Geluk-kig

Deze week realiseerde ik me dat ik fijne vrienden heb. Een mens kan niet zonder. Mijn zelfgekozen familie is fortuinen waard. Wat heb/ben ik geluk/kig.

 

Advertisements

Van de doorzetting?

Discipline? Wilskracht? Orde?

Moest men dat ooit in de solden verkopen, ik bevoorraadde mezelf onmiddellijk met een ton of tien.
Het is mij vreemd.
Ik ben niet goed georganiseerd, gemanaged, geregeld, aangelegd en ingericht.
Ik ben van ‘de chaos’.

Dat heeft zijn voor- en nadelen, natuurlijk!
Als we het positief formuleren, ben ik inventief, spontaan, ongekunsteld, ongeremd, creatief en immer enthousiast.
Gebruiken we de bewoordingen van mijn vroegere leerkrachten, mag je me turbulent, verward, rommelig en onbegrijpelijk onbestemd noemen.

Tja …
ik moet toegeven … ze hebben/hadden soms wel een punt.
Erg ver komt een mens niet met dat alles. Zeker niet wanneer er effectief gepresteerd moet worden.

Ik haal mezelf altijd heel wat op de hals. Dat doet me dan de das om, nekt me.
Waardoor ik dan hals over kop iets door mijn strot moet duwen dat niet te slikken valt.

Vandaag zwoeg ik dus om een tekst van ongeveer 1400 woorden te schrijven.

Ik start zeer ijverig, maakte zelfs een mindmap om er structuur in te krijgen.
Dan zet ik me met latté en koek aan de computer en begin ijverig te typen.
Na een vierhonderdtal woorden ontbreekt het me verder aan inspiratie en gun ik mezelf even een pauze.
Een ‘game on Mindjolt’ houdt me bezig. Wat chatten met de zus. Wat lezen in de krant. Mail checken. Mezelf achter de oren krabben …

Daar gaat het dus mis.
Dan kom ik niet verder dan dat.
Ik zucht en dwing mezelf.
Ik zweet en beveel mezelf.
Ik kreun en vervloek mezelf.

De volgende fase is het zelfverwijt.
Was ik er maar vroeger aan begonnen!
Had ik mijn notities maar meteen verwerkt en niet laten rondslingeren waardoor pagina 3 hopeloos verloren ging!
Had ik maar niet ‘ja’ gezegd tegen deze opdracht!

Hoera hoera! Laat het hoongelach en de bespotting aanrukken!
Eigen schuld, dikke bult!

Met de moed der wanhoop zet ik me er nogmaals aan.
Regelmatig gecontroleerd door het vriendje dat me dan ook letterlijk uit- euh … toe-lacht.
Hij kent mijn fases en weet dat het altijd goed afloopt.

Alles komt altijd goed, Bloem.” zegt hij dan.

Hij heeft gelijk.
Verdorie toch!

Mijn vogelhuis

Met een glas roze cava ga ik even lekker zitten. Na de hele namiddag heen en weer hollen tussen keuken en terras mag ik dat van mezelf even doen. Genietend kijk ik om me heen.
Daar zit ik dan. Op mijn eigenste terrasje met mijn eigenste geliefden.
Zoonlief loopt ergens luidkeels te roepen tussen het gras en de bomen. Hij wordt momenteel achtervolgd door andere roependen met zwaar geschut in de handen. Pang, pang en dekkedekkedek gaat het. Mijn afkeer van zulke spelletjes is blijkbaar niet beïnvloedend genoeg om hem ermee te doen stoppen. Wat ik vandaag dan ook niet al te erg vind.
Mijn vader blijft heen en weer lopen tussen keuken en terras en daar ben ik dankbaar voor. Mijn moeder praat met mijn nichtje dat tranen in haar ogen heeft. Het gaat niet goed met haar. We liggen er met zijn allen wakker van.
Mijn blik dwaalt af. Hij staat met een sigaar in zijn gekwetste hand te praten en te gesticuleren. Het gaat over zijn schilderijen, ik zie het aan de uitdrukking op zijn gezicht. Mijn vriendin luistert naar hem. Ik bewonder haar knalrode haar dat alle kanten uitsteekt. Haar bomma-kleedje spant om haar lichaam. Ze heeft een buikje. Haar handen ervoor gehouden, antwoordt ze hem. Er wordt gelachen. Ik kijk naar hen beiden en voel hoeveel ik van hen houd.
A. zit naast me. Graatmager met haar grote blinkende zonnebril op. Ze lacht. Ik heb zin om haar eens goed vast te pakken. Ook zij heeft haar problemen.
Andere A. glimlacht naar me en zegt hoe blij ze is dat ik haar uitnodigde. Ik knik enthousiast. Het is de derde keer dat ik haar zie maar ze voelt al heel fijn. Gescheiden. Net als ik. Net als vriendin met het rode haar. Net als A. Net als het nichtje.

Verbaasd tel ik even. Hoeveel van mijn vrienden zijn er nog gehuwd? Ze zitten in ieder geval vandaag niet op dit feestje.
Gek. Hoe ik plots tot het besef kom dat ik met een boel single (gescheiden) vrienden omga.

Vrij laat op de avond komt oude vriendin nummer twee nog langs. Het is vier jaar geleden dat ik haar terug ontmoette, toen na 15 jaar … We waren als één in het secundair. Elke dag samen naar school fietsen en in het weekend samen uitgaan. Haar levensweg was zo moeilijk dat zij van mijn radar verdween. En toen het mijne de dieperik inging, verscheen zij terug. Vandaag praten we. Onze zonen lopen roepend en schietend achter elkaar aan en voor we het weten tonen we weer wat er binnen leeft en lieft.

‘s Avonds lig ik naast zoonlief te mijmeren.
Mijn feestjes van de laatste jaren zijn anders dan die van vroeger. Rustiger. Liever. Zachter.
Met veel gekwetste mensen die zo schoon en lief zijn. Verschillend. Met dikwijls schrijnende verhalen. Verhalen die ik vier jaar geleden niet zou horen omdat mijn muur toen zo dik was dat niemand het waagde er zichzelf tegenaan te gooien.

Ze zijn mijn gekwetste vogels. Allemaal wat bang en geschonden. Maar met sterke vleugels waaronder wij kunnen schuilen bij noodweer.
Ik zie ze graag.
Mijn mooie gelittekende vrienden.
Ze zijn mijn familie Mijn clan. Mijn groepje.

Ze landen af en toe op mijn terras. Krijgen wat water. Sterken hun vleugels wat aan. Vliegen verder.
Terwijl ik wuif en hen de hoge blauwe lucht ‘inaanmoedig’.

Nu en dan vlieg ik ook. Nog niet altijd zo hoog. Maar ooit zijn mijn vleugels als de hunne.
En zal ik weer helemaal mezelf zijn.
Zoals ik dat vandaag was.
Ik ben rijk …

En toen ging het mis …

Het feit dat ik dit kan schrijven verheugt mij zeer…
Terwijl ik normaal gezien vrijdagochtend olijk en vrolijk naar huis had moeten gaan, bleken de evenwichtszenuwen ‘te sterk geprikkeld’ geweest geworden te zijn. De gevolgen daarvan wens ik toe aan de grootste staatsvijand of iemand in die orde. (mmmm, er schiet me wel iemand te binnen nu, hihihihi)

Het verhaal van Bloem en haar over het paard getilde slakkenhuis.
Terwijl de dokter een prothese in mijn oor plaatste, heeft hij dus mijn evenwichtszenuwen geraakt.
Toen ik die vrijdagochtend, na een ietwat onrustige en draaierige nacht, de dokter zag, gaf hij me aanwijzingen voor diezelfde dag. (rustig aandoen, niet tillen, geen druk uitoefenen, niet persen …)
Hij was nog geen kwartier de deur uit toen ik mij wilde aankleden.

Ik bespaar u de details van mijn volledige ‘overgeving’ maar het was dirty tot in the details.
Twee dagen heb ik de ziel uit mijn lijf gekotst (excusez le mot), vier dagen heb ik alles dubbel gezien.
Ik verzeker u … het hoofd van zoonlief zie ik erg graag maar in het vierdubbel is dat teveel.
Te zwak om te protesteren tegen de verpleegster die voor de vierde keer de thermometer in mijn rechteroor wilde steken. (Niet doen, mevrouw, ik ben namelijk geopereerd aan dat rechtse oor!). Te slap om mezelf te wassen. (O, wat word ik een vervelende bejaarde dame!)Te ziek om te spreken tegen mijn enorm ongeruste ouders die voor de tweede keer die dag op bezoek kwamen. Mijn vader was in alle staten. Hij onderging een vijftal jaren geleden dezelfde operatie en reed na twee dagen al zelf met de auto rond.

Ik bespaar u de visie die ik ontwikkelde over de gezondheidszorg en zijn personeel.
Ik smeek alleen aan alle verpleegsterscholen (is dat nog een correct woord?) dat ze ook een les in vriendelijkheid en empathie meegeven aan hun leerlingen. Vragen aan een vrouw die de ziel uit haar lijf braakt of ze ‘tot aan het lavabootje geraakt’, is hemeltergend wreed! Nah!

Stappen gaat nog wankel.
Ik loop een beetje wijdbeens door mijn huis.
Ik hoor geluiden die ik niet kende.
Ik ben toch wel zeker drie kilo afgevallen. (Das een kilo per dag dat ik niets at)
Ik word vertroeteld en verwend door mijn ouders die drie keer per dag langskomen om te zien of ik niet de trap afdonderde of verdronk in het bad dat ik perse nu wil nemen. Mijn mama doet druppeltjes in mijn oor. Mijn vader laat de rolluiken ‘s avonds omlaag en komt ze elke ochtend om 9 uur weer naar boven doen. Ze maken soep voor me klaar en geven me een zoen wanneer ik uitgeput in bed lig.
Ik heb een lief vriendje dat mijn hand vasthoudt wanneer ik toch even moet janken omdat ik me zo ellendig voel.

Ik geniet van mijn rust en mijn stilte.
Zoonlief heeft de beste vader ter wereld want volgens de afspraken woont hij nu eigenlijk hier. Zijn papa ving hem op met een vanzelfsprekendheid die me weer meteen ontroerde. (Ofcourse! 🙂 )

En dan eindig ik dit verwarde relaas met een dooddoener van jewelste: Zolang we maar gezond zijn! Lang leve het leven!

Stilte na de storm

Het is stil hier. Stil in dit huis van ooit-teveel-woorden. Rust op de klippen waartegen elke boot zich te  pletter vaart. Kalmte over woeli(ge)baren. En nog meer van het metaforenfront.

Er was een storm. Zwaar en hevig. Vernietigend en intens.

Natuurlijk heeft dat dan weer te maken met graag-zien en gezien worden. Liefde lijkt telkens een onevenwicht in mijn leven. Het hart is daar en het hoofd is hier en zelden kruisen of ontmoeten ze elkaar.

Dat gaat over mannen die moedig en met baarden zijn. Jan, Piet, Joris en Korneel hebben baarden … ja, die hebben baarden. In hun keel al even, op hun gezicht niet altijd of nog maar net.

Mannen… ik ben daar niet goed in.

Laat me babbelen, luisteren, troosten, lachen, meeleven en nog meer van het zeemzoeterige waterfront…

http://www.youtube.com/watch?v=vxXfu-Kbtbc

Dat lukt me wel, dat kan ik best. Daarin breng ik het tot een goed einde.

Maar met mannen?? Geen goede einden  hier. Nog wat losse eindjes, ja. Wat draadjes met haakjes die je zo venijnig laten terugkomen op wat je al eerder besloot.

Soms zeg ik tegen vriendinnen: “Ik hoef geen man meer. Het is allemaal veel te ingewikkeld. Te gecompliceerd.”
Dan kijken ze me aan en schieten ze bijna allemaal onmiddelijk in de lach. “Jij? Geen man? Hahahaha!”

Daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Ik hou te veel van de mannelijke kant van ons ras. Geef mij maar een grappig, gewiekst, humoristisch, gevoelig en romantisch exemplaar. Laat mij maar kijken naar baarden en beaderde  handen. En dan zwijg ik nog over al de rest wat fijn is aan ‘de man’.

Och, het lukt me niet. Echt niet. En dan zeggen ze: “Het overkomt je nog wel. Dat komt best in orde met jou.”

Flauwekul vind ik dat. Ik ben ook in orde zonder man. Ik hoef niet meer nog meer in orde te komen.

Maar er mag me wel eens iets overkomen. Iets dat ik aankan. Iets dat ik wil. Iets dat me blij maakt.
Iets leuks. Iets grappigs. Iets verfrissend verrassend.

Misschien heb ik wel nood aan een clownijsje?

Het is niet cool om het te zeggen … maar ik ga niet graag op reis.

Er was zo’n tijd dat ik de wereld wilde ontdekken en deed alsof ik een globetrotter in de dop was. Dat hebt ge als ge u omringd met vriendinnen die dan nadien naar Afrika en Azië en zoverder gaan. Zij lezen reistijdschriften en boeken.Ik sla die artikels in de Goed Gevoel en de Libelle altijd over.

Ik vind niets zo goed als mijn eigen bad en bed. Mijn eigen boeken, mijn comfortabele door mij persoonlijk vuilgemaakte bad. De badrand die er in sommige hotels het bad tekent, doet me huiveren als was het lepra. Mijn eigen drank en eten. Mijn eigen messen en vorken. Mijn eigen toilet! (my kingdom for mijn eigen toilet!)

Ik vind het duur, ver en vooral bevreemdend.
Dus ik ging nog niet vaak en veel op reis.
Een huwelijksreis naar Kos (waarbij ik de hele tijd mijn moeder miste), een gezinsreis naar Turkije (die wel ontzettend leuk was maar bijzonder luxueus en all-in), wat kampeertochten in Frankrijk en Italië… maar dat was nog in mijn vorig leven toen ik niet op de centen moest letten en ik eigenlijk altijd alles wat ik graag zag bij me had.

Wat zou iemand als ik dan doen, wanneer een heeeeeele lieve vriendin mijn ticket naar Nice wil betalen en ik in het huis van haar ouders gratis en redelijk voor niets mag verblijven met haar gezin?

Neen zeggen?
Neen!

Ik zei JA!

Misschien moet ik dat tegen meerdere dingen in het leven zeggen.
Maar dat is weer een heel ander onderwerp.

In het kader van vorig blogbericht … een ietwat minder kort door de bocht – ervaring.

Af en toe komt hij langs. Met een regelmaat die eerder laag dan hoog ligt. Maar wanneer hij komt, is het “Feestje”. Dan haal ik de Limoncello uit de diepvries en bereid ik me voor op een zwaar nachtje doorgaan. Een in alcohol gedrenkt gesprek met als toetje ‘muziek’.

Hij kan goed vertellen. Ik luister graag naar hem.
We knuffelen ook altijd. Wanneer hij binnenkomt en wanneer hij weggaat.

Er zit een maturiteit in zijn vragen, zijn levenstwijfels.
Ik luister. Stel wat vragen. Toon hem mijn spiegel.

Ik voel me dan soms oud. Raadgevende Tantieris. (Wat lang geleden is)

Maar hij schijnt het wel fijn te vinden. Mijn ernst, mijn sentimentaliteit. De herkenning van mijn ooit jeugdig enthousiasme. Wij zijn de bezitters van een rotsvaste overtuiging die ons beiden doet struikelen. Meestal leert hij van mij. Ik heb namelijk iets van een twintig jaar meer levenservaring. Hij is een beetje mij. Van toen ikzelf 24 was.

Voor mijn verjaardag gaf hij me een zelf samengesteld cd-tje. Ik beluisterde het twee dagen later. Heel rustig op mezelf.
Hij stuurde me een smsje: Welke dichter past bij mij?
Ik stuurde terug dat ik voor één keer geen antwoord op zijn vraag kan geven.
Ik was zelf te erg onder de indruk.

Dank je, lief lief van metekind! Uw kijk bevalt me! Uw zicht is van een verbluffende schoonheid!
Iemand die denkt: moest ze 20 jaar jonger zijn, dan …??
Neen, toch niet! Hij is mijn maatje en daar blijft het dus bij. Vriendschap tussen mannen en vrouwen bestaat! Zelfs met 20 jaar leeftijdsverschil!

Schoon toch?