Woensdagavond was ik wat ijdel. Misschien zelfs een beetje verwaand …

Ik keek naar hem en herinnerde me hoe hij zijn armen om me heen sloeg en luidop snikkend zei: Ik zal je zo missen, juf.

Toen was hij 11.

Nu is hij 24 en danst hij. De ziel uit zijn mooie lichaam.

Ik zag het in hem. Toen. En zeker nu.

Wat ben ik soms blij met oudleerlingen.

Steeds hoop ik dat ik een kleine bijdrage was. Tot het groeien en het bloeien en helemaal jezelf zijn. Hopelijk kon ik het voorleven.

Wat ben ik trots …

Alle goeds

Ik hoop dat u merkte dat het jeremiëren en jammeren minderde.

Dat de ex (eindelijk) voorgoed geklasseerd werd in het vakje ‘verleden’.

Dat er geen dag voorbij gaat dat ik niet minstens 1 keer denk: “Dit leven is goed!”

En dat ik zelfs op regelmatige basis voel: “Dit leven is beter.”

Vandaag mocht ik getuige zijn van een prachtig ritueel. Iets dat me blij maakte dat ik koos voor mezelf en de vrede, de rust en de stilte. Mijn leven is niet druk meer, ik heb trouwens geen geld meer om naar restaurants en grote feesten te gaan. Om regelmatig een nieuwe garderobe aan te schaffen en om in de Colruyt elke maand voor 800 euro boodschappen te doen.

Ik woon niet langer in een groot huis met een gigantische tuin waardoor ik mijn buren niet kende. Ik rij met een kleine auto en nog veel meer met de fiets wegens zuiniger en milieuvriendelijker.

Er is geen drukte meer rond vrienden die dan geen vrienden blijken te zijn.Het gemis van wat werkelijk telde was er lang voor de eigenlijke scheiding.

Vanavond stond ik achter een microfoon en somde ik ietwat plechtstatig een lange lijst namen op. Bij elke naam kwam er een familielid naar voor om het kristal met de naam van zijn/haar geliefde in de prachtige sterretjesboom te hangen. Er weerklonk zachte harpmuziek, traanden een paar ogen en er rustte de stilte over de zaal.

Sedert twee maanden begeleid ik mensen bij het afscheid van hun geliefden. Bij het Huis van de Mens vond ik een thuis van fijne mensen die me waarderen en me leren hoe ik anderen kan helpen om dat afscheid mooi en sereen te maken.

Ik traande ook. Bij het horen van de tekst uit het boek “I.M.” van Connie Palmen, bij het fragment uit “Tonio” van A.F. Th. van der Heijden …

Het moment was mooi.

Nadien huilde ik twintig kilometer verdriet over verlies uit mijn systeem. Alles kwam eruit. Moeke, het verleden, mijn gevonden en verloren vriendschappen, compleet melancholisch snotterde ik twee zakdoeken vol. Onhoudbaar, niet te stoppen …

Het deed deugd. Omdat het er weeral even zat. Soms kan ik dat zo hebben. Soms ben ik een bleiter. Nen janker.

5:00 u. Ik zit aan mijn computer. Over drie uur moet ik wakker worden en opstaan maar mijn lijf ligt dus duidelijk voor op schema. Het oefent. Het oefent tranen.

Ik herlees de teksten die ik schreef voor de viering in de kerk. Kerken zijn niet meteen mijn habitat. Ik word meteen mijn puberteit ingesleurd en krijg haast een indigestie van de ‘schijn’heiligheid die ik mocht ervaren met leden van de katholieke kerk.

En toch … deze keer haalde ik mijn beste bijbelkennis naar boven. Ik schrok ervan hoeveel er nog steeds aanwezig is in dit lijf van mij.

Ik doe dat voor haar. Mijn moeke.

Zeer religieus. Zeer gelovig. Met als tweede habitat die kerk waar ik straks zal spreken.

Er kunnen geen twee overtuigingen zijn die zo ver van elkaar liggen. Toch voelde ik me altijd heel verbonden met haar. Haar huis was mijn tweede thuis. Elke dag wanneer ik mijn rolluiken omhoog doe zie ik het.

Dan denk ik aan haar. Niet zoveel als ik de afgelopen week deed. Maar wel elke dag heel even.

Ik zal haar missen en alles wat ze voor me betekende. En ja, ik ken de zinsnede “Bewaar de goede herinneringen, ze zal altijd bij je zijn.” zeer goed.

Maar vandaag heb ik daar even niks aan. Want mijn lijf oefent verdriet. Het oefent tranen.

Een beetje wezenloos kijk ik naar de muntjes. Ze telt, Vierenveertig, vijfenveertig centjes, mevrouw.

Ik knik mechanisch. Zo is ook mijn glimlach. Terwijl ik me omdraai en de deur automatisch openschuift, voel ik plots hoe ik iets vergeet. De autosleutel. Hij ligt nog op de toonbank. Snel gris ik hem nog mee. Dan loop ik naar mijn wagen.

Als een robot rij ik naar huis. Zoonlief heeft twee vriendjes die komen spelen en merkt dus niets van de staat van mijn gezicht.

Mijn hoofd bonst terwijl ik alles neerzet en langzaam naar boven ga. Ik wentel de dekens om me heen en huil.

Jank.

Mijn moeke vecht voor haar leven… en het is verschrikkelijk om haar zo te zien.

Lang geleden

En plots ben ik boos. Om roddels, om pejoratieve opmerkingen, om kinderlijk gedrag, op dictatoriale beslissingen …

Ik word niet graag behandeld als een kleuter, als iemand die van kwade wil is, als iemand die automatisch dwarsligt.

Dat ben ik niet. Dat ben ik echtentechtig niet.

Het verhaal van honing of stroop of azijn?

Jakkes.

Vandaag ben ik boos.

En mijn ultieme boosbrullaatmemetrustnummer is dat van Anouk.

NAH!