Snotteren met het einde van films als deze … ikkanda! Wanneer het gaat over afscheid nemen van geliefden of gewoon twee mensen die niet meer bij elkaar kunnen zijn … dan snotter ik een hele waterloop bij elkaar.

Hij weet dat. Hij kent me al lang. Hij voelt dat aankomen.

Dan geeft hij me zijn hand en mag ik knijpen terwijl ik slik en slik en slik tot ik een dikke krop in mijn keel krijg die niet weg te slikken is. Zijn hand op mijn arm en zijn gefluisterde troost raakten me gisteren diep. Zijn stem is zwaarder dan ooit en wanneer hij fluistert lijkt die in een donkere bioscoop helemaal op zijn vader. Mijn tranen bleven meteen steken waar ze staken. Ik schrok ervan.

Het komt de laatste tijd meer voor. Nu hij meer man is dan hij ooit was. En waarschijnlijk nog meer zal worden.

Hij lijkt op zijn vader. Vooral in de emotionele en troostvragende situaties.

Dat is even schrikken. Omdat het dan lijkt alsof die man weer even naast me zit. Heel even maar. Een luttele seconde.

Het zorgt soms voor een andere waterval. Eentje van herinneringen. En gelukkig maar …. goede en mooie herinneringen. Die kan ik koesteren. En blij zijn dat zoonlief die kanten van zijn vader erfde.

Wanneer we nadien in de late avond weer huiswaarts rijden en samen zingen en onnozel doen, autodansend, weet ik dat hij ook op mij lijkt. Dramatisch, met veel armgebaren, schlagergewijs zeer luid kwelen en lachen en giechelen en draaien met onze ogen. Dat ben ik. Dat is hij.

Hopelijk geeft dat zijn vader af en toe ook mooie herinneringen.

Advertisements

A piece of cake

Wegen doen we niet in dit huis. De batterij gaf het zo’n zes jaar geleden op en ik deed mee. We wegen enkel bloem of suiker bij het maken van broodpudding of een cake.

Voelen doen we des te meer. Voelen hoe we ons voelen, nadenken daarover en ageren ernaar gaat zonder problemen. Nu ja …

de laatste jaren voel ik hoe mijn lijf richting het verschrikkelijke getal gaat en hoe mijn kleding daaronder lijdt. En vooral mijn portemonnee. De maten stijgen met de jaren. Mijn bankrekening daalt evenredig.

Ik kan niet meer in mijn kleren. Lap … daar is het. Ik heb het gezegd. Het is eruit.

Fitnessen is de oplossing. Niet altijd even regelmatig maar toch …

De laatste weken is het leuker. Zoon gaat mee. Op de loopband. Lopen dus.

Ik merk hoe het me meer motiveert. Omdat ik hem moet motiveren. De eerste keren ging hij nog redelijk vrijwillig mee. Maar nu moet ik hem al eens een beetje euh … aanporren.

Voor u denkt dat hij geboeid en onder dwang wordt meegevoerd … Hij vindt het zelf nogal leuk. Dat aanporren.

“Zaag me maar de oren van mijn hoofd, dat motiveert mij.”

Niet meteen mijn favoriete aanpak, maar ja, een moeder moet wat doen voor haar kind, niet?

Piece of cake komt er dus niet meer van. Maar dat lopen … dat lukt aardig. Makkelijk toch!?

Tishiergeenhotel

‘We’ werken voor school. Een leerkracht als moeder hebbende kan zoonlief dat regelmatig luidop zeggen. Nu ja, luidop … hij mompelt het met een bijzonder cynische, ironische ondertoon nadat ik het drie keer door het huis riep.

Het lot wil dat zoonlief niet gezegend is met de meest werklustige studeerhouding. Dat heeft ie van niemand. Zeker niet van bovengetekende. Neen hoor, ik zou het liever aan zijn vader kunnen wijten maar laat die nu net wat meer naar de workaholic-zijde neigen.

Afijn … ‘we’ werken voor school.

Picture this: zoonlief mag aan de grote Macker zitten terwijl moeder Bloem op het bed troont met de laptop op schoot. Ik zit achter zijn rug dus ik kan stiekem wel leuke filmpjes kijken, of de krant lezen, of een onnozel computerspelletje doen. Met zicht op het grote scherm aan mijn rechterkant volg ik perfect wat hij allemaal doet, internetgewijs dan.

Regelmatig keert hij zich naar me toe: Interviewee is toch degene die geïnterviewd wordt, hee? of Hoe vervoeg je se taire?

Dat laatste mag hij dus ook in het Nederlands vervoegen. Hij zwijgt namelijk geen moment. Engelstalige rap en dance begeleiden zijn taak van Nederlands. Hij zingt de teksten perfect correct. Beter dan zijn Franse vervoegingen. Wanneer ik hem vraag hoe hij zijn aandacht er dan kan bijhouden, kijkt hij even met puberogen in de mijne en zucht. “Mamaaaaaaa!” ….

Plots betrap ik er mezelf op dat ik allerlei onzin uitkraam die me vooral heel erg aan mijn moeder doet denken. Ik schrik en slik. O jee …. daar gaat mijn voornemen van 30 jaar geleden … Ik zou nooit zo worden. Ik zou altijd hip en mild zijn, geniaal en breeddenkend … Als moeder zou ik mijn puber volledig begrijpen!

Neen dus!

Neen dus!

Helaas pindakaas. Ik werd mijn moeder!

En dan zingt hij: I like big butts and I cannot lie …

Waar ging het mis????

“Moet dat? Moet dat echt? Ik wil niet!!!!”

Mijn argumenten van ‘ik wil dat je uit je comfortzone komt en eens iets meemaakt dat buiten je leefwereld ligt’ worden van tafel geveegd en bestempeld als je reinste ‘b***lsh***t.

Hij grommelt en gromt door het huis. Pubers verzet en gezeur. Mompelend stapt hij in de auto. Zet zit achteruit met de armen over elkaar. Protest. Fysiek en verbaal. Groot protest dat zich uit in stilte en brommend geprevel.

Ik bestel een glas wijn en vriend bestelt een trappist. Hij moet niets. Neen! Niets. Tokkelt op zijn gsm en verandert in gedachten zijn moeder in een uitroeibare aliën.

Na een kwartier is een ice-tea welkom en gaat hij persoonlijk in de aanschuifrij staan.

Ik vertel hem het verhaal van Django,   probeer hem te motiveren en te ontspannen. Schouders worden opgehaald en zijn mond blijft bits.

Onverwacht komt er een leuke kennis bij ons zitten. Het gesprek gaat over jazz en uiteraard over Django. Mijn leuke kennis is een kenner.

” Weet je? Je zou met een teletijdmachine een eeuw terug gaan en dan uitkomen bij de muziek die je nu gaat horen.”

Voor het eerst zie ik zijn ogen richting het podium gaan. Dat staat nog kaal en kil te wachten op de warmte van muzikanten met een groot hart.

Hij knikt geïnteresseerd toegeeflijk. Mijn kennis weet hoe hij zoonlief moet aanpakken.

De gsm verdwijnt in mijn handtas en de muzikanten starten.

Ik waan me even terug op Lambertmontmartre waar het groepje een fijne ontdekking was. Deze zomer toen de vriend en ik nog meer met elkaar optrokken.

Een diepe zucht ontsnapt me. Zoonlief kijkt opzij en knipoogt. Oef … hij is ontdooid.

Wanneer ik hem betrap op meetikken met zijn voet, ontspan ik helemaal.

“Wie vind je de coolste?” vraag ik hem na verloop van tijd.

Heel ernstig antwoordt hij: “De trompettist … of misschien wel de basspeler.”

We luisteren verder.

Het wordt mooi.

Ik bewandel de dunne lijn tussen loslaten en overhalen. Wat is moeder-zijn soms uitdagend.

Maar mooi. Heel mooi.

 

 

 

The rhythm is gonna get you.

” Tussen 10 en 12″, zegt ze. Inwendig frons ik even. Terwijl zoonlief in de lagere school bij zijn toenmalige vriendje nog minstens een hele dag (na logeerpartij) bleef hangen, is het ritme in het middelbaar duidelijk anders.

Ik lach hartelijk en knik. “Das goed”. Weer wat bij geleerd.

Zoonlief gaat quizzen met zijn huidige beste vriend. Dat duurt tot 12  uur. Zoonlief blijft bijgevolg slapen. Hijzelf denkt dat hij nog wat kan hangen bij zijn vriend. Ik weet dat hij tussen tien en twaalf moet ‘hangen’ met zijn moeder. Zelfs schoenen gaan kopen, tot overmaat van ramp.

Ik stel me zoonlief’s gezicht voor terwijl ik hem straks ga halen. Dat gaat niet goed zijn.

Ai! Dat ritme moeten we nog leren.

“Wij staan hier te knuffelen op straat, mama!”

Hij zegt het met een mengeling van humor en gène.

“Knuffelen op straat, dat kunnen wij hee zoon!”

En dan gooi ik er quasi-stoer nog een Engelse zin achter met cool handgebaar. “We’re into that”. Ik zwaai met mijn armen. Mijn handen maken een stoere stopbeweging. Enkel duim, wijsvinger en pink in de lucht.

Lachend doet hij me na en zegt “Yes”.

En dan geeft hij me met zijn linkerhand drie klopjes op de schouder.

Laat  nu net dat gebaar mijn stoere, cool, ik-ben-een-hippe-moeder-gevoel als een plumpudding in elkaar zakken.

(Zoonlief werd aan de oprit afgezet door zijn net zo knuffelige grootouders. En ik kon niet wachten tot we binnen waren om hem te omhelzen)

Met zijn voeten op mijn schoot kijken we Sinbad. Hij zucht en snuft. Ziek thuisgekomen uit vakantie.
Ik leef me uit in onder het deken stoppen, zakdoek halen, hoofdje wrijven en zachtjes lieve woordjes fluisteren.
Ik ben blij. Hij is thuis.
Hij is minder blij. Ziek zijn is niet fijn. Maar hij wordt graag vertroeteld en verwend.
Doen we dus!