van mijn vroegere leerkrachten, mag je me turbulent, verward, rommelig en onbegrijpelijk onbestemd noemen.

Tja …
ik moet toegeven … ze hebben/hadden soms wel een punt.
Erg ver komt een mens niet met dat alles. Zeker niet wanneer er effectief gepresteerd moet worden.

Ik haal mezelf altijd heel wat op de hals. Dat doet me dan de das om, nekt me.
Waardoor ik dan hals over kop iets door mijn strot moet duwen dat niet te slikken valt.

Vandaag zwoeg ik dus om een tekst van ongeveer 1400 woorden te schrijven.

Ik start zeer ijverig, maakte zelfs een mindmap om er structuur in te krijgen.
Dan zet ik me met latté en koek aan de computer en begin ijverig te typen.
Na een vierhonderdtal woorden ontbreekt het me verder aan inspiratie en gun ik mezelf even een pauze.
Een ‘game on Mindjolt’ houdt me bezig. Wat chatten met de zus. Wat lezen in de krant. Mail checken. Mezelf achter de oren krabben …

Daar gaat het dus mis.
Dan kom ik niet verder dan dat.
Ik zucht en dwing mezelf.
Ik zweet en beveel mezelf.
Ik kreun en vervloek mezelf.

De volgende fase is het zelfverwijt.
Was ik er maar vroeger aan begonnen!
Had ik mijn notities maar meteen verwerkt en niet laten rondslingeren waardoor pagina 3 hopeloos verloren ging!
Had ik maar niet ‘ja’ gezegd tegen deze opdracht!

Hoera hoera! Laat het hoongelach en de bespotting aanrukken!
Eigen schuld, dikke bult!

Met de moed der wanhoop zet ik me er nogmaals aan.
Regelmatig gecontroleerd door het vriendje dat me dan ook letterlijk uit- euh … toe-lacht.
Hij kent mijn fases en weet dat het altijd goed afloopt.

Alles komt altijd goed, Bloem.” zegt hij dan.

Hij heeft gelijk.
Verdorie toch!

Mijn vogelhuis

Met een glas roze cava ga ik even lekker zitten. Na de hele namiddag heen en weer hollen tussen keuken en terras mag ik dat van mezelf even doen. Genietend kijk ik om me heen.
Daar zit ik dan. Op mijn eigenste terrasje met mijn eigenste geliefden.
Zoonlief loopt ergens luidkeels te roepen tussen het gras en de bomen. Hij wordt momenteel achtervolgd door andere roependen met zwaar geschut in de handen. Pang, pang en dekkedekkedek gaat het. Mijn afkeer van zulke spelletjes is blijkbaar niet beïnvloedend genoeg om hem ermee te doen stoppen. Wat ik vandaag dan ook niet al te erg vind.
Mijn vader blijft heen en weer lopen tussen keuken en terras en daar ben ik dankbaar voor. Mijn moeder praat met mijn nichtje dat tranen in haar ogen heeft. Het gaat niet goed met haar. We liggen er met zijn allen wakker van.
Mijn blik dwaalt af. Hij staat met een sigaar in zijn gekwetste hand te praten en te gesticuleren. Het gaat over zijn schilderijen, ik zie het aan de uitdrukking op zijn gezicht. Mijn vriendin luistert naar hem. Ik bewonder haar knalrode haar dat alle kanten uitsteekt. Haar bomma-kleedje spant om haar lichaam. Ze heeft een buikje. Haar handen ervoor gehouden, antwoordt ze hem. Er wordt gelachen. Ik kijk naar hen beiden en voel hoeveel ik van hen houd.
A. zit naast me. Graatmager met haar grote blinkende zonnebril op. Ze lacht. Ik heb zin om haar eens goed vast te pakken. Ook zij heeft haar problemen.
Andere A. glimlacht naar me en zegt hoe blij ze is dat ik haar uitnodigde. Ik knik enthousiast. Het is de derde keer dat ik haar zie maar ze voelt al heel fijn. Gescheiden. Net als ik. Net als vriendin met het rode haar. Net als A. Net als het nichtje.

Verbaasd tel ik even. Hoeveel van mijn vrienden zijn er nog gehuwd? Ze zitten in ieder geval vandaag niet op dit feestje.
Gek. Hoe ik plots tot het besef kom dat ik met een boel single (gescheiden) vrienden omga.

Vrij laat op de avond komt oude vriendin nummer twee nog langs. Het is vier jaar geleden dat ik haar terug ontmoette, toen na 15 jaar … We waren als één in het secundair. Elke dag samen naar school fietsen en in het weekend samen uitgaan. Haar levensweg was zo moeilijk dat zij van mijn radar verdween. En toen het mijne de dieperik inging, verscheen zij terug. Vandaag praten we. Onze zonen lopen roepend en schietend achter elkaar aan en voor we het weten tonen we weer wat er binnen leeft en lieft.

‘s Avonds lig ik naast zoonlief te mijmeren.
Mijn feestjes van de laatste jaren zijn anders dan die van vroeger. Rustiger. Liever. Zachter.
Met veel gekwetste mensen die zo schoon en lief zijn. Verschillend. Met dikwijls schrijnende verhalen. Verhalen die ik vier jaar geleden niet zou horen omdat mijn muur toen zo dik was dat niemand het waagde er zichzelf tegenaan te gooien.

Ze zijn mijn gekwetste vogels. Allemaal wat bang en geschonden. Maar met sterke vleugels waaronder wij kunnen schuilen bij noodweer.
Ik zie ze graag.
Mijn mooie gelittekende vrienden.
Ze zijn mijn familie Mijn clan. Mijn groepje.

Ze landen af en toe op mijn terras. Krijgen wat water. Sterken hun vleugels wat aan. Vliegen verder.
Terwijl ik wuif en hen de hoge blauwe lucht ‘inaanmoedig’.

Nu en dan vlieg ik ook. Nog niet altijd zo hoog. Maar ooit zijn mijn vleugels als de hunne.
En zal ik weer helemaal mezelf zijn.
Zoals ik dat vandaag was.
Ik ben rijk …

En toen ging het mis …

Het feit dat ik dit kan schrijven verheugt mij zeer…
Terwijl ik normaal gezien vrijdagochtend olijk en vrolijk naar huis had moeten gaan, bleken de evenwichtszenuwen ‘te sterk geprikkeld’ geweest geworden te zijn. De gevolgen daarvan wens ik toe aan de grootste staatsvijand of iemand in die orde. (mmmm, er schiet me wel iemand te binnen nu, hihihihi)

Het verhaal van Bloem en haar over het paard getilde slakkenhuis.
Terwijl de dokter een prothese in mijn oor plaatste, heeft hij dus mijn evenwichtszenuwen geraakt.
Toen ik die vrijdagochtend, na een ietwat onrustige en draaierige nacht, de dokter zag, gaf hij me aanwijzingen voor diezelfde dag. (rustig aandoen, niet tillen, geen druk uitoefenen, niet persen …)
Hij was nog geen kwartier de deur uit toen ik mij wilde aankleden.

Ik bespaar u de details van mijn volledige ‘overgeving’ maar het was dirty tot in the details.
Twee dagen heb ik de ziel uit mijn lijf gekotst (excusez le mot), vier dagen heb ik alles dubbel gezien.
Ik verzeker u … het hoofd van zoonlief zie ik erg graag maar in het vierdubbel is dat teveel.
Te zwak om te protesteren tegen de verpleegster die voor de vierde keer de thermometer in mijn rechteroor wilde steken. (Niet doen, mevrouw, ik ben namelijk geopereerd aan dat rechtse oor!). Te slap om mezelf te wassen. (O, wat word ik een vervelende bejaarde dame!)Te ziek om te spreken tegen mijn enorm ongeruste ouders die voor de tweede keer die dag op bezoek kwamen. Mijn vader was in alle staten. Hij onderging een vijftal jaren geleden dezelfde operatie en reed na twee dagen al zelf met de auto rond.

Ik bespaar u de visie die ik ontwikkelde over de gezondheidszorg en zijn personeel.
Ik smeek alleen aan alle verpleegsterscholen (is dat nog een correct woord?) dat ze ook een les in vriendelijkheid en empathie meegeven aan hun leerlingen. Vragen aan een vrouw die de ziel uit haar lijf braakt of ze ‘tot aan het lavabootje geraakt’, is hemeltergend wreed! Nah!

Stappen gaat nog wankel.
Ik loop een beetje wijdbeens door mijn huis.
Ik hoor geluiden die ik niet kende.
Ik ben toch wel zeker drie kilo afgevallen. (Das een kilo per dag dat ik niets at)
Ik word vertroeteld en verwend door mijn ouders die drie keer per dag langskomen om te zien of ik niet de trap afdonderde of verdronk in het bad dat ik perse nu wil nemen. Mijn mama doet druppeltjes in mijn oor. Mijn vader laat de rolluiken ‘s avonds omlaag en komt ze elke ochtend om 9 uur weer naar boven doen. Ze maken soep voor me klaar en geven me een zoen wanneer ik uitgeput in bed lig.
Ik heb een lief vriendje dat mijn hand vasthoudt wanneer ik toch even moet janken omdat ik me zo ellendig voel.

Ik geniet van mijn rust en mijn stilte.
Zoonlief heeft de beste vader ter wereld want volgens de afspraken woont hij nu eigenlijk hier. Zijn papa ving hem op met een vanzelfsprekendheid die me weer meteen ontroerde. (Ofcourse! 🙂 )

En dan eindig ik dit verwarde relaas met een dooddoener van jewelste: Zolang we maar gezond zijn! Lang leve het leven!

Stilte na de storm

Het is stil hier. Stil in dit huis van ooit-teveel-woorden. Rust op de klippen waartegen elke boot zich te  pletter vaart. Kalmte over woeli(ge)baren. En nog meer van het metaforenfront.

Er was een storm. Zwaar en hevig. Vernietigend en intens.

Natuurlijk heeft dat dan weer te maken met graag-zien en gezien worden. Liefde lijkt telkens een onevenwicht in mijn leven. Het hart is daar en het hoofd is hier en zelden kruisen of ontmoeten ze elkaar.

Dat gaat over mannen die moedig en met baarden zijn. Jan, Piet, Joris en Korneel hebben baarden … ja, die hebben baarden. In hun keel al even, op hun gezicht niet altijd of nog maar net.

Mannen… ik ben daar niet goed in.

Laat me babbelen, luisteren, troosten, lachen, meeleven en nog meer van het zeemzoeterige waterfront…

http://www.youtube.com/watch?v=vxXfu-Kbtbc

Dat lukt me wel, dat kan ik best. Daarin breng ik het tot een goed einde.

Maar met mannen?? Geen goede einden  hier. Nog wat losse eindjes, ja. Wat draadjes met haakjes die je zo venijnig laten terugkomen op wat je al eerder besloot.

Soms zeg ik tegen vriendinnen: “Ik hoef geen man meer. Het is allemaal veel te ingewikkeld. Te gecompliceerd.”
Dan kijken ze me aan en schieten ze bijna allemaal onmiddelijk in de lach. “Jij? Geen man? Hahahaha!”

Daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Ik hou te veel van de mannelijke kant van ons ras. Geef mij maar een grappig, gewiekst, humoristisch, gevoelig en romantisch exemplaar. Laat mij maar kijken naar baarden en beaderde  handen. En dan zwijg ik nog over al de rest wat fijn is aan ‘de man’.

Och, het lukt me niet. Echt niet. En dan zeggen ze: “Het overkomt je nog wel. Dat komt best in orde met jou.”

Flauwekul vind ik dat. Ik ben ook in orde zonder man. Ik hoef niet meer nog meer in orde te komen.

Maar er mag me wel eens iets overkomen. Iets dat ik aankan. Iets dat ik wil. Iets dat me blij maakt.
Iets leuks. Iets grappigs. Iets verfrissend verrassend.

Misschien heb ik wel nood aan een clownijsje?