Hoor es …

Opeens bevind ik me in een bos met fluisterende bomen en minder fluisterende vogels. De jongen steekt zijn grote micro onder mijn neus. Ik aarzel even en besluit me dan toch maar te smijten. Driie, twee, een … GO!

Ik deed van hoorspel. Inspreken voor het Kaartenmuseum in Turnhout. Ik speelde Amalia Van Solms. Met mijn beste Hollands accent. Lang geleden dat ik nog iets van acteren deed. In 2009 speelde ik de getemde feeks in een stuk van Shakespeare. Het werd het meest slopende stuk dat ik ooit speelde. Ik identificeerde me helemaal met dat personage. Niet gezond. Niet goed.

Twee maanden later was mijn wereld voorgoed veranderd.

Buiten mijn bijdrage in de verkiezingscampagne van GROEN in Turnhout in 2012 acteer ik niet meer. Ik ben momenteel liever mezelf dan iemand anders. 

Hoewel ik dus moet toegeven dat het best leuk was. Samen met Brigitte en Katrine een toneeltje doen. Mezelf nog eens smijten om een personage goed neer te zetten. Heel fijn. Heel leuk.

Wat me echter het meeste bijblijft is het gesprek nadien. Jorgo vertelt. Dat hij bij de televisie en radio de menselijke meerwaarde miste. Dat hij zijn stoute schoenen aantrok en een eigen bedrijfje oprichtte. Koesterende Klank.. Een mooie tere naam voor iets dat vanuit een prachtig idealisme ontstond. 

Jammer dat mooie dingen altijd zo duur zijn. Dus spaar ik maar. Omdat ik ooit een mooi portret wil maken … van mijn ouders, Van mezelf. Van mijn zoon. 

Terwijl hij erover praat, zie ik glinsterende ogen, vrolijk gesticulerende armen … Een mooie jongeman. 

Daar heb ik een boon voor. Vooral vanwege het idealisme.En een beetje vanwege het mooi. 

Met zijn voeten op mijn schoot kijken we Sinbad. Hij zucht en snuft. Ziek thuisgekomen uit vakantie.
Ik leef me uit in onder het deken stoppen, zakdoek halen, hoofdje wrijven en zachtjes lieve woordjes fluisteren.
Ik ben blij. Hij is thuis.
Hij is minder blij. Ziek zijn is niet fijn. Maar hij wordt graag vertroeteld en verwend.
Doen we dus!

Geweld(ig) huishoudelijk

De laatste dagen komt het weer veel op mijn weg.
Geweld.
De onrechtvaardigheid ervan.
Vooral het volkomen machteloos gevoel dat je hebt wanneer het je overkomt.

https://www.youtube.com/watch?v=xa1FQT6pm4U

Ik begrijp dat niet. Dat een man zoiets kan doen.
Ik begrijp dat echt niet.

Ik begrijp wel de vrouwen die bij zo’n man blijven.
Die denken dat het maar éénmalig is. Dat het wel overgaat.
Hij meent het niet zo. Vanbinnen is hij een goede man.

En het ergste verontschuldigende argument: Het is mijn eigen schuld. Ik verdien dit. Ik begrijp hem wel …

De afgelopen dagen word ik weer helemaal door elkaar geschud.
Mannen die er vanbuiten heel aantrekkelijk, slim, gevoelig, betrokken en boeiend uitzien, kunnen zodanig veel geweld gebruiken dat een vrouw erdoor verandert voor de rest van haar leven.

Het is wraakroepend. Het brengt iets slechts in mij naarboven. Ik blijf achter met een wrange nasmaak in mijn mond …

Ik begrijp het niet. Ik begrijp het echt niet.

Dood-simpel

Af en toe ben ik nogal productief bezig. Dat houdt in dat ik dan voor school werk, mijn administratie regel, naar de mutualiteit fiets en bankzaken afhandel.
Van nature ben ik geen administratieve mutualistische goedgeorganiseerde bankdame. Het bankliggende, zapgestuurde schrijfmaarwatraak-leven ligt me meer.

Vandaag ging ik echter voor de eerste optie.
Om een lang verhaal kort te maken, mijn bankmeneer sprak over een uitvaartverzekering.
EEN UITVAARTVERZEKERING????

Het is dat u mijn gezicht niet kent maar ik zie er echt nog o.n.t.z.e.t.t.e.n.d. goed uit voor mijn leeftijd. Ahum. KUCH!

“Ja, mevrouw … we zien dat dikwijls bij mensen zoals u. Alleenstaanden die bang zijn dat hun kinderen moeten opdraaien voor de grote kosten van een uitvaart. Het is allemaal inbegrepen: dienst, begrafenisondernemer, koffietafel …”

Mijn ogen spreiden zich een paar centimeter meer dan gewoonlijk.
“Euh ..” is het enige antwoord dat ik adhoc kan produceren.

“U kan een eenmalige koopsom storten of gedurende 15 jaar maandelijkse afbetalingen doen.”

“Euh … maandelijkse afbetalingen?”
Meteen schieten ALLE maandelijkse afbetalingen door mijn hoofd: lening, woningpolis, autopolis, familiale verzekering. En dan nog gezwegen over het feit dat mijn PIDPA-rekening met tien euro is gestegen, dat ook de maandelijkse Lampirisfactuur 6,75 euro de hoogte in ging.

Mijn brein reageert iets trager dan mijn slikvermogen. Wil die man me nu werkelijk al laten betalen voor mijn begrafenis?

Terwijl alles binnensijpelt, zie ik het punt dat hij heeft. Ik ben een alleenstaande moeder met een enig kind. Stel je voor dat mijn zoon later de kosten van mijn begrafenis moet dragen? Ook alleen.

Ik kan het hem natuurlijk makkelijker maken en zelf mijn eigen wil doordrukken. Uiteindelijk heb ik altijd graag het laatste woord en er is niets meer ‘laatst’ dan je eigen dood.

Hij zegt nog wat en steekt de papieren in een mooi kaftje met het logo van de bank. Nadat ze in mijn richting zijn geschoven, staat hij recht en steekt zijn hand uit.
Automatisch druk ik ze en wandel ik in de richting van de uitgang.

Het laatste woord? Is dat zo simpel?
Ik weet het niet goed. Enig advies?

Wat ik wel weet is dat John Hannah van mij met graagte het laatste woord mag hebben. Hij kan dat goed.
Beter dan de bankmeneer!

“Om kwart over 7?”

Ik glimlach: “Dat gaat wat te vroeg zijn.”

“Half 8 dan?”

Ik knik. We hebben een date.

Het is vrijdagavond. Om zeven uur vliegt een blije zoon zijn even blije vader rond de hals. Veertien dagen kinderloos zijn … het is vreselijk lang.

Ik drink een glas wijn. Dat kan nog wel even. Ik heb pas om half 8 mijn afspraak.
We praten. Over de zoon. Nieuwe sportschoenen die gekocht werden. De vakantie die hij met papa gaat beleven.
Het is fijn.
Om half 8 vertrek. Ik omhels hem omdat ik blij ben dat ik hem eindelijk kan zien en met hem kan praten zonder dat ik het wanhopige verlangen tot verzoening voel.
Het is een machtig gevoel dat ik wil koesteren.

Mezelf kennende kan dat nog altijd weer minder sterk worden. Maar het fundament is gelegd.

Om kwart voor 8 wandel ik het restaurant binnen.
“Heej Iris” hoor ik verrast. Mijn lieve vriendin met haar gezin zit heerlijk mosselen te eten. Ze vertrekken deze avond op reis. Naar Les Issambres. Waar ik vorig jaar rond deze tijd naartoe ging. We knuffelen en ik stap verder.

Haar hand gaat de lucht in. Hij kijkt om en glimlacht. Altijd met een beetje vocht in zijn ogen.
Hij ziet me zo graag. Ik knik naar een buur die verderop zit en schuif aan.

De eerste avond zonder zoon kan beginnen.
Nu is het mijn beurt om kind te zijn. Ik mag even zeggen dat het afscheid meeviel. Dat ‘hij’ best vriendelijk was. Dat ik graag de wok met scampi’s neem. Dat we een flesje witte huiswijn zullen drinken. Dat mijn grootmoeder wat achteruit gaat. Dat het verdrietig is. Hoe was ze vroeger? We praten over familie, neven, nichten. Over toen ik klein was. Puber …. Dat ze er voor me zijn. Altijd.
Voor ik het weet is het half 12. Het lijkt alsof we nog niet uitgepraat zijn.

Ik voel me gelukkig wanneer ik naar huis rij. Mijn ouders … ze zijn fantastisch.