Terugblik

Ik maak hem op

kijk

heen

36087859_10156651316200362_7880464960306806784_n

en weer

terug

even

wichtig

schommelt hij

niet slecht

niet goed

niet bitter

niet zoet

mijn balans

okee

 

Advertisements

Ponering – ponatie

 

Soms zeg ik het gewoon. Rechtuit. Recht toe recht aan. Mensen schrikken er niet meer van. Of ik merk het tenminste niet meer op.

Etaleren wil ik niet. Medelijden ook niet. Maar af en toe is het noodzakelijke info voor mijn medemens. Zeker in mijn leeftijdscategorie. Terwijl vrienden gaan voor het appartement aan zee of in Spanje, het verwarmde zwembad in de tuin van de pastoriewoning, The Jane of het Pomphuis … kies ik ervoor om cadeautjes te kopen in tweedehandswinkels (heerlijk vintage), kledij in de solden aan te schaffen, zo weinig mogelijk ‘uit’eten te gaan maar zelf iets in elkaar te flansen en in eigen huis restaurantje spelen.

Ja ja … ik weet het wel. Wie het kleine niet eert, en bla bla bla …

Ik heb veel lieve vrienden die daar enorm rekening mee houden en dat zonder iets te zeggen of te laten merken. Rijke vriendin ‘schenkt’ me een vakantie in hun Spaans vakantiehuis, andere gegoede vriendin trakteert me voor mijn verjaardag op een etentje enzovoort enzovoort. Dat was aanvankelijk moeilijk. Trots enzo. Fierheid tot in de kleine tenen enzo.

Maar ik leerde te slikken en dank je wel te zeggen. Ik nam het aan. Het blijft moeilijk maar ik doe het. Het is ook lief zijn en graag zien. Ik deel altijd mijn levenswijsheid en die heb ik nu eenmaal dikwijls in de aanbieding. (Hopelijk lees je hier een groot deel ironie bij. Dat is toch wel wat de bedoeling).

De laatste tijd word ik echter zwaar geconfronteerd met rijke jongeren. Dat is anders.

Dat mensen van mijn leeftijd meer geld hebben is normaal: zij hebben geen twee huwelijken, twee scheidingen en drie levens achter de rug. Zij zijn nu al bijna 25 jaar samen/getrouwd met een afbetaalde hypotheek en studerende kinderen. Natuurlijk kan ik mezelf niet met hen vergelijken. Mijn pad was anders en ik zit nu daar waar ik moet zitten.

Het is echter nogal heavy wanneer je uit eten gaat met je 22 jaar jongere metekind en vriend en zij trakteren jou op een etentje in een peperduur Antwerps restaurant. Aperitief, voorgerecht én hoofdgerecht. Je ziet hallucinante bedragen de revue passeren en je rekent uit hoeveel schoenen je zou kunnen kopen voor die som.

Ik lachte het wat weg. Mijn mopjes zijn ook een goede munteenheid. Betalen daarmee is mogelijk. Maar toch … het deed wat zeer. Het leek me even de omgekeerde wereld. ‘Ik’ zou moeten trakteren in dure restaurants, niet zij ….

En terwijl ik vroeger verkondigde dat geld voor mij niet belangrijk was, lijkt het dat nu toch te worden. Aangezien mijn metekind ver weg woont, leek een reisje er naartoe me wel leuk. Maar nu word ik geconfronteerd met de ‘duurte’ van de nabijgelegen hotels en zie ik dat leuke reisje aan mij voorbij gaan.

Zaag ik? Zeur ik? Bent u het beu? Mijn gezever over geld en consoorten? Ik zou dat begrijpen. Dat kan.

Daarom zeg ik het tegenwoordig gewoon. Rechtuit. Recht toe recht aan. Mensen schrikken er niet meer van. Of ik merk het tenminste niet meer op.

“Ik ben een alleenstaande moeder.” Met een wat verontschuldigende glimlach erbij. Maar mijn hoofd rechtop. Dat ene zinnetje maakt de andere duidelijk dat ik er duurder uitzie dan ik ben. Dat ik niet te besteden heb wat mijn leeftijd of kledij doet vermoeden. Dat ik andere prioriteiten heb en dat dat voor mij soms moeilijk is.

Volgens mij wordt het te weinig gezegd. Rechtuit. Recht toe recht aan. Dus doe ik dat hierbij.

Ik ben alleenstaande moeder. En wij, alleenstaande moeders, spenderen ons geld navenant. Vwalla! Lap!

De prix

Jaagt de titel u schrik aan? Niet als je het fout leest, waarschijnlijk.

Gisteren kreeg ik een schok. In de fitness. Niet van een fout toestel of op hol geslagen weegschaal maar van de realiteit. De eenzaamheid die mensen soms voelen.

Ongeveer een jaar geleden kwam er een hele leuke coach als groentje naast mijn toestel staan. Mooie jongen, leuke glimlach, vlotte babbel. De levenslust spatte er af. Grappige opmerkingen, ook wel ondeugend af en toe. Dat heb ik graag, dat vind ik fijn.

Zo’n coach is een motivatie om uw lichaam tot nieuwe grenzen te brengen. Hij moedigde aan en liet mijn buikspieren vooral trainen wegens hard lachen en niet meer bijkomen.

En plots was hij verdwenen. Weg. Foetsie. Ribbedebie. Als in: “Die zien we nooit meer te-rug”.

Ik dacht nog wel eens aan hem. Zijn charme liet een impact achter. En hij liet blijkbaar ook vanalles achter waarvan de opvolgende coaches met hun ogen draaiden en zeiden dat het een dikke miserie was. J. bleek administratief niet zo’n krak te zijn.

Nu is het wel een rage in mijn fitnessclub. Het weggaan, het ribbedebiën… De meesten blijven een maand of vier en maken dan weer een carrièreswitch. Coach-zijn is niet echt een gewilde baan.

Dat was gisterenavond het gespreksonderwerp toen ik de longen uit mijn lijf fietste. De nieuwe coach is net zo zelfverzekerd maar iets minder charmant.

Plots kwamen we op J. Hoe goed hij dat wel deed en hoe leuk en tof hij wel was.

“Tja,”zei de nieuwe coach, “je begrijpt niet goed waarom hij heeft gedaan.”

Ik dacht aan administratieve blunders, misschien zelfs aan wat fraude of gelddrukkerij. Dus ik antwoordde stoer: “Ja, ik heb gehoord dat het niet zo’n succes was maar ik weet niet zozeer wat hij juist deed.”

En toen kwam de klap, de hamer, de bijl, het zwaard.

J. stapte uit het leven, zoals ze dat zo mooi zeggen. Hij maakte er een eind aan zoals de nieuwe coach dat zei.

Ik was woordeloos. Helemaal ondersteboven. Slikte en slikte.

En huilde de hele weg naar huis.

Wat een eenzaamheid. Wat een verdriet.

Had ik…? Kon ik …? Als ik maar had gekeken naar wat er achter het opgewekte masker was. Misschien … dan ….

Waarom betaalt iemand de prijs?

Ik weet het niet. Ik weet het niet.

 

 

Vulkaan

En plots barst ik uit. De lava stroomt in giftige gulpen. Geen overlevenden lijkt het wel…

Toch slaag ik erin om het gesprek in betere banen te leiden. Omdat gedane zaken geen keer nemen. Omdat het heden en de toekomst belangrijker zijn dan het verleden.

Het voelde alleen zo heerlijk om dat te laten stromen. Om even stoom af te laten. Om even de klep van de snelkoker te tillen en 120 graden irritatie te laten ontsnappen.

Dat ik nadien tril en beef, nam ik er ook even  graag bij. Want ik ben niet bang meer. En niet meer bang zijn, geeft ongekende kracht. BOE!