En plotseling ben je het dan: chronisch patiënt. Het klinkt dramatischer dan ik het wil laten uitschijnen. Maar vier maanden voortdurende rugpijn heeft geen goede invloed op je humeur en inschattingsvermogen.

Ik kan niet meer lang wandelen, lang zitten, lang staan, lang liggen. Ondanks de clichés over het onderwijs betekent dit dat ik kinderen aan mijn bureau vraag om hen te helpen, Krom staan is een absolute no go. Dat is het ook bij het afwassen, poetsen, bed opdekken, aankleden, boodschappen tillen (in de auto én uit de koffer) enzovoort enzovoort.

Ik kan niet meer dansen. Mijn gemoed schiet vol terwijl ik dit opschrijf. Ik kan niet meer dansen.

Waarschijnlijk maak ik het dus dramatischer dan het is

Pijn is een slechte raadgever. En terwijl ik de laatste jaren expert werd in het omgaan met zielspijn is fysieke pijn mij tot nu redelijk onbekend gebleven.

Ik voel hoe ik wegglijd in zelfmedelijden en gekreun en gesteun. Tegelijkertijd wil ik me sterker houden dan ik ben. Wanneer er stoelen worden klaargezet voor het grote feest in school schuifel ik nog even met de leerlingen mee. Na twee minuten moet ik me gewonnen geven.

Ik maak er grapjes over. “Het beste is eraf!” “Oud worden, hee” “Ik oefen voor de heks van Hans en Grietje”.

Maar vanbinnen zinkt de moed me stilaan in de schoenen. Platte schoenen maar dat wist u al.

Mijn leuke jonge kinesist geeft het op. “Hier moet je verder mee gaan. Dit is niet goed”.

Mijn osteopaat zegt dat ik nog nooit zo voelde. In die meer dan tien jaar dat zij me driemaandelijks onder handen neemt.

Mijn huisdokter schrijft een voorschrift voor het hospitaal. Rugschool heet dat.

En school … tja … dat is wel mijn ding natuurlijk.

Behalve wanneer ik tijdens de wiskundeles op de gang schuifel en volledig onderuit ga.

En nu weet ik weer waarom ik zo’n bloedhekel heb aan van die motiverende zinnen . What doesn’t kill you, makes you stronger.

B****sh***t. No f****g way.

Of meer van dat motiverende.

Advertisements

Hebt u dat ook?

 

Dat onbedaarlijke? Dat ietwat onbeheerste maar altijd diep doorleefde? Dat intense? Dat donkere met een zilveren randje? Hebt u dat ook?

Terwijl de zon zakt en de avond komt, zit ik voor mijn open raam en kijk ik in de tuin van mijn jeugd. Met K’s Choice op de achtergrond komt het gevoel op de voorgrond en laat het zich niet wegduwen.

Bij een bepaalde noot … bij ‘je bestaat’, voel ik het opborrelen en weet ik … dit is voor even maar wel voor nu. Het vraagt plaats, tijd en ruimte. Het is haast onuitstelbaar.

De zon kleurt de wolken oranje maar ze laat zich gaan en is dan weg.

En ik denk en denk en denk.

Hebben andere ‘grote’ mensen dat ook? Wie van mijn vrienden kan er zo onbedaarlijk huilen? Met snikken en Afrikaans drama? Wie van hen stroomt soms over terwijl de zon daalt? Wie voelt even die schmerz, die heartache … dat verlangen, dat verdriet, dat hartstochtelijke missen van … tja, van wat en wie?

In het dagelijkse leven lach ik veel en graag en ook echt. Alleentjes kan ik dat andere tonen. Aan de bomen, de wind, de tuin van mijn jeugd. Soms aan mijn zoon. Per ongeluk wanneer er bij Grey’s anatomy een kind sterft ofzo. En dan zegt hij: in het echt leeft dat nog, hoor mama … Het is zijn troost.

Ik kan hem niet zeggen dat er voor sommige van mijn tranen geen troost is. Slechts een bedding die zich een weg baant vanuit mijn buik langs mijn wangen. Het moet eruit. Laat het maar komen.

Wat zit er veel water in mij …

GE-Hakt

Sedert twee maanden leef ik dus met een pijn die constant aanwezig is. De oorzaak is tot nog toe onbekend en het geeft me allerlei ongemakken. Fietsen gaat niet meer en fitnessen is al helemaal een no go.

Ik word er wel creatief van: ik werd een krak in het niet geijkte, normaal getinte aantrekken van mijn onderbroek. Wanneer je niet kan bukken, breng je het ondergoed dus ter hoogte van een uitgestrekt been en dat geeft elke ochtend  komische taferelen aan de wasbak in de badkamer. Sokken waren tot nu toe niet zo nodig en ik merkte vanmorgen dat dat ook nog een inventieve manier gaat vragen. Een uitdaging voor op koudere dagen dus.

Wel voel ik me langzamerhand veranderen in een oude ietwat gezette dame met pensioengerechtigde neigingen. Aangezien cardio-bewegingen geen optie zijn, beperkt het bewegen zich tot langzaam wandelen en yoga. Waarna ik twee dagen amper rechtop kan staan …

Het vraagt energie … chronische pijn.

Maar wat ik echt het allerergste vind, is het gemis aan hakken. Met mijn meter tachtig toren ik sowieso al boven mensen uit maar toch mis ik het. Fijne schoenen met hakken. Hooggehield schoeisel. Zoiets dat je een vrouwelijk, elegant, aantrekkelijk gevoel geeft.

Blijkbaar heb ik twee paar pumps in huis en sedert Beiroet ook nog een paar sneakerachtige schoenen. Dat is alles. De rest van mijn schoenenverzameling (en die is best groot aangezien ik zot en gek ben van laarzen, botjes enzovoort) bestaat enkel uit iets met hakken.

Deze zomer probeerde ik het nog eens een keertje. Gelukkig was het tijdens een dineetje waardoor ik halverwege mijn schoenen kon uitdoen en nadien elegant wankelend en struikelend richting nabije parking kon stappen.

Pffff … ik wil gehakt zijn.

Met mijn ziel onder mijn arm en mijn hart onder mijn ziel loop ik in gedachten naar de polen en terug. In cirkeltjes. Rond en rond.

Zo weef ik een web in mijn hoofd dat enkel vliegende gedachten vasthoudt. Gedachten die in cirkels gaan met mijn ziel onder mijn hart.

Maar nergens naar toe. Zonder doel en steeds terug. Uithollend vermoeiend.

Stop het rennen. Iemand?

Net wanneer mijn wereld weer even op zijn grondvesten davert, kom ik, geheel onverwachts moederziel alleen, terecht bij de Ark Van Zarren. Een toevluchtsoord werd het. Opgewacht worden door een engel met blonde haren op prachtige hoge hakken doet deugd aan de ziel.

Terwijl mijn lijf aanvoelde als één grote open wonde kreeg ik een verzachtende helende rondleiding en werd ik ondergedompeld in de warmte die de Ark zelfs zonder hittegolf verspreidt. Haar handen zwierven rond en streelden het gemoed.

Verse bloemen op en naast het bed, een flesje water, prachtige kussens en lakens, twee chocolaatjes en een ei in de tuin. Een ei dat me zachtjes deed schommelen terwijl ik mijn boek op schoot legde en eigenlijk vooral voor me uit staarde.

Ik voelde me alleen op de wereld, met een hoog Remigehalte. Of het einde goed gaat zijn, kan ik nog niet vertellen. Ik weet alleen wel dat mijn verhaal niet gedaan is …

Bij het met zorg bereide ontbijt de volgende ochtend kom ik te weten waarom een engel de Ark van Zarren in goede banen leidt. Zo’n ark heeft dat namelijk nodig. Voor ik het weet word ik meegenomen in een wereld die me heerlijk lijkt om te vertoeven. Herkenbaar en toch nieuw. Mooi en zacht. Moeilijk ook … maar dat is te dragen wanneer engelen in de buurt zijn. Met een overdaad aan geschenken én een gezond lunchpakket ga ik verder op mijn pad. Dat pad dat ik niet had verwacht alleen te doen. Maar ik kan het. Ook al doet het pijn. Zo veel pijn.

Als ik nadien in de wagen Matt Simons hoor, komen de verlossende tranen. Koksijde wenkt. Ik slik en rijd. Ik wandel en zweet.

En wanneer ik op een bankje in de schaduw het lunchpakket verorber, voel ik even wat kracht doorsijpelen. Speltpannekoeken lijken dat te doen. Weer iets nieuws ontdekt. Net zoals al dat andere …. Dank je Elsje.

Al dat water!

Wat is dat toch? Al dat gebleit, al die tranen, al dat water?

U weet het al langer dan vandaag. Ik ben een bleter, een wener, een bleitsmoel, een emogriet, een gevoelsmens en alles wat dat maar inhoudt …

Onlangs zat ik te kijken en te luisteren naar een vriendin die vocht en vecht. Tegen het wenen dus. “Ik wil niet”, zei ze, “Ik wil niet wenen, ik ben de tranen beu.” En ze keek ook een beetje boos toen ik zei: “Laat maar komen, laat maar komen, het moet er toch uit.”

Misschien keek ze niet echt boos, hoor … waarschijnlijk eerder wat getormenteerd en vooral droevig.

Wat is dat toch?

Waarom wordt tranen laten als zwak beschouwd? Waarom is het ‘sterker’ om met je hoofd omhoog vooral niet te laten zien wat je binnenin voelt? Waarom mag je niet zeggen: “Het wordt teveel.” ” Ik kan dit niet dragen.” Ik zie het even niet meer zitten.” Waarom lachen mensen een beetje wanneer je in stilte bijna luidkeels huilt met muziek, films, optredens …?

Ik kan daar deugd van hebben. Soms zet ik zelfs muziek op om eens goed te kunnen janken. Dan is het eruit. Dan is het weg. En dan ben ik er vanaf.

Huilen is goed. Huilen is ook sterk. Soms ben ik moediger wanneer ik toon wat ik voel dan wanneer ik het verstop achter een masker van humor en bravoure.

Het is niet dat ik enkel verdriet heb wanneer ik huil. Ontroering, vreugde, liefde, lachen, woede … het gaat veel gepaard met tranen. En het lijkt dikwijls alsof ik me dan moet verantwoorden. Mensen hebben soms schrik van tranen. Alsof er dan iets van hen verwacht wordt, alsof ze iets moeten oplossen, iets regelen, iets goed maken.

Dus bij deze: niet bang zijn. Ik ben een bleter, een wener, een bleitsmoel …