De jaren 80 …

De zon schijnt. Fel. Gelukkig maar, want we staan met zijn dertigen buiten in de rij te wachten tot we binnen mogen komen van de bakker. Zondagochtend en het overgrote deel van wachters zijn mannen. Lange mannen, korte mannen, dikke, dunne, jonge, oude … De keuze is groot. Net zoals pistolets, broodjes, donuts en koffiekoeken. Maar dat zal ik straks pas zien. Wanneer de rij langzaam verder gaat. En ik mijn bestelling mag plaatsen voor de verjaardag van zoonlief.

Zeventien jaar wordt hij. Ook al bijna een man. Zijn stem groeit er naar toe en zijn lengte ook. Mijn kleine ventje is niet meer …

Ik denk na over mijn eigen zeventiende levensjaar. Wat Janis Ian zong, kan als waarheid worden beschouwd.

Mijn blik dwaalt af en stopt bij de kleine man die enthousiast naar me wuift. Het is de buurjongen van wie ik voor mijn zesde verjaardag een plastieken blokfluit kreeg. Hij was toen al enthousiast en optimistisch. En vrolijk. Net zoals vandaag.

Hij wijst naar een andere man. Iets groter, iets knapper. Mijn glimlach reikt tot achter mijn oren. Buurjongen nummer twee. Ik was het enige meisje van de buurt dat op zijn shopper mocht rijden. Dat vond ik toen een hele eer. Het deed me soms stiekem wat blozen.

Het wonen in je geboortedorp brengt dit soort dingen mee. Mensen die ik al bijna vijftig jaar ken, wandelen regelmatig mijn blikveld binnen en buiten.

Plots word ik me bewust van de man die achter me staat. Hij ziet er veel ouder uit dan ik me hem herinner. Dat moet geleden zijn van toen we beiden 16 waren. Stapelverliefd was ik. Omdat hij zo mooi stuurs kon kijken. Omdat hij zijn blik afwendde wanneer onze ogen elkaar ontmoetten. Omdat hij heel stil in mijn buurt naast de dansvloer stond waarop ik dacht Whitney Houston te zijn. Ondanks alle bravoure die ik tentoonspreidde, was ik als de dood dat hij me ook echt zou aanspreken.

Toen dacht ik dat hij te knap en te cool voor me was. Ik kon hem van mijn lange leven niet ‘krijgen’. Ik dacht dat hij me helemaal niet opmerkte. Het maakte me erg onzeker. En wat bang. Zou ik ooit wel …

Hij staat vlak achter me en is veel kleiner dan ik me herinner. Ik bedenk me dat ik in zijn ogen dan waarschijnlijk ook wel wat van mijn pluimen verloor, zoals ze dat in mijn geboortedorp zeggen.

We mogen achter elkaar binnenkomen bij de bakker. Ik bestel en betaal. Wanneer ik me omdraai, drukt hij attent met een stille glimlach op de knop die de deur opent. Enthousiast bedank ik hem en stap weg.

Hij ontweek nog steeds mijn blik. Misschien was hij ook wel verlegen???

An elegant affair

Moest ik geloven in vorige levens, dan weet ik heel zeker wat ik ooit was, geweest ben…

Mijn dagen waren gevuld met traag en elegant voortschrijden in een lange smalle zwarte jurk met een kanten sjaal of een boa tot aan mijn knieën. Ik zou een sigarettenpijpje in mijn gehandschoende hand houden (zonder te roken, natuurlijk, want dat is vies). Ik zou naar een concert van Catherine Russell of Nina Simone gaan met een grote donkere man in kostuum met prachtige puntschoenen.

We zouden champagne drinken uit een champagnecoupe met een gouden randje. Of van kristal. Hij zou zich voorover buigen om de karmijnrode gestoffeerde stoel voor me klaar te zetten. Met een zachte zucht zou ik me neerzetten en even mijn roodgestifte lippen richting zijn wang bewegen. Mijn haar was in een grote chiffon gedraaid zijn en daarin steekt dan een glinsterende paarlen haarklem. Mijn zwarte lange oorbellen komen bijna op schouderhoogte en tinkelen bij elke beweging ik maak.

Het leven zou bestaan uit sublieme blazersecties en Frank Sinatra. Er zijn films over tapdansende mooie mensen die pas op het einde hartstochtelijk kussen met zijn hand tussen haar schouders terwijl hij haar zachtjes achterover laat vallen en met zijn andere arm net een beetje tegenhoudt.

Ja, dat zou mijn vorig leven zijn.

Heden ten dage zou ik waarschijnlijk struikelen over de sleep van dat kleed. Er is geen grote donkere man en hij heeft al helemaal geen mooie schoenen aan. Ik zou absoluut achterover vallen op mijn billen moest ik een hartstochtelijke kus krijgen. En dat hoesten van die kringelende rook van die vieze sigaret zou heel onelegant en absoluut niet sierlijk klinken.

Yep … dat is mijn huidige leven.

Gelukkig kan ik er hartelijk om lachen. En ondertussen heerlijk genieten van de spotify-lijst ‘ An elegant affair’ … Spotify dat maar eens. En geniet!

Antwoord?!

Nu mijn rug wat rechter wordt en mijn tred weer stevig, schrik ik van de fragiliteit die ik opbouwde. Hoe heet dat? Hoe noem je dat? Is dat verdriet? Melancholie? Weemoed?

Dat had ik altijd al in overvloed. Naast de lach was er altijd de traan. Ik dacht vroeger dat dat met down-zijn te maken had. Met depressie. Met zwakte. Niets lijkt minder waar.

Vandaag voel ik hoe mijn kracht en sterkte zich herstelt en lijkt de ruimte voor broosheid plots, tegen mijn verwachtingen in, groot genoeg om te dragen.

Terwijl ik snik bij het einde van Far from the Madding Crowd (Want het komt uiteindelijk allemaal goed en ze vinden mekaar ten langen leste toch weer en de nachtmerrie heeft een happy end), laat ik het stromen en doet het zelfs deugd, dat stromende.

Een prachtig liefdesverhaal wordt me verteld. Twee mensen die pas op latere leeftijd (later dan de mijne) mekaar vinden en vijfentwintig jaar lang diep en diepgelukkig met elkaar zijn. Dat bestaat dus ook in het techt. Genietend kijk ik naar de handen die zich verstrengelen en ik geloof weer. Ik geloof weer.

Even wil ik de fast forward knop. De knop die je bij een film gebruikt wanneer het midden te intens is en je heel graag de goede afloop wil proeven. Ik zou ze wel willen in mijn leven. Zodat ik door het ijs en de bitterheid geen ‘frostbite’ krijg maar ik met slechts wat wintertenen in de zon terechtkom.

En heel af en toe verlang ik naar de rewindknop. Naar toen het leven nog simpel en ik nog jong en onbezonnen was ….

(Zie me zitten met ironische glimlach op de lippen: onbezonnen was ik nooit! en het leven is nimmer simpel.)

Om mindfull af te sluiten (wat voor een adhd-er met een bloedhekel aan het rozijnenstaren nooit eenvoudig wordt) ….

Momenteel hou ik wel van het hier en nu. Tisgoed. Het is goed. Alles komt altijd goed.

 

Soms gebeurt dat nog wel eens … dat we samen blij en gelukkig zijn. Dat we lachen en glimlachen en met fonkelende ogen elkaar aankijken en even een fladdering van glans voelen. Nu ja, ik toch. Wat hem betreft weet ik het niet en betwijfel ik het zelfs.

Meestal heeft dat te maken met ons gezamenlijk ‘product’. Dat kind, die jongen, die puber, die we beiden zo tof en grappig vinden, waarvan we houden met een intensiteit die enkel ouders begrijpen, die het beste van beide kanten heeft en ook wel wat minder goede kantjes van ons beiden.

Dan laat ik soms mijn scherm zakken. Dat op mijn hoede zijn wegens doorelkaargerammeldheid, dat voorzichtig zijn omdat de wonden ooit zo diep werden geslagen dat ze diepe, kloofgerelateerde littekens achterlieten. Littekens die een invloed hebben, nu al 8 jaar. Die me remmen in mijn relaties met eventuele partners, met mannen… Maar die me ook fier maken. Ik ben er nog. Ik sta er nog. En goed. En fijn.

Ik ben een betere moeder, vriendin, vrouw sedert ik gescheiden ben.

Maar jongens … wat een weg is dat geweest. Van niets meer en minder dan niets tot Iris. De echte deze keer. De ware.

En omdat er niets zwart wit is, komt het dus soms terug voor. Dat we samen blij en gelukkig zijn. Zonder dat ik bang ben of voorzichtig.

En steeds is daar dan die vanzelfsprekende vertrouwdheid. We zeggen nog steeds dezelfde dingen op hetzelfde moment. We lachen nog met dezelfde dingen. Zeker flauwe woordgrappen. Dat kan alleen hij zoals ik en ik zoals hij. En onze zoon heeft dat helemaal mee.

Daarom zijn gezinsmomenten de laatste jaren wel leuk. En fijn. Vooral voor die puber die ons aan het hart ligt.

Wat me sterk en zwak tegelijk maakt, is dat ik nu zie hoe hij werkelijk is. Wanneer je iemand adoreert, enkel teert op mooie momenten en voorbijgaat aan alle pijn die je voelt … dan zie je iemand niet in waarheid. En kan je niet in waarheid leven. Dan word je iemand anders dan jezelf.

Vandaag denk ik slechts nog aan hem wanneer ik praktische dingen moet regelen die moeders nu eenmaal regelen. Hij zal altijd de vader van mijn kind blijven en dat is een rol waarin ik hem waardeer en waarin zelfs af en toe zich een gevoel van warmte manifesteert op onverwachte momenten. Kort. Krachtig. Kort.

Maar gelukkig nooit meer met de intensiteit die het vroeger had. Want dat heb ik met heel veel moeite amper overleefd. Ik ben er nog. Helemaal. Sterk. Voor altijd. Sterk.

 

Soms, heel soms, wil ik een man die de melk en de waterflessen uit de autokoffer haalt en ze machogewijs naar de kelder draagt. Die dan daarna de boodschappen mee in de kast laadt en me een lekker tasje thee zet omdat ik zo flink ben gaan winkelen.

Soms. Heel soms.

Vandaag dus.

Buik intrekken en borsten vooruit

“Dag knappe dame”, zegt hij heel charmant. Groot en slank met hipsterbaard. Mijn type dus. “Jij kwam de kamer binnen en het stond hier in vuur en vlam.”

Melig? Yep. Er wat over? Yep. Raak? Ook yep.

Er mag nog eens met mij geflirt worden. Er mogen al eens wat flemerijen mijn richting uitkomen. Zeker wanneer het van een knappe kunstenaar met flegma komt. (Zie hoe flemerij en flegma in elkaar floeien).

Hij is knap. En heel aantrekkelijk. Legt nonchalant zijn arm om me heen en zijn hand in mijn zij. “Kijk, wij zouden goed passen!”. Ik lach en voel hoe mijn wangen rood worden. Ik ben het flirten niet meer gewend.

Klein en mager staat de vriend te glunderen. Dat heeft hij weer mooi voor mekaar. Bloem met rode wangen en zijn ego gestreeld. Want die lange knappe kunstenaar maakt geen kans. Dat weet hij.

Hij weet dat ik geen zin meer heb in buik intrekken en borsten vooruit. Liever lekker onderuit gezakt in de zetel het einde van “Blind getrouwd” bekijken. Elkaar beloven dat we tegen niemand zeggen dat we het zagen. Overschakelen naar Canvas en mijn sokken uittrekken om ze op zijn schoot te leggen. Met een dubbele kin en onopgemaakte ogen hangen en cola drinken.

Soms mis ik het om me op te tutten en te verleiden. De hoge hakken en de smokey eyes. De smalle rok met de strakke blouse. De grote ringen en oorbellen. Het dure parfum en gestifte lippen. Het ‘gewoon’ zijn en ouder worden nam het leven wat over.

Het lijkt alsof het dan wat glansloos wordt. Ik. Zelf.

Tot de knappe kunstenaar komt en me lakt met flemerij. Ik glim. Gloed en glooi en glitter. En ga alleen naar huis. Kruip in mijn oude roze badjas en glinster van de nachtcrème. Glamour op vintagewijze. Slaap lekker!

 

 

Mijn Hollandse tuinkabouter

Hij neemt mijn hand en drukt ze zacht. Ik knijp glimlachend terug. Lachen is het sleutelwoord. Mijn wangen doen er pijn van.

Het is een fijn gevoel. Ik lach graag.
Terwijl hij me jaren geleden erg heeft doen huilen. De eerste man die me ‘dumpte’.
Die twijfelachtige titel krijgt hij.
De eerste man waar ik ‘over’ geraakte. Dat is hij ook.

“We bouwden een droomwereld”, zegt hij. En dan lachen we allebei weer.
Het was zo. ‘We’ konden geen realiteit zijn.
Een Nederlandse Amerikaan of een Amerikaanse Nederlander. Kies maar hoe je hem noemt, die naam betekent redelijk onbereikbaar, niet?

Af en toe spreken we nog eens af. Wanneer hij ‘op het continent’ is, so to speak.
Dan wil hij hele andere dingen dan ik, if you know what I mean.
Ik glimlach dan en wrijf medelevend over zijn arm, I’ll stand my ground.
Enkel vrienden nog, yes we can!
We made a deal!.

Hij maakte me blij op een moment dat ik alleen maar kon huilen. Hij liet me zien hoe het ‘wel’ kan. En daar zal ik hem altijd dankbaar voor zijn.
Maar this ship has sailed en nu zitten we ashore.

Hij blijft mijn Hollandse tuinkabouter.
Dat kleine mannetje dat zijn nationaliteit enkel in lengte geen eer aandoet.
Hij was lief.
Ooit mijn lief.
Nu lief.

Nu is er een ander mijn lief. En lief.
We proberen het nog een keer. We zien wel waar we stranden.
Ik bouw een nieuwe wereld.
De mijne …

Platgetreden paden

De hele week bericht men er over. Sanne Putseys neemt al zeven jaar antidepressiva. En ze heet dan ook nog Selah Sue.
Ik ben al een hele tijd redelijk weg van haar stem. Ze zingt speciaal en mooi.
Ze is ook mooi. Mannekeslief … als ik er zo zou uitzien zou ik de hele dag in de spiegel kijken.

Ze lijkt helemaal ok. Succesvol. Rijk aan ervaringen. Lofbetuigingen, zelfs TAFKAP vindt haar ontzettend de moeite.
Dat alles valt in het niets bij haar gesprek in Reyers Laat.

‘t Is een schoon madam. En wat ze zegt is waar. Waarheid. True.

Sedert twee jaar durf ik er ook luidop over praten. Antidepressiva. Psychiatrie. Depressie. Ziekenhuis. Opname.
Je kan dus ziek zijn van verdriet. Van ongeluk. Van afwijzing.
De zwaartekracht trekt je dieper dan ze dat met anderen doet.
Niemand ziet iets.
Kin omhoog. Lachen. Grappen. Luidkeels schreeuwen.
En vanbinnen stilaan sterven.

Ik zat daar ook. Vier jaar geleden.
Het leven was een dagelijkse strijd. Opstaan. Moeder zijn. Partner zijn. Dochter zijn. Vriendin zijn. Collega zijn.
Het donderde helemaal in elkaar. Alles op een hoop en ik daaronder.

Medicijnen helpen echt. Praten ook.

Dus nu spreek ik het hier ook even uit.

Want de waarheid kwetst niet. De waarheid toont het diepste van een mens.
Dit is mijn waarheid.
Hier. Vandaag. Gisteren. Morgen.

Amen.

http://www.deredactie.be/permalink/2.33301?video=1.1961541