Min-der-dan-min

Soms ben ik het negativisme beu. Helemaal beu.

Waardoor dit plots een zeer negatieve uitspraak lijkt. Deze tekst zal niet overstromen van blijdschap en positiviteit. Wat ik dan eigenlijk al bij voorbaat beu ben.

Hoe ga je daar mee om?

Nadat ik voor tigste keer op facebook lees dat Anuna de Wever aan hoogheidswaanzin lijdt en dat ze ‘een grote franke mond’ heeft, wil ik de pijp aan Maarten geven. Nu ja, ik ken slechts 1 Maarten en daar wil ik nu niet meteen een pijp aan geven maar u snapt wat ik bedoel.

Ben ik naïef of onnozel als ik helemaal blij word van Anuna en haar kompanen ? Wanneer ik nieuwe mensen ontmoet op een kunstbeurs in het verre Arendonk en ik meteen een heel lang levensverhaal ontvang en bij stukjes ook geef? Wanneer ik met zoonlief een veggiedag wil invoeren? (Kenners weten wat een energie me dat kost)

Waarom worden mensen zo boos van die jongeren die betogen? Ik vind het knap wat ze doen. Ze willen gehoord worden en misschien zit er wel wat naïviteit in hun acties maar je kan het toch alleen maar toejuichen dat ze op een positieve manier hun boodschap uitdragen.

Waarom moet er dan meteen op de vrouw/man worden gespeeld en zijn mensen ronduit grof over die jongeren? Wat leer je hen dan als volwassene? Dat het ok is om te schelden en te roepen en te tieren op sociale media? Dat je vooral negatief moet zijn en klagen over vreemdelingen en dat ze hier ons kindergeld komen afpakken?

Hoe langer hoe meer voel ik de behoefte om hierover met mensen te praten maar het blijft een delicaat onderwerp. GSPR … moeilijke dingen. Vier onderwerpen waarover je zelfs met je allerbeste vrienden een conflict kan hebben. Probeer maar eens …

Geld, Seks, Politiek en Religie …

Praat er maar eens over.

En toch … en toch …

Op de beurs waar ik met mijn gedichtenbundel en onze gloednieuwe kunst-vzw sta, zing en optreed, kom ik zeer fijne mensen tegen. Mensen met een zwaar of minder zwaar levensverhaal. Maar allemaal zeer oprecht, vriendelijk en respectvol. We praten, we lachen en we wisselen ervaringen uit. Mijn hart vult zich. Zelfs wanneer de ex van de ex mijn boekje vastneemt en vriendelijk informeert of het mijn eerste is. Ik antwoord dat het mijn laatste nieuwe is en we lachen naar elkaar. We delen beiden het geheim van ontsnapt te zijn.

Het stroomt. Ik heb zoveel om gelukkig te zijn.

En toch …. en toch …

Ach, ik voel me bijna een prekerige schooljuf als ik dit herlees … Of een wanhopige middelbareleeftijddame. Misschien wel een zeur …

Maar toch … maar toch …

Advertisements

Vintage troost

Voor slechts twee euro

koop ik me een lichtere tred

een onverwachte glimlach

mijn schouders rechten zich

ze zeggen

kijk daar loopt ze

daar gaat ze

daar is ze

ze kan het

ze wil het

de moed

wil

dwars door alles heen

zoals stef het schreef

en ingeborg het zong

 

of hoe je helemaal blij wordt van een theepot uit de kringwinkel

Op roze kousen

loop ik het eind

dat niet te lopen

valt

op kousen

voeten

schroom ik de wereld

keer ik naar binnen

en blijf

het moet

zakt

in mijn roze kousen

Ik wil niet wachten …

 

 

En zo zit ik dus al bijna twee maanden thuis. Correctie: lig ik thuis. Dat is in het begin ontzettend leuk. Geen verbeterwerk, geen planning maken, geen leerlijnen uitstippelen voor kinderen die onder het M-decreet vallen, geen toezichten, geen vermoeidheid of pijn…

In januari koos ik ervoor om mijn huis te ontmesten. U leest dat goed. Ont-mes-ten. Mijn woning is een paradijs voor mensen die nostalgie en weemoed hoog in het vaandel dragen. Elke dag rommelde ik een half uurtje in elke kamer. Dat het na een maand zo goed als voor mekaar is zegt iets over de grootte van mijn woonst.

Marie Kondo-gewijs baande ik me een weg tussen oude souvenirs en het verleden. Ik ontdeed me van nodeloze spullen en ging te werk volgens het motto: word ik er gelukkig van en/of heb ik het nodig? In die volgorde, ja. Want sehnsucht en craving poets je er niet zo maar uit.

Het is een heerlijk gevoel. Rondkijken en weten dat er zelfs tot ín de kasten orde is. In mijn leven is dat een unicum. Ik geef mezelf een pluim. In de orde van lido en Riodansers. Met pompons en benen in de lucht.

Nu is het dus februari. Ik verveel me. Ik kijk voor de tigste keer naar Dawson’s Creek en erger me voor de zoveelste keer aan die Joey die niet voor Pacey kiest. Ze mag hem altijd eens bij me langs sturen hoewel ik vorige vrijdag leerde dat hij een hele stoute man is in The Affair. Waarvoor ik me misschien toch Netflix moet aanschaffen.

Ik verdiep me in House Rules seizoen drie. Waarvan ik al lang weet wie er gewonnen is.

Nieuwe series roetsjen voorbij mijn afstandsbediening. en ik verveel me. O wat verveel ik me.

De mogelijkheden zijn niet legio. Ik heb nog steeds erg veel pijn. Terwijl de dokter zegt dat de zenuw is hersteld en dat er geen druk meer is op de hernia. Een uur op een stoel zorgt ervoor dat ik twee uur moet platliggen. Echt platliggen waarbij tv kijken of lezen zeer moeilijk is.

Zou ik gaan voor een derde opinie? Of leg ik me er bij neer (letterlijk) dat dit de toekomst is? We beginnen aan maand acht… En ik ben het beu. Zo beu! BAH!

Hoe doet ge dat?

Met een diepe zucht vlij ik me tegen de rug van de verwarmde bank. Voor me staat een groot glas heerlijke thee met citroen. ‘Goed gevoel’ ligt open voor mij en dat is ook wat omschrijft hoe het er vanbinnen momenteel aan toe gaat.

Terwijl mijn been nog zeurt van de spierontspanners en de ruwe ‘massage’ van de dokter (die trouwens dringend het woord massage moet opzoeken want dat was n.i.e.t. wat hij deed), komt er wat rust over me. De thee met het boekje in een ontzettend leuke bistro ná het doktersbezoek doet deugd. Ronduit deugd. Nog eens rechtop zitten met een boekje in de hand en wat rondkijken naar hoe mooi het wel allemaal is. Wat een deugd, wat een deugd.

Toch sluipt er wat schrik binnen. Stel je voor dat er iemand langs wandelt die me kent? Die me ziet zitten. Zittend lezen. Met een tasje thee.

Dat doet ziekenverlof met je. Terwijl ik officieel tot eind januari niet mag werken, merk ik aan mezelf dat ik me wat meer opsluit. Vanuit mijn opvoeding leerde ik dat je, wanneer je ziek bent, geen leuke dingen doet. Je bent ziek, dus je bent thuis! En je BLIJFT thuis!

Niemand ziet aan mijn buitenkant dat de binnenkant zo veel pijn doet. Ik vier oudjaar en een deeltje van de kerst met lekker eten en zelfs wat wijn. Ik ga op bezoek bij mijn metekindje dat even in het land is. Mijn nonkel en tante krijgen een visite. Ik rijd zelf met de auto naar de dokter. Ik spreek af met vriendinnen voor een lekker ontbijtje of lunch. Leuke dingen doe ik.

Niemand ziet dat ik nadien voor lange tijd op de zetel moet liggen omdat het been zeurt en zeurt. Omdat mijn rug ‘stop en stop’ zegt. Dat zet je niet op facebook. Dat toon je niet aan de buitenwereld. En ik ben als de dood dat een ouder van school me ziet stappen of zitten of …

Binnen veertien dagen ga ik naar een concert van k’s choice. Die kaarten werden besteld in augustus. Ik zal zeer vroeg aan de deur staan zodat ik meteen naar boven kan lopen voor een zitplaats. Maar vandaag twijfel ik even. Kan dat wel wanneer je in ziekenverlof  bent? Belangrijke vraag? Goh …

I want to break free. Nah!

(zag u de film al? Zooo goed! Want ja … ik ben ook naar bioscoop geweest!)