Vreemd …

We dreven al enkele jaren van elkaar weg … daarom heb ik dikwijls het gevoel dat ik hem niet meer ken, dat ik niet meer weet hoe hij denkt.

Er is één ding dat ik goed van hem ken … iets dat me nog altijd de bibbers geeft en huilend naar huis doet rijden op vrijdag.

We krijgen slechts zijdelinge informatie over elkaar. Er zijn andere mensen die over ons tegen ons praten. Toch voel ik het nog altijd aan hem wanneer hij weer iets over me gehoord heeft dat niet in goede aarde valt. Dan wordt hij kil en koud. Is er slechts de hoognodige klank bij het verstilde beeld.

En nog steeds haalt het me volledig onderuit. Zo gauw ik de oprit afrijd en hij me nawuift met dat specifieke handgebaar (ik ken geen andere man die zo ‘wuift’) …, slik ik mijn krop weg en begin ik te tranen. Vijf komma drie kilometer lang zit ik weer te snuffen en te janken …

Mijn zetel lonkt. Ik kijk Criminal Minds, A bit of Frost. Ik eet een hele zak chips op. Ik word getroost en getroost. Terwijl ik dat helemaal niet wil. Laat me maar even janken, laat me maar even gerust.

Ik zei het deze week nog tegen een paar vrienden: het is niet omdat iemand de liefde van uw leven is, dat hij ook goed voor uw leven is.

Vwalla …

Hij buigt zich over de fiets. Steekt zorgvuldig het ‘pompding’ aan het ventiel (of hoe noemen ze dat?) en begint gestadig maar krachtig te pompen. De druk wordt gecontroleerd, de band bevoeld. Met moeite probeert hij het zadel omhoog te wrikken.

Zoonlief wordt erbij geroepen en moet ‘passen’. Voeten aan de grond? Check. Handen aan het stuur? Check.

Zijn grote, beschadigde hand streelt het hoofd van mijn zoon. Ze lachen naar elkaar. Ik slik een krop door mijn keel.

Een man kan soms wat een vrouw niet kan.

De weg naar het hart gaat door de band van een fiets.

Of klinkt dat wat té prozaïsch?

Virtual reality

Het zal in 2005 of 2006 geweest zijn dat ik Uw Moeder en Tante Annie ontmoette. In real life zoals dat toen heette. Nu waarschijnlijk ook nog wel …

Het was in een tijd dat ik blogde als een TGV. Ik woonde blogawards bij, zakte door met allerlei high-class bloggers en nestelde mij met graagte in het rijtje van “blogsters die door mensen gekend zijn.”
Ik leefde aan een snelheid die duizelingwekkend was voor mijn naasten en geliefden. Het voelde heerlijk, het was fantastisch.
Internet kan zo schoon zijn.

Uiteindelijk bleek het een vlucht te zijn. Wegrennen van iets dat u tegenhoudt, dat u remt, dat van u een zwartkijker maakt met een zelfvertrouwen ter grootte van een dwerggrondel is soms gemakkelijker dan in de orkaan te gaan staan. (Weliswaar zonder graan, maar toch …). Ik verwachtte enkel dat ik weggeblazen zou worden, zonder mededogen verpletterd …

Dat gebeurde ook want uiteindelijk vindt een orkaan u toch altijd als hij daar goesting in heeft.
Ik verdween van de aardbodem. Ik werd weggekatapulteerd uit de virtuele en reële wereld.
Tien maanden van mijn leven stapte ik eruit. Met als enige bezigheid “The life of Bloem”. Analyse onder het toeziend oog van allerlei -peuten, -logen en -tisten.
Ik kan u verzekeren dat “in nood kent men zijn vrienden” een waarheid als een koe is. Ik werd opgenomen in een warmte die ongezien was. Echte vrienden werden onderscheiden van de minder goede. Gelukkig waren er dat slechts enkele. Het mes in mijn rug werd met bedachtzaamheid geplant, koel en weloverwogen. De bezorgdheid van zoveel lieve mensen werd mijn schild, mijn pantser.
Omdat ik mijn eigen schild liet zakken. Het werd te zwaar om te tillen. Zij deden het voor mij.

Een tijd stilstaan kan deugd doen, noodzakelijk zijn.
Je wereld verandert erdoor.
Net zoals mijn realiteit veranderde ook de virtualiteit. De high-class bloggers bleven niet hangen, de sneltrein werd een boemmeltje.
Terwijl ik vroeger altijd dacht dat het beste nog moest komen, dat het ooit ooit ooit wel allemaal goed zou komen, leerde ik om in het hier en nu te leven. Zemelachtig gezwets, esotherisch gezever? Yes, totally!
Maar zo’n goed motto!

Om hier nu even een bocht van veel graden te maken: Appelogen zette vandaag volgend filmpje op het net.

Paul Miller (die voor mij een nobele onbekende was tot op heden) ging er ook even uit. Virtueel weliswaar. Back to basics. Zelfonderzoek en alles erop en eraan.

Je zou denken dat hij gelukkiger zou worden, zijn heil zou vinden in het echte, ware, pure leven. Net zoals ik dat voelde tijdens mijn sabbatjaar. Niet echt dus.

Uiteindelijk is zo’n sabbatjaar slechts de aanloop naar een uitbarsting van creativiteit, goedvoelen, thuiskomen. Te lang stilstaan zorgt voor opstopping, constipatie in de hoogste graad. Dat merk ik wanneer ik worstel met wat nog steeds pijn doet, wanneer ik tot in den treure Candy Crush speel, op de momenten dat ik verlamd en neergeslagen in mijn zetel zak. Actie is het enige dat helpt. Contact, gesprekken, chatten, ontmoeten. Het helpt.

 

Het afgelopen jaar leerde ik veel mensen kennen. Leuke, lieve, toffe, grappige mensen. Waar ik ze vond? Op het internet en intecht. Mijn orkaan ging liggen, werd een windje dat af en toe probeert me van mijn sokken te blazen. Soms lukt hem dat nog. Meestal ga ik dan even liggen en sta ik nadien weer op.

Leest u tussen de regels ook dat het goed met me gaat?

 

 

Aflaten

Chantage …. ik ben daar niet voor. Dat is teken van een slecht karakter, vind ik.
Aflaten daarentegen … ik doe dat regelmatig.

Vandaag ook weer wat af(ge)laten: Als ik dit voor mekaar krijg, snoep ik niet meer tot het einde van het schooljaar.
Ik ben dikwijls een ‘sjansard’ zoals ze dat in schoon Vlaamsch zeggen. Ik krijg de gekste dingen gedaan zonder veel inspanning. Met veel spanning weliswaar maar dat is slechts voor de binnenkant. Aan de buitenkant blijf ik altijd cool, calm and collected (yeah right) maar van binnen sterf ik duizend doden.
Met wat charme (zonder opscheppen) geraak ik altijd wel ergens :)
Mijn goed karma maakt alles altijd ok.
En ik vertrouw daar te veel op.

Zoveel dat ik in soms in nesten geraak … en het dan moet doen met omkoperij.
“Als het in orde komt, dan ruim ik in het vervolg alles op zonder treuzelen.”
“Dan ga ik aan mijn conditie werken, dan ga ik meer met de bus naar het werk, dan zal ik … dan beloof ik …”
Om één of andere rare reden, geraak ik er meestal mee weg.
Dat is fijn. Dan hoef ik niet af te gaan of toe te geven dat ik te laat ben met mijn planning, voorbereiding. En kan ik tevens iets doen aan mijn zwakke conditie of snoepgedrag.
Het komt op één of andere manier wel in orde.

Euh …? Altijd?
Nope, vandaag dus niet.
Verstrooid en verward laat ik het allemaal in het honderd lopen.
Overheidsinstanties die hun best doen met te helpen, er een halve dag werk in steken om dan uiteindelijk met spijtige stem te moeten melden: Sorry mevrouw, maar ik kreeg het niet meer voor mekaar.

Dan stampvoet ik ingebeeld de tegels uit de vloer.
Ik klapper met de deuren en bries als een hengst op speed.
Ik ben verschrikkelijk boos.
Vooral op mezelf.
Want met charme alleen kan je praktische fouten (zoals het afspreken van datum; uur en plaats van welbepaalde belangrijke zaken) niet herstellen.
Dju toch.
Djuuuuuuu toch!!!!

Verdriet

“Het voelt aan alsof mijn hart gebroken is.”
Hartverscheurend huilend ligt hij in mijn armen. Zijn hoofd tegen mijn borst, zijn armen om mijn middel.
Ik streel zijn haar en kus zijn voorhoofd.
Immens, intens verdriet.
“Waarom toch?”
Ik moet het antwoord schuldig blijven.
Mijn hart bloedt. Zo graag zou ik de pijn overnemen en het dragen in zijn plaats.
Een grote levensles.
Partir, c’est mourir un peu.

Bart is dood.
Zoon is er het hart van in.
Zijn beste vriend. Onze kat.

Dat het onnozel is
en gedaan moet zijn
met dat kinderlijke blije
dat vrije
dat zo gemakkelijk
gedaan is
beter dan woorden is
en nergens op lijkt
op slaat
op dat slaande ruzie
en dat het zeer doet
en wee is
van o
en wee
en ach
en leed
en ocharme toch
dat het gedaan moet zijn
nu
gedaan
verstaat ge

It’s all in the movies.

Zou u dat doen?
Naakt gaan in een film?
Een film die niet in de bioscoop komt?
Een film die waarschijnlijk geen oscarnominatie krijgt?
Naakt? En niet betaald worden?
Zou u dat doen?

Ik niet!
Vandaar dat ik me opgaf om in de namiddag figurant te spelen in een de film “Dance” van Hans Op De Beeck. Tijdens de voormiddag werden de douche-opnames gemaakt. Dat moet verschrikkelijk koud geweest zijn. In de hoge loods van Park Spoor Noord te Antwerpen heersten ijzige temperaturen. Met kleren aan was het om te bevriezen. Wat moet dat naakt geweest zijn? Amai!

Zoonlief zag het eerst helemaal niet zitten. “Zo’n genante broek, mama!”. Zoonlief had een imago-conflict. Een halflange, grijze, linnen broek met een knoop is genant! Nah!
Ik vond mijn kleedje echter wel mooi. En het leuke was dat we die mochten houden! Wat zoonlief al helemaal ‘STOM’ vond.

Hans Op De Beeck is een mooie man met een zachte stem. Afkomstig uit de stad waar ik vier jaar gelukkig was.

Probleemloos gaf hij instructies die even probleemloos werden opgevolgd. “Sereen kijken” was de meest belangrijke boodschap. Wat voor zoonlief aanvankelijk niet echt vanzelfsprekend was.
Vreemde mensen knuffelen en dan sereen wegstappen? Ben je gek, mama?! Jakkes!!!
Gelukkig hadden de vrouwen die rond zijn moeder stonden ook kinderen bij. Coole kinderen. Kinderen die ook wat stout durfden zijn. Als in: praten terwijl het niet mocht en rennen terwijl ook dat niet mocht.
Zoonlief had uiteindelijk, ondanks zijn genante broek, een hele leuke dag.
Moeder Iris ook. Fijn gebabbeld met een stel straffe dames. Door de gezamelijke inspanning van 500 figuranten werden het mooie beelden. Dat zeggen de foto’s toch.
dance dekens

dance dekens2

Op de laatste foto ben ik ontzettend duidelijk in beeld, maar natuurlijk alleen voor de kenners. (gniffelende glimlach alhier invullen)

Het was een hele speciale ervaring. Het kriebelt terug. Ik zou graag terug gaan acteren. Dat is geleden van in 2009. (Amai!)
Voorlopig hou ik het echter bij Hans Op De Beeck.
En ga ik vooral verder met mijn nieuwe bandje. We repeteren.
Zonder drummer weliswaar, want die bleek uiteindelijk vooral veel zin te hebben in praten over muziek. Niet echt in het maken ervan. (tweede gniffelende glimlach alhier invullen)
Dus we zijn op zoek. Indien u graag wat mept om trommels en hiats, mag u alhier solliciteren.

Ondertussen wentel ik mij in twijfelachtige roem bij Hans, zing ik wat deuntjes in mijn woonkamer en ‘dance’ op de tonen van mijn eigen stem.
Jongens … GOESTING!! (brede glimlach alhier invullen)

Niet mijn soort muziek

De laatste jaren word ik af en toe ingewijd in de wereld van Metalfans. Of hoe heten die mensen die luisteren naar D.A.D., Megadeth , Sisters of Mercy en nog meer van dat heavy doodskoppengedoe?

De vreemdste namen vliegen rond mijn hoofd en ik schud telkens ietwat ontkennend en verbaasd “Neen, dank u!”

Buiten een klein uitstapje in het begin van de jaren 80 vanwege een toenmalige platonische verliefdheid, is heel dat wereldje niet aan mij besteed. Ik ben een soft and soul meisje. Ik hoor Sarah McClachlan graag, ik ben fan van Kate Bush; ik durf zelfs af en toe Marco Borsato opzetten. 

Al dat gebrul en getier hoeft niet voor mij. Neen, dank u.

Vandaar dat ik maandag naar Joe Cocker ging, in mei met zus naar Natalia en in oktober naar Fleetwood Mac

Dankzij een vriend met een metalbandje luister ik af en toe wel eens. Maar ik schrik toch telkens weer van de teksten en de bijhorende filmpjes. Ik vind dat agressief. Ik kijk de hele tijd met mijn ogen half dicht of mijn handen voor mijn gezicht. En op het einde ontsnapt er een kleine geschokte kreet … 

Neen, dank u!

Geef mij maar iets zachter, iets lieflijks. Zolang het geen Clouseau is, kan ik ermee leven.

Ja, merci!

Tot ik met deze drummer werd geconfronteerd:http://www.youtube.com/watch?v=E0lY3kpFzd4
Mannekens lief!!! Wat goed!! Wat inspirerend!!! Wat knap!!!
Mijn mond valt open. Amai, amai, amai!
Dus … misschien is er nog hoop voor mij?
Wat denk je?