The rhythm is gonna get you.

” Tussen 10 en 12″, zegt ze. Inwendig frons ik even. Terwijl zoonlief in de lagere school bij zijn toenmalige vriendje nog minstens een hele dag (na logeerpartij) bleef hangen, is het ritme in het middelbaar duidelijk anders.

Ik lach hartelijk en knik. “Das goed”. Weer wat bij geleerd.

Zoonlief gaat quizzen met zijn huidige beste vriend. Dat duurt tot 12  uur. Zoonlief blijft bijgevolg slapen. Hijzelf denkt dat hij nog wat kan hangen bij zijn vriend. Ik weet dat hij tussen tien en twaalf moet ‘hangen’ met zijn moeder. Zelfs schoenen gaan kopen, tot overmaat van ramp.

Ik stel me zoonlief’s gezicht voor terwijl ik hem straks ga halen. Dat gaat niet goed zijn.

Ai! Dat ritme moeten we nog leren.

Advertisements

“Wij staan hier te knuffelen op straat, mama!”

Hij zegt het met een mengeling van humor en gène.

“Knuffelen op straat, dat kunnen wij hee zoon!”

En dan gooi ik er quasi-stoer nog een Engelse zin achter met cool handgebaar. “We’re into that”. Ik zwaai met mijn armen. Mijn handen maken een stoere stopbeweging. Enkel duim, wijsvinger en pink in de lucht.

Lachend doet hij me na en zegt “Yes”.

En dan geeft hij me met zijn linkerhand drie klopjes op de schouder.

Laat  nu net dat gebaar mijn stoere, cool, ik-ben-een-hippe-moeder-gevoel als een plumpudding in elkaar zakken.

(Zoonlief werd aan de oprit afgezet door zijn net zo knuffelige grootouders. En ik kon niet wachten tot we binnen waren om hem te omhelzen)

Met zijn voeten op mijn schoot kijken we Sinbad. Hij zucht en snuft. Ziek thuisgekomen uit vakantie.
Ik leef me uit in onder het deken stoppen, zakdoek halen, hoofdje wrijven en zachtjes lieve woordjes fluisteren.
Ik ben blij. Hij is thuis.
Hij is minder blij. Ziek zijn is niet fijn. Maar hij wordt graag vertroeteld en verwend.
Doen we dus!

“Om kwart over 7?”

Ik glimlach: “Dat gaat wat te vroeg zijn.”

“Half 8 dan?”

Ik knik. We hebben een date.

Het is vrijdagavond. Om zeven uur vliegt een blije zoon zijn even blije vader rond de hals. Veertien dagen kinderloos zijn … het is vreselijk lang.

Ik drink een glas wijn. Dat kan nog wel even. Ik heb pas om half 8 mijn afspraak.
We praten. Over de zoon. Nieuwe sportschoenen die gekocht werden. De vakantie die hij met papa gaat beleven.
Het is fijn.
Om half 8 vertrek. Ik omhels hem omdat ik blij ben dat ik hem eindelijk kan zien en met hem kan praten zonder dat ik het wanhopige verlangen tot verzoening voel.
Het is een machtig gevoel dat ik wil koesteren.

Mezelf kennende kan dat nog altijd weer minder sterk worden. Maar het fundament is gelegd.

Om kwart voor 8 wandel ik het restaurant binnen.
“Heej Iris” hoor ik verrast. Mijn lieve vriendin met haar gezin zit heerlijk mosselen te eten. Ze vertrekken deze avond op reis. Naar Les Issambres. Waar ik vorig jaar rond deze tijd naartoe ging. We knuffelen en ik stap verder.

Haar hand gaat de lucht in. Hij kijkt om en glimlacht. Altijd met een beetje vocht in zijn ogen.
Hij ziet me zo graag. Ik knik naar een buur die verderop zit en schuif aan.

De eerste avond zonder zoon kan beginnen.
Nu is het mijn beurt om kind te zijn. Ik mag even zeggen dat het afscheid meeviel. Dat ‘hij’ best vriendelijk was. Dat ik graag de wok met scampi’s neem. Dat we een flesje witte huiswijn zullen drinken. Dat mijn grootmoeder wat achteruit gaat. Dat het verdrietig is. Hoe was ze vroeger? We praten over familie, neven, nichten. Over toen ik klein was. Puber …. Dat ze er voor me zijn. Altijd.
Voor ik het weet is het half 12. Het lijkt alsof we nog niet uitgepraat zijn.

Ik voel me gelukkig wanneer ik naar huis rij. Mijn ouders … ze zijn fantastisch.

Kinderloos genieten

Zoonlief is met zijn grootouders naar de Dino’s in Antwerpen.
Vwalla. De boodschap van deze dag die ik u graag meegeef. Mocht het u interesseren?

Ik lummel. Was mijn haar. Hang wat rond Zing een paar rondjes. Ruim wat op.
Zonder het verlorenmoederpoes-gevoel.
Genieten van mijn huis. De zon. Het terras. Mijn boek.
Lekker.

Want straks komt hij terug thuis. Zegt hij ‘goed’ wanneer ik hem vraag hoe het was. Kruipt hij tegen me aan in de zetel. Zijn er knuffels.

Dus ik mis hem niet. Nu niet.

De boekskes hebben gelijk. Het gemis wordt minder en anders.
Twee jaar geleden stierf ik duizend doden.
Nu kan ik het gemis even klasseren en genieten.

Vwalla. Nog een boodschap. Meer voor mezelf dan.

Verlof

“Dat was een gigantische anti-climax, mama!”

Dure woorden uit de mond van een elfjarige. Ik hoor dat graag.
Ik glimlach en zeg: “Ja, hee, zoooo koud!”

Hij komt net uit een bijzonder koud zwembad. We verzamelen telkens veel moed om erin te springen. Maar het blijft een geweldige anti-climax wanneer je omringt wordt door ijswater.
Overdreven? Natuurlijk! Maar ikmagda.
Ik zit in Frankrijk. Met mijn zoon.
10428196_10152587541720362_4202007990326297862_o

Helemaal alleen 1017 kilometer gereden. In twee keer, want na mijn laatste werkweek zou het gekkenwerk zijn om dit in één keer te doen.
We huurden een appartementje bij mensen thuis. We liggen helemaal alleen aan een groot zwembad dat ik in zeven slagen overbrug (lees: groot zwembad want 1m80 heeft een grote slag). Met een biologische tuin, iets lager gelegen, waaruit ik al twee dagen fruit krijg aangeboden van het Franse koppel waarbij ik zorgneigingen oproep.
We wandelen ‘s avonds naar de Ardèche waarin we omhetverst stenen gooien. Daarna ga ik nog even met mijn benen en mijn boek in het zwembad zitten en drink een glaasje wijn terwijl ik af en toe omhoog kijk naar de bergen die me omringen.
Zoonlief speelt verschrikkelijk agressieve spelletjes op zijn nieuwe I-pad waarna ik mijn zieleroerselen typ op een oude laptop die niet werkt zonder constante batterijaanvoer. (Sommige dingen heb ik met mate onder controle)
Dan kijken we een film in het genre van Pirates of the Carribean. Ik val midden in de film in slaap en zoonlief geeft me dan een zachte zoen op mijn wang.

Ik doe dat goed. Beter dan twee jaar geleden en waarschijnlijk minder goed dan binnen twee jaar.
Yep!

DAS straf

Gestraft!
Zoonlief is gestraft.

Geen gewoonte hier en ik geloof zelfs dat het slechts de tweede keer is. En die eerste keer was vorige week en wel om dezelfde reden.

De zoon is van het studeerluie type. Om het in het plat Kempens uit de drukken: Hij doet geen LAP!
Tot vorig jaar kon hij zich dat nog permitteren. Dit jaar botst hij regelmatig met zijn neus tegen de spreekwoordelijke blinde muur.

Nu hebben wij meestal nogal een praatmentaliteit in dit twee-personen-gezin en hou ik zelf eerlijk gezegd niet van straffen.

Als gevolg van een twee-verschillende-stijlen-oefening is mijn kind wat ik noem ‘een kaskeskind’ geworden. Lees= hij houdt enorm van videogames, wii en minecraftgedoe. Eindeloze discussies voeren we over het al dan niet gewelddadig zijn van die dingen. Ik heb er een bloedhekel aan maar ben zelf niet echt een voorbeeld van een ‘kaskesloos’ leven. Moeder computert zwaar! Zowel als hobby als werkgerelateerd.

Afijn… om deze twee gegeven feiten naadloos aan elkaar te kleven, kan ik u vertellen dat zoonlief me wijsmaakte dat hij vandaag geen toets had. Dat zijn juf me vertelde dat hij grandioos zakte voor een zware toets van cijferen. Dat ik bijzonder teleurgesteld was en hij dus bijgevolg geen enkel ‘kaske’ mocht gebruiken vandaag.

Het gevolg: een bijzonder boze zoon, een zuchtende moeder …
Gevolg daarvan: zoonlief die gaat pingpongen bij zijn grootmoeder, moeder die rustig rapporten schrijft
Gevolg daarvan: zoonlief die goedgezind thuiskomt en zich nog even in de veranda bij zijn moeder neervleit.

Kort door de bocht gaande gevolgtrekking: geen kaske is een beter leven.
Of zoiets?!