Een beetje wezenloos kijk ik naar de muntjes. Ze telt, Vierenveertig, vijfenveertig centjes, mevrouw.

Ik knik mechanisch. Zo is ook mijn glimlach. Terwijl ik me omdraai en de deur automatisch openschuift, voel ik plots hoe ik iets vergeet. De autosleutel. Hij ligt nog op de toonbank. Snel gris ik hem nog mee. Dan loop ik naar mijn wagen.

Als een robot rij ik naar huis. Zoonlief heeft twee vriendjes die komen spelen en merkt dus niets van de staat van mijn gezicht.

Mijn hoofd bonst terwijl ik alles neerzet en langzaam naar boven ga. Ik wentel de dekens om me heen en huil.

Jank.

Mijn moeke vecht voor haar leven… en het is verschrikkelijk om haar zo te zien.

Lang geleden

En plots ben ik boos. Om roddels, om pejoratieve opmerkingen, om kinderlijk gedrag, op dictatoriale beslissingen …

Ik word niet graag behandeld als een kleuter, als iemand die van kwade wil is, als iemand die automatisch dwarsligt.

Dat ben ik niet. Dat ben ik echtentechtig niet.

Het verhaal van honing of stroop of azijn?

Jakkes.

Vandaag ben ik boos.

En mijn ultieme boosbrullaatmemetrustnummer is dat van Anouk.

NAH!

Begin van het schooljaar

De dagen rijgen zich rustig aan elkaar. De zon schijnt. De regen valt. Ik werk. Verbeter dat werk en werk opnieuw. Vriendinnetjes zijn jarig en krijgen een cadootje. Kindjes worden geboren en jammer genoeg sterft de moeder van een nieuwe fijne vriend. De leerlingen zijn fijn om mee te werken. De kat spint. Zoonlief maakt af en toe graag zijn huiswerk. Ik verzeil op een onverwacht zonnig terras met net genoeg cava om een licht hoofd te krijgen. Ik glimlach en krijg een lach terug.

Het leven is goed. Zo simpel kan dat zijn.

Soms hangen de woorden dan wat langer in mijn ziel en keel en hart. Ze kwamen er net uit.

Een gulp geluk. Ik gun het u.

Twentyfourseven

‘s Morgens nemen we afscheid aan de schoolpoort. “Dag jongen, tot straks”

‘s Avonds ontmoeten we elkaar op de speelplaats en rijden we samen naar huis.

En alle uren daartussen geniet ik ervan naar hem te kijken, hem te horen spreken en vertellen.

Of hij het zo leuk vindt, weet ik nog niet. Hij vindt al wel dat hij veel te hard moet werken.

“Het zesde leerjaar, pfffff, dat is keihard werken, bomma!” vertelt hij aan mijn moeder.

Zij vraagt: “Heb je een strenge juf?”

Hij aarzelt even en omhelst me. “Ik hou van jou, he mama!”

Ik schaterlach en knik naar mijn moeder: “Suuuuperstreng!!!”

 

Zoonlief zit een heel schooljaar in mijn klas. Of hoe aan alles voor- en nadelen zit!

 

De moeite!

Een schril gefluit weerklinkt. Automatisch kijk ik in de richting waaruit het geluid komt.Ongeveer een vijftigtal meter verderop staat een man op een stelling en wuift.

Ik kijk om. Als stond er iemand achter mij.

Niemand?!

Mijn hoofd draait weer in de richting van de man.terug. Hij wuift nogmaals.

Ik steek aarzelend mijn hand in de lucht en wuif wat slapjes terug.

Hij lacht schaterend.

Wat onbegrijpend stap ik verder.

Zijn gefluit klinkt opnieuw. Halsstarrig kijk ik voor me maar de glimlach op mijn gezicht verschijnt onbedwingbaar.

Vierenveertig. En ik word nagefloten door een bouwvakker.

Goed voor mijn ego?!