Wat hij zegt …

Als fervent Canvaskijker ben ik helemaal weg van Alleen Elvis blijft bestaan. Thomas doet dat goed en zijn gasten zijn telkens verrassend en boeiend.

De ene al wat meer dan de andere natuurlijk.

Gisteren werd ik ontzettend geraakt door de uitzending met Johan Heldenbergh … Wat een mooie man. Hij heeft een bepaalde aantrekkelijkheid door het uit proportie zijn. Schoon van lelijkheid zoals ze dat grofweg in het plat Antwerps zeggen.

Dat vond ik vroeger al. En nu nog des te meer.

Hoe hij praat over de ontplofte kelder die depressie is en hoe hij angstig blijft voor de afgrond die lonkt en roept. Wat herken ik dat.

Wat herken ik dat …

 

Advertisements

Hebt u dat ook?

 

Dat onbedaarlijke? Dat ietwat onbeheerste maar altijd diep doorleefde? Dat intense? Dat donkere met een zilveren randje? Hebt u dat ook?

Terwijl de zon zakt en de avond komt, zit ik voor mijn open raam en kijk ik in de tuin van mijn jeugd. Met K’s Choice op de achtergrond komt het gevoel op de voorgrond en laat het zich niet wegduwen.

Bij een bepaalde noot … bij ‘je bestaat’, voel ik het opborrelen en weet ik … dit is voor even maar wel voor nu. Het vraagt plaats, tijd en ruimte. Het is haast onuitstelbaar.

De zon kleurt de wolken oranje maar ze laat zich gaan en is dan weg.

En ik denk en denk en denk.

Hebben andere ‘grote’ mensen dat ook? Wie van mijn vrienden kan er zo onbedaarlijk huilen? Met snikken en Afrikaans drama? Wie van hen stroomt soms over terwijl de zon daalt? Wie voelt even die schmerz, die heartache … dat verlangen, dat verdriet, dat hartstochtelijke missen van … tja, van wat en wie?

In het dagelijkse leven lach ik veel en graag en ook echt. Alleentjes kan ik dat andere tonen. Aan de bomen, de wind, de tuin van mijn jeugd. Soms aan mijn zoon. Per ongeluk wanneer er bij Grey’s anatomy een kind sterft ofzo. En dan zegt hij: in het echt leeft dat nog, hoor mama … Het is zijn troost.

Ik kan hem niet zeggen dat er voor sommige van mijn tranen geen troost is. Slechts een bedding die zich een weg baant vanuit mijn buik langs mijn wangen. Het moet eruit. Laat het maar komen.

Wat zit er veel water in mij …

Net wanneer mijn wereld weer even op zijn grondvesten davert, kom ik, geheel onverwachts moederziel alleen, terecht bij de Ark Van Zarren. Een toevluchtsoord werd het. Opgewacht worden door een engel met blonde haren op prachtige hoge hakken doet deugd aan de ziel.

Terwijl mijn lijf aanvoelde als één grote open wonde kreeg ik een verzachtende helende rondleiding en werd ik ondergedompeld in de warmte die de Ark zelfs zonder hittegolf verspreidt. Haar handen zwierven rond en streelden het gemoed.

Verse bloemen op en naast het bed, een flesje water, prachtige kussens en lakens, twee chocolaatjes en een ei in de tuin. Een ei dat me zachtjes deed schommelen terwijl ik mijn boek op schoot legde en eigenlijk vooral voor me uit staarde.

Ik voelde me alleen op de wereld, met een hoog Remigehalte. Of het einde goed gaat zijn, kan ik nog niet vertellen. Ik weet alleen wel dat mijn verhaal niet gedaan is …

Bij het met zorg bereide ontbijt de volgende ochtend kom ik te weten waarom een engel de Ark van Zarren in goede banen leidt. Zo’n ark heeft dat namelijk nodig. Voor ik het weet word ik meegenomen in een wereld die me heerlijk lijkt om te vertoeven. Herkenbaar en toch nieuw. Mooi en zacht. Moeilijk ook … maar dat is te dragen wanneer engelen in de buurt zijn. Met een overdaad aan geschenken én een gezond lunchpakket ga ik verder op mijn pad. Dat pad dat ik niet had verwacht alleen te doen. Maar ik kan het. Ook al doet het pijn. Zo veel pijn.

Als ik nadien in de wagen Matt Simons hoor, komen de verlossende tranen. Koksijde wenkt. Ik slik en rijd. Ik wandel en zweet.

En wanneer ik op een bankje in de schaduw het lunchpakket verorber, voel ik even wat kracht doorsijpelen. Speltpannekoeken lijken dat te doen. Weer iets nieuws ontdekt. Net zoals al dat andere …. Dank je Elsje.

 

Snotteren met het einde van films als deze … ikkanda! Wanneer het gaat over afscheid nemen van geliefden of gewoon twee mensen die niet meer bij elkaar kunnen zijn … dan snotter ik een hele waterloop bij elkaar.

Hij weet dat. Hij kent me al lang. Hij voelt dat aankomen.

Dan geeft hij me zijn hand en mag ik knijpen terwijl ik slik en slik en slik tot ik een dikke krop in mijn keel krijg die niet weg te slikken is. Zijn hand op mijn arm en zijn gefluisterde troost raakten me gisteren diep. Zijn stem is zwaarder dan ooit en wanneer hij fluistert lijkt die in een donkere bioscoop helemaal op zijn vader. Mijn tranen bleven meteen steken waar ze staken. Ik schrok ervan.

Het komt de laatste tijd meer voor. Nu hij meer man is dan hij ooit was. En waarschijnlijk nog meer zal worden.

Hij lijkt op zijn vader. Vooral in de emotionele en troostvragende situaties.

Dat is even schrikken. Omdat het dan lijkt alsof die man weer even naast me zit. Heel even maar. Een luttele seconde.

Het zorgt soms voor een andere waterval. Eentje van herinneringen. En gelukkig maar …. goede en mooie herinneringen. Die kan ik koesteren. En blij zijn dat zoonlief die kanten van zijn vader erfde.

Wanneer we nadien in de late avond weer huiswaarts rijden en samen zingen en onnozel doen, autodansend, weet ik dat hij ook op mij lijkt. Dramatisch, met veel armgebaren, schlagergewijs zeer luid kwelen en lachen en giechelen en draaien met onze ogen. Dat ben ik. Dat is hij.

Hopelijk geeft dat zijn vader af en toe ook mooie herinneringen.

“Moet dat? Moet dat echt? Ik wil niet!!!!”

Mijn argumenten van ‘ik wil dat je uit je comfortzone komt en eens iets meemaakt dat buiten je leefwereld ligt’ worden van tafel geveegd en bestempeld als je reinste ‘b***lsh***t.

Hij grommelt en gromt door het huis. Pubers verzet en gezeur. Mompelend stapt hij in de auto. Zet zit achteruit met de armen over elkaar. Protest. Fysiek en verbaal. Groot protest dat zich uit in stilte en brommend geprevel.

Ik bestel een glas wijn en vriend bestelt een trappist. Hij moet niets. Neen! Niets. Tokkelt op zijn gsm en verandert in gedachten zijn moeder in een uitroeibare aliën.

Na een kwartier is een ice-tea welkom en gaat hij persoonlijk in de aanschuifrij staan.

Ik vertel hem het verhaal van Django,   probeer hem te motiveren en te ontspannen. Schouders worden opgehaald en zijn mond blijft bits.

Onverwacht komt er een leuke kennis bij ons zitten. Het gesprek gaat over jazz en uiteraard over Django. Mijn leuke kennis is een kenner.

” Weet je? Je zou met een teletijdmachine een eeuw terug gaan en dan uitkomen bij de muziek die je nu gaat horen.”

Voor het eerst zie ik zijn ogen richting het podium gaan. Dat staat nog kaal en kil te wachten op de warmte van muzikanten met een groot hart.

Hij knikt geïnteresseerd toegeeflijk. Mijn kennis weet hoe hij zoonlief moet aanpakken.

De gsm verdwijnt in mijn handtas en de muzikanten starten.

Ik waan me even terug op Lambertmontmartre waar het groepje een fijne ontdekking was. Deze zomer toen de vriend en ik nog meer met elkaar optrokken.

Een diepe zucht ontsnapt me. Zoonlief kijkt opzij en knipoogt. Oef … hij is ontdooid.

Wanneer ik hem betrap op meetikken met zijn voet, ontspan ik helemaal.

“Wie vind je de coolste?” vraag ik hem na verloop van tijd.

Heel ernstig antwoordt hij: “De trompettist … of misschien wel de basspeler.”

We luisteren verder.

Het wordt mooi.

Ik bewandel de dunne lijn tussen loslaten en overhalen. Wat is moeder-zijn soms uitdagend.

Maar mooi. Heel mooi.