Lady of the house speaking

Terwijl ze me verder martelt, bekijk ik haar jonge gezicht met de prachtige mooie ogen. Ze smeert en blijft smeren en ik frons en blijf fronsen. Reden om misschien ook nog een gelaatsverzorging bij te boeken?

Afijn … ze vertelt hoe ze geen tijd hebben om naar de zee te gaan want de ‘kuis’ is blijven liggen. Nu ja, geeft ze als tegenargument, er wordt elke dag wel eens gestofzuigd en gedweild en natuurlijk ga je ook alle dagen met een natte vod over de kasten. Maar écht poetsen, dat is al wel een tijdje geleden.

Mijn mond valt figuurlijk open. (Letterlijk mag dat niet want dan loopt hij vol hars).

Ik mompel heel voorzichtig dat ik het toch wel een hele prestatie vind, dat poetsritme van hen. In alle talen zwijg ik over het mijne, dat meer wekelijks, maandelijks en voor sommige items zelfs jaarlijks is. Er wordt in mijn huis niets maar dan ook niets dagelijks gepoetst. (Ja, echt hoor!)

Ik besluit de verantwoordelijkheid op mij te nemen: “Weet je, lieve L., het weer is zo stralend en als je zoveel poetst kan dat met gemak nog een dag of 3 langer blijven liggen. Ik zou naar de zee gaan!”

Ze glimlacht wat twijfelend, dat mooie jonge meisje met de stralende poppenogen. Heel plichtsbewust en georganiseerd is zij. Het remt haar soms af in dit enige leven dat we hebben.

Ik knipoog terwijl ik afreken. “Naar zee, hee!” zeg ik met een waar Popeye-accent.

En met haar zachte “Ik doe mijn best!”, dartel ik naar buiten.

Zou ze?

Advertisements

(In) hoever(re) ben ik hoorbaar?

Bloem smijt zich. Duidelijk en aanwezig. Luid en overtuigd.

Op 1 oktober zing ik.

Ik mocht een geheel eigen concept maken (ontwikkelen klinkt zo hoogdravend). Dus dat wordt drama en wolkjes in één geut en gulp. Ik zocht nummers die me passen als een handschoen en schreef en las teksten die be – ont – roeren. Kiezen mocht ik.

Doen we graag. Vinden we fijn. Leuk. Uitdagend. Hemels en dartelend.

Pragmatische vraag: Hebben mijn buren daar last van? Luidkeels vanachter de computer meezingen terwijl de raam openstaat. Dat is er om vragen, waarschijnlijk?!

Misschien moet ik eens wat testpubliek beneden in mijn tuin zetten?

Waar is iedereen?

Je kan het gerust stellen: het bloggen liep de laatste jaren een eenzame wedren met de tijd. Terwijl ik in 2004 blogde dat de stukken eraf vlogen, ging het nadien enkel in dalende lijn. Er was nog een opflakkering in 2012 maar die is ook niet echt het vermelden waard.

Mijn leven was een boek waard, een encyclopedie in 24 delen. En die moest ik eerst allemaal zelf gelezen hebben, voor ik weer iets uit mijn vingers kreeg.

In het begin van de jaren ’90 kwam er de campagne: Als het kriebelt, moet je sporten. Goed idee leek me dat.

Nooit een adept van het eerste uur, duurde het bij mij tot augustus 2016. Ik kan met enige trots in mijn stem zeggen dat ik drie maal per week naar de fitness ga. Angst voor een nog steeds niet aanwezige menopauze en het verschrikkelijke getal dat mijn weegschaal aangaf zijn betere argumenten voor mijn plotse sport-drive. Dat moet ik toegeven.

Wat sporten met een 47jarig lijf doet kan ik u haarfijn uitleggen. Maar ik bespaar u de details. Lang verhaal kort: ik kan sedert deze week niet meer zonder au-au en oei-oei-gekerm uit de zetel, in bed, in bad of gewoon wat wandelen. Het lukt me niet.

Dus wat doet een mens dan? Men speelt 430 levels Candy Crush. Men leest facebook van voor naar achter. Men verzwelgt in de -tig herhaling van Criminal Minds en CSI.

Dat doet hetzelfde au-au en oei-oei-gehalte alleen maar stijgen natuurlijk.

Als we nog eens wat blogs lezen? Bedacht ik me in de derde persoon.

Goed…

En toen bleek dat bijna iedereen verdween… In die vijf blog-verwaarlozende jaren gingen mijn favorieten in rook op …

Waar zijn ze? Die reageerders uit dat verre blogverledenIk mis ze wel … En over sommigen maak ik me ronduit ongerust.

Gelukkig ken ik deze nog! En zijn er nog een handvol lezers over na 13 jaar in blogsaland.

Maar toch … hopelijk is het niet te veel au-au en oei-oei … Hopelijk leven ze lang en gelukkig. Dat hoop ik toch.

Wegenwerken

Van ver zie ik ze aankomen. Een ietwat ouder koppel. Hij groot en struis, zij klein en fragiel.

Ze heeft een boodschappentas vast. Ze praten. Hun hoofden bewegen en ik zie hen instemmend knikken naar elkaar.

Hand in hand. Als twee kleuters die in het rijtje staan. Die handjes moeten geven om netjes achter en naast elkaar te lopen. En die de dikste vriendjes zijn.

Hun handen bewegen. Zwaaien lichtjes heen en weer. Ze blijven gesticuleren en er wordt hartelijk gelachen.

Wanneer ze aan de brievenbus van mijn grootouders arriveren, laat hij haar los en haalt er de post uit. Met de post in zijn ene hand neemt hij met de andere haar hand weer vast. Het loslaten was maar even. Terwijl zij observeerde hoe hij de brievenbus opende, bleef het onzichtbare touwtje tussen hen sterk verbonden.

Hun verbondenheid duurt al een leven lang. Ze zijn nog altijd de beste maatjes. Wat ze al waren van toen ze samen kampen bouwden en in de tuin speelden.

Het is een symbiose die me soms wat afgunstig maakt. Zo intens van elkaar houden en samen leven. Voor mij ligt dat voorgoed in het verleden. En dat is fijn want symbiose is enkel interessant wanneer het in biologische, chemische, fysische zin gebeurt. Ik lijk te verdwijnen wanneer ik een allesoverrompelende liefde ervaar. Niet goed dus.

Maar ik zie het wel graag. Dat koppel met een unieke synergie. Die twee-eenheid die zich door alle stormen van het leven slaat. Ze doen dat goed. Ze doen dat mooi.

En ik mag af en toe schuilen bij hen. Wanneer het leven me even onderuit haalt. En de laatste jaren vooral wanneer ik grote stappen neem en hen kan laten zien: “Kijk eens, zonder handen!”

Yep, dat gaat goed. Dat is mooi!

Mijn ouders gingen te voet naar de Albert Heijn wegens wegenwerken in onze straat. Ik zag hen gaan.

20953525_10155770075775362_1949364840740685645_n

In gedachten gooi ik Titanic-gewijs King of the world mijn armen in de lucht en denk ik: Dit is Liefde! Ware liefde! De liefde van mijn leven!

En dat is het ook. Ondertussen al veertig jaar … meer dan veertig jaar.

De enige liefde die ik onvoorwaardelijk trouw blijf en koester en waardeer.

De liefde die me over elk dal hielp. De liefde die er altijd was. In goede en slechte tijden. In ziekte en gezondheid. In armoede en rijkdom. Tot de dood ons scheidt moeten we nog ondervinden (gelukkig maar) maar ik ben er zo goed als zeker van dat wanneer ik sterf …. zal zij spreken en omgekeerd. Liefde. Pure liefde.

Al meer dan veertig jaar.

 

(Bloem ging met friendin naar Antwerpen. En werd daar l-irisch van)

.

Het past tussen mijn beide handen

ik kneed het

rol het

draai het

wik en weeg het.

Het past.

Wat bitterzoet.

Wat grootser dan verwacht.

Wat onverwachter dan gezien.

Mijn borst is te klein.

Mijn hart wordt te groot.

Het past in mijn beide handen.

Ik zaai het.

Tot het niet meer past.

Dan …

pas …

Vandaag ben ik

frêle

Frau Frêle.

Het stroomt

zo binnen

dat het vol

geraakt

ben ik

tot in ziel

en hart

en dan stroomt het

vol uit

mijn tranen

drogen

mijn buik

voelt

gevoelig

en geweldig

alsof als of

ik niets anders meer

ben

dan liefde

en voluit

mens

leef!

 

Bloem keek Wanderlust in het kwadraat.

 

.